startpagina

index
literatuur

taalwerkvormen


drukwerkvormen


eerst beeld


gedichten


toegevoegde taalactiviteit

Verzamelen van plaatjes

Het is goed dat je een uitgebreide collectie afbeeldingen verzamelt
Je gebruikt ze in alle mogelijke situaties waarbij je wil dat kinderen op hun verhaal komen.

Praktijk
Hieronder enkele activiteiten

Materialen: Foto's uit tijdschriften, catalogi, kalenders etc
Spoor de kinderen aan om je te helpen met verzamelen.

Werkwijze:
1. Sorteer de afbeeldingen op kleur; thema;
2. Maak aparte categorieën zoals bloemen
3. Ieder tafelgroep krijgt een gevarieerde stapel afbeeldingen die ze moeten verdelen in soorten volgens de criteria doe voor bijvoorbeeld bloemen en planten gelden
4. Als ze klaar zijn husselen ze alles door elkaar en geven het aan de volgende tafelgroep
5. een andere manier is om bij iedere afbeelding een relevant woord te voegen
6. Alle rode dingen bij elkaar en details uitknippen en bij elkaar plakken ( appel, brandweerauto etc)
7. Verzamelingen van plaatjes die bij een keuken bijvoorbeeld horen
8. Verzamelingen die met de seizoenen te maken hebben (als de seizoenen veranderen maken de kinderen bijpassende verzamelingen)
9. Sport
10. Abstracte onderwerpen zoals: vreedzaam; opgewonden; verliefd; nieuwsgierig. (voeg er gesprekken aan toe die gaan over wat je voelt als je een moeder met slapend kind ziet bijvoorbeeld)
11. Portretten van historische personen (de kinderen schrijven biografieën)
12. Schrijf bij een plaat een plot (gebeurtenis)
13. Kinderen confronteren met de wervende kracht van bepaalde platen (reclame) Laat de kinderen zelf andere verpakkingen en dergelijke maken.

Een Kunstkaartspel
Uit mijn verzameling heb ik een groot aantal ansichtkaarten gezocht.
Een aantal ervan zijn kunstkaarten met afbeeldingen van schilderijen en beeldhouwwerken.
Andere kaarten zijn foto's van mensen die kunst bedrijven, op een viool spelen, Spaans dansen of zingen.
Weer andere hebben verschillende onderwerpen, zoals dieren, landschappen, oude voertuigen etcetera.

De spelregels zijn: ieder in de kring krijgt drie verschillende kaarten.
Iedere keer als ik "doorgeven" zeg, geef je één van de drie kaarten aan je linker buur.
Het is de bedoeling dat je aan het eind van het spel twee kaarten overhoudt waarvan er één duidelijk 'kunst' is en de andere 'geen kunst'.
Maar, de twee kaarten moeten wel iets met elkaar te maken hebben.

Met overgave storten de kinderen zich op het spel.
Een van de kaarten, een tekening van Roland Topor, laat twee varkens met menselijke gezichten zien. De een ruikt de ander onder de staart.
Als die kaart de ronde doet moeten de kinderen grinniken.
Hun lach volgt de kaart de kring rond.
Na enige tijd hebben de kinderen de twee kaarten naar hun keuze en haal ik de overblijvende kaarten op.
Met twee kaarten in hun hand vertellen kinderen hun verhaal.

Met woorden afbeeldingen laten zien
`In plaats van de kaarten aan elkaar te tonen vraag ik de kinderen met woorden hun keuze te beschrijven en een reden te geven waarom de twee kaarten bij elkaar horen.
Ik vraag ze complete zinnen te gebruiken en dat lukt bij de meeste kinderen wonderwel.
Ik beperk hun zinnen eveneens.
Ze mogen bijvoorbeeld hun zin niet beginnen met "op deze kaart zie ik…"
Dat zou een 'beschrijving' opleveren.
Ik hoop op een 'beschouwing', net een nuance verschil.

Door het stellen van mijn stimulerende vragen komen de kinderen tot hun reflecties op de gekozen kaarten.
Er worden over en weer vragen gesteld.

Ik wil weten wat 'troep' is, als kinderen hun kaart zo omschrijven.
"Wat vinden jullie nu eigenlijk echt Kunst?"
"Als je het kan ophangen", roepen de kinderen.
"Als het licht geeft" zegt een van hen, denkend aan kunstlicht.

