|
Drukwerkvormen
Drukhoek
in de klas

Taaldrukken is erop gericht dat ieder kind leert omgaan met
verspreidingsmiddelen van taal.
Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers, zijn grondwettelijke
vrijheden die in principe voor ieder mens gelden, maar die vrijheden
bestaan alleen als ze iedere dag waar gemaakt worden.
Dat gebeurt als kinderen en volwassenen meetellen in een taal
en in een taalgemeenschap.
Taalonderwijs zou in de eerste plaats daarop gericht moeten zijn.
Teksten die in een groep geschreven en gedrukt zijn moeten niet
met de maker mee naar huis genomen worden maar verspreid te worden
naar de andere groepen van een school en zelfs daarbuiten
Verspreiden hoort bij taal. Het geeft er een extra dimensie aan.
Wij willen kinderen leren wat er met hun teksten kan gebeuren
als ze buiten de eigen groep gelezen worden.
De teksten van de ene groep kunnen dienen als lesmateriaal voor
een andere.
Teksten van kinderen zelf zijn in dit verband effectiever dan
die uit de taalboekjes die meestal over personen en situaties
die ver van de kinderen af staan.
Praktisch
De klassenkrant en de groepsboekjes zijn het product van coöperatief
werken.
Een dergelijk drukwerk maakt de kinderen bewust van samenwerkingsvormen
in de werkorganisatie, de werkvormen.
De drukwerkvormen zijn een organisatie van druktechnieken die
bereikbaar gemaakt zijn voor de kinderen in hun klaslokaal. Met
andere woorden de techniek wordt ontdaan van alle mogelijke ingewikkeldheden.
Al werkend aan een boekje ontwikkelen de kinderen hun deskundigheid.
Er ontstaat een behoefte om een goed werkstuk te maken zonder
spelfouten en vieze vlekken.
Door het uitwisselen brengen de kinderen elkaar op de hoogte van
alle mogelijke ervaringen en onderzoeken.
Ze worden in het schrijfproces gestimuleerd.
Drukhoek
Een plek in het klaslokaal, of op de gang, waar alle drukspullen
voor de kinderen bereikbaar opgesteld zijn.
Je hebt een kast en minstens twee grote tafels met een formica
bovenblad nodig.
Kinderen kunnen in kleine groepjes en zonder speciale begeleiding
zelf hun teksten en tekeningen drukken.
De
technieken in de drukhoek zijn:
Limograaf, letterstempels, vormstempels,
Linkprint, sjabloneren, rubberdruk.
Schrijfmachines en tekstverwerkers
kunnen ook een plaats in de drukhoek krijgen.
In enkele gevallen is er in de drukhoek de mogelijkheid om met
boekdruk te werken.
Een eenvoudig klapdrukpersje
en zetkastjes met boekdrukletters
zijn dan nodig.
Bepaalde spullen zijn voor iedere groep nodig. Andere kunnen per
bouw beschikbaar zijn.
Er zijn scholen die met drukkarren
werken.
Dat zijn kasten op wieltjes waar alle spullen handig in opgeborgen
zijn.

Werkkaart en takenkaartjes
De leerkrachten leggen de organisatie van een bepaalde werkvorm
aan de kinderen uit
De instructies worden kort op een werkkaart vastgelegd.
In principe kunnen de kinderen, na die algemene instructie, met
behulp van die werkkaarten zelfstandig aan de slag.
De leerkracht dient daarbij de werkkaart steeds aan te passen
aan de kinderen zodat het een 'document' van henzelf wordt.
Bij de werkkaart dient een werkstuk van een kind zelf als voorbeeld.
De kinderen moeten een werkvorm zelf kunnen onderzoeken en met
combinaties kunnen experimenteren.

Bij de werkkaart horen ook takenkaartjes
Dat zijn kleine kaartjes waarop staat welke deeltaken ieder kind
heeft.
Bijvoorbeeld: 1. inkt inrollen; 2. papier inleggen; 3.drukken;
4. papier uithalen en tellen.
Raadgevingen
voor de kinderen
1. Maak de tekening
2. Zoek uit de werkkaarten een geschikte drukwerkvorm
3. Lees de technische uitleg
4. Zoek alle spullen die je nodig hebt
5. Maak je 'drukvorm'
6. Als je een techniek of materiaal ziet met een > dan zoek
je de bijpassende informatie op
7. Let er bij een aantal druktechnieken op dat de afdruk spiegelbeeldig
is.
8. Gebruik voor iedere drukwerkvorm de daarbij passende inkt,
meng bijvoorbeeld nooit boekdrukinkt, stencilinkt en blockprint
met elkaar
9. Vorm een groepje en spreek af wie het "vuile-handen-kind"
is.
10.Het spreekt vanzelf dat alle spullen die je gebruikt schoongemaakt
worden en ruim ze op
De
drukgereedschappen:
Inktplaat: een glasplaat of
een stuk hard plastic, met een glad oppervlak dat met terpentine
schoongemaakt kan worden.
