startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Taalwerkvormen

Een notatiesysteem


De manier waarop je de vorderingen op het gebied van de taalbeheersing vastlegt
We kennen alle mogelijke systemen van testen, toetsen en cijfers geven.

Kijken naar kinderen,
wat ze vertellen en schrijven en welke kwaliteiten je daarin kunt ontdekken


Voordat het systeem van testen en toetsen een miljoenen business werd bestond er een beweging van onderzoekers en opvoeders die de ontwikkeling van kinderen bestudeerden.
Het is eenvoudigweg waar dat men veel meer leert over kinderen door zorgvuldig naar ze te kijken dan door ze formeel te testen.

Bij taalvorming ben je voortdurend bezig met het kijken naar kinderen.
Informeel evalueren we kinderen terwijl ze bezig zijn met lezen en schrijven.
We luisteren naar ze als ze in de kring vertellen of een gesprekje tussendoor voeren.
Het gebeurt zelfs als de kinderen spelen.
De evaluatie gebeurt meer formeel als er individuele besprekingen over hun lezen of schrijven zijn.
De leerkrachten maken aantekeningen van wat ze opvalt.
Eventueel gebruiken ze daarbij een foutenanalyse.
De sleutel is dat alles tijdens de voortgang van de taalactiviteiten in de klas plaatsvindt.

Praktijk

Werken met een volgsysteem taalontwikkeling:
Het is de bedoeling dat elke leerkracht op een leeg volgsysteemblad de beginsituatie van de groep beschrijft en de einddoelen formuleert op het gebied van:

> affectieve taalontwikkeling

> cognitieve taalontwikkeling

> schriftelijke taalvaardigheid

> mondeling taalvaardigheid.


Het is de bedoeling dat je de teksten van kinderen als basis gebruikt voor het beoordelen van ontwikkelingen.
Het volgsysteemblad geeft niet de individuele ontwikkeling van een kind weer, maar de ontwikkeling ten opzichte van de groep.
Een kind kan een jaar lang onvoldoende scoren in vergelijking met de rest van de groep maar toch individueel enorm vooruit gegaan zijn als je zijn beginsituatie en eindsituatie vergelijkt.
Bij het volgsysteemblad horen bijlagen, daar beschrijf je de stadia van ontwikkeling die op de ijkpunten door de leerkracht vastgesteld zijn.
Op deze manier is de individuele ontwikkeling van kinderen op meer details beter af te lezen.

Werken met einddoelen per groep:
De einddoelen moeten elk jaar voor eenzelfde leerjaar hetzelfde zijn.
Leerkrachten stellen met elkaar die einddoelen vast.
De beginsituatie is de eindsituatie van het vorige leerjaar.
Die beginsituatie is het gemiddelde van de groep en niet de beginsituatie van individuele kinderen.
De eindsituatie van het ene leerjaar is de beginsituatie van het volgende.
Het ene jaar kan de beginsituatie van groep zes dus anders zijn dan het andere jaar, dat hangt af van hoe ze als groep vijf geëindigd zijn.
De cognitieve ontwikkeling is makkelijker vast te leggen dan de affectieve ontwikkeling.
Bij de eerste moeten alle kinderen aan dezelfde einddoelen voldoen.
De tweede is een individuele ontwikkeling.

Wat doe je als de hele groep achter ligt?
Naast het individuele volgsysteem, kan je ook een formulier voor de hele groep invullen.
De kinderen blijken heel goed in staat te zijn zichzelf te beoordelen.
Op een schaal van 10 geven ze zichzelf cijfers op verschillende onderdelen van de les.
Van dat vermogen kan je als leerkracht gebruik van maken.
Een andere leerkracht wil de einddoelen verder uitsplitsen. Het nadeel daarvan is dat je meer moet beschrijven.
Weer een ander pleit juist voor het meer globaal vast leggen.
Bij het invullen van het rapport merkte ze dat ze teveel ging nadenken en twijfelen. Terwijl ze gevoelsmatig wel weet hoe het er met een kind voorstaat.

Werken met het volgsysteem:
Er wordt een logboek gebruikt maar niet iedereen doet dat consequent.
Het werk van de kinderen wordt opgenomen in dossiers en portfolio's, maar de beoordeling ervan is niet altijd eenduidig.
Er bestaan controle instrumenten, teksten uit verschillende perioden worden vergeleken.
Het belang van een systeem dat nog het meeste lijkt op een traditioneel rapport gebaseerd op toetsen wordt meestal groter geacht dan het ontwikkelen van een systeem dat aansluit op de door de school ingeslagen weg van ervaringsgerichte ontwikkeling.

Aandachtspunt:
Het is noodzakelijk om een eenheid in een volgsysteem te brengen.
Daarbij is het een voorwaarde dat vormende aspecten van taal, die in principe niet getoetst kunnen worden, toch in die eenheid opgenomen worden.
Het beoordelen van werk van kinderen met betrekking tot die aspecten is een leeropdracht voor de leerkrachten.

Henk van Faassen