startpagina

index
literatuur

taalwerkvormen


drukwerkvormen


eerst beeld


gedichten


Taalwerkvormen

Vertellen, schrijven en voorlezen

Algemeen
Het zijn vaardigheden die kinderen op school leren.
Bij taalvorming gaan die vaardigheden op een bijzondere manier leven.
Kinderen vertellen over hun eigen waarnemingen en ervaringen
Kinderen schrijven eigen teksten die ook voor taaloefeningen gebruikt worden
Kinderen lezen hun eigen teksten voor, soms nog voor ze alle technische bijzonderheden van taal geleerd hebben.

Speciaal
Taalvorming een activiteit waarbij een reeks werkvormen zoals vertellen, voorlezen, schrijven, herschrijven en drukken op het niveau- en binnen de praktische mogelijkheden van een groep ingezet wordt.
Deze activiteiten leiden altijd tot een product dat in een communicatieve situatie gebruikt wordt. Opvallend is dat met deze manier van werken veel meer kinderen mee doen.
Het is goed dat ze dit kunnen doen in hun eigen kinderlijke spreektaal om zo over hun ervaringen te vertellen.
Het moet duidelijk zijn dat taalvorming niet te werk gaat volgens een strak stramien of normen.
Er is een duidelijk verschil tussen een tekst waarin kennis wordt overgedragen en een ervaringstekst.
Bij het doorvragen gaat het niet om de feitenkennis, maar om de gebeurtenis.
De kring, het kringgesprek maakt een wezenlijk deel uit van de werkwijze van taalvorming en taaldrukken.

Vertellen en schrijven
Een tekst maken is schrijven of vertellen.
Als schrijven moeilijk gaat, is het beter te beginnen met vertellen.
Ik wil de scheiding tussen vertellen en schrijven graag wegnemen.
Het gaat immers om het weergeven van ervaringen die tot doel hebben een ervaring gemeenschappelijk te maken.
Als een ervaring gemeenschappelijk is kunnen alle kinderen er op verder gaan en hun eigen tekst schrijven.

Vertellen in de kring
De kinderen richten zich in een kring op elkaar.
Ze ontwikkelen daarbij belangstelling voor elkaars verhalen.
Ze leren het belang van een verhaal onderkennen.
Het gaat over heel gewone dingen van het moment.
* De kring is te gebruiken als een optimale samenwerkingsvorm.

Kringgesprekken voeren
Het in een steeds wisselende samenstelling van een groep kinderen om met elkaar te praten en te vertellen.
Het kringgesprek is geen doel op zichzelf, maar dient als opstap voor meerdere taalwerkvormen. Veel kringgesprekken zijn ontaard in een verplichting op de maandagmorgen.
* Bij een goed kringgesprek komen onderwerpen aan bod die meestal vergeten blijven en waarover het leuk en zinvol is te praten.
De onderwerpen voor de kringgesprekken komen spontaan naar boven of worden opgeroepen door het voorlezen van boeken en het bekijken van prentenboeken.

Bij de werkwijze 'eerst beeld' bekijken en bespreken de kinderen hun zelfgemaakte afdrukken.

Tweetalgesprek
In een kring vertellen de kinderen in tweetallen elkaar over een onderwerp uit hun lijstje.
Dat noemen we ook wel een tweegesprek.
De vorm is aan regels gebonden.
Er is een beperkte spreektijd van bijvoorbeeld een minuut per persoon.
Nummer 1 praat en nummer 2 luistert zonder commentaar te geven. Dan wisselen.
Het tweetalgesprek is een 'intiem' moment in de les waarop je je even op een ander kunt richten. Je hoeft niet goed te formuleren want niemand let op je.
Het geroezemoes om je heen stimuleert tot praten.
Het tweetalgesprek dient als een opstap voor een schrijfronde.

Lijstjes
Lijstjes gaan vooraf aan een tweetalgesprek.
Kinderen ordenen hun ervaringen en kiezen uit het lijstje het onderwerp waarover ze gaan vertellen.
Het lijstje bevat sleutelwoorden en er wordt nadrukkelijk vastgesteld dat het alleen voor je zelf leesbaar hoeft te zijn.
Schrijffouten mogen geen drempel opwerpen.
* Getekende lijstjes worden gebruikt als de kinderen nog niet vanzelfsprekend schrijven. Ook hier gaat het om een ordening en niet om een serie mooie tekeningetjes.

Beeldend schrijven
Vertellen en schrijven alsof je een plaatje voor je ziet.
De kinderen leren dat er over een voorwerp of een moment meer te vertellen is dan het voor de hand liggende.
Ik oefen met de kinderen om woorden te vervangen door een steeds preciezer formulering.
* Vaak zie ik niet dat kinderen wijzen naar een voorwerp waarover ze vertellen en het verder hebben over 'dat ding'.
Daar ben ik niet tevreden mee.

