startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen

lees ook:
sprekersblokjes


Taalwerkvormen
Werken met definities in groep 3


Kinderen omschrijven de kenmerken of de betekenis van een begrip of een woord op een manier zoals het in hun ervaringswereld voorkomt.
Ze hanteren daarbij hun persoonlijke 'dichterlijke' vrijheden van benoemen.
Dat hoeft dus niet de strikte definitie uit het woordenboek te zijn.


Taalvorming is een proces waarbij de kinderen steeds verder komen in het zoeken van woorden bij dingen die ze te vertellen hebben.
Dat zijn wel andere woorden dan die in een lesje ingevuld moeten worden.
Het woord 'strompelen' en 'treurig' zal je niet zo snel in een veilig leesboek aantreffen. Bijvoorbeeld: in het prentenboek 'Kikker' van Max Velthuijs komen die woorden wel voor:
'Ik ben maar een arme blote kikker, dacht hij en hij strompelde treurig weg.'

Praktijk
Voor onze neuzen zien we hoe betrokken en enthousiast de kinderen met al die omschrijvingen en betekenissen bezig zijn.
Hoe gemeenschappelijk het ontwikkelingsproces is en hoe veilig.
Het stellen van een vraag als je iets niet weet is geen blijk van onwetendheid, maar een mogelijkheid om een vraag te formuleren. Een vraag stellen en een antwoord weten is van gelijke waarde.
Een van de kinderen schrijft dat hij van zijn moeder een zoen en een snoepje kreeg toen hij verdrietig was. Als ik vraag: 'Wat is een verschil tussen een zoen en een snoepje' , hoor ik: 'een zoen is vies en een snoepje is lekker'
Maar wat is dan lekker? 'Chocola, maar bittere chocola is vies'
Bestaat er ook een lekkere zoen?
'Ja, een zoen die je krijgt van iemand die net chocola gegeten heeft.'

Praktijkvoorbeeld:
Kou is als je een dikke jas aan moet
Wat is de definitie van kou?
'Nou, kou is als je het koud hebt'
Zo beginnen de kinderen aan een cirkelredenering.
Het begrip 'kou' komt uit het voorgelezen verhaal 'Kikker in de kou' en op iedere bladzijde van het boek van Max Velthuijs is wel een woord te vinden waar we met zijn allen een betekenis aan kunnen geven.

Werken met de sprekers
De 'sprekers' hebben vandaag een beertje met een gekleurd lintje.
Juf Irene vindt die 'sprekersblokjes' teveel lawaai maken als de kinderen ermee in de kring zitten.
Met die pluche beertjes gebeurt ook van alles tijden het vertellen, ze verliezen hun strikjes, vallen op de grond of er wordt mee gefrommeld.
De beertjes kunnen ook opgegooid worden naar kinderen die iets willen vertellen.
De sprekers mogen de definitie van een begrip geven, en als ze het niet weten stellen ze een vraag: '
Wie weet wat wakker is?'
'Wakker is als je eerst geslapen hebt'
Wat is 'strompelen'? en wat is een deur nou precies?
'Een deur is een ding waardoor je naar buiten kan gaan' 'En weer naar binnen kan komen' zegt iemand anders.
'Maar er is ook een schuifdeur' zegt Christien.
'En een kastdeur, die schuift ook, maar daar ga je niet naar binnen'
Wat is 'raam', 'dik', 'trui', 'vacht', 'kachel'?
'Een kachel is een ding dat je aansteekt als je het koud hebt'
'Een raam is iets waardoor je naar buiten kan kijken en er zit glas in'.
'Maar er is ook donker glas, en daar kun je niet door kijken'

In de eerste ronde blijven de kinderen in een kringetje redeneren.
'Een trui is een trui die je aantrekt'.
Maar gaandeweg komen de definities los en vliegen de begrippen door de klas heen en weer.
Er zijn veel vragen en evenveel antwoorden. De kwaliteit van hun beschrijvingen verbetert snel.
'Dik is als er veel in je buik zit'
De sprekersbeertjes worden voortdurend gewisseld
om steeds nieuwe kinderen de gelegenheid te geven om een beschrijving te bedenken.
Gespannen luisteren de kinderen naar de fragmenten van het verhaal. Welk woord er nu weer uit zal rollen.
'Ja,' zei Kikker treurig. 'maar jij hebt een dikke speklaag en wat heb ik?' '
Treurig is als je bijna moet huilen, maar nog net niet'

Bij de eerste keer voorlezen verliezen de kinderen zich in het verhaal en stellen zich de treurigheid van het bestaan van Kikker voor als hij, bijna doodgevroren, door zijn vrienden gevonden wordt.
De illustraties worden nauwlettend bekeken en de kleinste details ontdekt.
De tweede ronde, waarin de beschrijvingen gegeven worden, is een verdieping van het verhaal
en tegelijkertijd een bewuste aanvulling van de woordenschat van de kinderen.
Als je met z'n allen een definitie van 'strompelen' of van 'treurig' gezocht hebt zal je dat woord altijd onthouden.

Buiten, langs de ramen van de klas, dwarrelen de sneeuwvlokken naar beneden en de kinderen willen ook naar buiten.
Binnen weten de kinderen te omschrijven wat 'dwarrelen' is.
'Dwarrelen is als iets heel langzaam heen en weer naar beneden komt'

Haas keek tevreden toe en zei:
'Wat zou de wereld zijn zonder Kikker?'
'Niks,'
zei Varkentje.
'Helemaal niks,' zei Eend.

Henk van Faassen