BEGRIPPEN IN RELATIE TOT TAALVORMING

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N- O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

naar startpagina


Aan regels gebonden teksten

Dat zijn teksten waarbij de begeleider bij iedere regel aangeeft hoe de inhoud ervan kan zijn.
Bijvoorbeeld:
regel 1 beschrijf je de plek
regel 2 wat er gebeurde
regel 3 wat je zelf deed
regel 4 wat een ander deed
regel 5 hoe het afliep.
Andere vormen van aan regels gebonden teksten zijn ontleend aan dichtvormen zoals bijvoorbeeld een rondeel.

Affectieve taalontwikkeling
Dat is het deel van de taalontwikkeling waar taalvormers zich op richten als ze met op ervaringen gerichte schrijfopdrachten werken.
Een tegengestelde taalontwikkeling is de cognitieve taalontwikkeling waar het onderwijs de technische instructie plaatst. Zie ook: Emotionele (taal)ontwikkeling.

Alfabetisering
Taalactiviteiten gericht op volwassenen die om verschillende redenen geen, of onvoldoende, taalonderwijs gevolgd hebben. Vroeger noemde men die mensen analfabeten. Tegenwoordig laaggeletterden.

Associëren Associatiewerkvormen
Van het ene woord op het andere komen. De ene gedachte door een andere laten volgen. Het is het vermogen om in een korte tijd op veel woorden, beelden, herinneringen en belevenissen te komen. Een woordenstroom komt op gang. Van belang is dat de associaties onder alle omstandigheden als een persoonlijke gedachte geaccepteerd worden en daarom niet onderworpen kunnen worden aan meningen van anderen of de normen van de leerkracht.

Authentiek leren
Leertaken zijn authentiek wanneer ze betekenis hebben voor kinderen. Het gaat erom dat kinderen in een rijke en realistische context de kans krijgen een eigen leerweg te volgen die aansluit bij hun belangstelling. Door uit te gaan van leuke en interessante leerstof kan de leerkracht de motivatie van leerlingen versterken.

Authentieke tekst
Een tekst die ontstaan is naar aanleiding van een eigen ervaring. Een authentieke tekst kan niet getoetst worden aan normen en waarden van een ander. De schrijver is er zelf verantwoordelijk voor. Het is wel mogelijk een authentieke tekst te bespreken op duidelijkheid. In dat geval kan de schrijver bevraagd worden op details in het verhaal.

Autisme
Taalonderwijs aan kinderen met autisme kenmerkt zich door het aanbrengen van structuur. Daarvoor kunnen stappenplannen gebruikt worden, strategiekaarten, afsprakenschriften.
Het kan helpen veel te visualiseren door bijvoorbeeld met taaltekeningen te werken en daar met de kinderen bij te schrijven. Alle vormen van communicatie verdienen extra aandacht.

AVI
Een systeem voor het meten van de technische leesvaardigheid van kinderen en het leestechnisch niveau van teksten
Analyse van Individualiseringsvormen
De kritiek op het AVI-systeem is met name gebaseerd op het leestechnische karakter van AVI. Bij het bepalen van het niveau van teksten wordt alleen de technische moeilijkheidsgraad en niet de inhoud meegewogen. Bij de toetsen worden leerlingen uitsluitend op onvoorbereid hardop lezen beoordeeld.
De boekjes die op 'AVI-niveau' gebruikt worden stimuleren een ongezonde competitie tussen de kinderen.

Basisontwikkeling
Het bevorderen van de brede ontwikkeling bij kinderen waarin zaken als initiatieven nemen, creativiteit in denken en handelen, talige communicatie, groeien in de sociale omgeving, materieel handelen voortzetten in verbaal en mentaal handelen een belangrijke rol spelen.
Kennis en vaardigheden worden aangeleerd als onderdeel van de brede ontwikkeling en niet afzonderlijk. De onderwijsinhouden worden ontleend aan de omgeving van het kind.
Voor het lees- en taalonderwijs aan de onderbouwgroepen betekent het dat niet de schoolse vaardigheden centraal staan, maar dat die schoolse vaardigheden worden ingebed in betekenisvolle activiteiten.
(Vygotsky)

Beeld
Bij een druktechniek is het beeld het zichtbare deel van een afdruk op papier.
In een talige context: datgene wat een tekst aan beelden bij de lezer oproept.
Ook: een beeld in de zin van een afbeelding.

Beelddenken
Er wordt wel eens gedacht dat er mensen zijn die denken in beelden en mensen die denken in taal. Denken in beelden zou veel voorkomen bij dyslectici. Het fenomeen 'beelddenken' is tot nu toe niet wetenschappelijk onderbouwd.
Filosoferen met kinderen is ook een vorm van taaldenken, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van vaste denkstructuren, maar kinderen worden uitgedaagd creatief te denken.

Beelddrager / Drukvorm.
Bij drukken: het materiaal waaruit het beeld is samengesteld. Bij taaldrukken zijn de beelddragers: stencil, zelfklevend rubber, sjablone.

Beeldstempel
Een blokje hout waarop met cellrubber een abstracte afbeelding is geplakt. Op deze wijze kan een collectie vormstempels samengesteld worden waarmee steeds nieuwe afbeeldingen gemaakt kunnen worden.

Begrijpend lezen
Het vermogen van kinderen om de techniek van het lezen los te laten en een zinvolle stap naar de inhoud van een tekst te maken. Teveel en te vaak worden leestechniek en de inhoud van een tekst van elkaar gescheiden. In veel taalmethoden dient een uit zijn context gerukte 'moeilijke' tekst als oefenstof voor begrijpend lezen.

Begrijpend schrijven
Begrijpend schrijven is te vergelijken met begrijpend lezen. Het schrijven over een situatie met jezelf als ervaringsdeskundige zal vanzelf tot een begrijpelijke tekst leiden.
Vragen van anderen over die situatie zullen dat begrip ook bij anderen laten ontstaan.

Behangaandrukrol
Een goedkope roller uit stevig schuimrubber waarmee met rubberdruk en op de limograaf inkt ingerold kan worden.

Beeldende vorming
Een discipline van de kunstzinnige vorming ontleend aan de beeldende kunsten, ruimtelijk en op het platte vlak. Op enkele scholen zijn er nog BEVO leerkrachten werkzaam. Op de meeste scholen is beeldende vorming een taak van de klassenleerkracht.

Beeldend schrijven
Vertellen en schrijven alsof je een plaatje voor je ziet. Leren dat er over een voorwerp of een moment meer te vertellen is dan het voor de hand liggende. Leren woorden te vervangen door een preciezer formulering. Zintuiglijke waarneming.

Begeleide associatie
Een werkvorm om gegevens te verzamelen die je behulpzaam zijn bij het schrijven van een tekst. Aan de hand van vragen van de begeleider roep je beelden op van bepaalde individuele ervaringen en situaties. De gestelde vragen hebben in veel gevallen te maken met zintuiglijke waarnemingen, herinneringen, vormen en kleuren en associatieve gegevens.
Er is ruimte voor een ordening alvorens je begint met schrijven.

Beleving
De eigen ervaring is de meest productieve bron voor taalontwikkeling.

Betekenisvolle taalontwikkeling
Kinderen zullen taal leren terwijl ze taal betekenisvol gebruiken. Dat lukt het beste als de les op zinvolle communicatie gericht is en niet op een technische taaloefening.
Taal leren en taal ontwikkelen gaat gelijk op. Kinderen leren niet lezen door leesoefeningen te doen, ze leren lezen door verpakkingen, aanplakbiljetten, kranten, tijdschriften, en verhalen te lezen. Dat is een reden om van gehele en authentieke teksten uitgaan en de delen, zoals klanken, uitdrukkingen, zinnen en zo meer, uitsluitend in de context van zo'n compleet taalgeheel te behandelen.

Bevragen
Een werkvorm waarbij een taaltekening gebruikt wordt voor een gesprek tussen leerkracht en leerling. De bedoeling is dat meer aspecten van een ervaring doormiddel van de taaltekening bij de leerling naar boven komen.
De manier van bevragen is dan niet: 'wat stelt de tekening voor', maar: 'wat gebeurt er, wat doe je, wat gebeurde ervoor of erna'. bijschrijven.

Boekdruk
Een druktechniek die door, onder meer, de invoering van tekstverwerkers en digitale druktechnieken, met uitsterven bedreigd wordt. Bij het taaldrukken kunnen kinderen met antieke losse boekdrukletters en eenvoudige persjes kinderen zelf teksten zetten en drukken. Het is een overzichtelijke techniek waarbij in alle fases van het proces aan een vorm gewerkt wordt en zetfouten hersteld kunnen worden.

Boeken
Boeken worden bij taalvorming gelezen en voorgelezen. Een boek is een argeloos begin. Daarna schrijven de kinderen naar aanleiding van een deel, een hoofdstuk of een pagina uit een boek, eigen teksten. Een boek heeft ze op een spoor gezet. Thema's uit boeken worden gebruikt om te vertellen en te schrijven. Die gaan in op hetgeen de kinderen, op het moment waarop ze kennis nemen van een bepaalde tekst uit een boek, bezig houdt. Een ervaring is dat dit zelden of nooit het thema is dat de schrijver van het boek voor ogen stond. Grote thema's kun je klein maken.
Een doordacht gekozen boek bevat herkenbare, alledaagse onderwerpen. Iedereen kan zich in de personages herkennen. Het is een hulpmiddel om samen met kinderen tot nieuwe eigen verhalen te komen. Een goed boek heeft een manier van vertellen waarbij je je een beeld kan vormen; herbergt een variëteit aan menselijke emoties; biedt de mogelijkheid om ervaringen op te roepen zonder voor te schrijven hoe die moeten zijn. Een boek dat taalvormers gebruiken bevat in het algemeen weinig tekst, althans zoveel als binnen een werkkeer verwerkt kan worden. Het heeft veel verschillende inhouden en geen opgelegde boodschap.

Boeken zoeken
Kinderen zoeken in de boekenhoek een verhaal dat aansluit opeen tekst die ze zelf zojuist geschreven hebben. Een stukje uit dat boek wordt voorgelezen. Er is gelegenheid om op de tekst in te gaan. Het is een van de manieren om te ontdekken hoe andere schrijvers over een bepaald onderwerp geschreven hebben. Ons inziens een goede manier van leesbevordering.

Boeken lezen, boeken maken
Een werkwijze waarbij een groep kinderen een bepaald boek leest, of wordt voorgelezen, en aan de hand daarvan eigen teksten schrijft. De teksten worden door de kinderen gedrukt en tot een boek bijeengevoegd.

Bordrij
Woorden uit de teksten van kinderen die gebruikt worden voor spellingsoefeningen en woordenschatontwikkeling. De leerkracht maakt een analyse van veel voorkomende spellingsproblemen en bepaalt welke woorden voor een bordrij in aanmerking komen. De woorden worden door de kinderen op grote vellen papier gestempeld. Oorspronkelijk tref je op scholen voorgedrukte bordrijen aan die voortkomen uit de taalmethode en die een vooraf bepaalde moeilijkheidsgraad hebben. Het is duidelijk dat bordrijen die samengesteld zijn uit teksten die kinderen recent geschreven hebben voor hen meer betekenis hebben en daarmee effectiever zijn.

Brieven schrijven
Een werkwijze waarbij werkvormen van taalvorming ingezet kunnen worden voor een correspondentie tussen groepen- en individuele leerlingen. We waken ervoor dat deze activiteit erop gericht is om kinderen te leren in welke vorm 'men' een brief dient te schrijven, met de juiste aanhef en de formele en vaak onpersoonlijke afsluiting.

Bijschrijven
Kinderen vertellen bij hun taaltekening en de leerkracht schrijft dat onder de tekening. Eerst proberen de begeleiders bij de werkelijke ervaring te komen door te vragen naar de gebeurtenis die getekend is. Als je te vroeg begint met bijschrijven heeft het kind nog geen verhaallijn uitgezet. Pas op het moment dat er details verwoord worden die niet in de tekening te zien zijn begint het interessant te worden.

Bijschrijven, verder schrijven
Bijschrijven in de zin van verder schrijven is een associatiewerkvorm waarbij kinderen bij een aantal regels van een ander verder schrijven. De ervaring van een ander lokt een eigen ervaring uit. Bijschrijven moet net zoals associëren beschermd worden tegen de normerende opmerkingen van anderen.

Cellrubber
Dunne vellen rubber voorzien van een zelfklevende laag. Materiaal dat gebruikt wordt bij rubberdruk. Het kan gemakkelijk geknipt of gescheurd worden.

