In de praktijk
Een
ochtend taaldrukken tussen leerkrachten
Ervaringen van een taaldrukker in het
volle leven van het onderwijs
Ontspannen
fiets ik door het Vondelpark om daarna in de beklemmende sfeer
van Nieuw West en Osdorp terecht te komen.
Als ik bij de school aankom moet ik langdurig aan de deur kloppen.
Ik zie de leerkrachten in de docentenkamer zitten, maar niemand
hoort me. Na enige tijd komt er toevallig iemand langs die de
deur open doet.
De docentenkamer is vol.
Er zijn een aantal dames op bezoek die later stagiaires van
een Pabo blijken te zijn. Niemand stelt me aan hen voor.
Sijmen, de leerkracht waarmee ik vandaag werk, geeft me koffie.
Het zijn de laatste druppels uit de kan.
Als leerkracht Ronald binnen komt is er voor hem niets meer.
Ronald gaat op zijn strepen staan en wil niet zelf nieuwe koffie
zetten.
Sijmen maakt een pesterig grapje: "Ja Ronald, ik heb
vandaag twee kopjes gedronken, het was heel lekker".
Ben ik wel op een school?
Ik heb het gevoel dat ik in een keet met een ploeg bouwvakkers
zit.
Ik ga maar naar boven om in de klas de boel klaar te zetten.
Even later komt Sijmen binnen. Hij heeft iemand bij zich.
Ze praten met elkaar en uit het gesprek maak ik op dat het een
stagiaire is.
Ze was van plan om vanmorgen een verplichte les over 'het
milieu' te geven en vertelt uitvoerig dat ze een vuilniszak
met spullen voorbereid heeft, maar die uiteindelijk vergat mee
te nemen.
Sijmen stelt me nog steeds niet voor en ik ga maar verder met
het klaar zetten van de spullen die ik voor mijn les taaldrukken
nodig heb..
Dan neemt het meisje zelf het initiatief en stelt zich voor.
"Ik ben Trude"
Met een half lachje komt Sijmen erbij en zegt: "Je hebt
er toch geen bezwaar tegen dat er een stagiaire is?"
Ik voel iets van een bezwaar bij me opborrelen, maar laat het
maar zitten.
Maar
dan haalt Trude een opdracht uit haar tas en deelt mee dat ze
vandaag een les taaldrukken gaat geven.
Schrijven,
behorend bij de theoriemodule H-Sc-1. Y-Sc=6*
"Bereid een activiteit voor waarmee je Taaldrukken in de
klas introduceert. Dat kan stempelen zijn, maar ook letters
uitknippen en opplakken in woorden en zinnen, of typen op een
schrijfmachine, enz. Het gaat om de integratie tussen lezen
en schrijven, zonder dat bij het schrijven een pen of potlood
gebruikt wordt.
Lever lesvoorbereiding, verslag van het lesverloop en opmerking
van mentor/mentrix in. Voeg er een aantal resultaten van kinderen
bij".
Als
ik de opdracht lees hoort Onze Lieve Heer me, op deze katholieke
school, duidelijk brommen.
Ik vraag Trude of ze misschien en toevallig gehoord heeft dat
ik er vandaag ben en wat ik hier kom doen.
Leerkracht Sijmen heeft niet de moeite genomen haar dat te vertellen.
Als ik zeg dat ik taaldrukker ben, dat ik al vijf weken op deze
school bezig ben leerkrachten te begeleiden, en dat het mij
niet zo'n goed idee lijkt dat die opdracht van de Pabodocent
op dit moment uitgevoerd wordt, stribbelt de Trude tegen.
"Ik moet dit onderdeel verplicht doen voor mijn moduleaftekening
dus
"
Ik leg haar uit dat ik de opdracht oppervlakkig en onvolledig
vind en dat ik mij afvraag waar de Pabodocent de klok heeft
horen luiden.
