de tafel
is boven
ik ben klaar met eten
ik heb peile gegeten
met een lepeltje
Kah-Ho
Beeldend
vermogen
Onder beeldend vermogen verstaan we de mogelijkheden die kinderen
van nature hebben om, eerder nog dan met taal, verslag te
doen van de dingen die in hun wereld te zien zijn.
We mogen dat niet verwarren met de handigheid die ze gebruiken
om een leuke tekening voor je te maken.
Zintuigen
Het is zeker, dat een kind zelfstandig, al scheppend, het
bezit van de vormende elementen verovert.
Kinderen hebben hun zintuigen nodig om bij hun eigen taal
te komen.
Hun zintuigen zijn de vensters waardoor ze de beelden uit
hun omgeving waarnemen.
Als de vensters van je zintuigen helder zijn, neem je helder
waar.
Vormen kun je niet scheppen.
Er zijn altijd al vormen om je heen, maar je kunt ze veranderen.
Woorden kun je niet scheppen, er zijn altijd al woorden, maar
je kunt ze in een andere volgorde zetten.
Schrijven is eigenlijk het lezen van beelden die voortdurend
om je heen veranderen.
Beeldende
werkvormen
De
ontwikkeling van het beeldend vermogen van kinderen kan onmogelijk
tot stand gebracht worden door alle kinderen dezelfde vorm
te laten produceren.
Het is daarom zaak een werkvorm te bedenken die voor alle
kinderen inzichtelijk is, maar toch individuele beelden oplevert.
Het sjabloneren en vormstempelen zijn wat dat betreft goede
keuzen.
De technieken zijn voor de kinderen gemakkelijk te hanteren.
Het gevaar dat vormen, die door volwassenen voor de kinderen
ontworpen zijn, model staan voor de ontwikkeling van het beeldend
vermogen van jonge kinderen, is afwezig.
Beeldalfabet
De vormonderdelen, zoals die bijvoorbeeld bij vormstempelen
gebruikt worden, zijn collectief bezit en onderdeel van een
collectie.
Door die op verschillende manieren te combineren ontstaan
individuele werkstukken terwijl de reeks een eenheid te zien
geeft.
Ik beschouw die vormonderdelen daarom als een soort 'beeldalfabet'
.
Daaruit maken kinderen steeds nieuwe beeldcombinaties op eenzelfde
manier waarop woorden in een tekst ontstaan.
Het
feit dat er een collectie vormen bewaard blijft en later opnieuw
gebruikt wordt, is nieuw in het onderwijs.
Vooral het aspect dat kinderen werk van elkaar gebruiken voor
een groepsproduct is bijzonder.
De meeste tekeningen die de kinderen op school maken zijn
individuele werkstukken. (...)
Wat
is creatief zijn?
Creativiteit of scheppingsdrang en originaliteit worden vaak
in één adem met het begrip fantasie genoemd.
Toch zijn het alle drie verschillende menselijke vermogens.
Ik hoor wel eens: "Ik ben helemaal niet zo creatief"
Dan denk ik, wacht even, ieder mens is per definitie creatief.
Iedereen heeft een ingebouwd vermogen om iets eigens te produceren,
de behoefte om een spoor van zijn aanwezigheid op aarde na
te laten, al is het maar een lekkere taart bakken.
Origineel is ieder mens ook per definitie, want geen mens
is hetzelfde nietwaar.
Daarom zijn alle uitingen van mensen origineel.(...)
Met
fantasie is het iets anders gesteld
In het onderwijs merk ik vaak het verschil tussen kinderen
die uit hun eigen ervaringen putten en diegenen lekker aan
het fantaseren gaan.
Alle kinderen zijn deskundig als het gaat om het verwoorden
van hun ervaringen.
Ze kunnen er de volste verantwoordelijkheid voor nemen, ze
zijn er immers zelf bij geweest?
Dat lees ik af aan de werkstukken die ze op die manier maken.
Bij
fantasie is het wat anders.
Voor dingen die je fantaseert hoef je eigenlijk geen verantwoordelijkheid
te nemen. Je kunt je altijd beroepen op: "Het is maar
fantasie".
Veel
opdrachten die gaan zo:
"Stel dat je koning van
Nederland bent, wat zou je willen veranderen".
Of,
"als je niks weet dan fantaseer
je maar wat leuks"
Die leukheid is gebaseerd op het misverstand dat het leerzaam
voor kinderen is als ze in een door volwassenen gefantaseerd
bos gejaagd worden.
Nou dan gaan de kinderen braaf aan het fantaseren en de meest
onwaarschijnlijke dingen worden geopperd.
Ik ben niet zo voor zulke opdrachten.
Maar
fantasie is toch belangrijk voor kinderen?
Dat hoor ik leerkrachten zeggen. Daar ben ik het wel mee eens,
maar dan gaat het erom dat er gefantaseerd wordt op basis
van belevingen en ervaringen.
Kinderen hebben geen ingebouwde fantasie, hun fantasie is
in feite een soort onbeholpenheid in het denken.
Kwaliteit
is een voorwaarde voor fantasie
Kinderen mogen best bedenken, of fantaseren, dat ze iemand
anders zijn en ook wat ze in zo'n andere rol gaan doen.
Ik zelf bewaak echter streng alle ontsporingen en het fantaseren
om de fantasie.
Als kinderen geprikkeld worden door een bepaalde kracht tot
verbeelden en als ze verantwoordelijkheid durven te nemen
voor de dingen die ze fantaseren is er niets tegen.
Ik moet respect hebben voor de kinderlijke individualiteit
en ik wil dwang in de opvoeding vermijden.
Zeker als het gaat om creativiteit, originaliteit en fantasie.
Kinderen bezitten een ingebouwde expressiviteit en scheppingsdrang.
Ze moeten die in alle vrijheid kunnen ontwikkelen.
Niet voor niets kijken veel kunstenaars naar de onbevangen
en rijke verbeeldingswereld van kinderen, naar hun spel en
hun vermogen om op een vrije manier te associëren.
©
Henk van Faassen