startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Taalwerkvormen

Begrijpend lezen

Van lezen komt schrijven en zeker omgekeerd.
Kinderen leren lezen, dat wil zeggen: zij leren decoderen.
Ze leren begrijpen wat zij lezen, dat wil zeggen dat ze ervaren dat een woord, een zin, een tekst, een inhoud hebben.
Ze leren informatie verzamelen uit schriftelijke bronnen
en ontwikkelen een positieve houding ten aanzien van het lezen en de boeken.

Er zijn zelden goede leesoefeningen te bedenken.
Kinderen leren lezen door het te doen
en dat is pas effectief als de tekst een inhoud heeft die kinderen boeit.
Dat zijn de teksten zoals 'Pim op de kar' uit de leesmethode nooit.
Bij lezen is er altijd een invoer- en een uitvoer van betekenissen.
Om te beginnen is de wil om iets te snappen het halve werk.
Natuurlijk moet het materiaal dat kinderen bij ze aansluiten en het moet van goede kwaliteit zijn.
Kinderen zullen er alles aan doen om zichzelf te ontwikkelen in het begrijpen van teksten die van belang voor ze zijn.
Ze zijn actief in hun eigen leerproces en het omgaan met de teksten die ze lezen.

Praktijk
Werken met woordbegrip:
Op de tafel, midden in de kring, staan een aantal voorwerpen.
De kinderen plaatsen twee dingen naast elkaar en vertellen er over.
Waarom zijn het speelgoedvogeltje en de 'spanen' vogel naast elkaar op tafel gezet?: "het zijn alle twee neppe vogels".
Wat is dat nu voor een woord 'neppe'? Weet je dat niet? Dat is iets wat niet echt is, 'kunst'.
Dan roept Jeanot ineens: 'replica'!.
Wil je dat even uitleggen? "Nou we waren op dat schip bij het scheepvaartmuseum en dat was een replica van een echt oud zeilschip. Deze vogel is een replica, weet je wel."
Begrijpend lezen is lezen wat je wil begrijpen.

Een zin in een leesboek:
"Er zat nog een raampje met glas erin."
We praten over wat een raam is. Is dat alleen het glas? Of is dat het kozijn?
Sebil zegt dat het glas en het kozijn samen is.
Begrijpen, inleven, navragen. In sfeer van vertrouwen vragen kunnen stellen.
Door wat anderen vragen voor jezelf duidelijker krijgen waar het soms over gaat.
Begrijpend lezen heeft met begrijpend luisteren te maken.

Werken met taalbegrip:
Iedere les in een cyclus is begonnen met een van de verhalen van Toon Tellegen over de eekhoorn en de andere dieren.
De verhalen kenmerken zich door hun gefantaseerde relaties tussen de dieren.
De kinderen moeten er aan wennen dat een olifant een mier vriendschappelijk op de schouder slaat.
In het verhaal van vandaag klopt olifant bij oester aan zijn schelp en vraagt of hij even binnen mag komen.
Dat mag en ze maken een dansje in de schelp maar oester trapt olifant op zijn slurf en dat doet pijn.
Toch vertelt olifant later aan eekhoorn hoe lekker hij met oester gedanst heeft.
Begrijpend lezen heeft met inlevingsvermogen te maken.

Werken met literaire vorming in groep drie:
Is het mogelijk om met een stapel dichtbundels in groep drie te werken?
De kinderen hebben vaker met een gedichtjes, rijmpjes of versjes gewerkt, maar die werden door de leerkracht voor hen uitgekozen uit de bundel: 'Ik geef je niet voor een kaperschip met tweehonderd witte zeilen'.
In de bundel staan bekende en minder bekende kinderversjes die lekker klinken in de oren van jonge kinderen.
Het taalgebruik is aan de kinderen aangepast.
Maar hoe zit het bijvoorbeeld met die ouderwetse rijmpjes?
Hebben de kinderen van groep drie daar een beeld bij?
En hoe gaat het met gedichten die eigenlijk door grote mensen voor grote mensen geschreven zijn?
Moeten we die gedichten bij ze weghouden tot ze 'er aan toe' zijn?
Begrijpend lezen en luisteren heeft met herkenning van grotemensenteksten te maken.