Communicatie
Kinderen zijn letterlijk gedwongen taal te leren door een noodzaak om te communiceren. Taalontwikkeling is in werkelijkheid een middel om te overleven. Kinderen moeten enorm veel leren als ze opgroeien. Ze moeten voortdurend in nauw contact met andere menselijke wezens staan, en taal is daar een sleutel voor. Het is het gereedschap waarmee ze begrip krijgen voor wat anderen in de wereld ontwikkeld hebben terwijl ze zelf op zoek zijn naar begrip voor zichzelf. En ze vinden het gemakkelijk om te leren als de reden helder voor hen is.

Correspondentie
Werkvormen van taalvorming die ingezet worden voor een uitwisseling van teksten tussen verschillende groepen van een school of tussen groepen van scholen.

Corps
Maataanduiding voor boekdrukletters.

Creatief schrijven / Authentiek schrijven
Schrijven als in een individueel creatief proces waarbij de begeleiding zich beperkt tot het stimuleren van deelnemers. Creatief schrijven kent geen opdrachten zoals die in taalmethodes voorkomen. Creatief schrijven kent wel een eindproduct maar staat niet ten dienste daarvan. Creatief schrijven mag niet 'wortelloos' zijn: er moet een motivatie zijn om iets te schrijven of te drukken.

Creatief taalgebruik
Taal- en Voorstellingsvermogen
Creatief taalgebruik zet kinderen aan om zichzelf te verwerkelijken door de taal creatief te gebruiken. Bepaalde stromingen in de Literaire vorming en de Kunsteducatie van vandaag dragen vaak weinig bij die oorspronkelijkheid bij kinderen een juiste plaats te geven.

Democratisch onderwijs
'De democratie van morgen wordt voorbereid door de democratie op school'.
Een autoritair schoolsysteem kan geen democratische burgers vormen. Autoritaire gewoonten zitten diep in ouders en leerkrachten verankerd. Het is hun taak manieren te vinden waarbij kinderen hun eigen wegen vinden. Kinderen moeten zelf zo veel als mogelijk aan het woord komen. Dat werkt eerder en sneller dan leerdwang. Niemand laat zich graag bevelen en dwingen.'
[C.Freinet]

Dingen in de kring
Een werkwijze om met voorwerpen een taalactiviteit te starten.
Kinderen benoemen een collectie voorwerpen op tafel. Ze gebruiken de voorwerpen om over hun ervaringen te vertellen en te schrijven. De voorwerpen inspireren tot associaties en ontwikkelen hun woordenschat. Door het stellen van vragen komt de groep achter de naam van ieder voorwerp. Ze rubriceren de voorwerpen op vorm, kleur en gebruik.

Dialect
Leerkrachten vinden soms dat ouders met een dialect het beste Nederlands te spreken met hun kinderen. Dat is geen handig advies. Het dialect is vaak hun moedertaal, de taal waarin ze hun emoties kunnen uitdrukken. Kinderen hebben recht op communicatie in die taal. Daar komt nog bij dat kinderen in verwarring kunnen raken. Dialectsprekende ouders kiezen er vaak voor om met elkaar dialect en met hun kinderen Nederlands te spreken.

Dialoog Tweegesprek
Een gesprek tussen twee leerlingen. Vragen en antwoorden volgen elkaar op. Meningen worden in een dialoog uitgewisseld.

Dingdrukken
Een drukwerkvorm waarbij voorwerpen die een reliëf hebben, zoals sleutels, munten, lepeltjes etcetera, met drukinkt ingerold worden en vervolgens met behulp van een schone roller op het papier afgedrukt worden.

Digitale druktechnieken
Alle vormen van vermenigvuldiging waarbij op een elektronische manier, doormiddel van computers, drukvormen ontstaan. Taaldrukkers kiezen er voor die processen zo inzichtelijk mogelijk te houden. De kinderen mogen zich niet verliezen in een overaanbod van computerprogramma's.

Dyslexie
De Gezondheidsraad spreekt van dyslexie wanneer de automatisering van woordidentificatie, lezen en/of schriftbeeldvorming, spellen, zich niet, dan wel zeer onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt.

Doelen van taalvorming
De taaldoelen zijn onder meer:
Veel praten met elkaar.
Veel en betrokken luisteren naar elkaar. Ontwikkelen van waardering voor elkaar en ieders teksten.
Taalgevoeligheid ontwikkelen. Ontwikkeling van de individuele woordenschat.
Je goed leren uitdrukken.
Verwoorden van ervaringen.
Durven spreken en schrijven.
Plezier krijgen in de omgang met gesproken en geschreven taal.

Doorgeefgedicht
Een aan regels gebonden schrijfvorm waarbij men doorwerkt aan teksten van een ander. Bijvoorbeeld: Losse uitspraken uit de kring zijn op het bord geschreven.
a. schrijf een zin van het bord over.
b. schrijf er een eigen zin onder.
c. geef je schrift aan je buur, die schrijft er een zin bij.
d. nog een keer doorgeven en een zin toevoegen.
e. sla een regel over.
f. kies een nieuwe zin van het bord.
g. schrijf er een zin bij, maar zorg ervoor dat het tweede couplet nog iets met het eerste te maken heeft.
h. weer doorgeven.

Doorgeeftekening
Een doorgeeftekening is een vertelronde in beelden. Er werken meerdere kinderen tegelijk aan. De spelregel is dat kinderen aan een tekening beginnen en na korte tijd zegt de begeleider: 'doorgeven', waarop ieder de tekening aan de buur geeft die ermee verder gaat. Vooral voor NT-2 en speciaal onderwijs een geschikte vorm om kinderen aan het vertellen te krijgen. Het is een talige-beeldende vorm van communicatie.

Doorvragen
Leerkrachten bevragen de groep of de individuele leerlingen om tot een duidelijk beeld van een ervaring te komen. De leerlingen bevragen elkaar als er iets in een tekst niet duidelijk is. Vragen stellen.

Drama
Kinderen leren taal en woorden sneller door met dramatische werkvormen te werken. Ze leren logisch denken als ze nadenken over de volgorde van scènes. Je bedenkt een gebeurtenis, speelt het en kunt het daarna gemakkelijker opschrijven.
Door drama breid je je ervaringen uit. Je kunt dingen doen die je normaal niet meemaakt. Je kunt een andere rol aannemen. Je leert durven en door te durven is de kans groter dat je je taal ontwikkelt.
Taalvorming en drama kunnen een goede bijdrage leveren aan het verbeteren van kringgesprekken in meertalige groepen. Bijna alle taal- en spelwerkvormen gaan uit van een kringopstelling.

Drukhoek
Een plek in het klaslokaal waar alle drukspullen voor de kinderen bereikbaar opgesteld zijn. Kinderen kunnen in kleine groepjes en zonder speciale begeleiding zelf hun teksten en tekeningen drukken. De technieken in de drukhoek zijn: Limograaf, stempels, vormstempels, Linkprint, sjabloneren, rubberdruk. Schrijfmachines en tekstverwerkers kunnen ook een plaats in de drukhoek krijgen. Werkkaarten en takenkaartjes dienen ervoor om kinderen zelfstandig en in groepjes met de verschillende drukwerkvormen te laten omgaan.

Drukboek
Een drukboek bestaat uit twee stevige stukken karton A4 verbonden met linnen plakband. Het wordt gebruikt bij rubberdruk- en wringerdruk. De drukvormen worden met inkt ingerold en samen met het afdrukpapier in een drukboek afgedrukt. Het zorgt ervoor dat er een gelijkmatige druk ontstaat en de drukvorm niet verschuift tijdens het drukken.

Drukken
Op sommige scholen worden er boekjes gedrukt, met teksten en tekeningen van de kinderen. Meestal zijn de boekjes met de hand gedrukt, de teksten met de computer. De boekjes worden verspreid naar andere plekken op school of daarbuiten, zodat iedereen ze kan lezen.

Drukvorm
Bijeengevoegde onderdelen die samen de afdruk mogelijk maken. Voor iedere kleur is er een aparte drukvorm.
Bij sjabloneren is het een vel papier waar een vorm in uitgesneden of -geknipt is.
De inkt komt door de open delen van de drukvorm op het papier
Het kan een stuk linoleum zijn waar met behulp van een guts de afbeelding is aangebracht. Bij rubberdruk is de drukvorm samengesteld uit stukjes zelfklevend rubber. De inkt wordt op de hoge delen van de drukvorm aangebracht.

Eigen ervaring
Beleving. Iets wat je hebt meegemaakt, uit de eerste hand gezien, geproefd, geroken, gevoeld hebt. Een werkelijk gebeurde situatie en eigen waarneming van kinderen. Teksten naar aanleiding van bekeken film- of televisiebeelden vallen hier duidelijk niet onder. Herinneringen aan eigen ervaringen worden opgeroepen door kinderen voor te lezen of te confronteren met voorwerpen of met teksten van andere kinderen..

Effectief taalonderwijs
Met de taal die ze al kennen brengen de kinderen hun natuurlijke behoefte mee om te ontdekken wat er in de wereld gebeurt. Als een taalmethode hun taal in stukjes en brokjes breekt wordt zin onzin en het is dan altijd moeilijk voor kinderen om weer iets zinvols uit onzin te maken.

Elfen
Korte teksten van vijf regels. Ze zijn aan regels gebonden, dat wil zeggen regel 1 is één woord, regel 2 twee woorden, regel 3, drie, regel 4 vier en regel 5 weer één woord tezamen dus elf woorden. Per regel wordt eveneens vastgesteld waarover die moet gaan. De vorm lijkt zo gemakkelijk dat het juist moeilijk is om zuivere resultaten te bereiken. De associatie met 'elfjes' is onjuist en verwarrend. Slechte vormen van het schrijven van 'elfjes' doen algemeen de ronde, een reden waarom taalvormers terughoudend zijn geworden in de toepassing ervan.

Emotionele taalontwikkeling
De werkwijze om een gevoeligheid voor talige uitingen te ontwikkelen. Affectieve ontwikkeling. Het tegenovergestelde is de cognitieve, of verstandelijke, taalontwikkeling waarbij men in technische termen een taal leert.

Ervaringstekst
Een tekst die geschreven is op basis van wat iemand gezien, gehoord of geroken heeft. Een ervaringstekst heeft altijd te maken met een eigen ervaring en is in die zin authentiek. Anderen kunnen van een dergelijke tekst nooit zeggen: 'dat is niet waar', hoogstens: 'bij mij gebeurde het anders'.

Expressief schrijven
Het schrijven van kinderen is vooral nog expressief. Er is een onderscheid tussen schrijven om jezelf iets duidelijk te maken, en transactioneel schrijven, de schrijver wil iets bereiken bij de lezer. Bij poëtisch schrijven plaatst de schrijver zich buiten het gebeuren en is toeschouwer die de wereld in een taalproduct ordent. Taalexpressie.

Feitenkennis
Het moeilijkste voor de leerkrachten bij het werken met taalvorming is, om de kinderen te vragen naar hun eigen ervaringen, en niet naar hun kennis van feiten. Terughoudendheid is geboden om leergesprekken tijdens de kringgesprekken te houden.

Freinetpedagogie
Sinds 1948 is de Franse pedagoog Celestin Freinet in Nederland bekend. Steeds meer wordt er op moderne scholen naar gestreefd kinderen in hun taalexpressie vrij te laten. Deze spontane vrije expressie vast te leggen vindt men een taak van de drukpers. Volgens Freinet ontleent de geschreven tekst haar waarde aan de functie die ze heeft als middel. Om kinderen dit niet vanzelfsprekende middel te laten gebruiken, moeten ze hiervoor gemotiveerd worden. Die motivatie ligt in het instrumentele gebruik van de geschreven tekst voor het kind: je kan een ander iets meedelen.

Freinethaakje
Zethaakje voor het bijeenhouden van losse boekdrukletters zoals gebruikt in de Freinetpedagogie.

Fouten
Fouten in de spelling zijn er in verband met taalvorming niet. Nadruk op fouten werpt voor kinderen een drempel op bij het verwoorden van een eigen ervaring. Je kunt beter spreken over wat er in een bepaalde tekst 'anders' kan.
Verbeteren en herschrijven. Alle activiteiten zoals bijvoorbeeld het herschrijven van teksten gaan uit van de oorspronkelijkheid ervan. De leerkracht houdt zinnen en woorden figuurlijk voor de kinderen omhoog.

Gedichten
Een tekst is een gedicht als die een bepaalde vorm heeft. Die vorm hoeft niet aan vaststaande eisen te voldoen, zoals een rondeel of een elf bijvoorbeeld. Het vrije vers is een dichtvorm waarvan de vorm niet van tevoren vastligt, maar ontstaat tijdens het schrijven. De vorm zit dan in hoe de woorden en zinnen klinken en in hoe de zinnen in regels over het papier verdeeld zijn.
Een tekst is een gedicht als hij kernachtig een ervaring, gevoel of impressie weergeeft. In een gedicht staat geen woord teveel; elk woord doet ertoe. In een gedicht leg je niks uit en geef je geen mening. Je laat de lezer in woorden zien wat jij zag, voelen wat jij voelde.
Als kinderen gedichten schrijven, ontstaan er korte, krachtige, beeldende teksten. Teksten met een grote zeggingskracht. De kinderen herkennen poëtische elementen in hun eigen teksten, in die van elkaar en in bestaande gedichten. Kinderen leren niet hoe ze een gedicht moeten schrijven, maar hoe ze gebruik kunnen maken van hun poëtische vermogens.

