
Ondanks
het feit dat iedereen er dagelijks mee omgaat,
taal gebruikt als een dagelijks gereedschap,
is de definitie van dat gereedschap niet eenduidig te
geven.
Taal
heeft altijd met communicatie te maken
Als er geen open verbinding is tussen twee of meer deelnemers,
kun je wat mij betreft al niet meer van taal spreken.
De onderlinge verbinding is een eigenschap van taal, het
ontbreken ervan maakt taal nutteloos.
Die open verbinding hoeft
er niet altijd 'tegelijkertijd' te zijn.
Bij gesproken taal, zonder tussenkomst van instrumenten,
is 'tegelijkertijd' een voorwaarde.
Met een hulpmiddel, bijvoorbeeld een bandopname, kan het
moment van uitspreken van klanken en het opvangen ervan
door de deelnemers onafhankelijk van elkaar vastgesteld
worden.
Er is in het laatste voorbeeld wel een voorbehoud te maken.
Als je prijs stelt op een echte communicatie in de zin
van praten met elkaar en luisteren naar elkaar, moet die
open verbinding er ook in de tijd zijn.
Je moet direct op elkaar kunnen reageren.
Daar komt bij dat een bandopname gemanipuleerd kan worden.
Er kunnen delen gewist worden, aarzelingen bij het spreken
kunnen opnieuw ingesproken worden, het geheel kan voorbereid
worden.
Het
bijzondere van een direct gesprek is dat die
open verbinding en het gelijktijdig plaatsvinden van spreken
en luisteren de taal authenciteit geeft.
Het is persoonlijk omdat die aarzelingen en versprekingen
de tekst nu juist precies datgene geven waardoor ik er
in kan geloven of niet.
De hiervoor genoemde voorwaarden spelen bij taaldrukken
een grote rol. Alle werkvormen ervan moeten er aan voldoen
teneinde tot dat authentieke taalgebruik te komen.

Beeldtaal
Iets dergelijks is er ook aan de hand met beeldtaal.
Er moet sprake zijn van een open 'beeldverbinding' tussen
de maker van de beelden en de aanschouwer.
Het materiaal waaruit het beeld is opgebouwd moet authentiek
en tegelijkertijd inzichtelijk zijn.
In de beeldcommunicatie is zelden sprake van een tegelijkertijd
ontstaan en aanschouwen van beelden.
Daarvoor is het proces van totstandkomen van die beelden
te ingewikkeld.
Het duurt even voordat een schilderij af is.
Een foto of film moeten een bewerking ondergaan, grafiek
moet eerst afgedrukt worden.
Omdat een dergelijk bewerkinsproces aan het communicatieproces
vooraf gaat zijn de beelden per definitie minder betrouwbaar.
Ze geven een deel van de werkelijkheid weer.
Een 'uitsnede' van een werkelijkheid
is manipuleerbaar
Een filmopname van een zonsondergang duurt nooit
zolang als de werkelijke zonsondergang.
De natuurlijke sferen zijn vervangen door muziek en commentaarstem.
De toeschouwer staat niet op een heuveltop maar zit lekker
in een bioscoopfauteuil.
Reclame is een boosaardige verleider
Prachtig opgepoetste reclamebeelden zijn per definitie
onbetrouwbaar.
De werkelijkheid van het beeld is gemanipuleerd met als
doel een verkoopboodschap zodanig over te brengen dat
er een koophandeling van de beschouwer op volgt.
Ik kan niet beweren dat er dan geen sprake is van communicatie,
of het een open communicatie is betwijfel ik.
Openheid in de communicatie moet zich kenmerken door een
gelijkwaardigheid aan beide kanten van de communicatielijn.
Bij reclame is dat nooit het geval.
Als het wel zo zou zijn verloor de reclame haar bestaansrecht.
Toch mogen reclame-uitingen in het maatschappelijk verkeer
niet ontbreken, op voorwaarde dat iedereen ertegen gewapend
is.
Taaldrukken stimuleert de taalweerbaarheid.
De
menselijke stem wordt in tekens weergegeven
Voor
iedere klank is een teken bedacht.
Dit in tegenstelling tot ideografische schriften zoals
de Chinese tekens die hele begrippen weergeven. Ideografische
schriften zijn in principe wel internationaal bruikbaar.
Het voordeel van ons alfabet is dat het meegroeit met
de maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen.
©
Henk van Faassen