Werken aan een literaire leesomgeving:
Het kan geen kwaad die stapel gedichtenbundels toe te voegen aan de leesomgeving van de kinderen.
En het is goed als de kinderen zelf de gedichten kiezen uit een gevarieerd aanbod.
Ik kom op de proppen met mijn stapel dichtbundels.
Die liggen nu in het midden van de kring en de 'sprekers' mogen ieder er een uitzoeken.
Ze kiezen als eerste een bundel met grote rode lippen op de omslag.
' Daar komt de tijger' heeft een leuke omslag en het boekje kennen ze wel.
De omslag van 'Ruim je kamer op laat een enorme troep zien.
Een plaatje van een schilderij vol met leeuwen, struisvogels, kalkoenen en een paard, op de omslag van 'De mooiste gedichten over dieren', trekt eveneens de aandacht.
Met z'n drieën kiezen jullie een gedicht uit.
Ik vraag of er een spreker is die één woord eruit kan voorlezen, dat woord schrijft de juf op het bord.
'Kwiek', 'veiligheid' 'kijk' 'whaaaww' 'voor'. Whaaaww is de brul van de tijger.
Wie kan een paar woorden, of een stukje van het vers voorlezen?
En wie van de sprekers wil het helemaal voorlezen?
Begrijpend lezen is ook lezen van gedichten, met woorden die je aandacht trekken.

Welk boek zullen we nemen?
In de meeste gevallen kiest de juf of de meester het boek uit om voor te lezen.
Soms is het gewoon een leuk boek, of het is een boek dat aansluit op een thema.
Ik wil graag dat de kinderen zelf een boek uitkiezen waaruit ik ga voorlezen en dat de kinderen zelf gaan lezen.
Daarmee hebben de kinderen een soort verantwoordelijkheid voor de inhoud van de les gekregen.
Het uitkiezen is, net zoals alle andere activiteiten, een 'werkvorm'. En een werkvorm heeft steeds stapjes.
De eerste stap is een stapel van 6 boeken op tafel.
De tweede stap is dat vier kinderen die stapel bekijken en er in overleg met elkaar 2 uitzoeken.
De derde stap is dat twee andere kinderen van die vier overgebleven boeken er weer twee aan mij terug geven.
De vierde stap: een ander kind kiest uit de twee overgebleven boeken degene die gelezen zal worden.
Nu wordt het boek van alle kanten bekeken, hoe de plaatjes er uitzien en of er veel of weinig tekst in staat.
Hoe kiezen de kinderen en waar ga je mee verder?
De illustraties zijn belangrijk bij het kiezen.
In de tekening is in één oogopslag te zien waar het over gaat.
Een tekst moet je eerst kunnen lezen en daarna nog kunnen begrijpen ook.
Plotseling valt hun oog op een woord dat hen boeit, nog voor het een plaats in de context van het geheel heeft gekregen.
Begrijpend lezen is zelf kiezen van boeken om dat te doen.

Werken in een talige omgeving:
Met de talige omgeving bedoel ik dat de school op alle mogelijke manieren een inspiratiebron voor de kinderen is.
De gestuurde taalomgeving bevat de reguliere bronnen, zoals: taalboeken en taalschriften; boekenhoeken; documentatiecentrum; bibliotheek; etcetera.
De inzet van de gestuurde taalomgeving is intentioneel, dat wil zeggen dat men kiest met een uitdrukkelijk gekozen leerdoel.
De ongestuurde taalomgeving bevat bronnen zoals: teksten op de kleren, de pakjes drank, in de tijdschriften en het reclamemateriaal die in de groep terecht komen. op verpakkingsmateriaal, teksten op de deuren en de aanplakborden van de school. etcetera.
De inzet van de ongestuurde taalomgeving is incidenteel, dat wil zeggen dat de opbrengst ervan plaats vindt in de hoofden van de kinderen.
Het belang ervan is veel groter dan we algemeen aannemen.
De opbrengst is wel waar te nemen als de kinderen tijdens alle mogelijke vormen van interactie, in kringgesprekken of gesprekken op het speelplein, verwijzen naar die ongestuurde taalomgeving.
Begrijpend lezen in een ongestuurde taalomgeving brengt meer op.

Henk van Faassen