Gedichten / Poëzie
Waardering voor gedichten ontwikkelen.
Herkennen van de vormen en stijlen van gedichten. We praten erover voor we gaan schrijven, tijdens het schrijven en na afloop bij het voorlezen. r zien wat jij zag, je laat hem meekijken. De inhoud van een gedicht gaat vóór de vorm. Je werkt alleen aan de vorm om de inhoud krachtiger te laten overkomen. Voor een deel dient de vorm zich al schrijvende aan. Voor een deel ontdek je achteraf de vormelementen in je tekst en schaaf je je tekst daarop bij.

Gedachteketens
Van de ene associatie naar een andere komen. Deze ketens zijn een belangrijk element in veel vertelwerkvormen.

Geheugen
Herinneringen, gevoelens, geluiden, beelden, gedachten, kennis. We gebruiken een taalsysteem om die dingen in ons geheugen vast te leggen.
Taaldenkrelaties zijn cognitieve processen om gedachten te kunnen ordenen en met elkaar te vergelijken.

Geïntegreerd taalbeleid
Er zijn scholen, die werken aan hun profilering. Dat gebeurt op verschillende manieren. Er zijn 'Kunstmagneetscholen'. Op een aantal van deze scholen wordt Taalvorming betrokken bij de verbetering van het taalonderwijs. In samenhang met het totale verbeteringsplan.

Geschreven tekst
Volgens Freinet ontleent de geschreven tekst haar waarde aan de functie die ze heeft als middel. Om kinderen dit niet-vanzelfsprekende middel te laten gebruiken, moeten ze hiervoor gemotiveerd worden. Die motivatie ligt in het instrumentele gebruik van de geschreven tekst: je kan een ander iets meedelen. Echter, een handgeschreven tekst is slechts door een persoon tegelijkertijd te lezen. Vandaar dat er drukwerkvormen en druktechnieken ontwikkeld zijn om die teksten te verspreiden.

Gesprekken
Bij taalvorming komen gesprekken in verschillende vormen voor. In de eerste plaats als vertelronde, maar ook als vragenronde. Informele gesprekken voor de les begint bieden opstap mogelijkheden voor het thema van de les zelf.
Andere kinderen aan bod laten komen. Bij een gespreksonderwerp blijven. Omgaan met verschillen van inzicht. Overleggen zonder anderen te storen. interactie.

Gesproken naar geschreven tekst
Wat je zegt kan je schrijven. Iets wat in een tweetal gezegd is kan zonder meer opgeschreven worden. Als een woordenstroom op gang gekomen is kan een ordening in de tekst aangebracht worden.

Gestuurde taalverwerving
Taalverwerving door middel van instructie. Van tevoren wordt bedacht wat er allemaal geleerd moet worden en er wordt een didactiek bedacht om dat zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. Gestuurde- en ongestuurde taalverwerving dienen aan elkaar gekoppeld te zijn.

Gevoel
Gevoel voor poëzie en kernachtig schrijven. Hoe je precies werkt aan het ontwikkelen van de poëtische vermogens van kinderen, hangt af van hun leeftijd, de mate waarin ze het Nederlands beheersen, hun ervaring met het verwoorden van belevenissen en hoe beeldend ze schrijven. daarom kunnen we ook geen vaste opbouw maken in een serie poëzielessen.

Grammatica
Een stelsel van taalregels.
De regels van de taal leren de kinderen het beste door de taal te gebruiken. Als iemand niet begrijpt wat er staat doordat het technisch niet klopt moet er iets aan gedaan worden. Op verschillende scholen wordt grammatica uitsluitend onderwezen aan de hand van de eigen teksten van de kinderen. Dit staat tegenover de grammatica methoden die ervan uitgaan dat je teksten los van hun context per onderdeel moet oefenen.

Grote thema's klein maken
In de werkwijze van taalvorming is het niet goed mogelijk van tevoren een thema voor een activiteitenperiode of lessencyclus vast te stellen. Zulke grote thema's zijn meestal: milieu, discriminatie, jaargetijden, verkeer, voedsel, gezondheid, feesten. Thema's horen uit het kleine dagelijkse gebeuren, thuis, op straat, op school , voort te komen. In voorkomende gevallen zullen taalvormers en taaldrukkers altijd de grote thema's klein maken door ze dicht bij de ervaringen van het moment te brengen. Bijvoorbeeld: Milieu: wat gebeurde er vanmorgen in je eigen tuin. Verkeer: hoe kwam je naar school. Gezondheid: vertel over die keer dat je pijn in je buik had.

Handschriftontwikkeling
Vaak ten onrechte beschouwd als 'les in schrijven'. De daad van het schrijven is bewerkelijk voor jonge kinderen en vereist een hoop fysieke coördinatie. Daarom wordt er eerst in blokletters geschreven omdat het sneller leesbaar is voor jonge kinderen. Schuinschrift vereist meer coördinatie. Bij volwassenen is schuinschrift vaak zo persoonlijk dat het onleesbaar voor anderen is. Taalvormers weten dat het handschrift niet eerst geleerd kan worden om het pas daarna te gebruiken. Het vormen van handgeschreven letters moet ingepast worden in het geheel van de taalactiviteit.

Herschrijven
Een tekst voor een tweede keer lezen en dan zodanig veranderen dat alle details voor een ander duidelijk en herkenbaar zijn. De ervaring wordt opnieuw en duidelijker beschreven. Er kan ook in een andere stijl of stemming geschreven worden. In tweede instantie: spelling en zinsbouw corrigeren. Herschrijven is dat kinderen intensief naar alle onderdelen van een ervaringstekst kijken.

Hoeken, werken in-
Taalhoeken zijn de leeshoek, boekenhoek, luisterhoek, boekluisterhoek, de leesschrijfhoek, drukhoek en zo meer.
De bedoeling is dat kinderen zonder begeleiding in die hoeken aan de gang kunnen gaan. Het is de vraag of dat voor alle onderwerpen zinvol is en hangt in belangrijke mate af van de inrichting ervan.

Humaan onderwijs
Vorm van onderwijs die aansluit bij de doelstellingen van taalvorming en taaldrukken. Niet de techniek van het onderwijs maar de menselijke inbreng van leerlingen en leerkrachten bepaalt de inhoud ervan.

Interactie
Een talige uitwissing met, en tussen kinderen in bijvoorbeeld de vertelkring. Taalvorming hanteert een aantal werkvormen waarbij iedereen aan het bod kan komen. Ook schrijven en voorlezen horen bij de interactie. Er zijn nu eenmaal ook kinderen die in een kring minder gemakkelijk praten, bijna altijd willen die wel schrijven en dat wordt dan weer voorgelezen.

Invalshoek
De aanzet om ervaringen te verwoorden vormt een precieze vraag. Die vraag is gericht op het beschrijven van een handeling, een moment, een plaats. Zo'n aanzet vormt een invalshoek. Boeken die taalvormers gebruiken bevatten veel van die invalshoeken.

Improvisatie
Drie kinderen spelen of mimen een handeling uit een van hun teksten, maar gebruiken daarvoor alle drie een onverwachte vorm. Bijvoorbeeld 'wassen' met een schoen als zeep, 'tandenpoetsen' met een lepel en zo meer.

Interne begeleiding
Een leerkracht die tot taak heeft te ondersteunen op het gebied van de zorgverbreding. Een consulent taalvorming werkt in veel gevallen samen met de intern begeleider. Naast de zorgverbreding heeft een interne begeleider dan ook taalvorming als aparte taak in het team.

naar boven


Kamishibai
Dit is oorspronkelijk een Japans verteltheatertje, een kastje waar platen ingeschoven kunnen worden. Het kan gebruikt worden bij taalvorming. Een verschil is echter dat in een Kamishibai complete verhalen verteld worden, terwijl met taalvorming een interactief proces met wisselende afbeeldingen op gang gebracht wordt.
Dat betekent dat de reeks prenten in dat geval willekeurig samengesteld is en de kinderen door hun verbeeldingskracht de basis voor een vertelling aanbrengen en zelfs zelf de verhalen vertellen.
Om voor de kinderen duidelijk te maken dat het niet gaat om een verhaal dat ik vertel, gebruik ik een speelgoedvogeltje. Als je in het handvat knijpt bewegen de vleugels en gaat het vogeltje piepen.
Bij het vertonen van de reeks prenten laat ik het vogeltje bij mijn oor piepen en geef aan de kinderen door wat het mij verteld heeft. Behalve dat het een praktisch hulpmiddeltje is om de aandacht van de kinderen op een voorstelling te richten daagt het hen ook uit om met het vogeltje in discussie te gaan en daarmee hun woordenschat te vergroten.
De afbeeldingen zijn uit tijdschriften geknipt. De volgorde van de collages kan steeds wisselen, afhankelijk van de inbreng van de kinderen.

Kiezen
Teksten selecteren aan de hand van door de kinderen zelf vastgestelde criteria. Kiezen om te drukken. Categorieën herkennen en benoemen.

Kinderkrant
Taaldrukkers en Freinetters hebben kinderkranten uitgegeven om ervoor te zorgen dat kinderen ook kinderteksten kunnen lezen. Kinderen zijn meer gewend aan het lezen van teksten die door volwassenen voor hen geschreven zijn.

Kinderboeken
Taalvormers hebben het idee dat je iets terug kunt zeggen tegen een boek. Het gaat primair niet om kinderboeken te promoten of te gebruiken voor leesbevordering. Kinderboeken zijn ideale middelen om kinderen aan het praten en schrijven te krijgen. Een boek in de kring zorgt voor gemeenschappelijke ervaringen.

Kinderboekenschrijver
Een Kinderboekenschrijver op school kan ervoor zorgen dat kinderen zich ervan bewust worden dat er een mens achter een boek zit, dat mensen met taal nieuwe dingen kunnen maken.
Een schrijver in de klas moet over werkvormen beschikken en het didactisch inzicht hebben om kinderen te stimuleren zich te uiten. Hij of zij moet wezenlijk geïnteresseerd zijn wat kinderen te melden hebben en zich daarom moeten ontdoen van het heilig kunstenaarschap en zich dienstbaar opstellen in de kleine taalgemeenschap van de schoolklas.

Kartondruk
Druktechniek waarbij de drukvorm bestaat uit karton geknipte vormdelen. Af te drukken met wringerdruk.

Kernachtig schrijven
Het ontwikkelen van je vermogen om uitweidingen uit je teksten te schrappen en de tekst zo lang te herschrijven tot er staat wat je bedoelt en anderen lezen wat je bedoelt.

Kinderboeken
De grens tussen jeugdliteratuur en die voor volwassenen is vaag. Vroeger was dit onderscheid duidelijker, omdat kinderliteratuur tot doel had kinderen op te voeden. Sinds de jaren vijftig is het kinderboek steeds minder een expliciete opvoeder geworden. Lea Dasberg publiceerde in 1981 'Het kinderboek als opvoeder' en Guus Kuijer schreef 'Het geminachte kind' waarin hij zich afzette tegen belerende kinderboeken.
De jeugdliteratuur die tegenwoordig verschijnt draagt wel degelijk normen en waarden over, maar op een meer impliciete wijze. Met name vanuit de evangelische hoek, gebeurt dat ook en nog steeds zeer expliciet .

Kinderpoëzie
De Amerikaanse dichter Kenneth Koch heeft kinderpoëzie geïntroduceerd en suggesties gegeven om met kinderen vanuit fictieve onderwerpen poëzie te schrijven. In Nederland zijn er veel navolgers van hem die kinderen mooie dichtregels willen laten schrijven. Taalvormers hebben het liever over taalexpressie zonder fictieve stellingname omdat het bij kinderen, tot 'verstoppertje spelen' zal leiden. Kinderen leren een al dan niet poëtische taal gebruiken voor het inrichten van hun eigen leven. Ervaringsteksten van kinderen hebben vaak een grotere poëtische kracht dan de vlindergedichten der kinderpoëzie. Vanzelfsprekend is het nodig dat kinderen een goed taalgevoel ontwikkelen. Dat ze daarvoor ook kennis nemen van de gedichten van 'echte' dichters spreekt vanzelf.

Klaar maken om te drukken
In groepsverband een tekst bespreken met aandacht voor de begrijpelijkheid ervan. Correctie van spelling wordt pas aangebracht als de tekst voor het drukken wordt klaargemaakt. De maker van de tekst beslist of voorgestelde veranderingen aangebracht worden.

