|
Taalwerkvormen
Schrijven,
een stapsgewijze opbouw

Schrijven is in principe een handeling waarbij letters op papier
tot een leesbare tekst komen
Het is een van de meest gewaardeerde vaardigheden van de mens.
Bij Taalvorming maakt schrijven deel uit van een stapsgewijs opgebouwde
werkvorm van vertellen via schrijven naar voorlezen.
Je mag schrijven in dit verband niet verwarren met handschriftontwikkeling.
Schrijfprocessen kunnen individueel en
klassikaal begeleid worden
Schrijven van authentieke teksten die een duidelijk beeld geven
van een eigen ervaring.
Schrijven is kijken naar en onder woorden brengen van de werkelijkheid.
Het is zeggen wat je op je hart en in je hoofd hebt, met de bedoeling
te leren omgaan met je gevoelens en op te komen voor je belangen.
Het is de productie van een functioneel bruikbare tekst, een verslag,
een brief, een werkstuk.
Schrijven is conceptualiseren: in taal bouwen van een beeld van
de werkelijkheid en vastleggen hoe je die werkelijkheid ervaart.
Schrijven is communiceren, je schrijft voor een ander.
Schrijven is een proces van probleemoplossen.
Een kind dat niet weet waar het over
wil schrijven wordt op gang geholpen door het nog eens
zijn ervaring te laten vertellen.
Door concreet te vragen naar zintuiglijke waarnemingen ontstaat
een duidelijk beeld van die ervaring. Het schrijven gaat daarna
makkelijker.
Door regel voor regel te vragen wat het kind ermee bedoelt, net
zolang tot we een concreet beeld voor ogen krijgen, helpen we
het kind zijn tekst te verbeteren. Overbodige woorden en zinnen
verdwijnen daarmee vaak Het schrijven op zich is een individuele
bezigheid, maar wat eraan vooraf gaat en wat erna komt doe je
met elkaar.
In de kring luisteren de kinderen
samen naar een tekst of een gedicht en ondergaan ze de werking
daarvan. Ze brengen onder woorden wat hen is bijgebleven van het
gedicht en wisselen indrukken uit.
Zo breiden ze hun taalmogelijkheden uit, kwantitatief en kwalitatief.
Doordat verschillende ervaringen benoemd worden leren ze van elkaar
nieuwe woorden. Doordat de woorden door ieder kind met een andere
ervaring ingevuld wordt, krijgen begrippen een genuanceerde betekenis.
De kinderen lezen elkaars tekst aan de hand van de vraag: snap
ik wat er staat?
Door samen over elkaars tekst te praten, helpen ze elkaar bij
het duidelijk schrijven. Als we een tekst in de groep bespreken,
worden ze deelgenoot van elkaars schrijfproces.
Een
tekst schrijven
In principe hebben de kinderen in de vertelronde en de tweetalgesprekken
de inhoud van hun tekst al vastgelegd. De volgende stap is dat
de kinderen in geschreven taal vastleggen wat ze zojuist verteld
hebben. Dat wil nog niet zeggen dat dit al 'schrijftaal' moet
zijn.
Een principe is dat er zo min mogelijk drempels zijn
Teksten die vanaf het begin in schrijftaal vastgelegd zijn missen
vaak de authentieke kracht van de ervaring. Het is in tweede instantie,
tijdens het herschrijven, mogelijk de eisen voor een geschreven
tekst toe te passen.
Dat geldt ook voor taalfouten: eerst zonder belemmering werken
en in tweede instantie aan de techniek van de taal werken.
Bij een tekening schrijven
In het begin van groep 3 maken de kinderen vaak een "taaltekening".
De leerkracht schrijft onder de taaltekening wat het kind erbij
vertelt.
Soms wordt het kind geholpen met de formulering of krijgt het
woorden aangereikt.
Het is belangrijk goede vragen te stellen als het kind het even
niet weet.
Niet vragen: wat is dat? maar: wat gebeurt daar? Wat deed je daar?
Wie waren er nog meer bij? Wat gebeurde er daarna?
Vervolg opdrachten
De tekst naleggen met een magnetische letterdoos.
De nagelegde tekst kan daarna gekopieerd worden.
Een gekozen woord of korte zin stempelen met Linkprint.
De tekst typen op de computer.
In een later stadium schrijven de kinderen hun tekst zelf.
Groep 4:
Afhankelijk van de vorderingen in groep 3 schrijven de kinderen
zelf bij hun taaltekening of schrijft de leerkracht er nog bij.
Aandachtspunten tijdens het schrijven
Belangrijk is het 'zelf schrijven' te stimuleren en te waarderen.
De leerlingen willen weten hoe ze een woord moeten schrijven.
Als er tijd voor is schrijf je het woord voor.
Als er geen tijd voor is, zeg je: "Schrijf het maar op zoals je
denkt dat het goed is, straks praten we er wel over".
Tijdens het individueel verbeteren komt het woord vanzelf ter
sprake.
De kinderen maken gebruik van woorden die in de klas te zien zijn
op kaartjes, woordvelden, woordenboeken, in bordrijen en vooral
van teksten op verpakkingen, affiches en omslagen van boeken en
andere incidentele teksten.
Je speelt in op veel voorkomende fouten in de eigen tekst van
de kinderen.
In de eerste instantie aan de hand van een lijst die gemaakt is
van activiteiten die in de taalmethode belangrijk gevonden worden.
In tweede instantie aan de hand van een bewerkte foutenanalyse
waarin de meest voorkomende spellingfouten gerangschikt staan.
Toets
Het is niet de bedoeling de kinderen te toetsen.
We spelen met taaldrukken in op activiteiten die ook aan bod komen
in de taalmethode.
We geven aandacht aan veelgemaakte spellingfouten die te vinden
zijn in de zelfgemaakte teksten
Tekst
opvragen:
archief
taalvorming
naar
boven
|
|