startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten




Eerst een tekening drukken en daarna de tekst maken
Het beeldend vermogen en de creativiteit van kinderen



De man pakte een sigaret en een aansteker
Hij drukte op het knopje van de aansteker.
Maar er kwam geen vuur uit. Hij kreeg een vuurtje van een ander.
Hij zat nu te roken en blies de rook uit.
Ik vond het zo stinken, ik liep snel door.

Yun-Sang

Beeldend vermogen
Onder beeldend vermogen verstaan we de mogelijkheden die de kinderen van nature hebben om, eerder nog dan met taal, verslag te doen van de dingen die in hun wereld te zien zijn.
We mogen dat niet verwarren met de handigheid die ze gebruiken om een leuke tekening voor je te maken.

Het is zeker, dat het kind alléén, al scheppend, het bezit van de vormende elementen verovert
Kinderen hebben hun zintuigen nodig om bij hun eigen taal te komen.
Zintuigen zijn de vensters waardoor je de beelden uit je omgeving waarneemt.
Als de vensters van je zintuigen helder zijn, neem je helder waar.
Vormen kun je niet scheppen.
Er zijn altijd al vormen, maar je kunt ze wel veranderen.
Woorden kun je niet bedenken, er zijn altijd al woorden beschikbaar
Je kunt je kunt ze in een bepaalde volgorde zetten die je nodig hebt om te vertellen wat je bedoelt.

Schrijven is eigenlijk het lezen van beelden die voortdurend om je heen veranderen.

Praktijk
Als ik de rijen afdrukken van rubberdruk en sjablone van de kleuters in de hal van de school zie hangen ben ik onder de indruk dat ze iets tot stand gebracht hebben dat zo eigen van vorm is.
Het wijkt zoveel af van de stereotype uitgeprikte tulpen, vissen en hazen die op de muren en ramen van veel kleuterscholen en kinderdagverblijven te zien zijn.

De ontwikkeling van het beeldend vermogen van kinderen
Het kan onmogelijk tot stand gebracht worden door alle kinderen dezelfde vorm te laten maken.
Het is daarom zaak een werkvorm te bedenken die voor alle kinderen inzichtelijk is, maar toch individuele beelden oplevert.

Het sjabloneren en vormstempelen zijn wat dat betreft goede keuzen.
Deze technieken zijn voor de kinderen gemakkelijk te hanteren.
Het gevaar dat vormen die door volwassenen voor de kinderen ontworpen zijn, model staan voor de ontwikkeling van het beeldend vermogen van jonge kinderen is afwezig.

Beeldalfabet
De vormonderdelen die kinderen maken zijn collectief bezit en onderdeel van een collectie.
Door die op verschillende manieren te combineren ontstaan individuele werkstukken terwijl de reeks een eenheid te zien geeft.
Ik beschouw die vormonderdelen daarom als een soort 'beeldalfabet' .
Daaruit maken kinderen steeds nieuwe beeldcombinaties, net zoals woorden in een tekst ontstaan.

Vormen steeds opnieuw gebruiken
Het feit dat er een collectie vormen bewaard blijft en later opnieuw gebruikt wordt, is nieuw in het onderwijs.
Vooral het aspect dat kinderen werk van elkaar gebruiken voor een groepsproduct is bijzonder.

De meeste tekeningen die de kinderen op school maken zijn individuele werkstukken.
Ze worden een tijdje aan een lijn gehangen die diagonaal door het klaslokaal gespannen is, daarna gaan ze mee naar huis. "Kijk eens dat heb ík gemaakt".
Dezelfde trots kan blijken als de kinderen hun prenten en boekjes laten zien en zeggen: "kijk maar en lees eens, dat hebben wij met elkaar gemaakt".

Wat is creatief zijn?
Creativiteit of scheppingsdrang en originaliteit worden vaak in één adem met het begrip fantasie genoemd.
Toch zijn het alle drie verschillende menselijke vermogens.
Ik hoor wel eens: "Ik ben helemaal niet zo creatief".
Dan denk ik, wacht even, ieder mens is per definitie creatief. Iedereen heeft een ingebouwd vermogen om iets eigens te produceren, de behoefte om een spoor van zijn aanwezigheid op aarde na te laten, al is het maar een lekkere taart bakken.
Origineel is ieder mens ook per definitie, want geen mens is hetzelfde nietwaar.
Daarom zijn alle uitingen van mensen origineel.

