startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten


Drukwerkvormen
Een boekje maken

Eigen boekjes maken en presenteren

Teksten drukken en die verspreiden betekent een zingeving aan de taalactiviteiten van kinderen.
Ze gebruiken hun tekst niet alleen als oefenstof maar ook als een manier van communiceren.

Het is voor de kinderen vaak verwarrend waar de taalles ophoudt en taalvaardigheid begint.
De kinderen moeten niet alleen schrijven om de leerkracht te laten zien hoe goed ze het al kunnen.
Een boekje dat door de kinderen gedrukt is wordt aan de andere groepen aangeboden.
Het is het moment dat de kinderen beseffen dat er sprake is van communicatie.
Dat de teksten die ze in hun eigen groep geschreven hebben ook interessant zijn voor andere kinderen.

Vooral de kleuters zijn trots als de kinderen uit de bovenbouw er naar luisteren en applaudisseren voor het boekje dat ze maakten. Met rode konen komen ze terug van de presentatie.
Het boekje komt op de boekenplank te staan zodat alle kinderen het kunnen lezen. In de eigen groep blijven een aantal exemplaren achter als bibliotheekboeken.
Kinderen kunnen het boekje enige dagen lenen om het thuis te laten zien.

Boekjes drukken

De klassenkrant en de groepsboekjes zijn het product van co÷peratief werken.
Een dergelijk drukwerk maakt de kinderen bewust van samenwerkingsvormen in de werkorganisatie, de werkvormen.
De drukwerkvormen zijn een organisatie van druktechnieken die bereikbaar gemaakt zijn voor de kinderen in hun klaslokaal. Met andere woorden de techniek wordt ontdaan van alle mogelijke ingewikkeldheden.

Al werkend aan een boekje ontwikkelen de kinderen hun deskundigheid. Er ontstaat een behoefte om een goed werkstuk te maken zonder spelfouten en vieze vlekken.
Door het uitwisselen brengen de kinderen elkaar op de hoogte van alle mogelijke ervaringen en onderzoeken. Ze worden in het schrijfproces gestimuleerd.

Heel praktisch gaat het meestal zo

Na een aantal lessen waarin teksten geproduceerd zijn en taaltekeningen gemaakt zijn is er een stapel werkstukken.
Als er al bij het begin bedacht is dat er een boekje komt, zijn er al na iedere les teksten gekozen die in het boekje komen.

Vooraf bedenken we waar het boekje naar toe gaat.
Daarop wordt de oplage op afgestemd.
Het is niet de bedoeling dat de kinderen het boekje maken om als werkstukje mee naar huis te nemen. Dat doet een echte schrijver ook niet. Behalve dat zou de oplage daarvoor groter moeten zijn dan de spankracht van de drukkertjes.

De boekjes kunnen wel om de beurt als een bibliotheekboek mee naar huis.
De teksten worden met de limograaf of de tekstverwerker gedrukt. In beide gevallen worden met de teksten kaders meegedrukt waarbinnen later, met andere technieken, zoals rubberdruk, vormstempelen en sjabloneren, afbeeldingen gedrukt worden.

Een omslag wordt op gekleurd papier gedrukt
De titel kiezen we uit de teksten die in het boekje komen, dit om te voorkomen dat er fantasie teksten op komen te staan zoals: Het hoeperdepoepieboekie.

Drie woorden uit een bestaande tekst werken prima: Met schoenen aan in zee.

Die tekst wordt met stempelletters of linkprint gedrukt.
De boekjes worden vaak op het formaat A5 gedrukt, een handzaam formaat, zeker voor de kleuters.

Voorlezen uit eigen werk

Als de teksten gedrukt zijn maken we er gezamenlijk een boek van.
De blaadjes worden op een rij en in de juiste volgorde op tafel gelegd en de kinderen nemen er van achter naar voren blaadjes vanaf.
Het titelblad komt bovenop.
Daarna twee nietjes in de rug.
Een andere manier is dat de kinderen met een stapeltje blaadjes de ronde doen en steeds een blaadje neerleggen.

Direct na het gereedkomen van een boekje is er een voorleesronde.
Het is van belang dat het duidelijk is dat er een noodzaak is om niet alleen trots te zijn op het welslagen van het drukken, maar dat de teksten ook bij horen.
Er kan geprezen gereageerd worden en kunnen vragen gesteld worden.
Dit is ook het moment dat kinderen een tekst van een ander voorlezen.
Gelijkertijd wordt geoefend in het aanbieden van het boek en wordt geregeld welk tweetal dat in welke groep gaat doen.

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.

Henk van Faassen