Luisteren

De kinderen zijn eraan gewend om pas de luisteren als de leerkracht op een nadrukkelijke manier iets uitlegt of als er een spannend boek voorgelezen wordt.
Ik wil graag dat de kinderen ook naar elkaars verhalen luisteren met diezelfde aandacht als waarmee vriendinnen elkaar op het speelplein deelgenoot maken van elkaars geheimen.
Dat ze aandacht voor het voorlezen door andere kinderen hebben, zelfs als die moeite hebben met intonatie, volume en tekstbegrip.
Een verteld verhaal of een voorgelezen moeten ze voortdurend kunnen vergelijken met eigen ervaringen.
Dan blijft het spannend.

Vragen stellen
Als kinderen elkaar naar aanleiding van een zelfgeschreven tekst vragen stellen ontstaat er een verdieping naar twee kanten. De vragensteller is zodanig geÔnteresseerd in een gebeurtenis dat die er meer over wil weten.
De toehoorder moet een compleet beeld krijgen hoe iets voorgevallen is en vooral of ze zelf ook zoiets meegemaakt hebben en dat het bij hen heel anders toeging.
De schrijver krijgt door de gestelde vragen door wat niet beschreven is maar wat toch van belang blijkt te zijn.
Veel kinderen denken dat iedereen wel zal begrijpen hoe bepaalde dingen gaan, maar dat is niet zo.
Behalve dat is het zeer leerzaam om heel nauwkeurig alles te beschrijven wat je meemaakt.

Voorlezen
De kinderen moeten een natuurlijke manier van voorlezen van hun zelfgeschreven teksten ontwikkelen.
Dat gaat heel wat ingewikkelder dan het voorlezen uit een 'niveauleesboekje' met grote letters en een bepaald AVI niveau. De betrokkenheid bij een zelfgeschreven tekst zal het effect van het voorlezen verhogen.
Voorlezen is ook wel wat ouders voor het slapen gaan, en leerkrachten voor de klas, doen: een gekozen boek in afleveringen voorlezen.

Schrijven
Bij taalvorming maakt schrijven deel uit van een stapsgewijs opgebouwd proces van vertellen via schrijven naar voorlezen. Schrijfprocessen kunnen individueel en klassikaal begeleid worden. In alle gevallen zorg ik voor het schrijven van authentieke teksten die een duidelijk beeld geven van een eigen ervaring.
Schrijven is kijken naar en verwoorden van de werkelijkheid.
Het is zeggen wat je op je hart en in je hoofd hebt.
De aandacht van kinderen moet erop gericht worden anders denken ze dat schrijven een van de verplichte schoolvakken is die je doet omdat het nu eenmaal moet van de juf.
Als kinderen leren schrijven voor zichzelf, produceren ze een functioneel bruikbare tekst, een verslag, een brief, een werkstuk. Schrijven is ook in taal bouwen van een beeld van de werkelijkheid en vastleggen hoe je die werkelijkheid ervaart.
Schrijven is communiceren, je schrijft voor een ander.
Schrijven is een proces van probleemoplossen.
Afijn dat zijn zo wat belangwekkende typeringen.

Een kind dat niet weet waar het over wil schrijven help ik op gang door het nog eens zijn ervaring te laten vertellen.
Door concreet te vragen naar zintuiglijke waarnemingen ontstaat een duidelijk beeld van die ervaring.
Het schrijven gaat daarna makkelijker.
Op dezelfde manier help ik kinderen die tijdens het schrijven vastlopen: 'ik weet niet wat ik nog meer moet schrijven'.
Het komt ook voor dat een kind zich verliest in een ongecontroleerde brij van zinnen, die meestal onduidelijk zijn.
Door regel voor regel te vragen wat het ermee bedoelt, net zolang tot we een concreet beeld voor ogen krijgen, help ik het kind zijn tekst duidelijk te krijgen.
Overbodige woorden en zinnen verdwijnen daarmee vaak vanzelf. Het schrijven op zich is een individuele bezigheid, maar wat eraan vooraf gaat en wat erna komt doe je met elkaar.
In de kring luisteren de kinderen samen naar een gedicht en ondergaan ze de werking daarvan.
Ze brengen onder woorden wat hen is bijgebleven van het gedicht en wisselen indrukken uit.
Bij iedereen is het anders en iedereen gebruikt net weer andere woorden.
Zo breiden ze hun taalmogelijkheden uit, kwantitatief en kwalitatief.
Doordat al die verschillende ervaringen benoemd worden leren ze van elkaar nieuwe woorden. Doordat de woorden door ieder kind met een andere ervaring ingevuld wordt, krijgen begrippen betekenis.
Als iedereen iets heeft geschreven, lezen de kinderen in tweetallen elkaars tekst aan de hand van de vraag: snap ik wat er staat?
Door samen over elkaars tekst te praten, helpen ze elkaar bij het duidelijk schrijven.
Als we een tekst met de hele groep bespreken, worden de kinderen deelgenoot van elkaars schrijfproces.
Ze houden zich samen bezig met de vraag hoe de tekst duidelijker kan worden.
Ze zoeken samen naar de klankovereenkomsten erin.

