Drukwerkvormen
Algemene
raadgevingen
voor het drukken in de klas

Drukwerkvormen
zijn afgeleid van druktechnieken
Voor druktechnieken gelden algemene uitgangspunten en wetmatigheden.
Het kan geen kwaad de algemene raadgevingen door te nemen.
Wat is nodig om de druktechnieken om te bouwen tot drukwerkvormen.
Werkvormen die toegesneden zijn op kinderen.
Druktechnieken worden door professionele drukkers toegepast.
Daarbij gebruiken ze drukpersen en apparatuur die op school niet
passen.
Het omzetten van een druktechniek in een drukwerkvorm is het ontwerpen
van een grafisch productiesysteem dat in handen van kinderen in
de klas kan functioneren.
Omdat er maar een paar drukprincipes zijn die in aanmerking komen
zal het niet moeilijk zijn voor iedere leeftijdsgroep en iedere
onderwijsopvatting passende werkvormen te ontwerpen.
Drukprincipes
Vooral in aanmerking komen:
Hoogdruk, waarbij de inkt
op de drukvorm gerold wordt, zoals bij rubberdruk en linosneden,
maar ook stempels en boekdrukletters.
Doordruk, waarbij de inkt
of verf door de drukvorm aangebracht wordt, zoals bij sjabloneren
en limograferen, maar ook bij zeefdruk.
Diepdruk, wordt hier en daar
op scholen toegepast als ze aan etsen doen.
Lichtdruk, daarbij moet je
vooral aan het fotokopieerapparaat denken.
Ontwerpen
van werkvormen
Je werkt in principe als volgt.
Als leerkracht experimenteer je één of meer keren
zelf, zonder kinderen, met een druktechniek.
Voor iedere handeling die daarbij nodig is bedenk je hoe je die
het beste aan de kinderen kunt presenteren.
Je komt dan vanzelf de mogelijkheden en onmogelijkheden van een
techniek tegen.
Vervolgens stel je een aantal handelingen vast en zet die op werkkaarten.
Die werkkaarten pas je aan als blijkt dat een bepaalde handeling
in jouw geval niet werkt.
Uitgangspunten
Er zijn twee startpunten voor het werken met drukken in de klas.
De meest voorkomende is dat kinderen tekeningen bij hun teksten
gemaakt hebben.
Vervolgens is er een reden om die tekeningen af te drukken in
een boekje.
Het worden dan reproducties van de oorspronkelijke tekeningen.
In dat geval kies je een werkvorm die bij de tekeningen past.
Bijvoorbeeld:
Als de tekeningen met potloodlijnen gemaakt zijn is het goed om
die te 'vertalen' in lijnen gemaakt met zwart stift. De tekening
kan dan gekopieerd worden.
Voor de limograaf worden de tekeningen opnieuw gemaakt op een
tekenstencil.
Hebben de kinderen met kleurvlakken gewerkt kies je voor rubberdruk
of sjabloneren.
Meteen een drukvorm
Een ander startpunt is dat de kinderen meteen met een drukwerkvorm
beginnen.
Ze volgen dan de aanwijzingen die voor die bepaalde werkvorm geldt.
Deze manier geeft de kinderen relatief meer creatieve vrijheid
omdat een tekening later niet gereproduceerd hoeft te worden.
Het spreekt vanzelf dat in de visie van taalvorming deze manier
van werken de voorkeur verdient.
De keuze van de drukwerkvorm wordt mede bepaald door het doel
waar je aan werkt en de teksten die bij de beelden horen.
Zie wat dat betreft ook de rubriek: 'Eerst een beeld en dan pas
taal'
Drukhoek
Zorg ervoor dat je kunt beschikken over een goed ingerichte drukhoek.
Dat kan zijn dat je die in je eigen lokaal inricht.
Het is ook mogelijk om per bouw een drukvoorziening op de gang
of in het handenarbeidlokaal te organiseren. (Zie ook: 'Inrichting
drukhoek')
In ieder geval zijn de materialen voor de kinderen gemakkelijk
toegankelijk en er zijn 'werkkaarten' beschikbaar waarop alle
aanwijzingen voor de kinderen staan.
Schoon
houden:
Drukken gaat gepaard met vieze handen.
Daarom is het nodig dat er oude overhemden en werkschorten voorhanden
zijn. Voldoende schoonmaakartikelen zoals oude lappen, kranten,
schoonmaakmiddelen.
Inkten:*)
Aparte aandacht gaat uit naar de drukinkt
Die is er globaal in drie soorten:
Inkt die in water oplost, maar druktechnisch minder goede resultaten
oplevert.
Soorten: Blockprint, Plakkaatverf e.d. zijn wateroplosbaar
Inkt die in terpentine oplost en druktechnisch het meest gebruikt
wordt.
Soorten: Boekdrukinkt en Stencilinkt
Het nadeel van die inkt is dat terpentine een vies spul is en
dat het voorzichtig gebruikt moet worden.
Stempelinkt is alleen met een fors schoonmaakmiddel van je vingers
af te krijgen.
Alternatief is het maken van eigen stempelkussentjes met ecoline
e.d.
Veel en vaak handen wassen.
Uitrollen
Inkten worden uitgerold op glasplaten of perspexplaten.
Gebruik nooit meer dan twee of drie kloddertjes ter grootte van
een koffieboon per keer.
De verschillende kleuren inkt kunnen uitsluitend per soort gemengd
worden.
Meng daarom bijvoorbeeld nooit boekdrukinkt met stencilinkt.