Klapdrukpersje
Een door de Freinetbeweging speciaal voor het onderwijs ontwikkeld drukpersje

Kring. Kringgesprek
In een kring gaan zitten om in een steeds wisselende samenstelling met elkaar te praten en te vertellen. Het kringgesprek is geen doel op zichzelf, maar dient als opstap voor meerdere taalwerkvormen. Bij een goed kringgesprek komen onderwerpen aan bod die meestal vergeten blijven en waarover het leuk en zinvol is te praten. De onderwerpen voor de kringgesprekken komen spontaan naar boven.

Kunst
De verbeelding van levenservaring is een specifieke vorm van bewustwording omtrent levenswaarden. Daaromheen ontstaan levensvraagstukken. Kunst is een medium om deze waarden in hun problematiek te objectiveren. De kunstenaar maakt iets grijpbaar en helpt bij het vinden van oplossingen

Kunstaanbod
Een overzicht van projecten op het gebied van de Kunstzinnige Vorming die voor het onderwijs ontworpen zijn.

Kunsteducatie
Activiteiten binnen en buiten het onderwijs die erop gericht zijn de kunstzinnigheid te bevorderen. In termen van de steunfunctie voor het onderwijs spreken we over kunstzinnige vorming. Kunsteducatie voor volwassenen vindt plaats in cursussen. Behalve een actieve participatie in de verschillende kunstzinnige disciplines is er ook sprake van passieve kunstzinnige vorming door bezoeken aan theatervoorstellingen en muziekuitvoeringen en het deelnemen aan museumlessen en dergelijke.

Kunstmagneetschool
Kunstmagneetscholen zijn scholen die in hun leerplan veel ruimte opnemen voor kunstzinnige vorming. De scholen doen dit om een imago 'zwarte school' te veranderen. Op een aantal van deze scholen wordt in samenhang met het totale verbeteringsplan gekeken wat de bijdrage van Taalvorming kan zijn.

Kunstzinnige vorming
Kunstzinnige vorming wordt daar beoefend waar de creatieve ontplooiing achter dreigt te raken bij de rest van de ontwikkeling.
Het zijn activiteiten waarbij gebruik gemaakt wordt van aan de kunsten ontleende werkvormen.
De disciplines zijn: Beeldende Vorming, Dramatische Vorming, Dansante Vorming, Literaire Vorming of Taalvorming, Audiovisuele Vorming en Muzikale Vorming.
Hoewel het niet gaat om een opvoeding tot kunst maar om de eigen ontplooiing, wordt het ook Kunsteducatie genoemd.


Leergesprekken
Gesprekken die primair tot doel hebben de kinderen feitenkennis bij te brengen. Als leergesprekken tijdens ervaringsgesprekken plaats vinden is voor de kinderen de veiligheid van hun taalinbreng kwetsbaar geworden.

Leesomgeving
Een plek in de school die op lezen ingericht is en die iets verder gaat dan de boekenhoek. Bijvoorbeeld een steeds wisselende tentoonstelling met boeken, een wand met eigen teksten van de kinderen. Die tentoonstelling werkt als leesstimulans voor de kinderen, maar ook voor de leerkrachten. Die krijgen weer inspiratie door het bestuderen van werkstukken van andere groepen.

Linkprint
Systeem van, als Legoblokjes, aaneenschakelbare stempelletters waarmee woorden en korte zinnen in een oplage gestempeld kunnen worden. Het lettertype sluit aan bij dat van de eerste leesboekjes van kinderen.

Luisterhoek
Een plek in het klaslokaal waar boeken gelezen worden en tegelijkertijd een bandje beluisterd waarop de tekst staat. Kinderen spreken in veel gevallen die bandjes zelf in.

Limograaf
De limograaf is een stencilmachine in een zeer eenvoudige uitvoering. Een klein stencil wordt tegen de onderkant van een klapraampje, waarop een gaasje zit, geplakt. Met een roller wordt de stencilinkt aangebracht.

Literaire kring
Een groep bewonderaars van een bepaalde schrijver, of een bepaald genre, die zich onder een bepaalde naam verenigd hebben.

Literaire vorming
Bij literaire vorming wordt het eindresultaat niet in de eerste plaats gemeten met literair-kritische normen als vakmanschap, vernieuwende kracht en diepgang van de thematiek. Belangrijker zijn de individuele authenticiteit, de persoonlijke ontwikkeling en creativiteit.
Het zijn activiteiten in en buiten het onderwijs waarbij gebruik gemaakt wordt van werkvormen die aan de literaire kunsten ontleend zijn. Door taal te gebruiken om ervaringen van zichzelf uit te drukken, ontwikkelen kinderen zelfvertrouwen in het gebruik van hun eigen taal, en ook zelfvertrouwen in hun eigen ervaringen.

Letterbak.
Zetkast. Lade waar de losse boekdrukletters in bewaard worden. De vakjes voor de letters zijn aangepast aan de aantallen waarin die in een tekst voorkomen. Zo is bijvoorbeeld het vakje voor de letter e groter dan dat voor de q.
Er is een bovenkast voor de hoofdletters en een onderkast voor de kleine letters.

Leesbevordering
Een samenhangende reeks activiteiten die ten doel hebben het plezier in lezen te bevorderen. De beste manier van leesbevordering gaat uit van eigen teksten van kinderen. Het leggen van verbanden tussen hun teksten en die van professionele schrijvers zal een effectieve manier blijken te zijn om kinderen bij boeken te betrekken.

Levende schrijfmachine
De levende schrijfmachine is een stempelwerkvorm. De kinderen zitten in de kring en iedereen heeft één, of hooguit twee verschillende letterstempels in de hand.
In het midden ligt een groot vel papier waarop telkens één kind een gekozen letter stempelt.
Zo vorm ieder kind de hamertjes van een schrijfmachine. Een van de kinderen is de typist. Die tikt de kinderen op het hoofd als een bepaalde letter aan de beurt is. Net zoals op een toetsenbord zitten de kinderen met hun stempelletter door elkaar.
Meestal staat de tekst tevoren vast maar de 'typist' kan natuurlijk ook ter plekke een tekst laten ontstaan.

L.O.M
Onderwijs aan kinderen met Leer en Opvoedings Moeilijkheden. Op deze scholen functioneren de kinderen vaak op verschillend, of een zeer laag, taalniveau. Speciale werkvormen van taalvorming worden daarbij soms ingezet. Iedereen kan vanaf zijn eigen niveau en uitgaande van zijn mogelijkheden meer plezier krijgen in taal en daardoor ook meer leren.

Lijmdruk
Een manier om een tekening te maken met lijm uit een tube op karton. Als de lijm hard geworden is kan die als drukvorm afgedrukt worden met wringerdruk.

Lijstje
Lijstjes schrijven gaat vooraf aan een tweetalgesprek. Kinderen ordenen hun ervaringen op een bepaald onderwerp en kiezen uit het lijstje het onderwerp waarover ze gaan vertellen. Het lijstje bevat sleutelwoorden en er wordt nadrukkelijk vastgesteld dat het alleen voor je zelf leesbaar hoeft te zijn. Getekende lijstjes worden gebruikt als de kinderen nog niet vanzelfsprekend schrijven. Ook hier gaat het om een ordening en niet om een serie mooie tekeningetjes.

Luisteren
Aandacht voor het voorlezen door andere kinderen, zelfs als die moeite hebben met intonatie, volume en tekstbegrip. Een verteld of een voorgelezen verhaal kunnen vergelijken met eigen ervaringen.

M.L.K.
Onderwijs aan Moeilijk Lerende Kinderen. Op deze scholen functioneren de kinderen vaak op verschillend of een zeer laag taalniveau. Speciale werkvormen van taalvorming worden daarbij soms ingezet. Iedereen kan vanaf zijn eigen niveau en uitgaande van zijn mogelijkheden meer plezier krijgen in taal en daardoor ook meer leren.

Montessori onderwijs
Op een Montessorischool werken leerlingen individueel of in kleine groepjes aan materiaal dat zij zelf aan het begin van de dag gekozen hebben. Dat materiaal is oorspronkelijk door Maria Montessori ontworpen. De leerkracht observeert de activiteiten van kinderen om erachter te komen waar zij behoefte aan hebben en reikt dan materiaal aan om in die behoefte te voorzien.
De klassieke Montessori-materialen, vooral in de midden- en bovenbouw, laten de creatieve kant van taal te weinig aan de orde komen. Om dit aan te passen worden taalwerkvormen ingevoegd. Het is belangrijk dat je dat met elkaar doet, in een kring met z'n allen. Daarna 'Montessori-achtig' verder: soms gaat een groepje schrijven, soms schrijven kinderen individueel, een enkele keer de hele klas. Het drukken gaat ook af en toe met een groepje.

Muurkrant
Een manier om teksten en tekeningen van kinderen te verspreiden. De meest eenvoudige manier is het werk van de kinderen op grote vellen te plakken.
Een bijzondere manier is het werken met drukkerijstations. In een ruimte worden verschillende drukwerkvormen opgesteld, zoals limografen, vormstempels, rubberdrukken, sjabloneren, linkprint, boekdrukken met de proefpers, etcetera. Er zijn grote vellen papier beschikbaar en de kinderen volgen een route waarbij op ieder 'station' iets op het vel bijgedrukt wordt. De affiches die op deze manier ontstaan kunnen op verschillende plekken opgehangen worden.

Natuurlijke methode
Een vooral op Freinetscholen ingevoerde taalaanpak. De uitgangspunten van natuurlijk leren lezen zijn dat er geen gebruik wordt gemaakt van een voorgestructureerde leesmethode en dat er zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de eigen taal van kinderen.

Nieuwsgierig
Een nieuwsgierige houding oproepen. Zelf schrijven kan een gezonde nieuwsgierigheid veroorzaken naar schrijfproducten van anderen. Naarmate een kind ouder wordt kan die ander ook iemand buiten zijn milieu zijn, bijvoorbeeld een kinderboekenschrijver.

NT-2.
Nederlands als tweede taal. Allochtone leerlingen zijn gedwongen om een voor hen vreemde taal te spreken. Er wordt in het Nederlands in voor hen abstracte termen gesproken en er worden cognitieve eisen gesteld. Taalvorming is erop gericht voor deze leerlingen stimulerende taalsituaties in te richten.

Nuloptie
Met de 'Nuloptie' wordt bedoeld dat de leerkracht of begeleider niet van te voren een onderwerp voor de taalronde bedenkt. De vertelronde steunt op de inbreng van de kinderen. Door naar hen te luisteren wordt ter plekke gekozen voor werkvormen die tot een zinvolle taalverrijking leiden. De meerwaarde van zo'n Nuloptie is dat de betrokkenheid van de kinderen groter is. Ze beseffen dat zij samen bepalen wat er in hun les gebeurt. De kinderen staan centraal in plaats van de lesstof.

Onderlegger
Een schrijfonderlegger van stevig karton die het kinderen mogelijk maakt om in de vertelkring op hun schoot te schrijven.

Onderwerp kiezen
Een onderwerp of een thema voor een reeks taallessen wordt door de begeleider meestal gekozen op grond van didactische overwegingen. Meermalen is de keuze bepaald door externe omstandigheden zoals: herfst of het thema van de kinderboekenweek.
Het is zinvoller als de onderwerpen voortkomen uit de kringgesprekken.
Bij grote onderwerpen zoals honger, oorlog, racisme en milieuvervuiling is heel moeilijk te bedenken hoe daar over te schrijven zonder in algemeenheden te vervallen. Er komen zinnen die kinderen al ergens gehoord hebben maar die zelden een relatie hebben met een eigen ervaring. Grote onderwerpen moeten klein beginnen. Thema's die beginnen met 'als' kiezen taalvormers nooit. 'Als ik de baas van Nederland was....' De teksten die daaruit voortkomen kunnen niet anders dan clichématig zijn

Ongestuurde taalverwerving
Doordat in de omgeving van kinderen gepraat wordt en er een noodzaak tot communicatie is, leren ze een taal. Taalvorming beweegt zich in belangrijke mate op het gebied van ongestuurde taalverwerving om een onbelemmerde talige uiting bij interactie met, en tussen, kinderen te garanderen.

Ontluikende geletterdheid
Een term die gegeven is aan de periode waarin jonge kinderen belangstelling voor letters ontwikkelen. Ze beginnen krabbels in leesbare woorden te veranderen en willen lezen wat er bijvoorbeeld op de pindakaaspot staat. Dat moedigt kinderen aan trots te zijn op hun taal en vertrouwen te krijgen in hun taalontwikkeling. Ontluikende geletterdheid mag niet verward worden met een beginnende aandacht voor literaire activiteiten.