Iets is kunst als het ingewikkeld is,
"kunst ziet er als nep uit" en
"Je kan er naar kijken, in een museum".
Ja, je kunt naar kunst kijken, behalve dan naar onzichtbare kunst, voor muziek gebruik je je oren. "je kunt ook kijken naar een muzikant"

Twee niveaus in de vragen vallen mij op.
Er zijn kinderen die alles willen weten over mijn verzameling en hoe lang ik er mee bezig geweest ben.
Een niveau hoger liggen de vragen over de inhoud van de afbeeldingen.
De verbazing over de voorstellingen.

Beelden selecteren met een 'raampje'
Deel een aantal grote, uit tijdschriften geknipte, kleurenfoto's uit.
Het zijn gevarieerde onderwerpen die niet specifiek met kunst, of het onderwerp van de tentoonstelling, te maken hebben.

Daarbij krijgen de kinderen een A4tje waar in het midden een venstertje van ongeveer 5 x 5 cm. uitgesneden is.
Met behulp van dat 'raampje' kiezen de kinderen een stukje uit de foto.
Het geselecteerde detail tekenen ze drie keer zo groot op een A4tje waarop een kader van 14 x 14 cm afgedrukt is.
Een en ander is een opstap voor vertellen en schrijven.

Het boek met de platen:
In een multomap heb ik reproducties en foto's op groter formaat dan de ansichtkaarten in insteekhoezen gedaan.
Als ik de map open doe zien de kinderen steeds twee afbeeldingen die volgens mij bij elkaar horen.
Het zijn reproducties van voorwerpen en schilderijen die ze ook in het museum zullen tegen komen.
Daarnaast zijn er ook foto's van verschillende onderwerpen.

De meeste aandacht krijgen de reproductie van een schilderij van een brand in Rome uit 1775, naast de foto van 'de peperbus' uit 2001, het is het groene transformatorhuisje dat op het schoolplein in brand stond.
De kinderen rennen enthousiast naar me toe: "Dat is bij ons op school!"

We praten over de reproducties alsof het een prentenboek is.
Het is een verhaal van de kaarsen en gaslampen, zonnen en manen, operatielampen en blauwe schijnsels van beeldschermen. En wat blijkt?: het Vrijheidsbeeld staat ook, heel klein, in het prentenboek 'Kikker op reis'.
Zo zie je maar weer, overal zijn afbeeldingen die met elkaar te maken hebben.

Een museumcatalogus als prentenboek
We bekijken in groep 2 samen een catalogus met prachtige reproducties.
De kinderen herkennen de schilderijen en voorwerpen die ze in het museum gezien hebben.
We hebben daar gesprekjes over.

Af en toe haal ik een tekening, die in het museum gemaakt is, erbij en lees de tekst voor.
Er is gelegenheid wat dieper op de platen in te gaan.
We gaan na hoeveel mensen er eigenlijk op het schilderij 'de aardappeleters' staan en wat voor mensen dat zijn: "twee mannen, twee vrouwen en een meisje" .

Ik vraag bij het schilderij 'de stoel van Gauguin' naar de soorten stoelen die ze kennen:
"draaistoel, gewone stoel, ligstoel, paddenstoel" zeggen ze.

Fragmenten uit tijdschriftfoto's in de afdruk plakken
Groep 6 heeft met rubberdruk gewerkt.
Alle afdrukken liggen naast elkaar in het midden van de klas.
De tijdschriftfoto's zitten in dozen soort bij soort.
In een groepje kiezen de kinderen foto's uit de verschillende dozen zodat er een gevarieerde collectie beschikbaar is.

Opdracht:
Kies uit de collectie afdrukken er een die je aanspreekt.
Je krijgt een tijdschriftfoto;
Zoek met behulp van het 'raster' of 'kader', dat is een blad papier waar een klein raampje uitgeknipt is, een detail van de foto dat aansluit bij je afdruk.
Trek het detail met een pen om binnen het vakje van het raster.
Knip het detail uit, maar zorg ervoor dat je met rechte lijnen knipt zodat andere kinderen ook details van dezelfde foto kunnen gebruiken.

De uitgeknipte details zijn precies even groot als de kleurvlakjes van de rubberdruk.
Plak het detail in de compositie van je afdruk.
Ruil de foto met je buur en zoek een nieuw detail.
Ga zo door tot er vier of vijf details ingeplakt zijn.
Zorg ervoor dat je binnen het kader van de afbeelding blijft.

* Het gaat niet alleen om details van herkenbare afbeeldingen zoals ogen, handen, bomen et cetera, maar ook stukjes kleur en structuur zijn heel mooi bruikbaar.

Henk van Faassen