|
Taalwerkvormen
Leesbevordering

Plezier
in lezen bevorderen
Het leggen van verbanden tussen hun teksten en die van professionele
schrijvers is een effectieve manier om kinderen bij boeken te
betrekken. Van lezen komt schrijven en zeker omgekeerd.
Kinderen leren lezen: zij leren decoderen,
ontcijferen
Ze leren begrijpen wat zij lezen, dat wil zeggen dat ze ervaren
dat een woord, een zin, een tekst, een inhoud heeft.
Ze leren informatie verzamelen uit schriftelijke bronnen en ontwikkelen
een positieve houding ten aanzien van het lezen en de boeken.
Kinderen leren lezen door het te doen
Dat is effectief als de tekst een inhoud heeft die kinderen boeit.
Er zijn zelden goede leesoefeningen te bedenken.
Teksten uit de leesmethode missen een inhoud omdat ze moeten voldoen
aan een bepaalde moeilijkheidsgraad of omdat ze ouderwets van
taalgebruik zijn.
Wie wat waar
De kinderen moeten vaak een 'wie wat waar' formulier invullen
als ze een boek gelezen hebben.
De opbrengst daarvan is niet groot te noemen.
De verbinding tussen wat de kinderen gelezen hebben en de eigen
beleving ontbreekt.
Een wie wat waar blad is een oppervlakkig controlemiddel om na
te gaan welke boeken de kinderen gelezen hebben, meer niet.
In plaats daarvan kunnen beter vragen gesteld worden die meer
informatie geven over de betrokkenheid die een kind met een gelezen
boek heeft.
De kinderen moeten zich kunnen afvragen "
doe ik zelf ook wel eens iets zoals in het boek?" of: "bij
mij gaat zoiets heel anders". "Wat snapte je niet van het boek,
en waar moet je aan denken als je het leest?"
De kinderen gaan met meer aandacht en kritischer lezen. Ze kunnen
ook beter uitdrukken wat ze denken en voelen.
Het plezier van lezen en voorlezen wordt
vergroot
Door de gebeurtenissen in een boek te verbinden met de eigen ervaringen
van kinderen kan het boek toegankelijker voor hen worden. Het
boek is dan net een levend mens waarmee je kunt praten.
Als je leest ben je weg
Dat schreef Aidan Chambers in zijn boek "Vertel eens"
Zorg dat niemand een hekel aan lezen
krijgt
Lezen als verplichting werkt niet.
Leerlingen die op school geen vertrouwen in hun leerkracht hebben,
vertrouwen de boeken die hij aanprijst ook niet.
Je moet de kans krijgen voor jezelf uit te maken welke boeken
je leest. Een ander kan dat nooit voor je bepalen.
Het lezen van een boek grijpt in
Het is wel degelijk van belang welke boeken er in je hoofd
zitten.
De ervaringen die je door een boek krijgt kunnen door van alles
komen. Door het woordgebruik, door wat er staat en hoe het er
staat, maar bovenal of je het kunt vergelijken met je eigen ervaringen.
Elkaars ervaringen willen delen
Als je werkelijk luistert naar wat kinderen te vertellen hebben
maak je duidelijk dat de ervaringen van je kinderen even waardevol
zijn als de verhalen die kinderboekenschrijvers bedenken.
Herinneringen en associaties
Die komen niet op een ordelijke, en door de leerkracht georganiseerde
manier, binnen.
Ze duiken op in de kringgesprekken waaraan de ordening lijkt te
ontbreken.
Praten over boeken verloopt niet ordelijk of lineair. Het voldoet
niet aan de eisen van een wetenschappelijke discussie.
Als een leerling bang is dat
zijn opmerkingen verkeerd, onbelangrijk of stom gevonden worden
of dat er niet naar hem geluisterd zal worden, dan houdt hij zijn
gedachten voor zich.
Kinderen in de klas proberen te raden wat de leerkracht denkt
en geven liever het antwoord dat hij wil horen.
Het lezen van boeken is daarmee gedegradeerd tot een oefening
in tekstbegrip waarbij de leerkracht alles denkt te weten.
De kinderen gaan hun eigen beleving van het boek wantrouwen en
ze worden handig in het zeggen van dingen die ze eigenlijk niet
denken of voelen. Ze raken verstrikt in een leer spinnenweb
Een van de meest ontmoedigendste vragen
aan een lezertje:
De "waarom-vragen" leveren
niets op.
Alsof je je moet verdedigen of dat je overhoord moet worden als
je iets gelezen hebt.
Vraag liever naar de dingen in een boek die een kind geraakt hebben.
Een leerling weet best wat een tekst te zeggen heeft, wat hij
mooi, lelijk, raar, moeilijk of onbegrijpelijk vindt.
Die dingen moet je bij leesbevordering tevoorschijn zien te halen.
Een perverse voorkeur voor analyseren
bij leerkrachten
Kinderen weten heel wat van de wereld waarin ze leven, de leerkracht
moet zien hoe die kennis zinvol boven tafel komt. Dan zou je er
iets aan kunnen toevoegen.
Praten over boeken
Kinderen kunnen in principe hetzelfde als volwassenen. Ze kunnen
hun eigen verhalen vertellen en luisteren naar die van anderen.
Ze ontdekken zelf wat ze er aan hebben.
Ze wisselen leeservaringen uit, maar alleen als die niet van boven
af zijn opgelegd.
Boeken lezen levert veel materiaal op
Praten over boeken heeft te maken met de behoefte je genoegen
of ongenoegen onder woorden te brengen.
Je wil graag nieuwe gedachten formuleren om te horen hoe die klinken.
Je wilt wat een verhaal bij je heeft losgemaakt bekijken zodat
je er greep op kunt krijgen.
Praten over boeken gebeurt, nogmaals, niet ordelijk of lineair.
Het voldoet niet aan de eisen van een allesomvattende, wetenschappelijke,
discussie waarin men specifieke antwoorden zoekt op vragen die
in een bepaalde volgorde zijn gesteld en de ene vraag logisch
uit de andere voortvloeit.
Filosoferen met kinderen
Praten over boeken lezen is een vorm van samen filosoferen over
gedachten en gevoelens die door een een boek te ervaren, worden
opgeroepen.
Henk van Faassen
Literatuur
Aidan Chambers: "Vertel
eens", kinderen, lezen en praten. Uitg: Querido 1995
ISBN 90 214 5743 1
Tekst opvragen:
archief
taalvorming
naar
boven
|
|