Ontwikkelingsgericht werken
Op een aantal scholen wordt gewerkt aan ontwikkelingsgericht onderwijs. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de leerkracht goed kijkt naar de ontwikkeling van een kind en op grond daarvan bepaalt, wat de volgende stap van het kind moet zijn. Een paar scholen werken naast en binnen dit ontwikkelingsgericht onderwijs ook met taalvorming. Op een enkele school is men langzamerhand bezig de taalmethode af te schaffen en te vervangen door natuurlijke taalvormen.

Onvoorbereid starten van de les
Nuloptie. De leerkracht bedenkt niet van te voren waar de les over zal gaan. Hij zal proberen door naar de verhalen van de kinderen te luisteren en via een aantal ter plekke gekozen werkvormen te komen tot een zinvolle taalverrijking voor alle kinderen.

Ordenen
Het ordenen van teksten, lijstjes en aantekeningen. Een ordening biedt kinderen de mogelijkheid om eerst gedachten te verzamelen alvorens te gaan schrijven. Eerst een schrijfplan maken.

Opbrengst van taalvorming
De oefeningen die normaal uit het taalboek komen kunnen vervangen worden door oefeningen met eigen zinnen van kinderen. De betrokkenheid is veel groter dan anders. De bordrijwoorden lijken makkelijker omdat dit juist de woorden zijn die de kinderen zich graag eigen maken en ook daadwerkelijk willen gebruiken. De kinderen hebben bij de lessen taalvorming aandacht voor elkaar. Dat is iets anders dan wachten op je beurt bij een lesje uit het boek. Omdat hun teksten worden gebruikt willen ze deze zo foutloos mogelijk schrijven. Ze vragen zelf om een woordenboek of om de mening van een ander. Ze gaan regelmatig terugkomende fouten zelf herkennen. Ze hebben waardering voor elkaars werk.

Poëzielessen
Een poëzieles begint altijd met een vertelkring, waaruit het materiaal voortkomt waarover de kinderen een tekst schrijven. Schrijft een kind meteen in de eerste les een tekst waarin duidelijke klankovereenkomsten zitten, dan grijp je dat aan om kinderen op dit poëtisch element te wijzen. Klankovereenkomsten kom je overal tegen, in je taalboek, maar evengoed in je rekenboek, op de reclameborden onderweg naar school. Jonge kinderen kunnen erg gespitst zijn op klankovereenkomsten: 'hee, dat rijmt', roepen ze. Oudere kinderen kan je er opnieuw op laten letten. Een ander poëtisch element dat kinderen uit zichzelf gebruiken is herhaling. Ook dit bespreken we met ze als het zich in teksten voordoet.

Plezier
Vertel- en schrijfactiviteiten leveren bij kinderen plezier op. Door een scheiding aan te brengen tussen een cognitieve technische taalles en een persoonlijke taalbeleving verhoog je het plezier en effecten van taalvorming. Kinderen herkennen en waarderen dat.

Praten
Praten, tekenen en schrijven zijn activiteiten, die bij elke leeftijdsgroep aan de orde komen. Het hangt van het plan af waar de nadruk op ligt. In de kring praten we samen en gebruiken werkvormen, die kinderen met kleine stapjes leiden tot het schrijven van een tekst, of het maken van een tekening. Het samen doen in de groep is vaak een grote stimulans voor kinderen. Ze komen erachter dat ze echt iets te vertellen hebben en dat het voor anderen de moeite waard is om naar te luisteren.

Prentenboeken
Prentenboeken zijn geschikt om met kinderen over hun eigen ervaringen te praten, te tekenen en te schrijven. Dat geldt niet alleen voor de kleuters, maar ook voor de oudere kinderen. De afbeeldingen zetten plezierige associaties in gang. Ieder kind geeft een eigen invulling aan het verhaal.

Precieze teksten schrijven
Kinderen leren hun teksten zo te schrijven dat een ander voor zich ziet wat ze geschreven hebben. Geef je een ruime algemene schrijfopdracht als "schrijf een verhaaltje over de vakantie" dan krijg je algemene teksten. De teksten gaan daardoor nergens de diepte in. Het is belangrijk dat de kinderen precies en gedetailleerd over een ervaring schrijven.

Peuters
Peuters beginnen met het ontwikkelen van hun taal. Taalvorming kan daarbij helpen. Het stimuleert praten, kijken en woorden vinden voor wat je ziet, hoort, proeft of ruikt. In de projecten, die taalvormers met peuters uitvoeren spelen zintuigen een grote rol.

Rapen en nieten
Als de teksten gedrukt zijn maken we er gezamenlijk een boek van. De blaadjes worden op een rij en in de juiste volgorde op tafel gelegd en de kinderen nemen er van achter naar voren blaadjes vanaf. Het titelblad komt bovenop. Daarna twee nietjes in de rug.
Een andere manier is dat de kinderen met een stapeltje blaadjes de ronde doen en steeds een blaadje neerleggen. Direct na het gereedkomen van een boekje is er een voorleesronde.

Raster
Onderlegger, een plastic plaat met een fijne structuur, voor gebruik bij het schrijven en tekenen op stencils.

Rubberdruk
Van stukjes zacht rubber, die van een kleeflaag voorzien zijn, worden vormen geknipt of gescheurd om te drukken. De afbeelding kan voortdurend veranderd worden voordat hij vastgeplakt wordt. De stukjes rubber worden op papier, karton of houten blokjes geplakt en met een zacht inktrollertje ingerold en afgedrukt met behulp van een drukboek. Ook kan met een stempelkussen de vormstempel van inkt voorzien- en afgedrukt worden. De drukvorm blijft bewaard en kan later opnieuw gebruikt worden. Vormen van meerdere kinderen kunnen in één tekening en in meerdere kleuren gedrukt worden. Zie ook Cellrubber.

Rubriceren
Kinderen kiezen de teksten uit rubrieken waarvoor ze zelf de kenmerken vaststellen. Welke tekst hoort in welke rij thuis. Ook hier zit een associatief element in en ontbreekt de normering door de leerkracht. De keuze is noodzakelijk zijn als niet alle teksten gedrukt kunnen worden.

Rondeel
Een aan regels gebonden dichtvorm. Bepaalde regels komen op afgesproken plaatsen terug en zorgen voor een bepaald ritme in de tekst bij het voorlezen. Rondelen hebben meestal een vast rijmschema. Rijmschema's zijn voor taalvorming meestal niet bruikbaar.

Rijmen
Klankharmonie tussen woorden. Volrijm, halfrijm, binnenrijm, alliteratie, assonantie. Rijm is slechts één van de mogelijke poëtische elementen in een tekst. Niet het enige en zeker niet het belangrijkste. Wel het moeilijkste. Rijmen veronderstelt behendigheid met taal en een grote woordenschat. Op een enkele uitzondering na hebben basisschoolkinderen dat niet. Zeker niet als Nederlands hun tweede taal is. Als je eisen stelt aan de inhoud van de tekst, is dat moeilijk te combineren met rijm.
Rijmen als taalspelletje kunnen kinderen vaak wel, maar met poëzie heeft dat weinig te maken. Als rijm vanzelf in een tekst ontstaat is het mooi meegenomen. Onder rijm wordt meestal volrijm en eindrijm verstaan: 'gras' rijmt op 'was' en de woorden vormen allebei het slotwoord van een regel. Wij besteden in de bespreking van teksten ook aandacht aan andere rijmvormen, zoals halfrijm en binnenrijm. We hebben het dan liever over klankovereenkomsten. Met de kinderen gaan we op zoek naar woorden in hun tekst die hetzelfde klinken.

Schoolbegeleidingsdienst
Een instelling ter advisering van scholen, bijvoorbeeld bij keuze en ontwikkeling van taalprogramma's en andere innovaties. Maar ook om kinderen met onderwijsachterstanden te testen. In veel gevallen ontmoeten schoolbegeleiders en consulenten taalvorming elkaar op de scholen als het gaat om de verbetering van het taalonderwijs, taalvaardigheid, zij-instromers, NT-2 en taalmethoden.

Schrijfplan
Leren op welk moment je bijvoorbeeld je verhaal laat beginnen. Kinderen schrijven meestal chronologisch en met veel omhaal van woorden. Meerdere schrijfvormen ontwikkelen. Werken met een schrijfplan is een ordening van je gedachten.

Schrijfproces
De structuur van een les of een werkbijeenkomst waarbinnen de deelnemers tot een eigen tekst komen. Binnen taalvorming zijn wetmatigheden te herkennen die individuele schrijfprocessen effectief maken.

Spel
Kinderen spelen één van hun geschreven verhalen. Een tweede groepje spelen hetzelfde gegeven met een variant. De groep bedenkt nog meer oplossingen voor een andere afloop en zo meer. Zie ook: Dingen in de kring.

Spelen
Omzetten van een eigen tekst in een spel.
Mime: met gebaren betekenissen overbrengen. Organisatie van spelsituaties. Plezier en durf in deze manier van overdracht krijgen. Een spel verdelen in scènes. Dialogen schrijven.
Bedenken van varianten op een gespeelde situatie.

Stellen
Ontwikkeling van een eigen mening. Onafhankelijkheid van waarden en normen van volwassenen en hun teksten.
Ordenen van teksten lijstjes en aantekeningen. Gebruiken van volledige zinnen. Brieven schrijven. Ontwikkelen van het verwoorden van zintuiglijke waarneming. Werken met een schrijfplan.

Steunfunctie Kunstzinnige Vorming Activiteiten ten behoeve van onderwijs en sociaal cultureel werk die tot doel hebben leerkrachten en begeleiders te ondersteunen op het gebied van de inzet van kunst in hun lessen. De begeleiding wordt gegeven door consulenten die ieder op een of meer disciplines gespecialiseerd zijn. De begeleiding vindt plaats in kortlopende projecten als kennismaking en in langdurige begeleiding met een verwerking in schoolwerkplannen en dergelijke.

Schrijfmachines
Bij taaldrukken worden schrijfmachines soms nog gebruikt, bijvoorbeeld om tekst op stencil te typen en die met behulp van de limograaf af te drukken. Het zijn hulpmiddelen om zelfgeschreven teksten in een goed leesbare vorm om te zetten. Voor NT-2 leerlingen is de schrijfmachine een mogelijkheid teksten te produceren nog voor het Nederlandse handschrift lukt. Een schrijfmachine biedt de mogelijkheid tot een samenwerking waarbij de ene leerling typt en de ander de tekst voorleest en corrigeert. Soms is het gemakkelijker over een aantal oude schrijfmachines te beschikken dan een tekstverwerker en printer in de klas te hebben. Er zijn ook schrijfmachines voor het Arabisch en Turks beschikbaar.

Schrijfonderlegger
Een stevig stuk karton van formaat A-4 waarmee je zittend in de kring een stevige schrijf- of tekenondergrond krijgt. De onderlegger vervangt in die situatie een tafeltje waardoor de kinderen niet uit de kring hoeven te gaan om lijstjes te tekenen en korte teksten te schrijven.

Schrijven
In principe een handeling waarbij letters op papier tot een leesbare tekst komen. Niet te verwarren met handschriftontwikkeling.
Bij taalvorming maakt schrijven deel uit van een stapsgewijs opgebouwd proces van vertellen via schrijven naar voorlezen. Schrijfprocessen kunnen individueel en klassikaal begeleid worden. In alle gevallen gaat het om het schrijven van authentieke teksten die een duidelijk beeld geven van een eigen ervaring. Schrijven is kijken naar - en verwoorden van de werkelijkheid. Het is zeggen wat je op je hart en in je hoofd hebt, met de bedoeling te leren omgaan met je gevoelens en op te komen voor je belangen. Het is de productie van een functioneel bruikbare tekst, een verslag, een brief, een werkstuk.

Sjabloneren
Een techniek waarmee beelden, tekeningen, in grote vlakken, gedrukt worden. De vorm wordt uit een stevig vel papier geknipt. Vervolgens kan met een klein rollertje of een sjabloneerkwast de inkt door de vorm op het papier aangebracht worden. Ieder sjabloon heeft een aanlegje waardoor het mogelijk is meerdere kleuren aaneensluitend af te drukken.

Speciaal onderwijs
Vormen van onderwijs bestemd voor kinderen met een bepaalde leerachterstand. In het speciaal onderwijs worden veel taalachterstanden gesignaleerd, zowel op het gebied van mondelinge als van schriftelijke taalvaardigheid. Veel kinderen houden niet van schrijven. Ze denken dat ze het niet kunnen en vinden vaak hun ervaringen ook niet de moeite waard om op te schrijven. Voor hen is het een ontdekking dat ze gewoon kunnen opschrijven wat ze vertellen.

