startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Taalwerkvormen
Ideeën voor vrije teksten *)


Schrijf wanneer je wilt, waarover je wilt en wat je wilt
Het is de grondgedachte van de vrije tekst als kernstuk van de Freinetpedagogie.
Het gaat er om de leerlingen werkelijk aan het woord te laten komen.
Precies zoals ze het kunnen en willen en niet zoals een bepaalde opstelvorm-opdracht het voorschrijft.
Niet zoals leerkrachten het graag willen hebben om goed te kunnen nakijken.
Niet de door het schoolwerkplan of de methode uitgezochte leerinhouden.


Het gaat erom uitdrukkingsvaardigheid van mensen te ontwikkelen die de school niet afsluit van de werkelijkheid van het leven.
Proberen de scholieren niet tot haters van literatuur te maken.
Helaas geven de methoden de leerlingen grotere zekerheden. Het gaat erom dat de fantasie van mensen aan de macht komt.
Een en ander mag niet gestoord worden door hoe hoort het, grammatica, opstelleer, gedichteninterpretatie en wat er nog verder te bedenken is.

De vrije tekst bevordert een grotere zekerheid in uitdrukkingsvaardigheid,
in het denken, analyseren, abstraheren.
De algemene roep om verlagen van het niveau van de uitdaging om tot schrijven te komen, gehoord van vele collega's, verdwijnt daar waar leerkrachten consequent de techniek van de vrije tekst gebruiken.
Het geeft niet alleen nieuwe moed, maar als je kinderen ook in andere gebieden zelf aan het woord te laten komen verlaten de leerlingen de grauwe theoretische wetenschappelijke weg en komen met alom bekende pedagogische begrippen als leerling gericht onderwijs, zelfstandig leren, emancipatorisch onderwijs, democratisch onderwijs en dergelijke in aanraking.

De cartotheek is geen doelgerichte werkbladen verzameling.
Het is een starthulp.
Men moet met zijn leerlingen zelf de juiste weg vinden.

Hoe ga je met een cartotheek om?
Om iets na te kijken, als aansporing als iemand even niet weet wat hij schrijven zal.
Het zijn voorbeelden van zelfgeschreven teksten en die kunnen steeds uitgebreid worden..

Praktijk
Er zijn leerkrachten die het aan de leerlingen overlaten om te schrijven hoe en waarover ze willen.
Als moeilijkheid wordt gezien dat een jarenlange stel- en opsteloefening het normale en natuurlijke schrijven belemmert.
Daarom de omweg langs schrijftechnieken die uitsluitend vormen en nooit inhouden mogen voorschrijven.
Eenvoudige vormen die voor gebruik in de klas geschikt zijn:
1-2-3-4-1 schema voor het schrijven van een tekst;
Een gegeven startpunt of een beginwoord of -zin;
Richtingsverandering in een tekst aanbrengen;
Regels voor het schrijven zelf opstellen;
Haiku vorm gebruiken;
enz.

Met de tijd verzamelen de leerlingen zelf methoden om eigen teksten te schrijven
Ze worden zekerder in het uitdrukken van hun eigen gedachten en fantasieën.
Ze maken zich spoedig los van de aangeboden vormen teneinde een eigen stijl te vinden.

Bij de invoering van vrije teksten is er mogelijk een probleem
Sommige leerlingen neigen ertoe de vrijheid van expressie te gebruiken voor het verwoorden van tijdgebonden fantasieën.
Er is geen recept tegen te geven.
Je kunt alleen een eigen strategie voorstellen: Discriminerende, mensonvriendelijke teksten domweg niet toelaten.
In plaats daarvan een open, helder gesprek met de betreffende scholier.
De leerlingen hebben een klapper of ze schrijven de teksten in het vrije-teksten-boek.
De teksten kunnen in de klasse- of schoolkrant komen.
Er is een muurkrant.
Vrije teksten worden nooit met een rood potlood gecorrigeerd.
Het herschrijven van de tekst voor die gepubliceerd wordt is een zaak van de schrijver. Hierbij kan de leerkracht natuurlijk helpen.
Stilistische verbeteringen van de teksten kunnen uitsluitend met instemming van de schrijver plaats vinden.
De grootst mogelijke terughoudendheid van de leerkracht is daarbij een voorwaarde.

Writersblock
De cartotheek is er als de leerling helemaal niets weet om over te schrijven.
Een verdere hulp is een beeldcartotheek. Dat zijn foto's uit tijdschriften op karton geplakt. Daar kunnen veel ideeën vandaan komen.
In zeer zware gevallen van een 'writersblock' vraagt de leerkracht: "Wat denk je op dit moment?" Hij schrijft dat op en vraagt steeds verder. Een dergelijke tekst kan een opstap voor de leerling zijn.
Het belangrijkste is dat er een tekst ontstaat.
Het is zinvol dat aan een tekst, zeker in het begin, door twee of meer leerlingen geschreven kan worden.

