startpagina

index
literatuur


index
taalwerkvormen


index
drukwerkvormen


index

werkvormen, lessen

index
eerst beeld


index
gedichten


Eerst een tekening en daarna de tekst
Vormstempels gecombineerd met sjabloneren
of met rubberdrukken



Ik was op het feest van mijn tante.
Iedereen die wilde komen moest Kotto dragen.
Er was een leuke sfeer, dat kwam door de band.
Na zessen kreeg je wat te eten.


De gedrukte afbeeldingen vormen het begin van een taalproces
Het thema en het onderwerp voor de les komen voort uit het proces en niet andersom.
De lessen beginnen dus in principe blanco, dat wil zeggen dat er geen lesplannen voor wat betreft de inhoud gemaakt zijn.

De drukwerkvormen waarmee we de afbeeldingen maken zijn:
Rubberdrukken / Vormstempelen / Sjabloneren / Dingdrukken / Collages.
Taaltekenen en andere tekenwerkvormen gebruiken we eveneens in deze serie.

De hier besproken druktechnieken zijn op een goede manier met elkaar te combineren.
De rubberdrukken en de sjablonen zijn in een samenwerking ontstaan
maar zorgen bij het afdrukken voor een vaste compositie, een voorstelling is een geheel.
De vormstempels kun je op willekeurige plaatsen in de compositie stempelen.
De kinderen kunnen behalve de plek ook het aantal keren dat ze de stempel afdrukken, bepalen.
Door er vormstempels aan toe te voegen krijgen de afbeeldingen een nieuwe inhoud.

> Zorg ervoor dat de stempels een betekenisvolle toevoeging en geen versiering zijn.
> Het is mogelijk om vormen die in een andere groep gemaakt zijn te gebruiken.

De kinderen gebruiken in het algemeen werk van anderen uit hun eigen groep, maar het is natuurlijk prachtig als ze ook de vormentaal van een hogere of lagere groep leren gebruiken.

Voorbereiding en benodigd materiaal:
Een collectie eerder gemaakte vormstempels.
Een collectie eerder gemaakte sjablonenvormen
Een collectie eerder gemaakte rubberdrukvormen
Stempelkussens in verschillende kleuren of,
Zelfgemaakte stempelkussens met ecoline kleuren.
Sjablonerollertjes in verschillende kleuren
Drukboeken
Harde rollers
Papier met kaders in het formaat dat eerder gebruikt is
Strookjes papier
Paperclips
Pennen
Schrijfonderleggers

Werkwijze vormstempels met sjablonen:

1e ronde:
een nieuwe serie afdrukken

De beschikbare sjablonenvormen die eerder gemaakt zijn liggen in het midden van de klas

1. Ieder tafelgroepje zoekt een aantal vormen die je zelf niet gemaakt hebt.
> Zorg voor een goede verdeling van de kleuren en kijk welke vormen bij elkaar passen.
2. Maak op de bekende doorgeefmanier afdrukken.

2e ronde:
associaties in de kring

Alle afdrukken liggen in het midden, ieder kind heeft een aantal strookjes en een pen.
Het is de bedoeling van deze ronde dat er op een vrije manier geassocieerd wordt.
De associaties blijven nog even geheim tot het moment dat de kinderen de strookjes bij de afdrukken leggen.

Dan is het mogelijk dat er bij een zelfde afdruk meerdere associaties van verschillende kinderen zijn.

1. Kijk naar de afdrukken en als je een zin, of een woord te binnen schiet schrijf je dat op het strookje.
2. Neem een nieuw strookje en kijk verder tot je een stuk of vier strookjes geschreven hebt.
3. Als iedereen klaar is met schrijven bevestig je de strookjes met een paperclip aan de afdrukken.
4. Om de beurt pakt iemand een afdruk en leest de associaties voor.

3e ronde:
De vormstempels erbij

We zitten nog steeds in de kring.
Alle afdrukken waar geen strookjes aan bevestigd zijn, waarop niet geassocieerd is, halen we weg.
De overblijvende afdrukken leggen we in een kring op kartonnen onderleggers op de vloer.
In deze ronde kennen de kinderen de associaties en gaan verder met het beeld.