Boekdrukrollers: rollers van
hard rubber.
Limograafrollers: rollers
van soepel schuinrubber; behangaandrukrollers
Sjabloneerrollertjes: rollertjes
van soepel schuimrunner; lakrollertjes
Drukboek: een omslag van karton
dat gebruikt wordt bij rubberdruk- en wringerdruk.
Je maakt een werkboek door twee stukken karton, A4, in de rug
met linnenplakband zodanig vast te plakken dat het makkelijk open
en dicht klapt.
Afdekkader: zorgt ervoor
dat er geen inkt buiten het beeld komt.

Inkten:
Aparte aandacht gaat uit naar de drukinkt
Die is er globaal in drie soorten:
Inkt die in water oplost,
maar druktechnisch minder goede resultaten oplevert.
Blockprint, Plakkaatverf e.d. zijn wateroplosbaar
Boekdrukinkt en Stencilinkt,
inkt die in terpentine oplost en druktechnisch het meest gebruikt
wordt.
Het nadeel van die inkt is dat terpentine een vies spul is en
dat het voorzichtig gebruikt moet worden.
Stempelinkt is alleen met
een fors schoonmaakmiddel van je vingers af te krijgen.
Alternatief is het maken van eigen stempelkussentjes met ecoline
e.d. *)
Inkten
worden uitgerold op glasplaten of perspexplaten.
Gebruik nooit meer dan twee of drie kloddertjes ter grootte van
een koffieboon per keer.
De verschillende kleuren inkt kunnen uitsluitend per soort gemengd
worden.
Meng daarom bijvoorbeeld nooit boekdrukinkt met stencilinkt.
Papier:
Kies papiersoorten die bij een bepaalde druktechniek passen.
Stencilpapier en Romandruk 90 grs nemen de inkt snel op
en zijn daarom bruikbaar voor stencilinkt van de limograaf en
rubberdruk.
Vingerverfpapier is vergelijkbaar met romandruk
Offset papier 80 grs is meer geschikt voor boekdruk, maar
ook voor sjabloneren met plakkaatverf.
Gekleurd omslagpapier van 120 grs. is er voor boekomslagen
waarop met letters gestempeld wordt.
Printpapier 80 grs is in principe alleen voor kopieermachines.
Tekenpapier is behalve voor tekenen en schilderen ook geschikt
voor sjabloneren en stempelen.
Neem papier in twee formaten A4 en A5 in voorraad.
Meer formaten zorgen ervoor dat je na verloop van tijd veel resten
in afwijkende formaten hebt die je nooit meer gebruikt.
Neem om dezelfde reden niet teveel kleuren in voorraad.
Opbergen moet zorgvuldig gebeuren. Als de kinderen vellen uit
stapels trekken zullen de andere kreukelen.
Bewaar papier, per soort, kleur en gewicht apart, in 'paraatdozen'
Organisatie
van de drukhoek
Werk met taken en takenkaartjes.
Kind 1 rolt de inkt in, kind 2 hanteert de drukpers en kind 3
legt het papier in en telt de afdrukken.
De afdrukken ophangen aan een waslijn;
tussen bladzijden van een oud telefoonboek leggen;
of uitspreiden op lege tafels,
afhankelijk van de inktsoort die je gebruikt.
Beeld
Bij een druktechniek is het beeld het zichtbare deel van een afdruk
op papier.
In een talige context: datgene wat een tekst aan beelden bij de
lezer oproept. Ook: een beeld in de zin van een afbeelding.
Beelddrager
Drukvorm.
Bij drukken: het materiaal waaruit het beeld is samengesteld.
Bij taaldrukken zijn de beelddragers: stencil, zelfklevend rubber,
sjablone.
Klapdrukpersje
Een door de Freinetbeweging speciaal voor het onderwijs ontwikkeld
drukpersje.
Linkprint
Systeem van schakelbare stempelletters waarmee woorden en korte
zinnen in een oplage gestempeld kunnen worden. Het lettertype
sluit aan bij dat van de eerste leesboekjes van kinderen.
Limograaf
De limograaf is een stencilmachine in een zeer eenvoudige uitvoering.
Een klein stencil wordt tegen de onderkant van een klapraampje,
waarop een gaasje zit, geplakt.
Met een roller wordt de stencilinkt aangebracht. *)
Stempelen
Met letterstempels kunnen korte teksten gedrukt worden.
Ze zijn goed leesbaar en bruikbaar voor kinderen wier handschrift
dat nog niet is.
Stempels hebben een eigen karakteristiek doordat ze bij het afdrukken
meestal een beetje 'zweven'.
Stempelen vereist een speciale organisatie als er in oplage gedrukt
moet worden bijvoorbeeld voor een titel van een boek
Vormstempels
Er is een doos met een verzameling abstracte vormpjes.
Deze stempeltjes zijn door de kinderen zelf gemaakt en kunnen
steeds opnieuw voor steeds nieuwe drukvormen gebruikt worden.