De studente doet nog een poging en zegt dat ze best wel over
Freinet gehoord heeft en dat ze weet dat Taaldrukken daarvan
afgeleid is en dat ze best een les Taaldrukken kan geven, hoewel
ze die niet voorbereid heeft.
Dan
zegt Henk heel duidelijk en beslist: "Nee, ik geef hier
de les en ik geloof dat je er meer aan hebt om goed te kijken
wat er vanmorgen gebeurt in plaats dat je een onbegrepen werkwijze
op een onbegrepen manier uitvoert".
Ondertussen
komen de kinderen binnen
Normaal neem ik alle tijd om met ze te praten voor de les begint.
Naomi heeft haar tapdansschoenen bij zich en wil ze laten zien.
Andere kinderen vragen mijn aandacht.
Ik laat de stagiaire voor wat ze is en luister naar wat de kinderen
allemaal te melden hebben.
Ik kies voor de kinderen en niet voor een moeizaam gesprek tussen
twee volwassenen over dingen waar de kinderen niets van begrijpen.
Toch probeert stagiaire Trude me voortdurend aan te spreken
met alle mogelijke opmerkingen over Freinet.
Ik maak haar duidelijk dat ik taaldrukker ben, lid van de Freinetbeweging,
en dat ik graag haar uitleg van de Freinetpedagogie wil horen,
maar niet nu.
De
les begint
Ik zie dat de tafeltjes vandaag anders staan dan normaal en
vraag de kinderen naar het hoe en waarom van die verandering.
Nog voor de kinderen kunnen antwoorden neemt leerkracht Sijmen
het woord van de kinderen af en begint een verhaal over de opbouw
van zijn pedagogische aanpak: eerst een klassikale opstelling
en langzaam wat meer vrijheid en werken in tafelgroepjes.
Ik laat de uitleg van Sijmen voor wat die is en richt me opnieuw
tot de kinderen: "Wat is er precies veranderd?" "Er
is nu een open plek, en de tafels staan bij elkaar" zegt
Melanie.
Kelvin: "Er is nog meer anders. We hebben nu pennen en
schrijven niet meer met potlood"
Ik vraag wat precies het verschil is tussen het schrijven met
een potlood en met een pen. "Met potlood kun je gummen.
Als je met een pen schrijft zijn de letters blauw en vlekken
soms".
Sijmen mengt zich weer in het gesprek en legt uit, op die nadrukkelijke
manier die aan vele leerkrachten kleeft, dat de regel bij het
schrijven met een pen is dat je een streepje onder een fout
woord zet. Hij verontschuldigt zich tegenover mij: "Ja,
dat moeten we nog goed leren".
Moet Sijmen dan ook nog iets over strepen onder fouten leren?
Hoe
lang ben je?
De kring maken we deze keer op de volgorde in lengte van de
kinderen.
Het is altijd een gedoe, maar het hoort erbij en uiteindelijk
zit iedereen op een plek.
Behalve stagiaire Trude.
Die steekt ergens tussen de kinderen boven uit. Ik zet haar
op haar plaats waar ze gezien haar lengt hoort, naast leerkracht
Sijmen.
Als we met het kringgesprek bezig zijn komt Maartje te laat
binnen. Ze is bij de dokter geweest. Alle kinderen roepen: "jij
moet daar gaan zitten want je bent net zo groot als
"
Stagiaire Trude grijpt in en roept: "Ga daar maar snel
zitten, want daar is een gaatje in de kring.
De groep protesteert terecht en ik laat het kind op de juiste
lengte in de kring zitten, ook al moeten we daar een beetje
met de stoelen schuiven.
De
vertelronde gaat over hoe je dingen van hoge planken pakt als
je niet lang genoeg bent. Hoe je op je bed moeten klimmen om
ergens bij te kunnen.
Welke
rampjes maak je mee?
Ik lees voor 'De verschrikkelijke Vrijdag' van Tony
Ross
Het gaat over Toby die zijn moeder hoort zeggen dat er vrijdag
iets verschrikkelijks gaat gebeuren.
