startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Lees ook:

Lezen voor je plezier

Lezen is belangrijker
dan spelen


Taalwerkvormen
Leesbevordering

Plezier in lezen bevorderen
Het leggen van verbanden tussen hun teksten en die van professionele schrijvers is een effectieve manier om kinderen bij boeken te betrekken.
Van lezen komt schrijven en zeker omgekeerd.

Kinderen leren lezen: zij leren decoderen, ontcijferen
Ze leren begrijpen wat zij lezen, dat wil zeggen dat ze ervaren dat een woord, een zin, een tekst, een inhoud heeft.
Ze leren informatie verzamelen uit schriftelijke bronnen en ontwikkelen een positieve houding ten aanzien van het lezen en de boeken.

Kinderen leren lezen door het te doen
Dat is effectief als de tekst een inhoud heeft die kinderen boeit.
Er zijn zelden goede leesoefeningen te bedenken.
Teksten uit de leesmethode missen een inhoud omdat ze moeten voldoen aan een bepaalde moeilijkheidsgraad of omdat ze ouderwets van taalgebruik zijn.

Wie wat waar
De kinderen moeten vaak een 'wie wat waar' formulier invullen als ze een boek gelezen hebben.
De opbrengst daarvan is niet groot te noemen.
De verbinding tussen wat de kinderen gelezen hebben en de eigen beleving ontbreekt.
Een wie wat waar blad is een oppervlakkig controlemiddel om na te gaan welke boeken de kinderen gelezen hebben, meer niet.
In plaats daarvan kunnen beter vragen gesteld worden die meer informatie geven over de betrokkenheid die een kind met een gelezen boek heeft.
De kinderen moeten zich kunnen afvragen "
doe ik zelf ook wel eens iets zoals in het boek?" of: "bij mij gaat zoiets heel anders". "Wat snapte je niet van het boek, en waar moet je aan denken als je het leest?"
De kinderen gaan met meer aandacht en kritischer lezen. Ze kunnen ook beter uitdrukken wat ze denken en voelen.

Het plezier van lezen en voorlezen wordt vergroot
Door de gebeurtenissen in een boek te verbinden met de eigen ervaringen van kinderen kan het boek toegankelijker voor hen worden. Het boek is dan net een levend mens waarmee je kunt praten.

Als je leest ben je weg
Dat schreef Aidan Chambers in zijn boek "Vertel eens"

Zorg dat niemand een hekel aan lezen krijgt
Lezen als verplichting werkt niet.
Leerlingen die op school geen vertrouwen in hun leerkracht hebben, vertrouwen de boeken die hij aanprijst ook niet.
Je moet de kans krijgen voor jezelf uit te maken welke boeken je leest. Een ander kan dat nooit voor je bepalen.

Het lezen van een boek grijpt in

Het is wel degelijk van belang welke boeken er in je hoofd zitten.
De ervaringen die je door een boek krijgt kunnen door van alles komen. Door het woordgebruik, door wat er staat en hoe het er staat, maar bovenal of je het kunt vergelijken met je eigen ervaringen.

Elkaars ervaringen willen delen
Als je werkelijk luistert naar wat kinderen te vertellen hebben maak je duidelijk dat de ervaringen van je kinderen even waardevol zijn als de verhalen die kinderboekenschrijvers bedenken.

Herinneringen en associaties

Die komen niet op een ordelijke, en door de leerkracht georganiseerde manier, binnen.
Ze duiken op in de kringgesprekken waaraan de ordening lijkt te ontbreken.
Praten over boeken verloopt niet ordelijk of lineair. Het voldoet niet aan de eisen van een wetenschappelijke discussie.

Als een leerling bang is dat zijn opmerkingen verkeerd, onbelangrijk of stom gevonden worden of dat er niet naar hem geluisterd zal worden, dan houdt hij zijn gedachten voor zich.
Kinderen in de klas proberen te raden wat de leerkracht denkt en geven liever het antwoord dat hij wil horen.
Het lezen van boeken is daarmee gedegradeerd tot een oefening in tekstbegrip waarbij de leerkracht alles denkt te weten.
De kinderen gaan hun eigen beleving van het boek wantrouwen en ze worden handig in het zeggen van dingen die ze eigenlijk niet denken of voelen. Ze raken verstrikt in een leer spinnenweb

Een van de meest ontmoedigendste vragen aan een lezertje:
De "waarom-vragen" leveren niets op.
Alsof je je moet verdedigen of dat je overhoord moet worden als je iets gelezen hebt.
Vraag liever naar de dingen in een boek die een kind geraakt hebben.
Een leerling weet best wat een tekst te zeggen heeft, wat hij mooi, lelijk, raar, moeilijk of onbegrijpelijk vindt.
Die dingen moet je bij leesbevordering tevoorschijn zien te halen.

Een perverse voorkeur voor analyseren bij leerkrachten
Kinderen weten heel wat van de wereld waarin ze leven, de leerkracht moet zien hoe die kennis zinvol boven tafel komt. Dan zou je er iets aan kunnen toevoegen.

Praten over boeken
Kinderen kunnen in principe hetzelfde als volwassenen. Ze kunnen hun eigen verhalen vertellen en luisteren naar die van anderen. Ze ontdekken zelf wat ze er aan hebben.
Ze wisselen leeservaringen uit, maar alleen als die niet van boven af zijn opgelegd.

Boeken lezen levert veel materiaal op
Praten over boeken heeft te maken met de behoefte je genoegen of ongenoegen onder woorden te brengen.
Je wil graag nieuwe gedachten formuleren om te horen hoe die klinken.
Je wilt wat een verhaal bij je heeft losgemaakt bekijken zodat je er greep op kunt krijgen.
Praten over boeken gebeurt, nogmaals, niet ordelijk of lineair. Het voldoet niet aan de eisen van een allesomvattende, wetenschappelijke, discussie waarin men specifieke antwoorden zoekt op vragen die in een bepaalde volgorde zijn gesteld en de ene vraag logisch uit de andere voortvloeit.

Filosoferen met kinderen
Praten over boeken lezen is een vorm van samen filosoferen over gedachten en gevoelens die door een een boek te ervaren, worden opgeroepen.

Henk van Faassen

Literatuur
Aidan Chambers:
"Vertel eens", kinderen, lezen en praten. Uitg: Querido 1995 ISBN 90 214 5743 1