Rollers:
Inktrollers zijn er in drie soorten
Zachte rollers (behangaandrukrollers) voor inkt inrollen bij limograferen.
De harde rollers voor inkt inrollen bij linodruk en boekdruk,
maar ook om bij rubberdrukken en dingdrukken de afdruk te maken.
Zachte rollertjes (lakrollertjes) voor inkt inrollen bij sjabloneren
en rubberdruk.
Drukpersen:
Afhankelijk van de druktechniek zijn er:
Drukboeken die je gebruikt
bij rubberdruk en wringerdruk
Limograaf een zelfgemaakt
klapraampje
Rolpersjes voor het afdrukken
van zetsel van losse letters
Freinet klappersjes, voor
zetsel van losse letters in Freinethaakje

Aanlegjes:
Een wetmatigheid bij het drukken is dat alle afdrukken identiek
zijn en op dezelfde plek op het papier komen. Daarvoor gebruik
je 'aanlegjes'. Die zijn per techniek verschillend.
De meest eenvoudige aanleg is een strookje gekleurd papier, iets
dikker dan het papier waarop je afdrukt.
Het strookje wordt kruisgewijs met cellotape op de onderplaat
van de limograaf, of het tafelblad geplakt.
Handelingen:
Hou het afdrukpapier schoon.
Daarom mogen de kinderen die inkt inrollen niet aan het papier
komen.
De kinderen die het papier aanleggen mogen weer niet aan de inktrollers
komen.
De kinderen die het werk tellen en te drogen hangen ook niet.
Gebruik
uitgesneden kaders die ervoor zorgen dat alleen de plekken waar
een afbeelding moet komen bedrukt worden.
NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed
die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid
de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index
te vinden.
*)
Waar gesproken wordt over stencils en stencilinkt
moet ik aantekenen dat deze materialen, sinds de opkomst van
kopieermachines en printers, in ongebruik geraakt zijn en daarom
niet algemeen aan te schaffen zijn.
Dat betekent dat er geëxperimenteerd moet worden met vervangende
materialen.
Daarvoor komen in aanmerking plakkaatverf of temperaverf zodanig
verdund dat er een transparante laag opgebracht kan worden.
Bij het Bureau
voor Levend Leren zijn tubes glycerine inkt in verschillende
kleuren te bestellen.
Stencils zijn niet meer algemeen
verkrijgbaar, maar met enige moeite nog hier en daar te vinden
waar men vroeger met stencilmachines werkte.
© Henk
van Faassen
naar
boven
terug
|