Eerst
een tekening drukken en daarna de tekst maken
Vormstempels
gecombineerd met sjabloneren
of met rubberdrukken

Ik
was op het feest van mijn tante. Iedereen die wilde komen moest
Kotto dragen.
Er was een leuke sfeer, dat kwam door de band. Na zessen kreeg
je wat te eten.
De gedrukte afbeeldingen vormen het
begin van een taalproces
Het thema en het onderwerp voor de les komen voort uit het proces
en niet andersom.
De lessen beginnen dus in principe blanco, dat wil zeggen dat
er geen lesplannen voor wat betreft de inhoud gemaakt zijn.
De drukwerkvormen waarmee we de afbeeldingen maken zijn:
Rubberdrukken / Vormstempelen /
Sjabloneren / Dingdrukken / Collages.
Taaltekenen en andere tekenwerkvormen gebruiken we eveneens
in deze serie.
De hier besproken druktechnieken zijn op een goede manier met
elkaar te combineren.
De rubberdrukken en de sjablonen zijn in een samenwerking ontstaan
maar zorgen bij het afdrukken voor een vaste compositie, een
voorstelling is een geheel.
De vormstempels kun je op willekeurige plaatsen in de compositie
stempelen.
De kinderen kunnen behalve de plek ook het aantal keren dat
ze de stempel afdrukken, bepalen.
Door er vormstempels aan toe te voegen krijgen de afbeeldingen
een nieuwe inhoud.
* Zorg ervoor dat de stempels een betekenisvolle toevoeging
en geen versiering zijn.
* Het is mogelijk om vormen die in een andere groep gemaakt
zijn te gebruiken.
De kinderen gebruiken in het algemeen werk van anderen uit hun
eigen groep, maar het is natuurlijk prachtig als ze ook de vormentaal
van een hogere of lagere groep leren gebruiken.
Voorbereiding
en benodigd materiaal:
Een collectie eerder gemaakte vormstempels.
Een collectie eerder gemaakte sjablonenvormen
Een collectie eerder gemaakte rubberdrukvormen
Stempelkussens in verschillende kleuren of,
Zelfgemaakte stempelkussens met ecoline kleuren.
Sjablonerollertjes in verschillende kleuren
Drukboeken
Harde rollers
Papier met kaders in het formaat dat eerder gebruikt is
Strookjes papier
Paperclips
Pennen
Schrijfonderleggers
Werkwijze
vormstempels met sjablonen:
1e
ronde:
een nieuwe serie afdrukken
De beschikbare sjablonenvormen die eerder gemaakt zijn liggen
in het midden van de klas
1. Ieder tafelgroepje zoekt een aantal vormen die je zelf niet
gemaakt hebt.
> Zorg voor een goede verdeling van de kleuren en kijk welke
vormen bij elkaar passen.
2. Maak op de bekende doorgeefmanier afdrukken.
2e
ronde:
associaties in de kring
Alle afdrukken liggen in het midden, ieder kind heeft een aantal
strookjes en een pen.
Het is de bedoeling van deze ronde dat er op een vrije manier
geassocieerd wordt.
De associaties blijven nog even geheim tot het moment dat de
kinderen de strookjes bij de afdrukken leggen.
Dan is het mogelijk dat er bij een zelfde afdruk meerdere associaties
van verschillende kinderen zijn.
1. Kijk naar de afdrukken en als je een zin, of een woord te
binnen schiet schrijf je dat op het strookje.
2. Neem een nieuw strookje en kijk verder tot je een stuk of
vier strookjes geschreven hebt.
3. Als iedereen klaar is met schrijven bevestig je de strookjes
met een paperclip aan de afdrukken.
4. Om de beurt pakt iemand een afdruk en leest de associaties
voor.
3e
ronde:
de vormstempels erbij
We zitten nog steeds in de kring. Alle afdrukken waar geen strookjes
aan bevestigd zijn, waarop niet geassocieerd is, halen we weg.
De overblijvende afdrukken leggen we in een kring op kartonnen
onderleggers op de vloer.
In deze ronde kennen de kinderen de associaties en gaan verder
met het beeld.
