Taalweerbaarheid
Wie vertrouwen we taal toe?

Moeten
we de professionele taalmensen, zoals reclamemakers en copywriters
vertrouwen? Waarom wordt voor 'tekstschrijver' meestal een engels
woord gebruikt?
Voor een ander praten
De bedoeling van reclamemakers is dit of dat te verkopen in
opdracht van iemand anders.
Het is geen voorbeeld van authentiek taalgebruik.
Voor mijn gevoel is een grote portie wantrouwen op zijn plaats.
Het feit dat de copywriters de opdracht krijgen bepaalde zaken
op een dermate indringende manier te verwoorden en te verbeelden
maakt dat ze in een afhankelijke positie ten opzichte van hun
opdrachtgever staan, waardoor hun eigen waarden en normen minder
gelden dan die van de opdrachtgever.
Daarom zijn de reclame-uitingen wat dat betreft anoniem, we
weten eigenlijk niet wie het zegt.
We kunnen natuurlijk wel veronderstellen dat het niet de fabrikant
van wasmiddelen is die zelf aan het woord is, maar wie je dan
wel kunt aanspreken is niet duidelijk.

Wat
verkopen ze?
Een voorwaarde voor een zinvolle communicatie is dat je weet
met wie je communiceert en vooral ook dat het je eigen keuze
is om dat te doen.
Dat er behoorlijk veel vuiltjes aan de lucht zijn bewijzen de
instellingen als: de Reclamecodecommissie,
die de beroepsbeoefenaren op het rechte spoor probeert te houden
en waar je kunt klagen en de Stichting
Ideële Reclame, een clubje mensen met boter
op hun hoofd die wat geld gelapt hebben om belangeloos wat goede
onderwerpen aan te prijzen.
Weerbaar
Het is noodzakelijk dat de samenleving weerbaar is tegen de
indringende talige aanvallen van de publiciteit.
Die strijd zal altijd gevoerd moeten worden omdat de reclame
het moet hebben van onverhoedse aanvallen.
Op het moment dat iedereen verweer heeft is de reclame overbodig
en kunnen we volstaan met eenvoudige en herkenbare mededelingen
dat men zijn hemden met zeep kan wassen en dat die zeep op de
hoek verkrijgbaar is.
©
Henk van Faassen
naar
boven