Teksten beter maken
In het algemeen zijn de kinderen snel tevreden met wat ze opschrijven.
De leerkracht is dat vaak ook.
Als er maar voldaan is aan een bepaalde opdracht die past bij het niveau waarop een leerling op dat moment werkt.
Bij taalvorming kan er steeds opnieuw naar de teksten gekeken worden en maken de kinderen uit steeds nieuwe versies. "Schrijf het maar in het net" is voor mij te vrijblijvend.
Ik wil graag dat de meest complete en spannende vorm van de tekst onder het beeld geschreven of gedrukt wordt.
Dan gaat het niet uitsluitend om een correctie van de spelling, maar vooral om een inhoudelijke compleetheid.
Er moet een moment komen dat taal en beeld elkaar prachtig aanvullen tot een weergave van een ervaring.

Ervaringsgericht schrijven
Bij taalvorming leren kinderen vertellen en schrijven over hun eigen ervaringen.
Door dit steeds beter te leren, ontwikkelen ze hun taalvaardigheid en krijgen ze vertrouwen in hun eigen ervaringen en in het gebruik van hun eigen taal.
De kinderen in het speciaal onderwijs denken uit zichzelf dat ze absoluut niet schrijven kunnen, ze denken dat het heel moeilijk is.
Voor hen is het een ontdekking dat ze gewoon kunnen opschrijven wat ze vertellen.
En dan worden ze opeens ook heel kritisch op hun tekst: ze gaan hem nog een keer lezen, vragen hoe je woorden moet schrijven, want het is wel hķn ervaring en iedereen moet het goed snappen.
Bij gewoon taalwerk doen de kinderen vaak heel braaf hun lesjes: ze produceren zonder erover na te denken.
Bij taalvorming leren ze kijken naar wat ze doen en heeft het ook direct zin: anderen gaan het lezen.

Bijschrijven
Kinderen vertellen bij hun taaltekening en de leerkracht schrijft dat onder de tekening. Eerst probeer ik als begeleider bij de werkelijke ervaring te komen door te vragen naar de gebeurtenis die getekend is.
Als je vraagt: 'wat is dat?' en je wijst op de tekening, komt er slechts een beschrijving van wat al te zien is.
Daarmee voeg je niets toe aan het verhaal van het kind.
Als je te vroeg begint met bijschrijven heeft het kind nog geen verhaallijn uitgezet.
Pas op het moment dat er details verwoord worden die niet in de tekening te zien zijn begint het interessant te worden.

Taalsfeer
Een gevoel van veiligheid en plezier die uitnodigt tot vertellen en schrijven is een voorwaarde voor een goede taalontwikkeling.
Een vanzelfsprekende speelse concentratie op taal en op elkaar.
De kinderen moeten het gevoel hebben dat het niet om een schoolse leersituatie gaat waarbij dingen van hen verwacht worden waaraan ze denken niet te kunnen voldoen.
Een vraag van de kinderen aan een eind van een dergelijke activiteit : 'wanneer beginnen we met taal?' wijst erop dat ze een verschil tussen een taalles en taalvorming herkennen en waarderen.

Taaltekening
Een taaltekening vervangt een geschreven verhaal als een leerling nog niet kan schrijven.
Of als een leerling eerst een andere taal geleerd heeft en zich in het Nederlands nog niet zo gemakkelijk uitdrukt.
Een taaltekening vervangt ook een geschreven tekst als de situatie die je wilt vertellen ingewikkeld is.
Een taaltekening wordt ook gebruikt als je wilt uitleggen hoe een bepaalde plek er precies uitziet. Meerdere taaltekeningen op een rij vervangen het geschreven lijstje.
De taaltekening verschilt van een gebruikelijke tekening vanwege de talige functie ervan

Taalonderwijs
Het belangrijkste doel waar het in het moedertaalonderwijs om zou moeten draaien is, dat kinderen op hun eigen woord komen, hun eigen zin maken, hun eigen verhaal vertellen, hun eigen oplossing bedenken.
Taal is van jou. Taal is voor jou. De woorden behoren jou toe.
Woorden bestaan om aan jouw behoefte, jouw groei, jouw wensen, jouw leven vorm te geven.'. Creatief schrijven staat ten dienste van, maar gaat niet om het eindproduct: een tekst of een affiche.
De kinderen zijn echter wel productgericht en vragen een cijfer, willen weten wat goed en fout is. Creatief schrijven mag niet 'wortelloos' zijn: er moet een motivatie zijn om iets te zeggen, te schrijven of te drukken.'
Over het verschil tussen schooltaal en thuistaal: 'kinderen denken dat alleen de taal van het taalboekje taal is.
Wat kinderen thuis beleven moet in het verlengde liggen van wat ze op school doen.
Als kinderen een belevenis hebben vinden ze het leuk om daarover te schrijven.
Als het onderwerp uit een boekje komt, dan zijn ze er gauw op uitgekeken'.

