startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen


Lees ook:
Vaardigheden bij taalvorming

Hoe onderwijs je schrijfonderwijs?


Taalwerkvormen
Schrijven kan iedereen, maar niet vanzelf

Is schrijven vervelend?
Als er één taaldomein is dat door kinderen vaak moeilijk en daardoor vervelend wordt gevonden, is het wel schrijven. Schrijven voor dictees, handschrift- of invuloefeningen, dat is nog tot daar aan toe, dat hoef je niet echt zelf te bedenken. Maar een opstel of verhaal schrijven - kinderen zakken al onderuit bij de opdracht, zuchten diep, gaan uit het raam kijken en proberen zich ervan af te maken.
Veel volwassenen hebben akelige herinneringen aan het moeten schrijven van opstellen en hebben voor zichzelf besloten dat schrijven iets is dat ze niet kunnen.
In de jaren negentig zijn meerdere onderzoeken gedaan naar vorm, inhoud en resultaten van het schrijfonderwijs op de basisschool. Vrijwel allemaal concludeerden die, dat het daarmee droevig gesteld was. Kinderen leren op de basisschool nauwelijks goede teksten schrijven, leerkrachten weten niet hoe ze les moeten geven in schrijven, en gebruikte methoden blijven hangen in de traditionele vorm van opstellen schrijven over een gegeven onderwerp.

Linda Vogelesang *) schrijft dat uit evaluaties van het schrijfonderwijs blijkt dat
1) er weinig aandacht besteed wordt aan het schrijfproces en de fasering daarvan
2) er weinig aandacht besteed wordt aan de communicatieve aspecten van het schrijven
3) er vooral oefeningen worden gegeven met een heel open karakter en dat daardoor doelgerichte beoordeling en probleemgerichte instructie bijna onmogelijk zijn
4) er bij de beoordeling niet op inhoud wordt gelet, maar vooral op interpunctie, spelling en zinsbouw. Het goed uitdrukken van gedachten is ver op de achtergrond geraakt.

Wat denken leerkrachten zelf over het schrijfonderwijs?
In onze begeleidingspraktijk zijn we bij hen veel ontevredenheid tegengekomen. Van regelrechte irritatie over dommige stelonderwerpen in methodes, tot radeloosheid over de weerstand tegen schrijven bij hun leerlingen.
Vaak merken wij, hoe hun eigen slechte ervaringen met schrijven leiden tot lage verwachtingen van het schrijfvermogen van de kinderen. Dat lijkt een soort kringetje waar niemand uit komt.
We merken ook dat leerkrachten met hun handen in het haar zitten. Zonder uitzondering vinden ze schrijven belangrijk voor de kinderen.
Logisch, bij schrijven komen alle taalvaardigheden bij elkaar: actief iets formuleren, spelling en grammatica juist gebruiken, lezen en herschrijven, technisch schrijven, taalbeschouwing.
Maar het is hen niet duidelijk hoe ze kinderen bij schrijven kunnen begeleiden.

Zodra het schrijfonderwijs, ongeveer vanaf groep 5, uitstijgt boven het stadium van het schrijven van lossen woorden en zinnen ontstaan de problemen. Het traditionele schrijfonderwijs heeft de vorm van een opstel over een bepaald onderwerp. Zo'n opdracht is onvoldoende gespecificeerd en laat te veel over aan de leerlingen zelf.
De criteria waaraan de tekst moet voldoen (inhoud, opbouw) en de condities (doel, publiek, situatie, lengte) waarmee rekening moet worden gehouden, blijven vaak onderbelicht, zodat de leerlingen onvoldoende weten wat er van hen wordt verwacht.
De open opstelopdrachten zijn voor meertalige leerlingen helemaal moeilijk. Meestal moet de schrijfopdracht in een les geklaard zijn.
De leerlingen krijgen doorgaans wel commentaar bij hun tekst, maar dat is nog vaak beperkt tot het aangeven van spelfouten en voor de rest een enkele, meestal te algemene opmerking over de inhoud en opbouw.
Deze evaluatiepraktijk komt voort uit de onduidelijke doelstellingen en didactiek.
Ook leerkrachten weten niet goed waar ze op moeten letten.**)

De opvatting dat kinderen eerst de techniek moeten leren en daarna aan de toepassing toekomen, heeft er voor het schrijfonderwijs toe geleid, dat tot groep 5 op veel scholen nauwelijks teksten geschreven worden, en de kinderen daarna ineens in het diepe gegooid worden.