> Hoewel ik hoop dat er in deze ronde niet 'illustratief'
gewerkt wordt en de kinderen op een associatieve, abstracte,
manier verder werken, is er een kans dat er figuratief gestempeld
wordt.
Het aardige van deze werkvormen is juist dat de kinderen zich
leren uitdrukken in minder herkenbare vormen. Figuratief werken
ze al zo vaak.
In het midden staat de doos met vormstempels en er zijn ruimschoots
stempeldozen in verschillende kleuren voorhanden.
1. Kies één vormstempel uit de collectie.
2. Kijk bij welke sjablone jouw stempel past.
3. Op je beurt sta je op en stempel je de vorm één
of twee keer op de sjabloonafdruk
> Je blijft stempelen in de kleur die je als eerste gekozen
hebt omdat anders de stempelkussens snel vervuilen.
> Wil je wisselen van kleur moet je de stempel eerst op een
kladblaadje schoonstempelen.
4. Als iedereen in de kring geweest is gaan we verder. Nu kijk
je goed wat er al bij gestempeld is en sluit daar met jouw stempel
bij aan.
4e
ronde:
onderhandelen over de vorm
In deze ronde neemt een tweetal een afdruk voor zich. Als er
minder afdrukken voorhanden zijn krijgen drie of meer kinderen
een afdruk. Ze bekijken die samen, lezen de zinnen die er onder
staan en stellen vast welke vormen nog ontbreken. Ze gebruiken
daarbij ook stempels van andere kinderen en eventueel die nog
in de doos zitten.
1. Kies met z'n tweeën een afdruk uit en leg die voor je.
2. Bespreek welke vormstempels er nog bij moeten.
3. Leen de stempels die je nodig hebt.
4. Maak het beeld compleet.
5e
ronde:
schrijven bij de gecombineerde afdruk
In deze ronde kies je als leerkracht voor een reeks die je zinvol
vindt. Dat kan zijn een complete reeks met lijstjes, tweetalgesprekken
en aan regels gebonden teksten schrijven.
> Er kan ook eerst een vertelronde komen met een schrijfronde
er achteraan.
1. Kies een afdruk uit waarbij je een herinnering hebt.
2. Als er meer dan één zin aan de afdruk bevestigd
is kies je voor de zin die het meest bij die herinnering past.
> Het zal meestal je eigen zin zijn maar dat hoeft niet.
3. Maak de andere zinnen aan een leeg blad met een kader vast
> Later vullen we die lege bladen met sjablonenafdrukken
en stempels.
> De afbeelding wordt dus gekopieerd.
4. Schrijf de zin van het losse strookje in het net over onder
de afdruk.
5. Schrijf op een kladblaadje de rest van de tekst die op die
zin volgt.
6. Voorleesronde
6e
ronde:
oplage maken
In deze ronde kies je zo nodig uit alle afdrukken en teksten.
1. De teksten typen met de tekstverwerker en onder een kader
printen.
2. De afbeeldingen met behulp van de sjablonenvormen en vormstempels
in de kaders drukken.
3. Een titelverhaal uitkiezen en daaruit de titel halen.
4. Een omslag maken.
5. Rapen en nieten.
6. Voorleesronde.
Werkwijze vormstempels met
rubberdrukken:
> Met rubberdrukken op dezelfde manier werken zoals elders
met sjablonen beschreven is.
Een
variant:
1e ronde:
een nieuwe serie afdrukken
De beschikbare rubberdrukvormen liggen in het midden van de
klas, een nieuwe reeks gaat starten.
De kinderen ervaren dat met dezelfde vormen weer geheel nieuwe
prenten gemaakt kunnen worden.
1. Ieder tafelgroepje zoekt een aantal vormen die je zelf niet
gemaakt hebt.
>Zorg voor een goede verdeling van de kleuren en kijk welke
vormen bij elkaar passen.
2. Maak op de bekende doorgeefmanier afdrukken.
2e
ronde:
associaties in de kring
Alle afdrukken liggen in het midden, ieder kind heeft een lijstje
met vakjes en een pen.