De kaarten in de cartotheek:

Bondig
Schrijf een willekeurige tekst. Maar alle regels zijn precies even lang.

Beelden

Neem foto's en tekeningen uit tijdschriften als inspiratie voor een kort verhaal.
Beschrijf niet de foto. Laat je alleen inspireren.
Maak een ansichtkaartencollectie voor dat doel.

Verslag

Schrijf over een bezoek aan een museum, een observatie, iets belangrijks.
Gebruik een groot vel papier, of juist een heel klein.

Verdelen

Een gewone tekstregel kan er beter van worden als je niet alle regels helemaal opvult.
Bijvoorbeeld:

Iedere keer
als
mijn vriendinnetje
er aankomt
in de verte
gaat mijn hart
te keer


Associatie

Schrijf een willekeurig woord, en meteen daarop een volgend woord dat bij je op komt. en zo voort.
Stop de woordassociatie als je denkt dat je genoeg woorden hebt.
Begin een tekst te schrijven of noteer alleen je gedachten die in associatieketting ontstaan is.

Een gegeven begin

Het begin van een verhaal is gegeven, door een medeleerling, de leerkracht of je neemt het uit een willekeurig boek.
Dan begin je zelf te schrijven. Laat, als je klaar bent, het gegeven begin eventueel weg

Bijvoeglijke naamwoorden

Hoe voel je je vandaag? Goed, slecht, moe, eenzaam, treurig, energiek enz.
Neem deze bijvoeglijke naamwoorden om er een tekst van te maken.

Bij muziek

Luister naar muziek, doe je ogen dicht en laat je gedachten dwalen. Schrijf je associaties op.

Tijdreis

Lees een tekst van iemand anders en probeer die in een andere tijd te herschrijven.

Eén woord start

Elke regel begint met hetzelfde woord. In de laatste regel mag je iets veranderen.
voorbeeld:

Niets
Niets is je naam
Niets gebeurt er
Niets is er geweest
Niets dat ik kan leren
Niets dat ik weet
Niets dat ik zie
Niets is verschrikkelijk
Niets is niets
Ik ben alles


Woorden tellen

Voor elke regel kies je een bepaald aantal woorden. Je kunt het schema zelf bepalen.
voorbeeld: 3 4 3 4 1 3

kinderen zijn prachtig
ze hebben veel fantasie
ze zien dingen
die wij niet zien
zie!
kinderen zijn prachtig


Gegeven

Een aantal woorden is gegeven, door de klas, de leerkracht of je buur.
Je begint te schrijven wat je wilt en gebruikt de gegeven woorden daarbij.

Vergroten

Neem een eenvoudige regel. Steeds weer opnieuw verander je die en voegt nieuwe delen toe.
Voorbeeld:

We zijn moe
Dertien kinderen zijn moe
Dertien grappige personen, kinderen genaamd, zijn moe in de klas
Precies dertien grappige jongens en meisjes, leerlingen genaamd zijn absoluut moe
als je deze klas binnenkomt om ons les te geven.


Droom

Iedereen droomt, 's nachts of overdag. Schrijf op wat je denkt dat je droomt.

Geluidloos

Een geluidloze conversatie op een groot vel papier op tafel. Iedereen begint waar hij zin heeft.
Het belangrijkste is niet te praten, alleen te schrijven. Je kunt vooraf een onderwerp afspreken.

Alliteratie

In elke regel stop je zoveel mogelijk woorden met de zelfde letter.
Kracht kraakt karige karren in kringen
Morgen mogen mannen ze maken
Als akelige angsten aan de arbeid zijn
Gaan groene grijpvingers gretig te keer
Dat is dus de drijvende draak.


Renga

Een 'Renga' kan in de vorm van een ketting geschreven worden.
De eerste twee regels hebben zeven lettergrepen
Daarna volgt een Haiku met 5, 7, 5 lettergrepen
En ten slotte weer twee regels van ieder 7 lettergrepen

Wending

Iedere regel begint met dezelfde zinswending . Aan het eind van de tekst kan dat veranderen.

Politiek

Politici zijn er niet alleen voor volwassenen. Wie zelf nadenkt kan ook zelf daarover schrijven.

Paradox

Een paradox is een contradictie op zichzelf. Bijvoorbeeld een heilige duivel of een natte droogte.
Gebruik zo veel mogelijk paradoxen.

voorbeeld:
De school
is als een natte woestijn
Leerkrachten zijn
foute originelen
Proeven zijn
nooit ophoudende einden
Engels is van
een gruwelijke schoonheid
Wiskunde is
een levende dood.


Slechts één woord

Neem een enkel woord en gebruik het zo vaak mogelijk.
Probeer niet teveel na te denken, speel maar met het woord.

In het midden

Schrijf eenzelfde woord in een rij op het midden van een vel papier. Vul de regels links en rechts in.