Spelling
Onze spelling is redelijk ingewikkeld, met veel regels en uitzonderingen. Bij het schrijven van teksten mag de spelling geen drempel vormen voor een ervaringstekst. Als kinderen een voor henzelf betekenisvolle tekst schrijven zullen ze vanzelf naar de conventionele spelling toe groeien. Als woorden uit hun context gehaald worden om als spellingsoefening gebruikt te worden zullen kinderen dat als zwaar ervaren. Correctie van spelling als de tekst voor het drukken wordt klaargemaakt of voordat deze in het net geschreven wordt. Het is voor de kinderen een zinvolle handeling, ze willen graag dat hun tekst goed op papier komt.

Stencil
De beelddrager die gebruikt wordt bij de stencilmachine en de limograaf. Het is een dun vel, een waslaag met vezels, waarin met een balpen of schrijfmachine lijnen en letters aangebracht kunnen worden. Door die lijnen komt de inkt op het papier. Het is jammer dat stencils en stencilinkten niet meer algemeen in de handel zijn.

Stempelen
Met letterstempels kunnen korte teksten gedrukt worden. Ze zijn goed leesbaar en bruikbaar voor kinderen wier handschrift dat nog niet is. Gestempelde teksten hebben een eigen karakteristiek doordat ze meestal een beetje 'zweven' boven de basislijn van een regel. Stempelen vereist een speciale organisatie als er in oplage gedrukt moet worden. Linkprint is een stempeltechniek waarbij de letters tot woorden aaneengeschakeld kunnen worden.

Stofdruk
Een manier om stukjes textiel met een bijzondere structuur, zoals vitrage en kant te gebruiken als drukvorm bij wringerdruk. De afdruk wordt gemaakt met behulp van een drukboek.

Stellen
Begrip dat het schrijven in de zin van 'uiting geven aan gedachten' weergeeft. Ontwikkeling van een eigen mening bij kinderen. Onafhankelijk van de waarden en normen van volwassenen en hun teksten. Met het begrip 'stellen' wordt in het onderwijs meestal gewoon 'schrijven' bedoeld.

Stadia van de ervaring
Wat gebeurt er voor of na hetgeen je net vertelde of opschreef.

naar boven


Taalbeschouwing

Inzicht in communicatievormen. Na het vertellen en schrijven bekijken kinderen gezamenlijk elkaars teksten. Een taalbeschouwelijke activiteit, die het plezier in het schrijven vergroot. Overleg voeren bij het veranderen van teksten op het bord. Inzicht in verschil tussen
letterlijke en figuurlijke betekenissen. Inzicht in grammaticale structuren in een toepassing buiten de methodische formule. Spelling, zinsconstructie, een ander woord gebruiken, interpunctie, betekenis. Oorzaak en gevolg redenaties herkennen. Beredeneren en beargumenteren. Ironisch taalgebruik herkennen.

Taaldrukkers
Consulenten- en docenten literaire vorming die zich specialiseren in taalvorming en taaldrukken.
Taaldrukkers gaan er niet en nooit mee akkoord dat een taalgemeenschap wordt opgesplitst in twee afzonderlijke partijen: de partij van de taalproducent en die van de taalconsument.

Taaldrukwerkplaats
Oorspronkelijk een taalwerkplaats en drukwerkplaats.
Het begrip 'werkplaats' is gebruikt om te benadrukken dat er met taal ook gewerkt kan worden en dat drukken niet alleen in een drukkerij plaatsvindt.
Een Taaldrukwerkplaats heeft een laboratoriumfunctie, een plek waar nieuwe werkvormen en projecten ontwikkeld worden en waar de uitwisseling tussen leerkrachten en taalvormers plaatsvindt.

Taal
Taal is een gemeenschappelijk bezit en dient niet alleen als transportmiddel maar ook als expressiemogelijkheid. De taal is ons gegeven om onze gedachten te verbergen maar ook om onze medemensen te kunnen verstaan, om contact met ze te krijgen, om gedachten te kunnen uiten.

Taal en Beeld
De wisselwerking en afhankelijkheid tussen afbeeldingen en taal. Speciaal de aandacht die er is om beide elementen complementair te laten zijn. Het vermogen om gevoelens, gedachten en oordelen te verwoorden is niet automatisch verbonden aan het vermogen om te kunnen lezen en schrijven. Om dat te kunnen is verbeeldingskracht nodig. Het begrip 'beeld' in verbeeldingskracht duidt er op dat je daarbij niet alleen taal nodig hebt. Het produceren van beelden, en vooral het hechten van betekenis aan die beelden, vereist een speciale oefening. Iedereen denkt in beelden. Daaraan worden later woorden toegevoegd, of de beelden worden verwoord, dat wil zeggen vervangen door woorden. Niet iedereen is ermee vertrouwd die beelden meteen en in gelijke mate met woorden te gebruiken.

Taalexpressie
Taalexpressie is het vermogen
om te zeggen, te schrijven en te drukken wat je op je hart hebt
Creatief taalgebruik, is een andere naam voor taalexpressie. Het zet kinderen aan zichzelf te verwerkelijken door de taal creatief te gebruiken.
Creatief taalgebruik is op een eigen, persoonlijke manier praten en luisteren, schrijven en lezen. Het is niet de bedoeling literaire teksten te maken maar de woorden ervaren als eigen materiaal met behulp waarvan belevingen, gedachten en ideeën kunnen worden uitgedrukt.

Taalgedrag
Taalgedrag van jongens en meisjes.
Het taalgedrag van meisjes is ondersteunend en dialogisch: ze nemen minder het woord in grote groepen, houden zich beter aan de regels van het kringgesprek en voelen zich verantwoordelijk voor het proces van een gesprek.
Jongens kenmerken zich door bevechtend, monologisch taalgedrag: ze profileren zich als individu, eisen meer aandacht op door luid praten en grapjes. Nemen vaker initiatief en houden zich minder aan de gespreksregels, geven de beurten aan elkaar door en bepalen vaak het gespreksonderwerp.

Taalklimaat
Een veilig taalklimaat zorgt ervoor dat kinderen zich prettig voelen als ze praten, dat ze uitgedaagd worden om iets te vertellen, dat er naar hen geluisterd wordt. Het taalaanbod moet begrijpelijk en interessant zijn en moet niet de opbouw van een grammaticaboek volgen. De interesse van kinderen voor taal vindt het beste plaats in echte gesprekken.

Taalonderwijs
Taalles. Onderwijs in de Nederlandse standaardtaal.
In het taalonderwijs worden de volgende taaldomeinen onderscheiden: lezen, mondelinge taalvaardigheid, stellen, spellen, taalbeschouwing. Soms wordt woordenschatonderwijs als apart taaldomein genoemd.

Taalronde
Een taalronde begint met het uitwisselen van ervaringen. Vooraf of in de loop van de taalronde wordt een onderwerp gekozen. Er is de mogelijkheid voor elk kind om kort iets te zeggen en vervolgens voor enkele kinderen om uitgebreid te vertellen over een eigen ervaring. Dan kunnen er vragen worden gesteld. De interactie is gericht op het verrijken van het vertellen. Er worden lijstjes gemaakt om ervaringen te inventariseren. Er volgen tweetalgesprekken om veilig en in korte tijd je verhaal kwijt te kunnen. De leerlingen schrijven een tekst of maken een tekening naar aanleiding van wat ze in de kring hebben verteld of bedacht. De teksten worden in de kring voorgelezen. De kinderen laten hun tekeningen zien.

Taalsfeer
Een gevoel van veiligheid en plezier in een vertelkring die uitnodigt tot vertellen en schrijven. Een vanzelfsprekende speelse concentratie op taal en op elkaar. De kinderen moeten het gevoel hebben dat het niet om een schoolse leersituatie gaat waarbij dingen van hen verwacht worden waaraan ze denken niet te kunnen voldoen.

Taalvaardigheid
Het vermogen om taal te gebruiken als een middel om te denken en te leren. Taal is niet 'iets dat je op school doet' en er mag ook geen sprake zijn van een 'technische taalvaardigheid'. Taalvaardigheid is het vermogen om te communiceren.

Taaldrukken
Een activiteit waarbij een reeks werkvormen zoals vertellen, voorlezen, schrijven, herschrijven en drukken op het niveau, en binnen de praktische mogelijkheden, van een groep ingezet wordt. Deze activiteiten leiden tot een product dat in een communicatieve situatie gebruikt wordt.

Taalles
Een les waarbij een groep op een gestructureerde en methodische manier de eigen- of een andere taal leert. Taal leren is achter je eigen zeggingskracht komen en die van een ander kunnen herkennen. Taalronde.
Een levende taalles is een voorwaarde voor taalvorming. Het meeste basismateriaal, werkboekjes en oefenmateriaal is onbruikbaar voor taalvormers. Het materiaal steelt tijd en aandacht van de leerkrachten en kinderen als ze bezig zijn met productief lezen en schrijven.

Taal leren en taal verwerven
Leren van taal gaat op twee manieren. De eerste, taalverwerven, door taal op te pikken uit een leefomgeving waar een noodzaak is voor communicatie. Dit wordt de ongestuurde taalverwerving genoemd.
Taal leren gaat via instructie en wordt daarom gestuurde taalverwerving genoemd. Met name voor kinderen met wie buiten school niet veel (Nederlands) gepraat wordt is een evenwichtig taalaanbod van belang.

Taalvisualisatie
Het zichtbaar maken van taal doormiddel van drukwerkvormen, maar ook doormiddel van fotografie of beeldende technieken. Een voorwaarde bij taalvorming is dat ieder zijn eigen tekst zichtbaar maakt en dat niet aan bijvoorbeeld een vormgever overlaat.

Takenkaartjes
Kaartjes waarop de taakverdeling bij de drukwerkvormen staan en waarmee je op een snelle manier de kinderen in groepjes aan het werk kunt zetten.

Technische taalvaardigheid
Het vermogen om taal als een dagelijks gereedschap te gebruiken. In veel gevallen zijn kinderen technisch wel geletterd maar ontbreekt het vermogen om op een creatieve manier met taal om te gaan. Taalvorming is erop gericht om technische- en creatieve taalvaardigheid tot een eenheid te brengen.

Tekstbeschouwing
Teksten en voorbeelden uit kinderboeken herkennen en betrekken op een eigen ervaring. Bij taalvorming is dat laatste van belang. Het heeft geen zin de teksten te beschouwen aan de hand van algemeen geldende waarden en normen.

Teksten bespreken
Twee of drie teksten per keer worden in de groep besproken. Het doel is samen een tekst beter te maken. Fouten worden niet als zodanig benoemd. Het is mogelijk in groepjes de tekst te bespreken waarna een zogenoemde 'spreker' de veranderingen voorstelt. Het voorkomt mogelijk door elkaar geroep. De schrijver van de tekst blijft zelf verantwoordelijk voor de veranderingen. Het is verboden elkaar af te katten en op alle slakken zout te leggen.

Tekst veranderen om te drukken
Een tekst bespreken met aandacht voor de begrijpelijkheid. Correctie van spelling pas aanbrengen als de tekst voor het drukken wordt klaargemaakt. De maker van de tekst beslist of voorgestelde veranderingen aangebracht worden.

Tekstverwerker
Een computer en een printer die ingesteld zijn als een schrijfmachine. Het programma moet zodanig zijn dat kinderen er moeiteloos mee om kunnen gaan. In de onderbouw moeten op het toetsenbord onderkastletters geplakt worden. Het is goed als er een kader meegeprint wordt waarbinnen met een bepaalde techniek, bijvoorbeeld limograaf, sjablone of rubberdruk, afbeeldingen gedrukt worden. De geprinte tekst wordt op een kopieerapparaat vermenigvuldigd.

Taalonderwijs
Het belangrijkste doel waar het in het moedertaalonderwijs om zou moeten draaien is, dat kinderen op hun eigen woorden komen, hun eigen zin maken, hun eigen verhaal vertellen, hun eigen oplossing bedenken.
Het verschil tussen schooltaal en thuistaal: kinderen denken dat alleen de taal van het taalboekje taal is. Wat kinderen thuis beleven moet in het verlengde liggen van wat ze op school doen. Als het taalonderwerp uit een boekje komt, dan zijn ze er gauw op uitgekeken'.

Taalbeschouwing
Inzicht in communicatievormen. Na vertellen en schrijven bekijken we gezamenlijk elkaars teksten. Een taalbeschouwelijke activiteit, die het plezier in het schrijven vergroot. Overleg voeren bij het veranderen van teksten op het bord. Inzicht in verschil tussen letterlijke en figuurlijke betekenissen. Inzicht in grammaticale structuren in een toepassing buiten de methodische formule. Spelling, zinsconstructie, ander woord gebruiken, interpunctie, betekenis, voorzetsels, lidwoorden, hoofdletters, punten en komma's. Oorzaak en gevolg redenaties herkennen.
Beredeneren en beargumenteren. Ironisch taalgebruik herkennen.