Het is de bedoeling van deze ronde dat er op een vrije manier
geassocieerd wordt.
De kinderen leren in eerste instantie het selecteren van een
detail uit een geheel van vormen en daarna die details afzonderlijk
te beschouwen.
Je zou het kunnen vergelijken met het zoeken naar bepaalde woorden
uit een tekst die een speciale betekenis voor je hebben.
1. Kijk naar de afdrukken en kies een afdruk waarbij de een
gedachte hebt.
2. Teken een detail uit die afdruk in een vakje van je lijstje.
3. Kies een vormstempel dat bij je tekeningetje past en stempel
dat in een vakje van je lijstje.
4. Kies nog een afdruk en herhaal het tekenen en stempelen.
5. Kies een getekende of gestempelde vorm uit je lijstje en
voer een tweetalgesprek.
6. Schrijf de 'kernzin' van wat je vertelde op een strookje
en bevestig dat met een paperclip aan de afdruk.
> Er kunnen meerdere kernzinnen door verschillende kinderen
bij een afdruk geplaatst worden.
7. Voorleesronde.
3e
ronde:
nog meer rubberdrukken
Het is noodzakelijk om de afdrukken waarbij meerdere kernzinnen
geplaatst zijn bij te drukken.
Zorg ervoor dat ieder kind minstens één afdruk
ter beschikking krijgt.
1. Maak met je groepje extra afdrukken van afbeeldingen waaraan
meer dan één kernzin vastgemaakt is.
2. Plaats de kernzinnen onder de nieuwe afdrukken.
4e
ronde:
de vormstempels erbij
In deze ronde werken de kinderen in de tafelgroepjes met de
stempels die ze in de eerste ronde gekozen hebben.
1. Stempel één of meer vormstempels op de afbeelding
waar jouw kernzin op staat.
* Je mag hetzelfde stempel meerdere malen afdrukken, maar overdrijf
dat niet.
2. Geef de afdruk door aan je buur en die drukt zijn vormstempels
erbij.
3. Ga zo door tot je de eigen kernzin weer voor je hebt.
5e
ronde:
schrijven
De afbeelding is inmiddels veranderd omdat meerdere kinderen
er hun inbreng op achtergelaten hebben. Het is mogelijk dat
daarmee ook de oorspronkelijke betekenis van het beeld veranderd
is en dat is juist de bedoeling.
1. Kijk naar het resultaat van het stempelen op jouw afbeelding
en lees je eerste kernzin nog eens.
2. Schrijf een tweede kernzin.
3. Lees in een tweetal elkaar de kernzinnen voor en vertel wat
voor gedachten je nu bij de afbeelding hebt.
4. Schrijf op wat je vertelde.
5. Voorleesronde.
6e
ronde:
herschrijven
De kinderen hebben nu de beschikking over twee kernzinnen en
een tekst. Met behulp van dit materiaal wordt een geheel nieuwe
tekst geschreven. Als het lukt komen de kinderen op nieuwe invalshoeken
in hun ervaringstekst. Bijvoorbeeld als ze eerst meer associaties
hadden met een plek, gaat het nu meer om een handeling, of omgekeerd.
1. Lees je twee kernzinnen en het stukje dat je schreef nog
eens goed.
2. Wat voor nieuwe dingen schieten je te binnen?
3. Schrijf een nieuwe tekst. Je hoeft niet stukken van je eerste
tekst te gebruiken, maar het mag wel.
4. Lees elkaar in een tweetal voor en bespreek wat nog niet
duidelijk is.
5. Als het nodig is verander je nog iets aan je tekst.
6. Schrijf de tekst in het net onder de afdruk.
7e
ronde:
voorlezen in de kring
Deze ronde is de presentatie van de teksten die met stukjes
en beetjes zijn ontstaan.
Opdracht:
1. Verdeel de afdrukken willekeurig in de kring. Je krijgt een
tekst van iemand anders voor je.
2. Voorleesronde waarbij je vragen mag stellen.
8e
ronde:
presentatie.
Kies voor het tentoonstellen of het drukken van een boekje.
NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren
is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid
de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index
te vinden.
©
Henk van Faassen
naar
boven