startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten


Drukwerkvormen
Stempelletters

Stempelletters zijn in principe houten, of kunststof blokjes waarop een letterteken, gemaakt van rubber, is geplakt.

De letters zitten per alfabet in een doos.
Er zijn stempelletters in verschillende maten. In ons geval gebruiken we de grote maten.
Ze zijn geschikt voor het drukken van titels op boekjes en teksten op muurkranten en dergelijke.
(zie ook: Linkprint)

De afdruk komt tot stand als je de stempel op een inktkussen, en vervolgens op het papier drukt.
Omdat alles handwerk is ontstaat de karakteristiek van stempelwerk: de letters zweven een beetje en af en toe staat er een letter op z'n kop als de drukker even afgeleid is.

De basistechniek is dat letter voor letter uit de doos gepakt wordt, afgedrukt en weer terug gezet wordt.
Een groepje kinderen werkt tegelijk aan een bepaalde tekst, waardoor het voorkomt dat er op de meest gewilde letters zoals de e de u en de d gewacht moet worden.
Dat stelt bepaalde eisen aan het samenwerkingsverband. Zonder goede afspraken is de lol er snel af.
Toch is er met een groepje van tien tot vijftien kinderen in betrekkelijk korte tijd een oplage te maken.
Daar zijn duidelijke spelregels voor nodig.

Stempelen in een oplage
Samenwerking is het kenmerk van de stempelwerkvormen.
Er wordt optimaal gebruik gemaakt van alle lettervormen die in omloop zijn. Dat geldt overigens ook voor de vormstempels (zie aldaar)

Er zijn twee manieren om te werken:

1) de stempels doorgeven:
In dat geval mag de oplage niet groter zijn dan het aantal kinderen dat mee doet.
De kinderen zitten aan een grote tafel. Elk kind heeft een vel papier voor zich.
De doos met stempels staat bij degene die begint. Daar ligt ook het kladje met de tekst.
De eerste letter van de tekst wordt gestempeld en doorgegeven. Nummer twee kijkt af en doet het precies zo. Op deze manier komen de spaties en het begin van een nieuwe zin op een uniforme manier tot stand.
De eerste stempelaar bepaalt de indeling van de tekst en de anderen volgen.
De letter gaat door de hele groep tot hij weer bij het beginpunt is. De laatste doet de letter, precies op alfabet, weer in de doos.
Als bepaalde letters snel achter elkaar voorkomen, moet gewacht worden tot die weer thuis is. Daarvoor is geduld van de hele groep nodig.

Op de kop gestempelde letters kunnen eventueel achteraf hersteld worden door die letter op een apart stukje papier te stempelen, uit te knippen en over de drukfout te plakken.



2) Het papier doorgeven:

Om deze werkvorm toe te passen moet de ontwerp tekst voor iedereen zichtbaar worden opgehangen.
Alle letters die in de tekst voorkomen worden onder de kinderen uitgedeeld. Iedereen krijgt minstens één letter.
De oplage kan nu groter zijn dan het aantal kinderen.
Het stapeltje papier komt bij het kind te liggen dat de eerste letter van de eerste regel heeft.
Die begint, stempelt zijn letter en geeft het vel papier door.
De volgende die een letter heeft die aan de beurt is stempelt. Het komt natuurlijk voor dat je eerst een aantal keren het vel door moet geven omdat jouw letter nog niet aan de beurt is. Maar opeens krijg je het heel druk. Soms ontstaan er opstoppingen. Dan mag je een hele stapel ongestempeld doorgeven. Vroeg of laat komen die vellen toch weer langs en kan je het werk af maken.
Steeds opnieuw moet je de tekst nalezen of één van je letters gestempeld kan worden.
De tekst bouwt zich brokkelig op in verschillende stadia van gereedheid.

Een gouden regel
is dat je uitsluitend aansluitende letters mag stempelen.
Het lijkt misschien wel handig om maar alvast op willekeurige plekken letters te stempelen. Dat valt echter zwaar tegen als blijkt dat er te weinig ruimte overblijft voor een goed lopende zin.
Dus: alleen stempelen als er ergens een letter naast of onder kan.

Henk van Faassen

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.