Tekst die in je hoofd zit
In plaats van een tekst voor te lezen die op papier staat doe je het uit je hoofd. Maar het moet wel zo klinken als geschreven taal. Daarvoor is het nodig om alle niet terzake doende tussenzinnen en omhaal weg te laten. De kinderen lezen voor alsof ze de tekst al opgeschreven hebben. Dat is bijzonder. Dat is begrijpend voorlezen. De kinderen lezen om de beurt hun verhaal voor, dat ze verteld hebben. Ze staan voor de klas en houden een blaadje voor zich waar helemaal geen verhaal opstaat. Ze hebben immers nog niets geschreven.
Er komen perfecte verhalen en de zinnen klinken alsof ze echt geschreven zijn. Het is leuk te horen hoe goed de kinderen met het verschil tussen vertellen en voorlezen omgaan. Schrijf nu maar op wat je net 'voorgelezen' hebt.

Taalgevoel
Ontwikkelen van taalgevoel. Gevoel krijgen voor de klanken van woorden. Dat gaat uit boven een cognitieve manier van woordjes leren.

Taaltekening
Een taaltekening vervangt een geschreven verhaal als een leerling nog niet kan schrijven. Of als een leerling eerst een andere taal geleerd heeft en zich in het Nederlands nog niet zo gemakkelijk uitdrukt. Een taaltekening wordt ook gebruikt als je wilt uitleggen hoe een bepaalde plek er precies uitziet. De taaltekening verschilt van een gebruikelijke tekening vanwege de talige functie ervan.

Terug 'lezen'
Een activiteit waarbij kinderen een taaltekening 'lezen' als ware het een tekst.

Taalmethode
Een papieren methode die een bepaalde lesinhoud voorschrijft zonder dat de leerlingen daar invloed op uit kunnen oefenen. Volg je als leerkracht een taalmethode en er dient zich een zinvol onderwerp aan, moet je zeer flexibel kunnen zijn en je plan volledig kunnen omgooien.

Taalvorming
Taalvorming is vorming met behulp van middelen en uitingen van de literatuur. Ontwikkeling van talige expressieve en creatieve vermogens van iedereen. Ontwikkeling van receptieve vermogens ten aanzien van talige cultuuruitingen. Ontwikkeling van eigen plezier, smaak en esthetisch gevoel bij iedereen in het vormgeven en genieten van talige cultuuruitingen.

Taalvorming versus taalmethode
Het belangrijkste verschil tussen (ontwikkelend) onderwijs dat gebruik maakt van taalvorming en taaldrukken en het onderwijs dat gebruik maakt van taalmethoden, dat we kunnen vinden, is dat ontwikkelend onderwijs menslievend (op de individuele leerling gericht) onderwijs is terwijl de taalmethode een technische en onpersoonlijke (niet op de individuele leerling gerichte) leergang is.
Wij kiezen voor humaan onderwijs. Taalachterstanden, die kinderen hebben, kunnen door taalvorming mede worden ingehaald. Door taal te gebruiken om ervaringen van jezelf uit te drukken, ontwikkelen kinderen zelfvertrouwen in het gebruik van hun eigen taal, en ook zelfvertrouwen in hun eigen ervaringen. Taal wordt dan niet 'iets wat je op school doet', en ook geen 'technische' taalvaardigheid, maar iets voor jezelf, voor je vrienden, voor iedereen die het maar horen of lezen wil. Taalvorming sluit meer aan bij het taalniveau wat kinderen zelf hebben. Dat is een aanvulling op het taalproces, vooral ook voor het mondeling taalgebruik. Het is allemaal wat speelser en dan wordt je zelf ook wat losser. Leerkrachten merken dat als ze zelf wat breder worden in hun aanpak, het ze makkelijker afgaat

Tweetalgesprek
Ook wel tweegesprek genoemd. In een kring die op een objectieve manier is samengesteld, vertellen de kinderen in tweetallen elkaar over een onderwerp uit hun lijstje. De vorm is aan regels gebonden. Er is een beperkte spreektijd van bijvoorbeeld een minuut per persoon. Nummer 1 praat en nummer 2 luistert zonder commentaar te geven. Dan wisselen. Het tweetalgesprek is een 'intiem' moment in de les waarop je je even op een ander kunt richten. Je hoeft niet goed te formuleren want niemand let op je. Het geroezemoes om je heen stimuleert tot praten. Het tweetalgesprek dient als opstap voor een schrijfronde.

Titel
Voor de boekjes die groepen maken wordt nooit een titel bedacht. De titel wordt gevormd door een aantal aaneensluitende woorden uit het verhaal van een der kinderen. Er komen dan titels zoals: 'ik zag haar gezicht, en andere verhalen'. Dit in plaats van stereotiepe titels zoals 'Het boek van groep 5' of het 'Joepie Poepie Boek'.

Verbeeldingsvermogen
Het vermogen om geschreven of verbale teksten om te zetten in herkenbare beelden. In de eerste instantie ontstaan beelden in je eigen hoofd voor ze op papier komen. Vragen van een ander leiden tot herschrijven en beter maken van een tekst zodat die ook bij anderen een beeld oproept. Het bijzondere is dat die beelden onderling wel herkend worden maar nooit precies gelijk zijn. Gelukkig maar.

Verbale expressie
Het vermogen om met woorden een beeld bij een luisteraar of lezer op te roepen. Het gaat dan meestal niet om zakelijke teksten maar om het weergeven van gedachten en gevoelens.

Veranderen
De basis van een verandering in je taalaanpak is altijd, dat je niet tevreden bent. Soms hebben leerkrachten niet in de gaten, waar ze precies ontevreden over zijn. Hele concrete voorstellen kunnen werkzaam zijn. Bijvoorbeeld 'de leesomgeving' en 'woordenschatverbreding'. Voor beide onderwerpen is er een verbinding met taalvorming. Het is goed om zinvolle activiteiten in elkaar te laten overvloeien.
Leren gaat het beste als het aansluit bij wat kinderen al weten.

Volgorde
De volgorde die globaal bij taaldrukken gevolgd wordt is:
Stap 1: het maken van een kring.
Stap 2. Vertelronde naar aanleiding van de inbreng van de kinderen, voorwerpen , of een voorgelezen verhaal of gedicht. Stap 3. Lijstjes tekenen en/of schrijven. Stap 4. Tweetalgesprekken.
Stap 5. De tekst bij een tekening; de taaltekening zelf schrijven of laten bijschrijven.
Stap 6. Voorlezen van de teksten.
Stap 7. Boekjes drukken en presenteren

Voorlezen
Ontwikkeling van een actieve en natuurlijke manier van voorlezen door de kinderen van hun zelfgeschreven teksten. De betrokkenheid bij een eigenen tekst zal het effect van het voorlezen verhogen. Voorlezen door ouders voor het slapen gaan, en leerkrachten voor de klas, is voor kinderen een passieve manier en mist in vele gevallen die werkzame interactie gericht op taalontwikkeling.

Voorwerpen
Wat valt er te benoemen bij het bekijken van een voorwerp. Bijvoorbeeld: deze tafel heeft een poot die iets langer is dan de andere drie. Maar ook: als ik aan tafel zit orden ik eerst alle dingen om mij heen zodat het prettig is om te beginnen met schrijven. Een voorwerp echt nauwkeurig bekijken en alle bijzonderheden erover vertellen en opschrijven. Naar aanleiding daarvan verder associëren. Gebruiksvoorwerpen benoemen en ervaringen ermee vertellen. Dingen in de kring.

Verbetering van het taalonderwijis
Hoewel taalvorming, taaldrukken en literaire vorming disciplines zijn van de kunstzinnige vorming, zijn de effecten ervan merkbaar bij kinderen die hun taalvaardigheid in technische zin ontwikkelen. De deskundigheid van de consulenten taalvorming, de taaldrukkers, ligt op het gebied van de emotionele, affectieve, ontwikkeling.

Verbeteringsplan
Er zijn scholen, die werken aan hun profilering. Dat gebeurt op verschillende manieren. Een project Geïntegreerd taalbeleid, Kunstmagneetscholen.
Maar er zijn ook scholen, die het al dan niet met hulp van een schoolbegeleidingsdienst zelf doen.
In samenhang met het totale verbeteringsplan wordt gekeken wat de bijdrage van Taalvorming kan zijn. Consulenten maken het plan mee en ondersteunen de leerkrachten.

Veiligheid
Veiligheid in de gesprekken respecteren, elkaar niet onderdrukken of het woord ontnemen. Het totstandbrengen van deze vorm van veiligheid in de dagelijkse gang van zaken in een groep is meestal moeilijk omdat de professionele taalhouding van de begeleiders zelf veranderd moet worden in een menselijke. Die veiligheid wordt gekenmerkt door de acceptatie van ieders vertelling; vrij van ieder oordeel; er zijn geen 'fouten' mogelijk. Bij een constatering het is 'fout' betekent dat 'het moet nog goed worden' en dat is in een veilige situatie niet aan de orde. Er is in een taalproces geen goed/fout. Veilige taalsituatie.

Veilige taalsituatie
Een werksituatie of les waarbij de deelnemers zich dermate vrij voelen dat ze tot een maximale taaluiting komen. Er zijn geen belemmeringen in de vorm van technische taaleisen of normen van derden. Deze situatie garandeert een ongeremde stroom van ervaringen en belevingen in woord en schrift. Pas daarna is er een mogelijkheid de teksten in taaltechnische zin te herschrijven. Klaar maken om te drukken.

Verspreiden
Teksten die in een groep geschreven en gedrukt zijn moeten niet met de maker mee naar huis genomen worden maar verspreid te worden naar de andere groepen van een school en zelfs daarbuiten. Verspreiden hoort bij taal. Het geeft er een extra dimensie aan. Wij willen kinderen leren wat er met hun teksten kan gebeuren als ze buiten de eigen groep gelezen worden. De teksten van de ene groep kunnen dienen als lesmateriaal voor een andere. Teksten van kinderen zelf zijn in dit verband effectiever dan die uit de taalboekjes die meestal over personen en situaties die ver van de kinderen af staan.

Vragenkring
De leerkracht of de leerling begint in de kring met: 'heb jij ook...' De vraag is gekoppeld aan een ervaring van degene die de vraag stelt. Wie de vraag met 'ja' beantwoordt gaat staan. De vragersteller kiest uit de staande kinderen iemand die de vraag zal beantwoorden.

Vernieuwingsonderwijs
Op de Montessorischool wordt aangenomen dat de gevoelige periode voor het leren van letters in de peuterleeftijd ligt. Volgens Montessori is schrijven eenvoudiger dan lezen. Kinderen doen dat door letters van schuurpapier om te trekken Zo leren ze de vorm van de letters en de schrijfbeweging. Als het kind kan schrijven, gaat het woordjes vormen. En later zinnen en verhalen. Daarna komt het lezen aan bod.
Vrije scholen gaan ervan uit dat de mensheid vanuit tekeningen het beeldschrift en vanuit het beeldschrift de meer abstracte lettertekens ontwikkelde.
Zo gaat het met kinderen ook: eerst de spraak, dan tekenen, vervolgens schrijven, dan het lezen. Volgens de antroposofen is het beste te wachten tot het kind een jaar of acht is. Het leren van de letters gebeurt via letterbeelden die een realiteit hebben die kinderen direct aanspreekt. Elke leerkracht kiest zijn eigen beelden als die maar zinvol zijn. De kinderen schilderen de letters eer meer dan dat ze die schrijven. In het Freinet- en Jenaplanonderwijs wordt gewerkt met eigen teksten van kinderen die de basis vormen voor het lees- en taalmateriaal waarmee wordt gewerkt.
Freinetscholen beginnen met een klassengesprek. Daar komen verhalen en onderwerpen uit die de rest van de dag bepalen.
Kinderen maken tekeningen waar de leerkracht bij schrijft. Daarna gaan ze zelf teksten schrijven. Teksten van leerlingen worden op de schoolpers gedrukt, zodat anderen die kunnen lezen. Leerlingen corresponderen ook met andere Freinetscholen.

Vertrouwen
De leerlingen werken met vertrouwen in hun eigen kennis van en deskundigheid op hun eigen ervaringen. Op goede momenten vergeten de kinderen dat de taalles al lang in de vertelkring begonnen is. De oefeningen en werkvormen sluiten er zinvol op aan en worden als leuk in plaats van moeilijk ervaren.
De leerkracht heeft vertrouwen in het feit dat uit elke goede vertel- en schrijfronde voldoende materiaal komt om een ontwikkeling bij leerlingen te realiseren.
Leerkracht en leerling vertrouwen elkaar in deze situatie.
Behalve vertrouwen is geduld een goede eigenschap. Het is vaak moeilijk rustig af te wachten tot kinderen hun eigen teksten herschreven hebben.
Het is zaak zorgvuldig te kijken of ieder kind wel betrokken is bij het taalproces echter zonder meteen in te grijpen. Een grote mate van openheid en veiligheid in de kring geeft een garantie dat alle onderwerpen, ook de gevoelige, in de kring ter sprake kunnen komen.
Door het voortdurend met de hele groep bespreken van teksten wordt de nadruk van je onderwijzerspositie verschoven naar een deelnemer in een spannend communicatieproces.