> Hoewel ik hoop dat er in deze ronde niet 'illustratief' gewerkt wordt en de kinderen op een associatieve, abstracte, manier verder werken, is er een kans dat er figuratief gestempeld wordt.
Het aardige van deze werkvormen is juist dat de kinderen zich leren uitdrukken in minder herkenbare vormen. Figuratief werken ze al zo vaak.

In het midden staat de doos met vormstempels en er zijn ruimschoots stempeldozen in verschillende kleuren voorhanden.

1. Kies één vormstempel uit de collectie.
2. Kijk bij welke sjablone jouw stempel past.
3. Op je beurt sta je op en stempel je de vorm één of twee keer op de sjabloonafdruk

> Je blijft stempelen in de kleur die je als eerste gekozen hebt omdat anders de stempelkussens snel vervuilen.
> Wil je wisselen van kleur moet je de stempel eerst op een kladblaadje schoonstempelen.

4. Als iedereen in de kring geweest is gaan we verder. Nu kijk je goed wat er al bij gestempeld is en sluit daar met jouw stempel bij aan.

4e ronde:
Onderhandelen over de vorm

In deze ronde neemt een tweetal een afdruk voor zich.
Als er minder afdrukken voorhanden zijn krijgen drie of meer kinderen een afdruk.
Ze bekijken die samen, lezen de zinnen die er onder staan en stellen vast welke vormen nog ontbreken.
Ze gebruiken daarbij ook stempels van andere kinderen en eventueel die nog in de doos zitten.

1. Kies met z'n tweeën een afdruk uit en leg die voor je.
2. Bespreek welke vormstempels er nog bij moeten.
3. Leen de stempels die je nodig hebt.
4. Maak het beeld compleet.

5e ronde:
Schrijven bij de gecombineerde afdruk

In deze ronde kies je als leerkracht voor een reeks die je zinvol vindt.
Dat kan zijn een complete reeks met lijstjes, tweetalgesprekken en aan regels gebonden teksten schrijven.

> Er kan ook eerst een vertelronde komen met een schrijfronde er achteraan.

1. Kies een afdruk uit waarbij je een herinnering hebt.
2. Als er meer dan één zin aan de afdruk bevestigd is kies je voor de zin die het meest bij die herinnering past.
> Het zal meestal je eigen zin zijn maar dat hoeft niet.
3. Maak de andere zinnen aan een leeg blad met een kader vast
> Later vullen we die lege bladen met sjablonenafdrukken en stempels.
> De afbeelding wordt dus gekopieerd.
4. Schrijf de zin van het losse strookje in het net over onder de afdruk.
5. Schrijf op een kladblaadje de rest van de tekst die op die zin volgt.
6. Voorleesronde

6e ronde:
Een oplage maken

In deze ronde kies je zo nodig uit alle afdrukken en teksten.

1. De teksten typen met de tekstverwerker en onder een kader printen.
2. De afbeeldingen met behulp van de sjablonenvormen en vormstempels in de kaders drukken.
3. Een titelverhaal uitkiezen en daaruit de titel halen.
4. Een omslag maken.
5. Rapen en nieten.
6. Voorleesronde.

Werkwijze vormstempels met rubberdrukken:
> Met rubberdrukken op dezelfde manier werken zoals elders met sjablonen beschreven is.

Een variant:

1e ronde:
Een nieuwe serie afdrukken

De beschikbare rubberdrukvormen liggen in het midden van de klas, een nieuwe reeks gaat starten.
De kinderen ervaren dat met dezelfde vormen weer geheel nieuwe prenten gemaakt kunnen worden.

1. Ieder tafelgroepje zoekt een aantal vormen die je zelf niet gemaakt hebt.
>Zorg voor een goede verdeling van de kleuren en kijk welke vormen bij elkaar passen.
2. Maak op de bekende doorgeefmanier afdrukken.

