startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten


Alternatieve drukwerkvormen
Levende schrijfmachine

De levende schrijfmachine gebruiken wij vaak als introductie op stempeltechnieken

Het is een werkvorm die nauwelijks voorbereiding vraagt, die kort of lang kan duren en die goed gecombineerd kan worden met andere werkvormen.
Het is geen oplagetechniek, want er komt maar een stempelafdruk.

De kinderen spelen de hamertjes van de schrijfmachine
Je doet de werkvorm met de hele groep.
We zitten in de kring en iedereen heeft één, of hooguit twee verschillende letterstempels in de hand. In het midden ligt een groot vel papier waarop telkens één kind een gekozen letter stempelt.
Zo vorm ieder kind de hamertjes van een schrijfmachine.
Een van de kinderen is de typist. Die tikt de kinderen op het hoofd als een letter aan de beurt is. Dat is een belangrijke taak want je moet goed onthouden waar de letters zitten.
Net zoals op een toetsenbord zitten ze door elkaar.
Meestal staat de tekst tevoren vast maar je kunt natuurlijk ook ter plekke een tekst laten ontstaan.

Levende vormen
Het is ook mogelijk met vormstempels op een dergelijke manier te werken.
Er ontstaat dan een soort beeldtekst

Praktijk:
We zitten in de kring en ik vertel dat we een schrijfmachine gaan naspelen.
Dat is bijzonder want er zijn niet zoveel schrijfmachines meer in omloop. Misschien moet ik het wel de levende tekstverwerker noemen.

Ik laat een echte schrijfmachine zien en laat horen hoe aan het eind van een regel een belletje klinkt.
De kinderen drukken op de toetsen en voelen aan de stangetjes die omhoog wippen.
Er is een spatiebalk waarmee het papier een regel verschuift.

Ik deel de stempelletters willekeurig uit.
De moeilijke letters zoals de Q, X en Y laat ik weg.
Een blokje hout dient om mee op tafel te slaan. Dat is de spatie.
Dan weet iedereen dat er een nieuw woord moet beginnen.
Iemand tikt met een lepeltje op een kopje als er een eind aan een regel moet komen.
Het inktlint is de stempeldoos.

De typist loopt rond en zoekt de letters
Iemand klaagt dat hij te hard op zijn hoofd getikt is. Je moet goed opletten, want soms word je twee keer aangetikt en moet je twee keer stempelen.
De kinderen met letters die niet vaak in de tekst voorkomen zijn afgunstig op de 'e' en de 'a' omdat die zo vaak mogen.

De eerste tekst is bekend, en iedereen weet tevoren wanneer een letter aan de beurt komt.
De tweede tekst zit in het hoofd van de typist
Alle kinderen zitten op het puntje van hun stoel om te kunnen voorspellen welke letters er gaan komen.
Er komen regelmatig discussies over de spelling van bepaalde woorden.
Die druk ik de kop in.
Een levende schrijfmachine kan niet praten, alleen maar stempelen.


Het spelelement spreekt de kinderen aan en soms weten ze niet van ophouden.
De vorm is duidelijk en iedereen heeft een taak in het geheel.
Aandacht voor elkaars taaluitingen kan in deze vorm optimaal worden doordat de concentratie spelenderwijs wordt opgebouwd.
Spanning als de groep nog niet weet welk woord gaat komen. Verbazing als er een heel ander woord komt dan ze gedacht hebben.

Werken met de levende schrijfmachine is handelend een creatief taalproces op gang brengen
Door het letter voor letter opbouwen biedt de werkvorm ook aansluitingsmogelijkheden voor het technisch taalonderwijs.

Henk van Faassen