startpagina

trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


index
taalwerkvormen


index
taal algemeen



Taalwerkvorm vertellen
De praat- of vertelkring



Met elkaar in een steeds andere samenstelling in de kring gaan zitten
Aan het kringgesprek nieuwe stimulansen geven


Waarom maken we een kring?
In dezelfde samenstelling ontstaan patronen in gedrag en taal die moeilijk te doorbreken zijn.
Kringen volgens een objectieve norm en wisselend samengesteld, zijn leuk en spannend.

Spelregels en principes:

Kringen moeten gaan over onderwerpen waar ieder kind ervaring mee heeft.
In het onderwerp moet een bepaalde ordening aangebracht kunnen worden, er moet een bepaalde variŽteit mogelijk zijn.
Het is zinvol een kring te maken op het onderwerp waarop je wilt doorwerken. Kinderen kunnen zelf onderwerpen voor het samenstellen van de kring bedenken.

In de kring luisteren de kinderen samen naar bijvoorbeeld een gedicht en ondergaan ze de werking daarvan.
Ze brengen onder woorden wat hen is bijgebleven van het gedicht en wisselen indrukken uit.
Zo breiden ze hun taalmogelijkheden uit, kwantitatief en kwalitatief.
Verschillende ervaringen worden benoemd en ze leren van elkaar nieuwe woorden.
Doordat de woorden door ieder kind met een andere ervaring ingevuld wordt, krijgen begrippen een genuanceerde betekenis.
De kinderen horen elkaars tekst en stellen zich de vraag: snap ik wat er staat?
Door samen over elkaars tekst te praten, helpen ze elkaar bij het duidelijk schrijven.

Praktijkvoorbeeld
"Wat zit er in die doos?" vragen de kinderen. Kun je aan de buitenkant van de doos zien wat er in zit?
Ze voelen dat de doos zwaar is en denken dat er zand in zit. Water, dat kan niet want dat zou er uit lopen, maar zand? Ze rammelen aan de doos. Nee zand zit er niet in want dat zou je horen. Maar wat dan wel? Er blijken schrijfonderleggers in te zitten.
Maar er is nog een doos. Die rammelt wel een beetje. De kinderen zijn verrast als blijkt dat er verschillende voorwerpen inzitten die we voor de les gaan gebruiken.

De aandacht ergens op richten, waarnemen en benoemen

De kring begint met de opdracht om goed naar je schoenen te kijken. Daarmee is de aandacht op iets van de kinderen zelf gericht. Ik laat zien dat ik veters heb. Ogenblikkelijk reageren de kinderen met: "ik heb klitterband, ik heb gepsen." Simone heeft elastiek.
Door als leerkracht iets van jezelf te vertellen waarbij de kinderen zelf ook een ervaring hebben lok je reacties bij de kinderen uit, zowel verbaal als non-verbaal. Die reacties gaan over hun eigen ervaringen.

In de kring praten de kinderen beter met elkaar
Als je doel is dat de kinderen met elkaar in gesprek raken kan je ze beter in een kringopstelling zetten.
Als ze achter elkaar aan hun tafeltje zitten zijn ze gericht op jou voor de klas in plaats van op elkaar.
Als ze elkaar goed kunnen zien komt dat de concentratie ten goede en maakt dat het luisteren naar elkaar gemakkelijker.

Rekenen in de kring
Kring op volgorde: wil iedereen de cijfers van zijn geboortedatum, zonder de 19, bij elkaar op wil tellen.
Ik doe het voor op het bord: ik ben op 15-1 '52 geboren. Dat is samen 68.
De kinderen beginnen meteen te rekenen, een paar kinderen pakken er een kladblaadje bij. De kinderen komen in volgorde van de som in de kring zitten. Er vindt veel overleg plaats tijdens het samen stellen van de kring.
Namenronde: bij onze naam noemen we een getal. Het mag alles zijn.

Een begin van de vertelronde

Hoewel het soms moeilijk is om een verhaal in de kring te beginnen, gaat het in de loop van de tijd steeds beter.
Wij geven kinderen die aarzelen sneller een beurt.
Als een verhaal afgesloten wordt met: "wie heeft dat ook?" worden meer ervaringen verteld.
Er zijn meer verhalen, maar kinderen die zich nog niet veilig voelen vertellen die niet.
Het is heel uitgebreid wat wij de kinderen vragen. Toch is het zinvol een bepaalde opbouw van eisen te gebruiken.

De structuur

We hebben onderzocht op welke manier de groep gesplitst kan worden.
Er zijn twee aspecten.
De eerste is de interactie met de hele groep.
Voor taalvorming is het van belang dat de beginkring met alle kinderen gedaan wordt. Daar ontstaat de communicatie tussen de kinderen onderling en daar wordt het thema van de les voor de hele groep duidelijk.
Eventueel kan daar ook de groepsinstructie plaatsvinden.

Het tweede aspect is de individuele communicatie tussen leerkracht en kind
Het bijschrijven bij een taaltekening is een intiem moment daarvoor moet je even rustig apart zitten.
Zo rustig als in de drukke klas mogelijk is.
Ter afsluiting van een werkochtend komt de groep dan weer in de kring bij elkaar om naar ieders verhalen te luisteren.

De consequenties

De keuze tussen het werken in de grote groep of in kleinere groepjes heeft twee consequenties.

Kies je ervoor om de les makkelijk hanteerbaar te houden dan splits je de vertelkring.
Het belang van een communicatie tussen alle kinderen is daaraan dan ondergeschikt geworden.
Kies je voor een optimale communicatie, en dat is de basis voor taalvorming, dan heb je het als leerkracht moeilijker als je met een grote kring werkt.

Het probleem is dat er meerdere niveaus in de groep voorkomen.
De nieuwkomertjes die soms nog geen woord begrijpen, de jonge kleuters en de oudere kinderen.
Binnen die niveaus zijn dan weer de gebruikelijke subniveaus.
Gedragsproblemen, concentratieproblemen, taalachterstanden en zo meer.

Interactie staat voorop
Bij alles moeten de primaire voorwaarden voor een goede taalontwikkeling van alle kinderen voorop staan.
Dat is: goed leren kijken en goed leren luisteren.
En dat leer je uitsluitend met elkaar in de hele groep.
Daar leren ook de kinderen die nog geen woord Nederlands kennen dat er een uitwisseling plaats vindt.
Daar merken de kinderen dat er belangstelling kan zijn voor iets wat je vertelt, iets dat meer is dan een plichtmatige maandagochtendkring.

Op een goede manier met elkaar omgaan in een kringgesprek zijn de basisvoorwaarden voor het functioneren in alle groepen.
Het is in de hogere groepen goed merkbaar welke kinderen aan kringgesprekken gewend zijn en welke niet.
De belangen van de leerkracht voor een hanteerbaar klassenmanagement zijn daaraan ondergeschikt.

De structuur van de lessen is zodanig dat aan beide aspecten, de beheersbaarheid van de les en een optimale interactie, gedacht is.

Henk van Faassen