Iemand die zegt niet creatief te zijn is te lui om die creativiteit te gebruiken of is bevreesd dat de resultaten van die creativiteit bij iemand anders niet in goede aarde zullen vallen.

De originele invallen van de een worden door een ander soms niet goed begrepen, ze zijn daardoor echter niet minder origineel.

Ik hoor wel eens iemand op deze manier praten:
"Ik heb maar iets in de keuken gerommeld en een taart gebakken maar ik weet niet of je hem lekker vindt."
De eigen creatieve vermogens worden bij voorbaat gebagatelliseerd en men dekt zich alvast stevig in voor mogelijke reacties.
Men beschouwt in zulke gevallen iets wat een ander bedacht of gemaakt heeft als bijzonder en kiest er voor dat te copiëren opdat iets van die vermeende originaliteit op henzelf zal over gaan.
Zo zit het dus niet.

Creativiteit en originaliteit bloeien op bij de gratie van een veilige, stimulerende, omgeving.
In zo'n veilige omgeving ontmoet ik graag de kinderen en luister naar hun invallen en belevenissen.
Zo'n veilige omgeving wil ik graag voor de kinderen en mijzelf scheppen.

Met fantasie is het iets anders gesteld
In het onderwijs merk ik vaak het verschil tussen kinderen die uit hun eigen ervaringen putten en diegenen lekker aan het fantaseren gaan.

Alle kinderen zijn deskundig als het gaat om het verwoorden van hun ervaringen.
Ze kunnen er de volste verantwoordelijkheid voor nemen, ze zijn er immers zelf bij geweest?
Dat lees ik af aan de werkstukken die ze op die manier maken.

Bij fantasie is het wat anders.
Voor dingen die je fantaseert hoef je eigenlijk geen verantwoordelijkheid te nemen. Je kunt je altijd beroepen op: "Het is maar fantasie".

Veel opdrachten gaan zo:
"Stel dat je koning van Nederland bent, wat zou je willen veranderen".
Of, "als je niks weet dan fantaseer je maar wat leuks".

Die leukheid is gebaseerd op het misverstand dat het leerzaam voor kinderen is als ze in een door volwassenen gefantaseerd bos gejaagd worden.
Nou dan gaan de kinderen braaf aan het fantaseren en de meest onwaarschijnlijke dingen worden geopperd.
Ik ben niet zo voor zulke opdrachten.

Fantasie is toch belangrijk voor kinderen?
Dat hoor ik leerkrachten zeggen.
Daar ben ik het wel mee eens, maar dan gaat het erom dat er gefantaseerd wordt op basis van belevingen en ervaringen.
Kinderen hebben geen ingebouwde fantasie, hun fantasie is in feite een soort onbeholpenheid in het denken.

Kwaliteit is een voorwaarde voor fantasie
Kinderen mogen best bedenken, of fantaseren, dat ze iemand anders zijn en ook wat ze in zo'n andere rol gaan doen.

Zelf bewaak ik streng alle ontsporingen en het fantaseren om de fantasie.
Als kinderen geprikkeld worden door een bepaalde kracht tot verbeelden en als ze verantwoordelijkheid durven te nemen voor de dingen die ze fantaseren is er niets tegen.
Ik moet respect hebben voor de kinderlijke individualiteit en ik wil dwang in de opvoeding vermijden. Zeker als het gaat om creativiteit, originaliteit en fantasie.

Kinderen bezitten een ingebouwde expressiviteit en scheppingsdrang.
Het is goed als ze die in alle vrijheid kunnen ontwikkelen.
Niet voor niets kijken veel kunstenaars naar de onbevangen en rijke verbeeldingswereld van kinderen, naar hun spel en hun vermogen om op een vrije manier te associëren.

Henk van Faassen