Linda Vogelesang schrijft: "Toen ik leerde fietsen, kreeg ik eerst een driewieler, daarna een fiets met zijwieltjes en toen die tenslotte er af geschroefd werden, hield mijn vader net zo lang het zadel vast, tot ik ook zijn hand niet meer nodig had. Toen ik leerde zwemmen, kreeg ik eerst bandjes om mijn armen in het pierebadje. Daarna mocht ik in het diepe met een plankje. Als mijn hoofd onder water zakte, trok de badmeester me met een haak omhoog. Later leerde ik de borstcrawl en reddend zwemmen. Toen ik leerde schrijven leerde ik eerst de woordjes boom, roos, vis. Daarna schreef de meester een zin op het bord: schrijf een opstel over je vakantie. Op een wit papier schreef ik: ik ging buiten speelen. Toen ging ik met Sonja met de bal speelen. En toen ging ik naar huis. Toen….wist ik het niet meer. Waar waren de zijwieltjes en de opblaasbandjes? Na een week kreeg ik mijn blaadje terug, met een paar rode vegen: speelen was met één e en ik moest niet zo vaak het woordje toen gebruiken.
Ik had er één ding van geleerd: schrijven was stom!"

De techniek van losse woorden en zinnen schrijven, heeft weinig te maken met wat er nodig is voor het schrijven van een goede tekst. Het lijkt op het schrijfonderwijs van honderd jaar geleden, waar kinderen slechts gedicteerde zinnen moesten opschrijven. Dat is in kerndoelen en taalmethodes al lang veranderd in het zelfstandig schrijven van teksten.

Waar het aan schort, is een doeltreffende didactiek hiervoor. Net zoals begrijpend lezen meer is dan multiple choice vragen bij een tekst beantwoorden, is begrijpend schrijven meer dan opdrachten uitvoeren als 'bedenk het plot van een fantasieverhaal met een spannend moment' of 'schrijf een gedicht dat begint met dezelfde beginregel als dit gedicht'. Zulke opdrachten sturen kinderen onbegeleid het bos in, iets dat onverantwoord genoemd mag worden.
En leuk vinden ze het meestal ook al niet.

Begrijpend schrijven zou ruimer gedefinieerd kunnen worden
Het is volgens ons: iets willen duidelijk maken in geschreven taal, en zoeken naar de juiste manier daarvoor.
Om een goede tekst te schrijven is nodig:
> dat je weet wat je wilt schrijven
> dat je dat ook wilt opschrijven
> dat je ervaring opdoet met hoe anderen jouw tekst lezen en begrijpen
> dat je altijd werkt met reflectie op je tekst en met verschillende versies

Motivatie en inhoud gaan vooraf aan de techniek
In de kerndoelen voor het domein schrijfvaardigheid is dat feitelijk ook te lezen:
De leerlingen kunnen
> hun gedachten, ervaringen, gevoelens en bedoelingen uiten bijvoorbeeld in een verhaal, een gedicht en in een dialoog voor hoorspel, poppenkast of toneel;
> teksten schrijven, waarin zij hun eigen ervaringen, mening, waardering of afkeuring duidelijk weergeven;
> een brief schrijven volgens algemeen geldende conventies;
> op basis van eigen kennis en waarneming of op basis van verkregen informatie een werkstuk maken;
> schrijven toepassen als middel om gedachten, ervaringen, gevoelens en bedoelingen voor henzelf te ordenen.

In elke doelformulering gaat het opnieuw over de 'gedachten, ervaringen, gevoelens en bedoelingen, eigen kennis en waarneming' van de kinderen zelf. (met uitzondering van de briefvorm, waar het kennelijk niet uitmaakt met welke bedoelingen je een brief schrijft).
Vormen hebben zich ontwikkeld vanuit inhoud en functie, en als je de vormen teveel losmaakt van die inhoud en functie, verliezen ze hun betekenis en worden louter technisch.
Er is dus alle reden voor leerkrachten om zich bij het schrijfonderwijs te richten op de inhoud: op dat wat kinderen willen duidelijk maken.
Vervolgens komt het erop aan, dat je ze stap voor stap begeleidt in hun schrijfproces.
Op dit gebied bestaat veel expertise binnen de kunstzinnige discipline Literaire Vorming, en dus ook bij taalvorming.