Toby maakt zich daarover wilde voorstellingen: een orkaan, heksen,
rovers, marsmannetjes, tijgers, en zo meer. Uiteindelijk blijken
de neefjes en nichtjes van Toby op bezoek komen.
De vertelronde gaat over de kleine rampen die je kunnen overkomen:
je pakt een pak suiker in de supermarkt en de bodem laat los.
Flessen prik die spuiten als je ze open draait. Vergeten boter
op je boterham te doen waardoor de hagelslag uit de dubbelgevouwen
boterham schuift. Wasmachines die overlopen.
Een paar kinderen beginnen over een aardbeving.
Ik vraag of iemand wel eens bij een aardbeving geweest is.
Niemand? Nou dan kunnen we het daar niet over hebben.
Mijn
verschrikkelijke vrijdag
Midden in de vertelronde komt, zonder verklaring of verontschuldiging,
een leerkracht uit de onderbouw binnen met een rugzakje in haar
hand. Ze haalt een kind uit de kring en verdwijnt met haar naar
de gang.
Twee vriendinnen beginnen met elkaar een opgewonden gesprek
over de verdwenen leerling en wat er met dat rugzakje aan de
hand is.
Als de onrust die dit incident veroorzaakt voorbij is, komt
het slachtoffer weer binnen. Opnieuw onrust, nu iets minder.
Ik ga verder met de vertelronde.
We
maken lijstjes en houden tweetalgesprekken
Het loopt gesmeerd, behalve bij stagiaire Trude die vergeten
was dat ze nummer twee is en pas mag vertellen als alle nummers
twee aan de beurt zijn.
Ik merk het en vraag haar naar het verhaal van het kind te luisteren.
Ik heb een tweetalgesprek met leerkracht Sijmen. Hij vertelt
op een vreemde gedwongen manier zijn verhaal. Alsof hij iets
aan het betogen is.
We
schrijven de vertellingen in ons schrift en lezen voor.
De verhalen zijn allemaal de moeite van het beluisteren waard,
ook al lezen sommige kinderen moeizaam voor.
Ik merk dat stagiaire Trude een beetje ongeduldig zit rond te
kijken.
Het duurt haar te lang.
Hoort ze de verhalen wel?
Regels
zijn regels
Het speelkwartier duurt op deze school ongeveer drie kwartier.
Er zijn harde regels over het naar beneden gaan, het wachten
op de trap bij iedere verdieping.
Regels op het schoolplein. Regels bij het boterhammetje eten
erna.
Ik ga naar beneden voor koffie.
Stagiaire Trude wil nu meer van mij weten.
Ik probeer haar beknopt de uitgangspunten van taaldrukken uit
te leggen. Het verschil tussen aardappelstempelen en taaldrukken.
Ik hoop dat de boodschap over komt.
Een
van de kinderen krijgt van Sijmen straf. Ze had de wet van het
trappenlopen overtreden: "Maak de tafel van 3, 5 en 10".
Daar zit ze dan in de klas als ik boven kom. Verdrietig over
de onrechtvaardigheid haar aangedaan.
Ik zet de drukspullen klaar.
Demagogische
aanpak?
We kiezen uit de reeks eerder gedrukte teksten er één
die als titel kan dienen van het boekje dat we aan het maken
zijn.
Er zijn veel voorstellen. We moeten twee keer stemmen.
Ik vind stemmen over een tekst een vervelende manier om te kiezen,
maar ik weet even niets anders.
Er gaat gejuich op als er een tekst de meeste stemmen krijgt.
Sijmen roept door de klas: "Kan je het niet demagogisch
aanpakken?"
Ik begrijp hem niet. Later blijkt dat hij graag had dat ik de
kinderen naar een bepaalde, literair leukere, titel zou sturen.
Ik ben het met hem eens dat er niet de mooiste titel tevoorschijn
is gekomen, maar het is wel duidelijk de keuze van de kinderen.
