startpagina

trefwoorden


literatuur

gerelateerde artikelen:

Wat is taal?

Auditief - Visueel

Visuele kunst

Jargon


Taalweerbaarheid

Wie vertrouwen we taal toe?



Moeten we de professionele taalmensen,
zoals reclamemakers en copywriters vertrouwen?
Waarom wordt voor 'tekstschrijver'
meestal een engels woord gebruikt?



Voor een ander praten
De bedoeling van reclamemakers is dit of dat te verkopen in opdracht van iemand anders.
Het is geen voorbeeld van authentiek taalgebruik.
Voor mijn gevoel is een grote portie wantrouwen op zijn plaats.

Het feit dat de copywriters de opdracht krijgen bepaalde zaken op een dermate indringende manier te verwoorden en te verbeelden maakt dat ze in een afhankelijke positie ten opzichte van hun opdrachtgever staan, waardoor hun eigen waarden en normen minder gelden dan die van de opdrachtgever.
Daarom zijn de reclame-uitingen wat dat betreft anoniem, we weten eigenlijk niet wie het zegt.
We kunnen natuurlijk wel veronderstellen dat het niet de fabrikant van wasmiddelen is die zelf aan het woord is, maar wie je dan wel kunt aanspreken is niet duidelijk.

Wat verkopen ze?
Een voorwaarde voor een zinvolle communicatie is dat je weet met wie je communiceert en vooral ook dat het je eigen keuze is om dat te doen.
Dat er behoorlijk veel vuiltjes aan de lucht zijn bewijzen de instellingen als: de Reclamecodecommissie, die de beroepsbeoefenaren op het rechte spoor probeert te houden en waar je kunt klagen en de Stichting Ideële Reclame, een clubje mensen met boter op hun hoofd die wat geld gelapt hebben om belangeloos wat goede onderwerpen aan te prijzen.

Weerbaar
Het is noodzakelijk dat de samenleving weerbaar is tegen de indringende talige aanvallen van de publiciteit.
Die strijd zal altijd gevoerd moeten worden omdat de reclame het moet hebben van onverhoedse aanvallen.
Op het moment dat iedereen verweer heeft is de reclame overbodig en kunnen we volstaan met eenvoudige en herkenbare mededelingen dat men zijn hemden met zeep kan wassen en dat die zeep op de hoek verkrijgbaar is.

Henk van Faassen