2e ronde:
Associaties in de kring

Alle afdrukken liggen in het midden, ieder kind heeft een lijstje met vakjes en een pen.
Het is de bedoeling van deze ronde dat er op een vrije manier geassocieerd wordt.
De kinderen leren in eerste instantie het selecteren van een detail uit een geheel van vormen en daarna die details afzonderlijk te beschouwen.

Je zou het kunnen vergelijken met het zoeken naar bepaalde woorden uit een tekst die een speciale betekenis voor je hebben.

1. Kijk naar de afdrukken en kies een afdruk waarbij de een gedachte hebt.
2. Teken een detail uit die afdruk in een vakje van je lijstje.
3. Kies een vormstempel dat bij je tekeningetje past en stempel dat in een vakje van je lijstje.
4. Kies nog een afdruk en herhaal het tekenen en stempelen.
5. Kies een getekende of gestempelde vorm uit je lijstje en voer een tweetalgesprek.
6. Schrijf de 'kernzin' van wat je vertelde op een strookje en bevestig dat met een paperclip aan de afdruk.
> Er kunnen meerdere kernzinnen door verschillende kinderen bij een afdruk geplaatst worden.
7. Voorleesronde.

3e ronde:
Nog meer rubberdrukken

Het is noodzakelijk om de afdrukken waarbij meerdere kernzinnen geplaatst zijn bij te drukken.
Zorg ervoor dat ieder kind minstens één afdruk ter beschikking krijgt.

1. Maak met je groepje extra afdrukken van afbeeldingen waaraan meer dan één kernzin vastgemaakt is.
2. Plaats de kernzinnen onder de nieuwe afdrukken.

4e ronde:
De vormstempels erbij

In deze ronde werken de kinderen in de tafelgroepjes met de stempels die ze in de eerste ronde gekozen hebben.

1. Stempel één of meer vormstempels op de afbeelding waar jouw kernzin op staat.
>Je mag hetzelfde stempel meerdere malen afdrukken, maar overdrijf dat niet.
2. Geef de afdruk door aan je buur en die drukt zijn vormstempels erbij.
3. Ga zo door tot je de eigen kernzin weer voor je hebt.

5e ronde:
Schrijven

De afbeelding is inmiddels veranderd omdat meerdere kinderen er hun inbreng op achtergelaten hebben. Het is mogelijk dat daarmee ook de oorspronkelijke betekenis van het beeld veranderd is en dat is juist de bedoeling.

1. Kijk naar het resultaat van het stempelen op jouw afbeelding en lees je eerste kernzin nog eens.
2. Schrijf een tweede kernzin.
3. Lees in een tweetal elkaar de kernzinnen voor en vertel wat voor gedachten je nu bij de afbeelding hebt.
4. Schrijf op wat je vertelde.
5. Voorleesronde.

6e ronde:
Herschrijven

De kinderen hebben nu de beschikking over twee kernzinnen en een tekst.
Met behulp van dit materiaal wordt een geheel nieuwe tekst geschreven.
Als het lukt komen de kinderen op nieuwe invalshoeken in hun ervaringstekst. Bijvoorbeeld als ze eerst meer associaties hadden met een plek, gaat het nu meer om een handeling, of omgekeerd.

1. Lees je twee kernzinnen en het stukje dat je schreef nog eens goed.
2. Wat voor nieuwe dingen schieten je te binnen?
3. Schrijf een nieuwe tekst. Je hoeft niet stukken van je eerste tekst te gebruiken, maar het mag wel.
4. Lees elkaar in een tweetal voor en bespreek wat nog niet duidelijk is.
5. Als het nodig is verander je nog iets aan je tekst.
6. Schrijf de tekst in het net onder de afdruk.

7e ronde:
voorlezen in de kring

Deze ronde is de presentatie van de teksten die met stukjes en beetjes zijn ontstaan.
Opdracht:
1. Verdeel de afdrukken willekeurig in de kring. Je krijgt een tekst van iemand anders voor je.
2. Voorleesronde waarbij je vragen mag stellen.

8e ronde:
presentatie.

Kies voor het tentoonstellen of het drukken van een boekje.

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.

Henk van Faassen