startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Taalwerkvormen
De voorleesstoel

De voorleesstoel is een plek voor de klas
waar verhalen voorgelezen worden
en taaltekeningen bekeken worden

Het is meestal de bureaustoel van de leerkracht.
De leerkracht zit op een laag krukje ernaast zodat die hulp kan geven, voorfluisteren bijvoorbeeld.
De oudste kleuters vertellen opnieuw vlot de tekst, ondanks het feit dat ze die nog niet zelf geschreven hebben. Velen doen dat bijna letterlijk.
De jongste kleuters krijgen veel fluisterhulp.
Er kunnen vragen komen van de ander kinderen.
Er kan opnieuw verteld worden naar aanleiding van deze voorleesronde.

Het is een stap in de reeks is 'voorlezen' wat getekend en geschreven is

Het is een zinvolle stap omdat in dit geval de tekening meer is dan zo maar een tekening.
Behalve dat wordt het verhaal nog eens gereproduceerd.
Ook de kleuters die feitelijk nog niet kunnen lezen doen alsof. Ze vertellen wat ze eerder hebben laten bijschrijven door de juf.
De navertelde teksten, ik noem dat consequent 'voorlezen', zijn vaak heel accuraat en blijven dicht bij de geschreven tekst.
Dat betrekt ze in een communicatieproces

Praktijk
Als de hele tekst van ongeveer drie zinnen klaar is lees ik hem een paar keer voor
en vraag het kind daarna ook 'voor te lezen'.
Als alle teksten klaar zijn zet ik 'voorleesstoel' klaar en stuk voor stuk lezen de kinderen voor.
Ze laten de beelden zien.
Ik zit naast de voorleesstoel op een laag krukje en help de kinderen. Ik hou hun wiebelende benen tegen en moedig ze aan. Voorfluisteren mag best en dat doe ik ook als ze vastlopen.
Het gaat erom dat de kinderen het besef ontwikkelen dat er een tekst aan het beeld vastzit.
Dat het goed is als de andere kinderen die ook horen.
Sommige teksten worden door de kinderen verlegen fluisterend gebracht. Ze moeten dan oefenen in duidelijk vertellen.
Ik lees daarna nog eenmaal de tekst die ik bijgeschreven heb hardop voor. Daarbij hou ik de hand van het moedige auteurtje vast.
Het is immers zijn of haar tekst die ik voorlees?

Manel is vandaag voor het eerst op school.
Sommige kinderen roepen: "zij kan nog niet lezen".
Manel gaat onverstoorbaar door.
Ze laat haar tekening zien, wijst de zwarte krassen aan en zegt: "water".
Daarna wijst ze een zon aan.
Ik vraag wat daar gebeurt, maar daarop zegt ze niets.
Ik vraag of dat de zon is en ze knikt.
Ik wijs iets onder aan de zon aan en vraag wat daar is.
Ze zegt: "beneden".

De kleuters 'lezen voor' uit eigen werk en ik geniet mateloos
Af en toe valt er eentje spontaan van zijn krukje.
Een ander eet zijn tekening met zijn, door mij er bijgeschreven, tekst letterlijk op.
Hij leest later onversaagd voor uit zijn aangevreten blad.
De kinderen hebben getekend en de juf en ik hebben erbij geschreven
wat de kinderen over de gebeurtenis verteld hebben.
Een van de kinderen vertelt over wat er gebeurt als ze een kamer binnen kijkt.
Ze ziet hoe haar jongere broertje net een pot met plant omgegooid heeft.
Uitvoerig wordt melding gemaakt van de plek waar de aarde, waar de scherven en waar de bloemetjes liggen.
Er is sprake van een intense belangstelling van de andere kinderen in de kring.
Ze herkennen een dergelijke gebeurtenis goed.

Henk van Faassen