startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


visie

Taalbeschouwing



Leren wat je bedoelt
Er bestaat een onlosmakelijk verband tussen bedoeling en taalontwikkeling.
Het kind leert er te zijn en dingen te doen.
Om te handelen en te communiceren op een betekenisvolle manier.
Het leert een systeem van betekenisvol gedrag; met andere woorden, het leert een semantisch systeem.

Een deel van deze betekenisvolle activiteit is talig.
Echter, niets vindt geïsoleerd plaats; er is altijd een sociale context.
Dus de inhoud van een uiting is de betekenis die er is ten opzichte van een bepaalde functie, van datgene dat het kind de taal voor hem laat doen.
Het is een semantische daad die uitgelegd kan worden in relatie tot het geheel van semantische mogelijkheden, het geheel aan bedoelingen waar een kind op een bepaald moment over kan beschikken.

Scholen isoleren taal vaak van hun betekenisvol gebruik
Daarmee veranderen ze taal in non-taal.
Slechts de sociale context van taal heeft een betekenis voor de leerling.
Alleen in een dergelijke context is taal gemakkelijk te leren.
Vanaf het allereerste begin is taal in het begrip van een kind verbonden aan gevoelens.
Als we er nonsens van maken is het moeilijk op te pakken.

Literaire teksten
De kinderen zijn tijdens de kinderboekenweek met versjes bezig geweest.
Ik besluit de kring samen te stellen op "een regel die ze uit hun hoofd kennen"
Om de beurt een jongen en een meisje, zeggen de kinderen een stukje uit een versje op.
Ze brengen elkaar op ideeën.
Sommige weten in eerste instantie niets te bedenken.
Maar als ze merken dat een heel simpel regeltje "In mei leggen alle vogeltjes een ei" ook goed is, weet bijna iedereen wel iets.
Het is een kenmerk van taalvorming dat op niemand uit de boot hoeft te vallen als we elkaar inspireren en helpen.

Gedichten
De kinderen hebben het veel en vaak over knuffels die een tijdje zoek waren, of die verstopt zijn.
Ik besluit een gedicht over "kwijtraken" voor te lezen.
Het gedicht gaat over een vergeten beer op zolder. 'Beer aanschouw mij niet'
Het is wat ouderwets van toon.
De laatste regel verander ik tijdens het voorlezen: "Beer, kijk mij niet zo aan"
Ik hoop dat het de kinderen op die manier beter raakt.
Daarin heb ik mij vergist.
Ondanks dit is het toch goed om af en toe ook dergelijke gedichten voor te lezen
in plaats van de veel beter toegankelijke van Annie MG Schmidt.

Taalbeschouwing
We onderzoeken onze taal op een intensieve manier.
"Een bierviltje is een ding dat tussen de tafel en het glas zit"
Kwaliteit van de taal zit in kleine dingen.
Dat een glas meestal op een bierviltje staat is een alledaagse vaststelling.
Dat het tussen de tafel en het glas zit zou je bijna een literaire waarneming kunnen noemen.

Niet alleen: "dit is een bierviltje", maar een zin bedenken die meer zegt.
Als we het over een opwindbaar speelgoedvogeltje praten
zegt Stephanie: "ik zag laatst een vogel in het park hippen".
Het is ineens een echt vogeltje geworden, het blikken vogeltje staat er model voor.
Maar ja, hippen de vogeltjes met een sleuteltje op hun rug door het bos?
Nee, nee, nee, maar hoe zit het dan?
Dit is een vogel die opgewonden kan worden.
Kan jij opgewonden worden?
Kunnen bospiepers opgewonden zijn?
Wat is het verschil tussen opgewonden en opgewonden?
Ik zie de kinderen nadenken en zich voorstellen wat ze zelf doen als ze opgewonden zijn.
Ze vertellen hoe dat voelt en hoe het komt dat je opgewonden bent.

Inzicht in communicatievormen
Na vertellen en schrijven bekijken we gezamenlijk elkaars teksten.
Een taalbeschouwelijke activiteit, die het plezier in het schrijven vergroot.
Overleg voeren bij het veranderen van teksten op het bord.
Inzicht in verschil tussen letterlijke- en figuurlijke betekenissen.
Inzicht in grammaticale structuren in een toepassing buiten de methodische formule.

Spelling, zinsconstructie, ander woord gebruiken, interpunctie, betekenis, voorzetsels, lidwoorden, hoofdletters, punten en komma's.
Oorzaak en gevolg redenaties herkennen.
Beredeneren en beargumenteren.
Ironisch taalgebruik herkennen.

Kennis of ervaring
Ik doorbreek de weerstand die er bestaat tussen 'weten' en 'niet weten'.
Je kunt best een woord voor iemand anders bedenken en het hem of haar aanbieden.
Die doorbraak is bewust omdat ik in dit proces kennis en ervaring wil splitsen.
Een goed of een fout antwoord bestaan niet.

Een gebeurtenis is iets dat je zelf meemaakte en waar je zelf het beste van weet hoe het gebeurde.
Bij het vertellen van een ervaring met een citroen of het eten van spaghetti ben je zelf deskundig.
Ik wil graag de ervaringsverhalen scheiden van de kennis verhalen.

Als Nikita wil weten wat 'bitter' is op een moment dat we bezig zijn met andere ervaringen, is ze op dat moment zelf niet met zo'n eigen gebeurtenis bezig.
Ze dwingt mij en de anderen op datzelfde moment een 'taallesje' te geven.
Ik wil dat op zichzelf wel doen maar niet door elkaar.

Het is goed mogelijk dat als alle ervaringsverhalen verteld zijn over te stappen naar de ontwikkeling van de woordenschat om de woorden en begrippen die aan de orde geweest zijn te benoemen

Zinvol taalonderwijs
Stapje voor stapje komen we vandaag dichterbij: er zijn verschillende talen, taal is schrijven en lezen, taal staat in boeken.
Dan is het leuk om door te gaan op de functie van je mond bij taal.

De definitie: "er komt geluid uit en er zitten twee lippen omheen" is een hele goede.
Niet iedereen is zich dagelijks bewust van het feit dat je mond, je stem, het belangrijkste taalgereedschap is dat je hebt.
Dat gereedschap zetten de kinderen naar hun eigen hand.
Ze gebruiken modernistisch jargon. "Cool is tof"

Als ons onderwijs zinvol en zingevend is blijft het niet bij "cool is tof",
maar leren we de kinderen de achtergronden van hun eigen taalgebruik te ontdekken
En de mogelijkheden van hun taal in te zetten voor hun eigen belangen.

Schooltaal of thuistaal
Er is verschil tussen schooltaal en thuistaal.
Kinderen denken dat alleen de taal van het taalboekje taal is.
Wat kinderen thuis beleven moet in het verlengde liggen van wat ze op school doen.
Als kinderen een belevenis hebben vinden ze het leuk om daarover te schrijven.
Als het onderwerp uit een boekje komt, dan zijn ze er gauw op uitgekeken'.

Henk van Faassen