We
gaan limograferen en rubberdrukken
De kinderen weten hoe het moet. Stempelen met losse letters
is voor hen nieuw.
Met een beetje zelfbeheersing moeten ze de titel letter voor
letter stempelen.
Het gaat mis als stagiaire Trude zich er mee bemoeit en suggereert
dat ieder kind best twee letters kan doen.
Ik zet het proces stil en ga terug naar één letter
per kind.
En dat was weer dat.
Het
speelkwartier gaat nu van de les af
Pas tegen het eind van de les zegt leerkracht Sijmen tegen mij:
"O ja, dat is waar ook, de les duurt vandaag een kwartier
korter".
Ik kijk verbaasd, slik een keer en laat de kinderen midden in
hun activiteiten opruimen.
Als ik net iets sta uit te leggen aan een groepje komt stagiaire
Trude me aan mijn kop zeuren over de stencilpen, of dat een
speciale pen is of zo.
Ik zucht en ga door waar ik mee bezig ben.
Wat er ook om mij heen gebeurt, ik wil deze les op een goede
manier besluiten met een nagesprekje met de kinderen.
Ik vraag hoe de les ging. De kinderen duwen elkaar naar voren:
"Zeg jij het maar"
Ik zorg ervoor dat verschillende kinderen aan bod komen: de
verlegen kinderen en de brutale, de onsamenhangende praters
en de nadenkende uitleggers.
De
kinderen gaan naar huis
Sijmen duwt een jongen de klas in en begint hem vermanend toe
te spreken over iets dat op het schoolplein mis was.
De leerling komt uit een andere groep. Ik verbaas mij erover
dat Sijmen mij daar voor laat wachten.
Het neemt veel tijd, want als de knaap weg mag en op de gang,
goed hoorbaar, een diepe zucht slaakt, moet hij weer terug komen.
De vete gaat door en de knaap geeft weinig toe en zit nukkig
voor zich uit te kijken.
Leerkracht Sijmen zegt hem voor wat hij tegen leerkracht Sijmen
moet zeggen bij het weggaan.
Een vernederende scène.
De
directeur is nu eenmaal de baas
Als Sijmen eindelijk bij mij aan het tafeltje zit voor de nabespreking
van de les, is het er duidelijk met zijn hoofd niet bij. De
ruzie met de jongen woedt in zijn kop door.
Er is van zijn kant weinig weerwerk op de dingen die ik naar
aanleiding van de les zeg.
Dan komt de directeur van de school binnen en spreekt Sijmen
aan.
Ik merk op dat we in gesprek zijn, maar daar trekt de directeur
zich niets van aan. Hij glimlacht en zegt: "Ja, dat zie
ik" maar gaat door met zijn gesprek en neemt Sijmen zelfs
mee de deur uit.
Ik blijf verbaasd achter.
Stagiaire Trude heeft ook gezien dat zoiets helemaal niet kan.
Als Sijmen terug komt spreek ik hem er op aan.
Hij geeft me gelijk, maar zegt dat het leven nu eenmaal zo in
elkaar zit.
Ik wijs hem erop dat deze gang van zaken mij niet bevalt en
dat die ook lijnrecht staat tegenover de opvattingen over taal,
communicatie en taaldrukken, die we de kinderen proberen bij
te brengen.
Sijmen herhaalt nog maar eens een keer: "Zo is het leven
nu eenmaal".
Daar moet ik het maar mee doen.
Onze Lieve Heer heeft het vandaag druk met mijn gebrom.
Verslagje
Stagiaire Trude vraagt of ik haar verslagje over deze les wil
lezen en er commentaar bij wil schrijven.
Ik zeg dat ik eerst wel eens met haar docent zou willen praten
om er achter te komen op welk niveau taaldrukken op de Pabo
aan de orde komt.
Ik stap op mijn fiets en ga naar huis.
Pas onder de bomen van het Vondelpark waait mijn verbazing en
boosheid weg.
Henk
van Faassen
naar
boven