startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten


Drukwerkvormen

Vormstempels


Vormstempels zijn blokjes hout waarop met zelfklevend cellrubber vormpjes geplakt zijn
De vormpjes zijn in het algemeen abstract of bestaan uit cirkeltjes, driehoeken, vierkantjes, ovalen en dergelijke. Pas als meerdere vormpjes bijeen gevoegd worden ontstaat een beeld.


De vormstempels zijn een soort 'beeldalfabet'.

Net zoals letters in steeds nieuwe woorden, kunnen de kinderen de vormstempels voor steeds wisselende afbeeldingen gebruiken.
Op de achterkant van ieder blokje is een afdruk geplakt zodat de kinderen zien wat ze stempelen.
De rubbersnippers die overblijven worden bewaard.

Voor het afdrukken van de vormstempels gebruik je stempelkussens.

De vormstempels zijn in een paraatdoos opgeborgen om ze in alle mogelijke situaties te gebruiken.

Vormstempels kunnen goed samen met sjabloneren en rubberdrukken toegepast worden.

De vormstempels worden steeds opnieuw en in steeds wisselende combinaties gebruikt.
Daarom mogen de vormpjes op zich geen herkenbare afbeelding, bijvoorbeeld een hand of een boot, hebben. Ze zouden daardoor slechts voor die ene tekening gebruikt kunnen worden. Het immers toch zo dat je met de letters van 'hand' en 'boot' ook andere woorden kunt maken?


ziekenhuis (gr2)

Werkwijze
De kinderen maken een collectie willekeurige vormen.
Eerst wordt een algemeen herkenbaar beeld, bijvoorbeeld een tekening van fiets, ontleed in de verschillende vormen die een fiets heeft.
Bijvoorbeeld: rondje (wiel), driehoek (frame), kromme vorm (stuur), ovaaltje (zadel), rechthoekje (trapper) etcetera

Die vormen worden eerst uit papier geknipt of gescheurd.
Vervolgens worden de vormen die geschikt zijn voor de collectie uitgekozen.
De vormen die teveel op elkaar lijken worden opzij gelegd.
De papieren vormen worden op het dunne rubber gelegd en uitgeknipt.
Het rubber kan ook gescheurd worden waardoor andere contouren ontstaan.
De rubbervormpjes worden, als een sticker, ontdaan van hun schutvelletje.
Ze kunnen zo op een klein blokje hout geplakt worden.

> De leerkracht maakt vooraf een aantal basisvormen, bijvoorbeeld cirkel, driehoek, vierkant, rechthoek, ovaaltje, golflijn, etc., een en ander in verschillende maten.

Gebruik niet meer dan twee standaardmaten voor de blokjes, bijvoorbeeld 3x3 cm. en 5x5 cm.
Het afdrukken gebeurt met een stempelkussen.
Het is handig om op de achterkant van de vormstempel een afdruk te plakken zodat je de stand tijdens het stempelen kunt zien.
De collectie vormstempels bewaren in een paraatdoos die het formaat A4 heeft.

Praktijkvoorbeelden
Op het bord maken we een viertal rijen (rubrieken) van woorden, bijvoorbeeld van
> dieren,
> dingen je kunt eten,
> vervoersmiddelen,
> speeldingen of.
> dingen op de grond,
> dingen in het water,
> dingen in de lucht,
> dingen in het vuur
et cetera

Opdracht
Je krijgt een klein stukje zelfklevend rubber en een blokje hout.
Kies een onderwerp uit een van de kolommen van het bord. (bijvoorbeeld 'fiets')
Kijk naar de vorm van een onderdeel van het ding.
Knip de vorm uit; het gaat om het detail en het hoeft niet precies te lijken.
Bijvoorbeeld een driehoekige vorm van het frame, of een krom vormpje dat je aan een stuur doet denken, of een peerachtig vormpje dat wel eens als zadel dienst kan doen.

> Het lastigste deel van deze opdracht is om de kinderen ervan te weerhouden toch herkenbare vormen te knippen.

Alle geknipte of gescheurde vormpjes bij elkaar leggen.
Als de vormpjes die teveel op elkaar lijken moet je kiezen want er mogen geen dubbele zijn.
De snippers die overblijven kun je ook kiezen.
Plak het gekozen vormpje op het blokje.
Maak een proefdruk. Plak de proefdruk op de achterkant van het stempelblokje, zodanig dat het precies klopt met de afdruk.

De vormstempels tot composities afgedrukt
Eerste ronde gaat zonder met elkaar te overleggen over het resultaat.

Opdracht:
De eerste van het tafelgroepje stempelt zijn vormstempel maximaal drie keer af binnen een kadertje.
Nummer twee kijkt wat de bedoeling van de tekening kan zijn en voegt zijn vormen er aan toe.
Dan nummer drie en zo verder.
De tweede ronde gaat op dezelfde manier maar nu wel over de vorm onderhandelen.

'Voorlezen' van een afdruk
Er komt een kind voor de klas en die zegt een zin die bij het beeld past.
De groep helpt mee met het bedenken van zinnen.

> Vooraf uitleggen dat de zin niet mag beginnen met: "dit is een... "

Individuele afdrukken
Nu gaat iedereen individueel een vormcompositie stempelen.

Opdracht:
Je mag elkaars stempels gebruiken. Als je een stempel uit een ander groepje nodig hebt ga je daar met je blaadje naar toe en stempel je daar.

Associëren en vragen stellen:
Alle afdrukken liggen midden in de kring.
Ieder kind vertelt zijn associatie, over een gebeurtenis of een plek.
Het is mogelijk dat verschillende kinderen op dezelfde afdruk associëren.

Het beeldalfabet
Nu we over een beeldalfabet beschikken kunnen we er op veel manieren gebruik van maken.

Benoemen
We zitten in de kring.
Het is de bedoeling dat de kinderen merken dat ieder een eigen gedachte bij een simpele vorm heeft.

Opdracht:
Ieder stempelt zijn vormstempel op een blad binnen een kadertje.
Kijk naar de stempelafdruk en bedenk waar het je aan doet denken.
Enkele woorden die bij de stempelafdruk bedacht zijn er onder schrijven

Combineren
Binnen ieder tafelgroepje zijn verschillende kleuren stempeldozen voorhanden

Opdracht:
Stempel je vormstempel op een plek binnen het kader.
Je mag de vorm maximaal drie keer stempelen.

> Die beperking heeft als doel dat de kinderen niet bij voorbaat het hele blad vol stempelen om de motorische handeling uit te proberen. Er moet ruimte overblijven voor combinaties met andere vormen.

Geef het blad door aan je buur
Kijk goed wat die gestempeld heeft en stempel jou vorm erbij.

> Het is goed als de kinderen niet met elkaar overleggen over de vormen die ontstaan.
Ga zo door tot er een stempelwerkstuk is waar je tevreden over bent.

Associëren
Alle afdrukken liggen midden in de kring.
Sommige ontwerpen hebben iets herkenbaars. De meeste zijn puur op de compositie van vorm en kleur ontstaan.

Opdracht:
Kies een afdruk waarbij je een associatie hebt (waar denk je aan als je de afdruk ziet)
Maak een lijstje van woorden die bij die associatie horen
Kies één woord. Voer een tweetalgesprek. Schrijf op wat je vertelde
Sluit af met voorlezen.

Henk van Faassen

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.