startpagina

index
literatuur

taalwerkvormen


drukwerkvormen


eerst beeld


gedichten


visie

Over spreekbeurten


Dit artikel gaat nadrukkelijk niet over het opzoeken van materiaal met behulp van een computer alhoewel dat op de meeste scholen gebruikelijk is.
Leerkrachten zullen het verschil zien als kinderen analoge bronnen, zoals boeken en tijdschriften, raadplegen.

Leerkrachten organiseren veel lesstof rond onderwerpen of thema's:
Is vervuild water een risico voor onze buurt?
Wat is eigenlijk de geschiedenis van onze buurt?
Hoe moet je hamsters verzorgen?
Wat eten muizen eigenlijk?
Wat groeit er in de schooltuintjes?

Het kunnen wetenschappelijke eenheden zijn, sociale of literaire onderwerpen of projecten die een intergratie van deze drie velden zijn.
Een project moet als uitgangspunt nieuwsgierigheid hebben en er moet, naast het opdoen kennis, een noodzaak voor taalgebruik zijn.
Het betrekt de leerlingen in het maken van plannen en geeft ze een mogelijk om te kiezen voor echte relevante activiteiten binnen de verplichte leerstof.

Bij taalvorming zullen de onderwerpen voor dergelijke projecten altijd vanuit de kinderen starten.
Daarmee zijn de grote projecten die leerkrachten maanden tevoren voor de hele school bedenken meestal niet bruikbaar. Ze zijn teveel vanuit de cognitieve onderdelen van het leerplan gedacht.
De zingeving ervan zal dan voor de leerling verborgen blijven.
De kinderen doen mee omdat het nu eenmaal door alle mensen op school aangepakt wordt

Werken met het documentatiesysteem:
Uitleg over zoeken in de kaartjes van het systeem.

Het systeem is te moeilijk om de kinderen (van groep 4) zelfstandig te laten zoeken.
Bovendien zijn de meeste boeken voor hen ontoegankelijk.
Toch een eerste uitleg.
Ze zien de kinderen van de hogere groepen daar vaak zoeken.

We bepalen de categorie, zoeken in de kaartenbak en lopen naar de boeken.
We halen er een of twee uit en bekijken de foto's en de plaatjes of we daar wat mee kunnen.
We kijken naar de inhoudsopgave.

Ik heb zelf de informatieve boeken uit mijn bibliotheek meegenomen.
We zoeken bij de mini informatie.

De kinderen bereiden de spreekbeurt met z'n tweeën voor.
1. Waar ga je zitten.
2. Wat heb je nodig en moet je dus meenemen.
3. Wat je wil vragen aan de juf zet je op een blaadje met daarop ook de bladzijde en de titel van het boek waaruit je iets gekopieerd wilt hebben.
4. Bekijk eerst de illustraties.
Praat daar over.
Lees het kopje dat erbij staat.
Bekijk de dikke tekst.
Begin weer vooraan in het boek.
Maak een lijstje met steekwoorden waarover je het wilt hebben.
Lees daarover.
Verdeel de rollen: wie heeft het waar over en in welke volgorde.
Heb je meer boeken, begin bij de leukste, de spannendste.
Maak je steekwoorden en kijk daar later de andere boeken op na.
5. Na elke keer werken alle materialen en wat je gemaakt hebt in jullie bak op het trapje voor de klas zetten, met een lijst voor juf er bovenop.
Voor veel kinderen is het echt doorzetten geblazen.
Ze merken dat het veel werk is en dat je er veel tijd aan moet besteden en dat je de dingen goed moet afspreken. De meeste koppels hebben er zeker wel 8 uur tijd in zitten. Maar ze willen toch! Er is wel eens een dipje en soms zeg ik: "Voor vandaag stoppen we ermee" als ik zie dat een van de twee begint af te haken.
Over het algemeen wordt er heel gedisciplineerd gewerkt.
En ik zorg ervoor dat er niet meer dan 2 à 3 koppels aan het werk zijn, zodat ik ook beschikbaar ben en er per werkuur een of twee keer bij kan gaan zitten.

Henk van Faassen