Schrijven moet je gewoon doen
Het schrijven van teksten is een onmisbare taalactiviteit in het onderwijs. Als je het belangrijk vindt dat kinderen actiever taal gaan gebruiken, is teksten schrijven daar de schriftelijke vorm van.
Er is geen enkele reden waarom er niet al in groep drie mee begonnen zou kunnen worden, sterker nog: er is alle reden om dat juist wel te doen.
Ook bij kleuters fungeren taaltekeningen als manier om op papier iets over te brengen - het begin van teksten schrijven.
Hoe meer er geschreven wordt en hoe meer plezier kinderen daarin hebben, hoe lager de schrijfdrempel en hoe groter de kans dat ze zich door vallen en opstaan in schrijven ontwikkelen, net zoals dat gaat bij zwemmen en fietsen.
Net als bij lezen, leer je schrijven ook door het gewoon veel te doen.

Wat je al kan opschrijven in groep drie
Na de vertelronde over baby's in groep drie, valt het me op dat iedereen iets heeft om over te tekenen en dat ze ook allemaal na het tekenen zelf beginnen te schrijven op hun kladblaadje.

Kinderen bij wie de begintekst duidelijk is, ook al is niet alles goed gespeld, laat ik die meteen in het net schrijven. De rest van het verhaal vertellen ze en ik schrijf het er nog bij.
Nadia schrijft zoals altijd een lange tekst waar ik niks van snap; ze kan het ook niet navertellen als we er weer naar kijken. Ik praat een beetje met haar over de tekening, die gaat over de baby van de directeur. We hebben het over de beschuiten met muisjes van gisteren. Ze vertel er een glashelder verhaal over, dat schrijf ik alsnog onder haar tekening.

Als ik Youssef help door zijn verhaal voor hem voor te schrijven, verzucht hij: 'Moet ik zoveel schrijven?' Ik zeg dat hij maar moet zien hoe ver hij komt en dat ik dan wel de rest voor hem zal opschrijven. Even later zie ik dat hij alle zinnen zelf onder zijn tekening heeft geschreven.

Meryem schrijft nog niet zelf. Ik schrijf een aantal zinnen uit haar verhaal op. Als ik stop met schrijven, zegt ze dat ik ook nog moet opschrijven: 'Ik vind de broek en de trui mooi'.

Wat je zelf meemaakt is de basis voor schrijven
Taalvorming biedt een praktijk waarin het schrijven van teksten ingebed ligt in een communicatieproces. Het staat nooit op zichzelf.
Altijd wordt er eerst verteld, altijd worden teksten voorgelezen en besproken, vaak worden teksten herschreven en leiden ze weer tot nieuwe gesprekken en teksten. In de begeleiding ligt de nadruk op het proces van schrijven en op de communicatieve functie van teksten.
Vormeisen ontstaan in de loop van het schrijfproces, en worden niet vooraf gegeven.
Het schrijven over eigen ervaringen is een basisvorm van schrijven.
Schrijven over eigen ervaringen kan iedereen, niet alleen de taalvaardige of fantasierijke kinderen. Zeker tot aan de bovenbouw biedt het, mits goed begeleid, genoeg mogelijkheden om ervaring op te doen met opbouw en zeggingskracht van een tekst.
Die ervaring kan van pas komen bij het schrijven van zakelijke teksten (ook wel 'denkend schrijven' genoemd) in de bovenbouw.

Schrijven is geen kunst
Schrijven kan iedereen, ja, net als tekenen… mensen geloven dat zelf vaak niet. Het is de taak van een leerkracht om de kinderen ervan te overtuigen als ze zich onzeker voelen. Niet door bij alles wat ze schrijven of tekenen 'prachtig!' te roepen, maar door met ze in gesprek te blijven over wat hun tekening of tekst zegt, en over hoe hij nog meer zou kunnen zeggen.

Een ding is zeker:
niemand leert schrijven vanuit de techniek.

Suzanne van Norden

uit: Taal leren op eigen kracht (2004) Taalverwerving op school met behulp van de werkwijze van taalvorming. Deze uitgave is uitverkocht, delen van de teksten zijn opgenomen op de website bij: Iedereen kan leren schrijven (2018)

Literatuur:
Norden, S. van. Iedereen kan leren schrijven. (2018) Schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs.
Uitgave: Coutinho Bussum. ISBN: 9789046906101

*) Linda Vogelesang, De zijwieltjes van het schrijfonderwijs. Schrijven op de basisschool. (2002)
**) Sijtstra, Taalonderwijs op de basisschool, (1998) Een stand van zaken. Raamplan deel 1. Nijmegen. Expertisecentrum Nederlands.