startpagina

index
literatuur

taalwerkvormen


drukwerkvormen


eerst beeld


gedichten


Taalwerkvorm vertellen

Taalronde

Een taalronde is een samenhang van vertellen, luisteren, schrijven en lezen
Een leerkracht die wil zien, hoe kinderen op eigen kracht taal leren,
kan beginnen met zich te oefenen in de begeleiding van taalrondes.

Bij een taalronde zitten kinderen en leerkracht voornamelijk in de kring.
Maar een taalronde is niet hetzelfde als een kringgesprek.
Het is een doordachte opbouw van taalwerkvormen, waarbij in een korte tijdsspanne alle taaldomeinen aan bod komen, terwijl de inhoud van het taalgebruik voorop blijft staan.

Achtergrond:
Een taalronde is eigenlijk geen les te noemen.
Een taalronde begint met het pure plezier van ervaringen uitwisselen, je verbeelding gebruiken, nadenken, associëren. En het plezier om dat in taal te doen.
Een taalronde doet een beroep op het affectieve deel van hun bewustzijn, daar waar het gaat om emoties, associaties en persoonlijke beleving.

Praktijk:
Er is een vaste basisstructuur in een taalronde.

> keuze van een onderwerp, vooraf of in de loop van de taalronde.

> toespitsen van het onderwerp.

> mogelijkheid voor elk kind om kort iets te zeggen.

> mogelijkheid voor enkele kinderen om uitgebreid te vertellen over een eigen ervaring.

> mogelijkheid voor kinderen om vragen te stellen naar aanleiding van verhalen.

> interactie tussen kinderen en leerkracht gericht op verrijking van het vertellen.

> lijstjes maken om ervaringen te inventariseren.

> tweetalgesprekken om veilig en in korte tijd je verhaal kwijt te kunnen.

> een tekst schrijven of tekening maken over wat je in de kring hebt verteld of bedacht.

> teksten en in de kring voorlezen en tekeningen laten zien

Lijstjes maken
Met enkele woorden over je ervaringen, daaruit kiezen, nog eens vertellen in een tweetalgesprek, dat is de intensieve voorbereiding op het individueel schrijven van een tekst.
Over een ervaring is eerst verteld, er zijn al woorden voor gevonden. Die woorden hoeven alleen maar opgeschreven te worden.
Daarom hebben kinderen in een taalronde zelden moeite met schrijven. Ze hoeven nooit te piekeren waarover het moet gaan.

Daarna wordt weer geluisterd.
Naar aanleiding van de voorgelezen teksten worden vragen gesteld en nieuwe verhalen verteld.

Werken in een taalronde
Kies het onderwerp, waar je met de kinderen over wilt praten.
Bedenk de beginvraag en een aantal vragen die je tussendoor kunt stellen.

Stap 1.
Het maken van een kring

Dat kan zoals het altijd gebeurt, maar ook op een bepaalde volgorde, bijvoorbeeld op verjaardagsdatum, op huisnummer, op haarlengte

Stap 2.
Introduceren van het onderwerp

a) kiezen uit inbreng van de kinderen of de leerkracht
b) laten zien van voorwerpen
c) verhaal of gedicht voorlezen


Stap 3.
Vertelronde


Stap 4.
Lijstjes tekenen en/of schrijven


Stap 5.

Tweetalgesprek


Stap 6.
De tekst schrijven:

Bij groep drie tot en met acht: een stukje opschrijven van wat je verteld hebt in het tweetalgesprek. Bij kleuters en beginnende groep drie: iets tekenen van wat je vertelde, de leerkracht schrijft bij een taaltekening.

Stap 7.
Voorlezen

Enkele teksten of tekeningen, eventueel met vragen stellen

Stap 8.
Tekenopdracht bij de teksten

Een taalronde is een manier van werken die in betrekkelijk korte tijd laat zien wat het oplevert, als technische taalvaardigheden niet losgemaakt worden van de inhoud van taal.

Praktijkvoorbeeld:
Ik heb me voorgenomen dat we deze keer in groep 4 gaan werken met geschreven lijstjes en dat ik vooraf geen onderwerp bedenk. (zie ook: Nul-optie)
Ik ben als eerste in de klas en de kinderen druppelen binnen. Er ontstaan allerlei gesprekjes en daar ben ik heel alert op.
Jousra zegt dat ze me in de bus zag.
Damla heeft een trui met strikjes en aardbeitjes erop.
Melissa zegt dat ze jarig wordt en we praten over wat ze zou kunnen gaan uitdelen.
Drie kinderen helpen me met potloden slijpen. We hebben het erover of je een potlood wel eens helemaal op gemaakt hebt. Nee, zeggen ze.
Alicia zegt dat ze nog haar potlood uit groep 3 heeft, ze pakt hem, het is zo'n driehoekig potlood om de pengreep te leren.
Ineens begint Fulya over de stoelen, ik weet niet meer waarom. Er zijn stoelen met gele knopjes en met rode knopjes. De rode zijn hoger

In mijn hoofd begint iets te rijpen:
kleuren of tekens die aangeven dat je gegroeid bent of iets geleerd hebt.
Ik zeg dat ik net gehoord heb van die rode en gele stoelen.
Kunnen we in de kring gaan zitten met om en om een rode en een gele stoel?
Als iedereen zit doen we een snel namenrondje, waarbij je je kleur zegt.
Het blijkt dat er nog drie gele stoelen naast elkaar zitten. Dat kan niet anders.
Ik vertel dat ik hoorde van Fulya over die stoelen en vraag: hoe weet je dat je naar een nieuwe kleur stoel mag? Er komen veel vingers en meerdere kinderen leggen uit hoe de juf een stok pakt met kleuren erop, en dan word je gemeten.

We zien precies hoe ze gegroeid zijn.

Ik vraag wie ook iets heeft waaraan hij kan zien hoe hij of zij gegroeid is. Jennifer vertelt dat ze thuis een giraffe tegen de muur heeft waar je jezelf kan meten.
Een paar kinderen vertellen over hoe ze vroeger de trap af gingen, zittend of vallend.

Er komen verhalen over manieren waarop je toch ergens bij kunt:
door op een stoel of het aanrecht te gaan staan.
Sara vertelt dat ze in het oude huis niet bij de bel kon. En dat ze ernaar moest springen.
Ik vraag wie nog meer wel eens moet springen om ergens bij te komen.
Ja, met keepen, zegt Giovanni, als je naar de bal springt.

Lijstje
We gaan een lijstje maken van dingen die je eerst niet mocht of kon, en die je nu wel mag of kan.

We hebben het over boodschappenlijstjes en verlanglijstjes.
Ik leg uit dat je bij een lijstje alleen korte dingen onder elkaar schrijft, met zo'n liggend streepje ervoor.
Uit hun lijstje kiezen ze 1 onderwerp om in tweetallen over te vertellen.
Die beperking maakt dat ze hun keus heel goed overwegen.

Suzanne van Norden

Dit is een verkorte tekst waarbij ook de voorbeelden van kinderen weggelaten zijn.
Het gehele artikel opvragen: archief taalvorming


Literatuur: Norden, S. van . Iedereen kan leren schrijven. (2018)
Schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs.
Uitgave: Coutinho Bussum. ISBN: 9789046906101

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.