Lied

Begin met een begin van een lied dat je kent.
Ga op je eigen manier met je eigen woorden verder

Liefdesbrief

Schrijf een liefdesbrief
Als verschillende leerlingen er een schrijven, kun je ze door elkaar mengen.
Ieder leest er een voor.

Kritiek

Schrijf kritische brieven naar elkaar. Let op je taalgebruik. Behandel anderen net zo als je zelf behandeld wil worden.

Cirkelgesprek op papier

Communiceer met elkaar op een vel papier dat in een kring van bijvoorbeeld 4 personen doorgegeven wordt.
Ga net zo lang door tot je genoeg geschreven hebt.

Slang

Schrijf een tekst in een dialect of in een trendtaal

Internationaal

Schrijf een tekst die bestaat uit woorden van verschillende talen door elkaar.

Hypothese

Schrijf een eenvoudige tekst die gaat over iets alledaags. Beschrijf een gebeurtenis of een gevoel.
Verander daarna de woorden door alles te betwijfelen, te veronderstellen, te vermoeden en zo voort.
voorbeeld:

Ze opent de deur
Sluit de deur
Zegt "Dag"
Komt de kamer in
Gaat aan de tafel zitten
Zoals iedere dag.
Hypothetische tekst:
Misschien doet ze de deur open
Doet ze hem echt weer dicht?
Misschien zegt ze "dag"
Het lijkt alsof ze de kamer binnen gaat
Ik weet niet of ze aan haar tafel gaat zitten
Wellicht als elke dag.


Haiku

Haiku heeft drie regels.
De eerste regel heeft 5 lettergrepen
De tweede 7 lettergrepen
De derde regel weer 5 lettergrepen

Gesprek

Bedenk een dialoog tussen twee zelfbedachte personen.
Bijvoorbeeld tussen een trainer en een voetballer.

Hooivork

Elke regel begint met dezelfde letter
voorbeeld:

Donder en regen
Daar tussendoor bliksem
Direct houdt de wereld op te bestaan
Door wind en weder
Die weg vluchten
Dorstig naar droog land


Vragen

Stel jezelf vragen over een zelfgekozen onderwerp.
voorbeeld:

Geld
Wat is geld?
Waarom heb ik het nodig?
Wat voor nut heeft het voor mensen?
Waarom komen er zoveel problemen van?
Krijg je er vrienden door?
Is geld goed?
Waarom?


Vervolg

Schrijf iets dat moeilijk voor je is of was.
Een paar dagen later schrijf je nog een keer hoe je erover denkt. Je kunt dit net zolang voortzetten als je wilt.

Snippers

Schrijf iets op dat je toevallig in je gedachten schiet.
Maak er geen zinnen van en bekommer je er niet om of het onzin is of niet.
voorbeeld:

Het zou kunnen, er is iets, dat weet iedereen, steeds, niets is er en toch, daar wordt het geel, zo zacht.
Een beetje of toch iets meer, en dat moet er blijven.
Ook als ik er niet ben.


Kleuren

Gebruik bij het schrijven zoveel mogelijk woorden voor kleuren.
voorbeeld:

Blauw fluwelen ogen
Een Ivoorkleurige huid
Een glimlach als goud en glitter
Een lach zo bruin als een bos in de winter
Een uitdrukking op je gezicht als vonken van paars en lila.
Robijnrode lippen met een aardbeien smaak
Zwart haar als de nacht met zilveren sterren
En toch een tong scherper dan een rode peper.


Vervangen

Neem een tekst van een ander. Laat delen ervan zoals ze zijn.
Vervang stukken door je eigen tekst.

Eindeloos

Probeer een verhaal zonder einde te schrijven:
In het verhaal moet je het begin terugvinden en dan hetzelfde verhaal opnieuw vertellen.

Elf woorden gedicht

Vijf regels met elf woorden

een woord
twee woorden
drie woorden
vier woorden
een woord

Koffiekopje

Vijf regels met veertien woorden in de vorm van kop en schotel

vier woorden
drie woorden
twee woorden
een woord
vier woorden

Driehoek

Begin met een woord.
Tweede regel voeg je er een aan toe.
Derde regel nog een woord erbij. en zo voort.
In de laatste regel kan je de procedure veranderen

oh,
oh, alsjeblieft
oh, alsjeblieft doe
oh, alsjeblieft doe niet
Het kan ook andersom
oh, alsjeblieft doe niet
oh, alsjeblieft doe
oh, alsjeblieft
oh


Woordveld

Schrijf een begrip in het midden van een blad.
Omring het met associaties.

Walter Hövel

*) Deze cartotheek is samengesteld door Walter Hövel, leerkracht van een Freinet 'Hochschüle'.
De beschreven opdrachten zijn hier en daar strijdig zijn met de uitgangspunten van Taalvorming.
Desalniettemin kunnen ze met enige aanpassing bruikbaar gemaakt worden.

naar boven