Zinvol onderwijs
Kinderen leren het meest als het onderwijs dat ze krijgen voor henzelf zinvol is.
Ik ga ervan uit dat kinderen leren van kunstzinnige vorming en ik probeer dat te verbinden met de rest van het onderwijs.
Bij taalvorming doen ik dat door het te verbinden met taalonderwijs.
Om het taalonderwijs te verbeteren gaan we ervan uit dat kinderen het beste en het snelste taal leren als dat voor henzelf zinvol is.
Als ze in een kring zitten en heel graag iets willen vertellen, dan leren ze wel, dan komt de noodzaak van binnen.
Dat is wel mooi gezegd, maar het betekent wel dat er in het geheel van het onderwijs heel veel verandert.
Het vraagt ook veel van de leerkrachten: ze moeten veel meer drijven op de ervaringen van de leerlingen en zoeken naar de noodzaak om van binnenuit te leren.
Het levert ook veel op.
De leerkrachten krijgen veel meer inzicht in wat de kinderen bezighoudt, en in de thuissituatie.
En de kinderen horen ook heel veel van elkaar, want het gaat ergens over.
Het is belangrijk, dat kinderen belangstelling en respect hebben voor elkaar.

Het moeilijkste in het begin voor de leerkrachten is om de kinderen te vragen naar hun ervaringen, en niet naar de feiten.
Het onderwijs is zo sterk gericht op feitenkennis.

De consulenten Taalvorming geven bij iedereen eerst voorbeeldlessen: elke keer weer laten zien, hoe je dat kunt doen, praten over eigen ervaringen.
Na de voorbeeldlessen gaan de leerkrachten zelf aan de slag.
Maandelijks bespreken we de lessen per bouw. Wat liep er goed in een les? Wat ging er mis? Lag het aan het onderwerp
of stelde de leerkracht de verkeerde vragen, zodat het niet op gang kwam en het toch weer 'een lesje' werd?
We analyseren samen wat we doen.
Een tweede stap is:
de kinderen schrijven over hun ervaringen, maar hoe kunnen we nu stimuleren dat de teksten beter worden?
In de bovenbouw worden ze bijvoorbeeld vaak zo 'wolkig', je weet niet meer waar het eigenlijk om gaat.
Hoe krijg je kinderen nu weer naar de kern van hun verhaal terug?
Er is veel werk te doen, om al die lijnen goed te krijgen, vanaf de kleuters tot groep drie.
Alle veranderingen op school zijn een proces.
Je kunt niet van tevoren vaststellen hoe alles precies gaat lopen, je kunt niet zien welke problemen zich voor gaan doen in de toekomst.
Taalvorming kan mooi aansluiten bij Beeldende Vorming en Dramatische Vorming en zelfs bij Muziek.
Er ontwikkelt zich vanzelf een verbinding, namelijk in de verwerking van de taalrondes: een beeld bij een tekst of soms andersom.

Henk van Faassen

Literatuur:
Norden, S. van, Iedereen kan leren schrijven. (2018)
Schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs.
Uitgave: Coutinho Bussum. ISBN: 9789046906101

Iedereen kan leren schrijven bevat een schat aan handreikingen, praktijkvoorbeelden en ideeŽn voor leerkrachten die beter willen worden in het geven van schrijflessen.
De aanpak is gebaseerd op de beproefde werkwijze van de taalronde: kinderen in alle groepen van de basisschool leren teksten schrijven over hun eigen ervaringen.
Hiermee wordt een basis gelegd voor zelfvertrouwen op schrijfgebied. Van hieruit kunnen kinderen geleidelijk steeds bewuster leren schrijven voor specifieke doeleinden, en daarbij verschillende tekstgenres onderscheiden. Leerkrachten kunnen hen daarbij in alle fasen van het schrijfproces uitdagen en ondersteunen: door inhoudelijke gesprekken te voeren over schrijfonderwerpen, door schrijven steeds af te wisselen met praten, door voorbeeldteksten te analyseren en door teksten klassikaal en in tweetallen te laten bespreken.


NB

Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen. De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.


terug naar index