Het zijn blokjes hout met zelfklevend rubber.
De vormen worden door drie kinderen gekozen en als een toevoeging
in de limograaf afdrukken gestempeld.
Vormstempels worden in groepjes gebruikt om al vertellend een
beeldverhaal te stempelen.
Rubberdruk
Van stukjes zacht rubber die van een kleeflaag voorzien zijn worden
vormen geknipt of gescheurd om te drukken. De tekening kan voortdurend
veranderd worden voordat hij vastgeplakt wordt.
De stukjes rubber worden op papier, karton of houten blokjes geplakt
en met een zacht inktrollertje ingerold en afgedrukt met een drukboek.
Ook kan met behulp van een stempelkussen de vormstempel van inkt
voorzien- en afgedrukt worden.
De drukvorm blijft bewaard en kan later opnieuw gebruikt worden.
Vormen van meerdere kinderen kunnen in één tekening
en in meerdere kleuren gedrukt worden.
Sjabloneren
Een techniek waarmee beelden, tekeningen, in grote vlakken gedrukt
worden.
Uit stevig papier wordt de vorm geknipt.
Vervolgens kan met een klein rollertje of een sjabloneerkwast
de inkt door de vorm op het papier gedrukt worden.
Ieder sjabloon heeft een 'aanleg' waardoor het mogelijk is meerdere
kleuren aaneensluitend af te drukken.
Een aanleg is een stukje papier dat met plakband op de onderplaat
van een limograaf bevestigd wordt en dat ervoor zorgt dat alle
afdrukken op dezelfde plaats op het papier komen.
Bij andere druktechnieken wordt een aanleg in andere vormen toegepast.
Rapen
en nieten
Als de teksten gedrukt zijn maken we er gezamenlijk een boek van.
De blaadjes worden op een rij en in de juiste volgorde op tafel
gelegd en de kinderen nemen er van achter naar voren blaadjes
vanaf.
Het titelblad komt bovenop en wordt dus het laatste geraapt.
Daarna twee nietjes in de rug.
Een
andere manier is dat de kinderen met een stapeltje blaadjes de
ronde doen en steeds een blaadje neerleggen.
Dingdrukken
Een drukwerkvorm waarbij voorwerpen die een reliëf hebben,
zoals sleutels, munten, lepeltjes etcetera, met drukinkt ingerold
worden en vervolgens met behulp van een schone boekdrukroller
op het papier afgedrukt worden.
Digitale
druktechnieken
Alle vormen van vermenigvuldiging waarbij op een elektronische
manier doormiddel van computers drukvormen ontstaan.
Hoewel kinderen in toenemende mate vertrouwd raken met het omgaan
met digitale technieken leveren de resultaten, in mijn opinie,
nog geen bevredigende mogelijkheden op.
Taaldrukkers kiezen ervoor de processen zo inzichtelijk mogelijk
te houden.
Tekstverwerker
Een computer met een printer die ingesteld zijn als een schrijfmachine.
Het programma moet zodanig zijn dat kinderen er moeiteloos mee
om kunnen gaan.
In de onderbouw moeten op het toetsenbord onderkastletters geplakt
worden.
Het is goed als er een kader meegeprint wordt waarbinnen met een
bepaalde techniek, bijvoorbeeld limograaf, sjablone of rubberdruk,
beelden gedrukt worden.
De geprinte tekst wordt op een kopieerapparaat vermenigvuldigd
Drukken
met een wringer
Stofdruk, kartondruk, lijmdruk, behangdruk, linodruk, boombladerendruk,
wegwerpverpakkingendruk, zijn technieken die met een ouderwetse
waswringer afgedrukt worden.
In plaats van een wringer is een etspers natuurlijk ook te gebruiken.
De drukvorm wordt met een afdekkader en het schone papier in een
drukboek gelegd.
Dit pakketje wordt door de wringer gedraaid.
Een drukboek maak je door twee stukken stevig karton, A4, aan
de lange kant met linnen plakband aan elkaar te plakken.
Zorg ervoor dat het makkelijk dicht klapt.
NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed
die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid
de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index
te vinden.
*)
Waar gesproken wordt over stencils en stencilinkt
moet
ik aantekenen dat deze materialen, sinds de opkomst van kopieermachines
en printers, in ongebruik geraakt zijn en daarom niet algemeen
aan te schaffen zijn.
Dat betekent dat er geëxperimenteerd moet worden met vervangende
materialen.
Daarvoor komen in aanmerking plakkaatverf of temperaverf zodanig
verdund dat er een transparante laag opgebracht kan worden.
Bij het Bureau
voor Levend Leren zijn tubes glycerine inkt in verschillende
kleuren te bestellen.
Stencils zijn niet meer algemeen
verkrijgbaar, maar met enige moeite nog hier en daar te vinden
waar men vroeger met stencilmachines werkte.
© Henk
van Faassen
naar
boven
terug
|