Vertellen in de kring
Werkvorm waarbij kinderen zich op elkaar richten. Ze ontwikkelen daarbij belangstelling voor elkaars verhalen. Ze leren het belang van een verhaal onderkennen. Het gaat over heel gewone dingen van het moment.
De kring gebruiken we als een samenwerkingsvorm.

Vertelwerkvorm
Een situatie waarbij vertellen stap voor stap in een gestructureerde vorm, meestal in een vertelkring, aangeboden wordt.

Vertellen en schrijven
Een gedicht maken is tekst maken.
Tekst maken is schrijven of vertellen.
Als schrijven moeilijk gaat, is het beter te beginnen met vertellen.
Wegnemen van de scheiding tussen vertellen en schrijven. Weergeven van ervaringen in vertelrondes die tot doel hebben een ervaring gemeenschappelijk te maken. Als een ervaring gemeenschappelijk is kunnen alle deelnemers in de kring er op verder gaan en hun eigen authentieke tekst schrijven.

Volwassenen educatie
Deelnemers aan lees- en schrijfgroepen hebben niet of onvoldoende het lezen en schrijven geleerd. Het gaat om grote aantallen mensen. Sommige deelnemers hebben weinig school gehad. Anderen hebben hun tijd wel uitgezeten, maar veel te weinig opgestoken. Allemaal zijn ze gewend om schrijfsituaties te vermijden. Ze durven niet en beheersen de vaardigheid onvoldoende. Deze twee zaken hangen natuurlijk samen. Het is moeilijk om iets op papier te zetten als je weet dat je veel fouten maakt. En andersom, je maakt meer fouten als je onzeker bent. Je weet niet waarover je zult schrijven en hebt het idee dat schrijftaal iets wezenlijks anders is dan spreektaal.

Voorbeeldlessen
De consulenten Taalvorming geven eerst voorbeeldlessen. Na de voorbeeldlessen gaan de leerkrachten zelf aan de slag. Regelmatig bespreken ze de lessen per bouw. Wat liep er goed in een les? Wat ging er mis? Lag het aan het onderwerp of stelde de leerkracht de verkeerde vragen, zodat het niet op gang kwam en het toch weer 'een lesje' werd? Er volgt een analyse van taalaanpak van de leerkracht.

Voorverpakte taallessen
Technocraten denken dat educatie verpakt kan worden in kisten, oefenboeken of programma's. Ze menen bovendien dat het leerresultaat beoordeeld kan worden door vooraf te testen en achteraf toetsen uit te voeren.
Leerkrachten die de werkwijze Taalvorming volgen, hebben vertrouwen in kinderen, respecteren ze als leerlingen, koesteren ze in al hun verscheidenheid en behandelen ze met liefde en eerbied.
Taalvormers gaan er van uit dat de scholen er zijn voor de kinderen, en niet dat de kinderen daar doormiddel van standaardprocedures met kennis en vaardigheden gevuld moeten worden. Of dat ze er gevormd moeten worden door gedragsaanpassingen of een aanmatigende discipline.
Alle kinderen bezitten taal en het vermogen om taal te leren. Leerkrachten zijn er om kinderen te helpen een eigen taalontwikkeling te volgen.

Vormstempels
Vormstempels zijn blokjes hout waarop met zelfklevende cellrubber vormpjes geplakt zijn. De vormpjes zijn in het algemeen abstract of bestaan uit cirkeltjes, driehoeken, vierkantjes, ovalen en dergelijke. Pas als meerdere vormpjes bijeen gevoegd worden ontstaat een beeld. De vormstempels zijn een soort 'beeldalfabet'. Net zoals letters in steeds nieuwe woorden, kunnen de kinderen de vormstempels voor steeds wisselende afbeeldingen gebruiken. Vormstempels worden in groepjes ook gebruikt om al vertellend een beeldverhaal te stempelen.

Vrije expressie
Een term oorspronkelijk ontleend aan de dramatische vorming waarbij mensen hun vermogen tot expressie ontwikkelen.

Vrije tekst
Een begrip afkomstig van de Freinetpedagogie. Een kind vrij te maken om te schrijven waarover en wanneer het maar wil. Dat wil niet zeggen dat er geen kwaliteitseisen aan gesteld worden. Een tekst is vrij in vergelijking met de gebonden tekst, de opdrachttekst.

Vrijheid van drukpers
In de grondwet vastgelegd democratisch recht. In principe kan je alleen van dat recht gebruik maken als je beschikt over vaardigheden met de drukpers. Taaldrukken is erop gericht dat ieder kind leert omgaan met de productie- en verspreidingsmiddelen van taal.

Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers, zijn grondwettelijke vrijheden die in principe voor ieder mens gelden, maar die vrijheden bestaan alleen als ze iedere dag waar gemaakt worden. Het gebeurt als kinderen en volwassenen meetellen in een taal en in een taalgemeenschap. Taalonderwijs zou in de eerste plaats daarop gericht moeten zijn.

Werkkaarten
Korte uitleg in woord en beeld van een bepaalde drukwerkvorm. Werkkaarten en takenkaartjes dienen ervoor om kinderen zelfstandig en in groepjes met de verschillende drukwerkvormen te laten omgaan. Het zijn korte aanwijzingen, eventueel met tekeningetjes, die stap voor stap alle handelingen beschrijven.
De kaarten zijn een steuntje in de rug en kunnen pas toegepast worden
als de kinderen uitgebreide instructielessen achter de rug hebben. De werkkaarten hangen boven de werkplek in de drukhoek.

Werkvormen
Onder werkvormen verstaan we georganiseerde vertel-, schrijfactiviteiten en druktechnieken waarbij de deelnemers aan een activiteit stap voor stap naar een taalproduct gevoerd worden.

Whole Language
Whole Language is een taalvernieuwings beweging in de Engelssprekende landen. Whole Language kan vertaald worden zoals in Whole milk: Volle melk, melk waar alles nog in zit. Dat slaat ook op Taalvorming, een begrip dat taaldrukkers gebruiken als ze de grenzen van literaire vorming overschrijden en zich in het werkveld van het taalonderwijs begeven.
Whole Language een begrip dat staat voor gedachten die Carl R Rogers in zijn boek Leren in vrijheid beschrijft.
Leren is iets anders dan gefragmenteerde feitjes in je kop stampen. Zinloze lettergrepen in je opnemen en ze vervolgens weer vergeten. Zinloze leergangen die uit de context gerukt zijn.
Leren heeft te maken met nieuwsgierigheid van kinderen naar de wereld om hen heen.
Betekenisvol, zinvol en gebaseerd op eigen ervaringen. Ervaringsdeskundigheid maakt dat kinderen in vele opzichten gelijkwaardig aan volwassenen zijn.

Woordenschat
De ontwikkeling van de woordenschat vormt één van de deeltaalvaardigheden Een Nederlandstalig kind beschikt op vierjarige leeftijd receptief over ongeveer 3200 woorden. Tot en met hun achtste jaar komen daar ongeveer 600 woorden per jaar bij, van hun negende tot hun twaalfde tussen de 1700 en 3000 per jaar, zodat ze op twaalfjarige leeftijd ongeveer de beschikking over 17000 woorden hebben. Voor een volwassene zijn dat zo'n 50.000-70.000 woorden.
Bij Turkse of Marokkaanse kinderen is zowel het aantal woorden waarover ze beschikken als ze op school komen, als het aantal woorden waarmee hun woordenschat jaarlijks groeit veel minder.

Woordenschatontwikkeling
De noodzaak voor kinderen wekelijks een bepaald aantal nieuwe woorden te leren. Bij taalvorming gaan we er van uit dat de meest effectieve vorm van woordenschatontwikkeling voortkomt uit de teksten die kinderen zelf schrijven en die ze elkaar voorlezen en laten lezen. Deze authentieke teksten ontlenen hun effect aan de belangstelling die de kinderen op dat moment voor bepaalde woorden hebben en die ze 'willen' leren.

Wringerdrukken
Een wringer is de goedkoopste drukpers die er is. Tenminste als je er nog eentje op de rommelmarkt kunt vinden. Vroeger wrong men er zijn wasgoed mee droog. Nu gebruiken we hem om afdrukken te maken van alles wat maar enige dikte heeft zoals: karton, vilt, vitrage, vinyl, touwtjes en bladnerven en ga zo maar door. De druk van de twee rollen kan in hoogte afgesteld worden waardoor dit verschillende materiaal afgedrukt kan worden. De vormen worden op een stukje karton geplakt, ingerold met inkt en samen met het afdruk papier in een drukboek geplaatst.
Een drukboek bestaat uit twee stevige stukken karton A4 verbonden met linnen plakband. Het zorgt ervoor dat er een gelijkmatige druk ontstaat en de drukvorm niet verschuift tijdens het wringen.

Zelfklevend rubber
Cellrubber voorzien van een zelfklevende laag. Materiaal dat gebruikt wordt bij rubberdruk. Het kan gemakkelijk geknipt of gescheurd worden.

Zetkast
Lade waar de losse boekdrukletters in bewaard worden. De vakjes voor de letters zijn aangepast aan de aantallen waarin die in een tekst voorkomen. Zo is bijvoorbeeld het vakje voor de letter e groter dan dat voor de q.
Er is een bovenkast voor de hoofdletters en een onderkast voor de kleine letters.

Zetsel
Bijeengeklemde boekdrukletters die samen een tekst in druk opleveren.

Zinvol onderwijs
Kinderen leren als dat voor henzelf zinvol is. We gaan ervan uit dat kinderen leren van kunstzinnige vorming en we proberen dat te verbinden met de rest van het onderwijs. Bij taalvorming doen we dat door het te verbinden met taalonderwijs.
Als de kinderen in een kring bijeen zitten en heel graag iets willen vertellen, dan leren ze veel, daar komt de noodzaak van het gebruiken van hún taal binnen. Het vraagt veel van de leerkrachten: ze moeten veel meer drijven op de ervaringen van de leerlingen en zoeken naar de noodzaak om van binnenuit te leren. Het levert ook veel op.
De leerkrachten krijgen veel meer inzicht in wat de kinderen bezig houdt. En de kinderen horen ook heel veel van elkaar, want het gaat ergens over. Het is belangrijk, dat kinderen belangstelling en respect hebben voor elkaar.

Zin en functie van taal
Onderzoekers stellen dat zin en functie van taal in het taalonderwijs verdwenen, of ver verstopt zijn en dat dit een van de redenen is dat kinderen slecht op taalgebied presteren. Het is zaak dat er een verbinding gelegd wordt tussen taal als communicatie en taal als stelsel van regels. Taalvorming speelt een rol daarin.

Zonder programma werken
Dat is zoveel mogelijk zonder een vooraf opgesteld programma de les beginnen. In de eerste plaats om de kinderen een maximale inbreng te geven op het onderwerp van bijvoorbeeld de vertelkring en de daarop volgende taalactiviteiten. Een andere reden is om zelf meer vertrouwen te krijgen in het werken zonder taalmethode. Een papieren methode schrijft een bepaalde lesinhoud voor zonder dat de leerlingen daar invloed op uit kunnen oefenen, het is ingeblikte leergang. Volg je een taalmethode en er dient zich een zinvol onderwerp aan, moet je zeer flexibel kunnen zijn en je plan volledig omgooien. Meteen 'blanco' beginnen is voor leerkracht en leerlingen een spannend taalavontuur. De opbrengst zal door een grotere betrokkenheid en meer plezier van de kinderen stijgen.

Zorgverbreding
Alle maatregelen die een school toepast om onder anderen de kinderen met een (taal)achterstand te helpen.
Dit gebeurt door zogenoemde interne begeleiders met een speciale opdracht.

Zintuiglijke waarneming
Ontwikkelen door kinderen over wat ze ruiken, proeven, voelen en horen te laten schrijven. De teksten beeldender en preciezer maken. Ontwikkelen van het verwoorden van zintuiglijke waarneming.

Zij-instromers
Onder deze benaming worden de kinderen aangeduid die als nieuwkomer Nederlands als een tweede- en soms als derde taal moeten leren. Het vereist een georganiseerde aanpak om deze kinderen tot praten en schrijven te stimuleren. Ze bevinden zich in het algemeen beneden hun leeftijdsniveau in een groep. Taalvormers ontlokken deze kinderen stap voor stap woorden en zinnen.

naar boven

terug naar index literatuur Taalvorming en Taaldrukken