startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Taalwerkvormen

Over stellen en het maken van een schrijfplan


Taal leren is gemakkelijk wanneer het compleet, echt en zinvol is;
wanneer het ergens over gaat en functioneel is;
wanneer taal ondergaan wordt in de context van het gebruik ervan;
wanneer de leerling ervoor kiest taal te gebruiken.

Een schrijfplan is nooit zoiets als een formulier
Het is een manier van werken die de kinderen bewust maakt van een bedoeling die ze met het schrijven van een tekst hebben.

Helaas denken veel kinderen bij schrijven aan een oefening die de juf bedenkt om ze met taaloefeningetjes bezig te houden.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Kinderen leren de taalregels het beste als ze er zinvol mee bezig zijn.

Als het gaat over stellen hebben wij het bij taalvorming over schrijfopdrachten.
Bij schrijfopdrachten gaat het in eerste instantie om de inhoud.
Met de inhoud van een tekst kunnen kinderen weergeven wat ze beleven en bedoelen.

Maar in het onderwijs wordt die inhoud ook beoordeeld.
Hoe op school tegen de combinatie stellen/spellen wordt aangekeken, heeft veel te maken met hoe er met teksten wordt omgegaan.

Bij taalvorming wordt gewerkt met eigen teksten van kinderen.
Het gaat daarbij niet om het eenmalig schrijven van een tekst, maar om verschillende fases, waarin de tekst voortdurend wordt aangescherpt.
In een dergelijke opbouw is het heel logisch dat er ook een fase is, waarin de spelling een belangrijke plaats inneemt.

Bij een schrijfles waarin een tekst in één keer wordt geschreven en waarin er verder geen aandacht meer aan wordt besteed, is het moeilijk aandacht te besteden aan spelling.
Dat kan pas wanneer er een tweede fase volgt, waarin kinderen hun eigen tekst nog eens kritisch bekijken op spelfouten.

Praktijk

De schrijvertjes krijgen tijd om schrijfplannen te maken, om na te denken over wat ze willen schrijven.
Daarna is er tijd voor het schrijven zelf en tenslotte wisselen ze met de groep uit wat ze geschreven hebben.
Weerwerk krijgen van een echt publiek helpt bij het herschrijven.

Bij taalvorming gebruiken we in dit verband het schrijven van 'lijstjes' om een ordening in de hoeveelheid ervaringen aan te brengen.

Het tweetalgesprek dat op de lijstjes volgt is in feite een voorbereiding voor het schrijven.
Het is meestal eenvoudig om spreektaal in schrijftaal om te zetten.

Een voorleesronde na afloop van een schrijfronde biedt de mogelijkheid om de schrijvertjes vragen van de groep te laten beantwoorden.

Met de hele groep een tekst op het bord bespreken en herschrijven completeert het proces.
In de laatste fase is er ook meer gelegenheid voor zaken als een juiste spelling, interpunctie, lopende zinnen en dergelijke.

Sleutelbegrippen:
Mening: Ze ontwikkelen een eigen mening.
Onafhankelijkheid: Ze schrijven hun teksten onafhankelijk van waarden en normen van volwassenen.
Ordening: Ze ordenen teksten, lijstjes en aantekeningen.
Volzinnen: Ze gebruiken volledige zinnen.
Correspondentie: Ze leren brieven te schrijven.
Waarneming: Ze kunnen hun zintuiglijke waarneming verwoorden.
Planning: Ze leren werken met een schrijfplan.

Kerndoelen voor de bovenbouw:

Eerst denken en dan schrijven.

Kunnen werken met een schrijfplan en kladversies

Actief deelnemen aan tekstbesprekingen

Kunnen en durven associëren

Tijdsopbouw van een ervaring kunnen zien: wat gebeurt ervoor of erna

Weten hoe een tekst kan worden opgebouwd en wat de effecten daarvan zijn.

Begrijpend lezen en schrijven: kunnen denken en praten over wat er staat

Het verschil zien tussen het vertellen van een ervaring en het voorlezen van een tekst.

Synoniemen zoeken en gebruiken

Aan regels gebonden teksten schrijven als opstap naar vorm- en stijlontwikkeling.

Ontwikkeling van het verbeeldingsvermogen

Gemotiveerd zijn tot herschrijven en beter maken van een tekst.

Bewustzijn ontwikkelen van de lezers van een eigen tekst

Leren op welk moment je een verhaal laat beginnen en eindigen; alternatieven voor chronologie

Teksten bondiger en beeldender maken (bijvoorbeeld schrijven over momenten)

Begrip en aandacht opbrengen voor een tekst van een ander.

Experimenteren met verschillende schrijfvormen

Omzetten van een tekst in een dialoog.

Herschrijven van teksten in een andere stijlvorm, bijvoorbeeld als sprookje of als boze brief.

Voorbeelden uit (kinder)boeken herkennen en betrekken op een eigen ervaring.

Teksten selecteren op zelf vastgestelde criteria.


Henk van Faassen