startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Taalwerkvormen
Informatieverwerking / schriftelijk / mondeling

Als er teksten geschreven zijn moeten ze ook door anderen gelezen kunnen worden. Daarvoor kies je een geschikt middel.

Bij taalvorming is er een opklimmende trap van mogelijkheden
De eerste is dat de tekst die kinderen geschreven hebben op het bord komt te staan
zodat de hele groep mee kan lezen.
De kinderen stellen vragen aan de schrijver en die herschrijft de tekst.
De tweede stap is dat de herschreven tekst gekopieerd wordt en door meer mensen bewaard wordt.
De derde stap is dat van de teksten, en natuurlijk ook de tekeningen,
door de kinderen een boekje in een oplage gedrukt wordt.
De boekjes worden voorgelezen, bewaard in de boekenhoek en naar andere groepen verspreid.

Praktijk

Werken met de tekstverwerker:
Op de scholen waar met taalvorming en taaldrukken gewerkt wordt is behoefte aan een gemakkelijk toegankelijk tekstverwerkingsprogramma.
Het gaat dan vooral om een programma waar de kinderen onder een kader hun tekst typen.

Kaders aanbrengen in 'Word'
Twee vierkante kaders op liggend A4 (doorgesneden 2 keer A5)
Ga naar Word en open een nieuw document.
Kies: Bestand: Pagina-instelling: Papierformaat: liggend: OK
Bestand: Pagina-instelling:
Marges:
Boven 12,5 cm
Onder 2 cm
Links 2,7 cm
Rechts 2,7 cm
Koptekst 3 cm

Kies: Opmaak: Kolommen : Twee: Breedte: 9,5 cm Afstand 5 cm
Typ: Twee regels tekst in de eerste kolom.
Dit om de breedte bij het maken van de kaders te kunnen zien.
Druk op Enter: tot je bij de tweede kolom bent.
Typ: Ook hier twee regels tekst.

Kies: Beeld: Koptekst.
Kies: Invoegen: Frame Sleep met +(cursor) het kader tot de breedte van de tekst in kolom 1; laat 1 regel tussen kader en tekst vrij.
Kies: Bewerken : Herhalen Frame in de rechterkolom
Gebruik: Liniaal links om de bovenrand van de twee kaders gelijk te maken.
Gebruik: Liniaal boven om de zijkanten van de kaders gelijk te maken aan de kolombreedte.
Geef een naam: Taaldrukken A5-1.doc

Bij het openen van dit document komen de kinderen vanzelf bij hun eerste tekstregel.
Het tweede kind begint in kolom twee en zo verder.
Kies: Bestand: Opslaan als: Geef een naam

Printen
Als de teksten met kader geprint zijn kunnen die op het kopieerapparaat vermenigvuldigd worden.
Vervolgens wordt met behulp van de limograaf of met rubberdruk een tekening binnen het kader in oplage afgedrukt.
Een andere mogelijkheid is om na de geprinte tekst de tekening binnen het kader te maken en het geheel te kopiëren.

Praktijk 2
We doen alsof ons taaldrukschrift een computer is.
Als je op de tekstverwerker een stuk tekst gaat invoegen, dan zet je de cursor op die plek waar je dat wilt doen en je typt vrolijk een stuk tekst erbij. De rest schuift steeds een stukje op.
Zet in je schrift bij een werkwoord, waar je meer over kunt schrijven, een sterretje.
Dat sterretje is de cursor.
Schrijf op de volgende bladzijde van je schrift de tekst die ertussen moet.
Het is een tekst die heel precies gaat over wat er gebeurt en waar dat is en zo meer.
We lezen de teksten voor alsof het al een geheel is.
We luisteren goed welke woorden er weg kunnen en welke zinnen iets anders moeten.
Snappen we nog wel waar het over gaat?
Zo daar zijn we mee klaar, de kinderen leunen tevreden achterover, maar we gaan verder.
Nu kijken we in onze twee teksten en zetten ons 'cursorsterretje' bij een zelfstandig naamwoord.
De derde tekst wordt geschreven en we lezen weer voor.

Twee kinderen typen hun tekst over op een echte computer
Ze kijken van elkaar na of alles klopt en maken een print.
Na iedere tekst wordt erover gepraat en worden dingen die opvielen besproken.
De verhalen worden allemaal op de computer getypt.
De stapel teksten wordt voor vijf groepjes verdeeld en ieder gaat aan het werk met het beter maken van de teksten.
Ieder groepje geeft verantwoording voor de veranderingen.
Er is een spreker voor iedere tekst.
De hele groep luistert naar de voorgestelde veranderingen, maar de schrijver behoudt het laatste woord.
De leerkracht noteert alle veranderingen en de kinderen herschrijven hun eigen teksten met behulp daarvan op de tekstverwerker.
Een ander kind dan de schrijver kijkt alles nog een keer na.
Dan krijgt iedereen alle vermenigvuldigde teksten.

Henk van Faassen