Ontluikende
geletterdheid helpen ontluiken?
Whole
Language & Taalvorming

Ontluikende geletterdheid helpen ontluiken?
Scriptie door: Jetty
Vegter, Universiteit Utrecht Vakgroep Onderwijskunde,
sept. 1998
[HvF]
zijn de aantekeningen van Henk
van Faassen daarbij.
Methode
Zwijsen: Basis voor
taal en lezen,
Kansrijke Taal (Hansma
1993)
Whole Language / Taalvorming
Deze drie methoden en werkwijzen zijn in de scriptie met elkaar
vergeleken.
Een
metafoor:
Methode Zwijsen is fabrieksbrood
Kansrijke taal is brood van de warme bakker
Whole Language / Taalvorming is zelfgebakken brood
Conclusies
in de samenvatting:
Het
methode gebonden onderwijs (Zwijsen) leert de kinderen
op een technische manier lezen via deductief (de weg van het
afleiden van iets algemeens naar het bijzondere) taalregels
verwerven.
Pas bij begrijpend lezen wordt voor de kinderen inductie (van
het algemene naar het bijzondere) en reflectie (bespiegeling)
mogelijk.
Methodegebonden onderwijs is klassikaal
onderwijs met een minimale arbeidsinzet van de leerkracht
en een maximale groepsgrootte. 'Kwaliteit' wordt daarbij op
een programmagerichte manier gedefinieerd. De betrekkelijk geringe
arbeidsinzet van methodegebonden onderwijs kan een bedreiging
van de kwaliteit betekenen. De werkopvatting van de leerkracht
wordt negatief beïnvloed.
Whole
Language / Taalvorming is zo veel mogelijk ervaringsgericht,
thematisch onderwijs.
Veel kansen voor interactief werken en korte instructiemomenten.
Voor er oefeningen plaats vinden is er een bepaalde heuristiek
(eigen ontdekkingen) bij de kinderen waargenomen.
Het bewerkstelligen van een positieve leerhouding, met belang
voor constructief kennis te verwerven.
De begeleiding van Whole Language is optimaal, maar de haalbaarheid
voor de bestaande schoolpraktijk wordt betwijfeld.
Een
paar punten als samenvatting:
1. Whole Language is te vergelijken met Taalvorming en Taaldrukken:
inhoudsvolle teksten.
2. Geen lesmethodes, zelfs taal- en rekenboekjes zijn overbodig
het leerproces wordt vanuit de kinderen opgebouwd.
3. De kinderen maken er boekjes en schriftjes met teksten over
zichzelf.
4. De kinderen krijgen een rijke, gevarieerde en stimulerende
taalomgeving aangeboden.
5. Met de AVI toets krijgen de kinderen een negatieve boodschap:
'je kan het niet'; ze meten snelheid en techniek en gaan voorbij
aan de inhoud en het leesplezier.
6. Sommige methoden zijn zo mooi uitgevoerd en wekken zoveel
vertrouwen dat leerkrachten alleen nog maar methode gebonden
les kunnen geven.
7. De leerkracht helpt kinderen leer- en leesstrategiën
te ontwikkelen; samenwerken is belangrijk.
8. Bij een prentenboek worden uitgebreide activiteiten gedaan
die de kinderen zelf aandragen.
9. Er is geen rigide scheiding tussen leren, spelen en vrije
tijd.
10. De betekenis van Whole Language / Taalvorming ligt in de
kwaliteit van de leerkracht die zelf verantwoordelijkheid voor
het leerproces wil nemen
11. De kinderen ontwikkelen een nieuwsgierige leerhouding ten
opzichte van taal
12. Taalvorming is leuk. [HvF]
Gebruiken
van literatuur bij ontluikende geletterdheid
Routman:
Er zijn een boel redenen om literatuur te gebruiken om levenslange
interesse in lezen te kweken:
1. bij literatuur is het mogelijk dat de betekenis domineert.
Lezer leest om betekenis te achterhalen. 'lezen als denkproces'
Leesbare boeken zijn voorspelbaar in woordgebruik en uitkomst.
Een zinvol verhaal is makkelijk te onthouden...makkelijk over
te praten.
2. bij literatuur meer concentratie op ontwikkeling van de lezende
dan op vaardigheden.
3. bij literatuur stimulans positief zelfbeeld...succes en vertrouwen...kennis
en sociale gebieden..
4. Literatuur stimuleert taalontwikkeling en taalbegrip... woordenschat
in context....
5. Literatuur stimuleert vloeiend lezen. ....imiteren frasering...
onafhankelijk lezen en eigen strategieën.
6. Literatuur en menselijke emoties... relaties in verhalen....
emoties: angst droefheid jaloezie bespreekbaar.
7. Literatuur laat gevarieerde verhaalstructuren zien... makkelijker
zelf een plot, plaatsbepaling of karaktergebruik te beschrijven.
8. Literatuur brengt kinderen in contact met 'verbeeldende illustraties'
.....inspireren leesproces...
9. Literatuur maakt lezen leuk. ...vaardigheden floreren...
Whole
Language in groep 1
Veel voorlezen
Belangstelling voor kunst ontwikkelen
Stadia van leren spellen:
1. krabbelschrift
2. prefonologische fase
3. vroege fonologische fase
4. vroege letter-voorwerp fase
5. late letter-voorwerp fase
6. overgang naar spelling
Met
Kansrijke Taal kan een leerkracht alle kanten op
Gebruik maken van een 'transaction'
manier van leren.
Het solistische karakter van lesgeven wordt doorbroken.
Als alles op gang gebracht is vergt het evenveel tijd als het
werken met een methode.
Bestaande materialen en werkvormen worden gebruikt.
Verschillende vaardigheden worden vergroot.
Kwalitatief een extra verrijking voor kinderen en hun ouders,
de leerkrachten en het team.
Kansrijke Taal wordt doormiddel van een intensieve scholing
geïntroduceerd en biedt daarmee de mogelijkheid om een
zinvolle, op ervaringen gerichte, uitwisseling tussen leerkrachten
tot stand te brengen.
Een krachtig effect van leerkrachten leren van leerkrachten.
Hansma heeft landelijk 'onderwijswerkplaatsen' gestart waarin
de leerkrachten hun professionaliteit in verband met 'ontluikende
geletterdheid' kunnen vergroten.
(
Ik herken de waarde van de trainingen en de 'netwerken'
die we leerkrachten voor taalvorming aanbieden.
Overigens heb ik mijn bedenkingen
bij het inzetten van de vele 'werkhoeken' waarbij die voor Taaldrukken,
volstrekt onbegrepen en puur materieel ingezet wordt. [HvF]
)
Vragen
van Vegter:
> Bestaan er aanwijzingen om aan te nemen, dat bij 10 - 15%
van de leerlingen hun 'ontluikende leesproces' niet volledig
'ontloken' is op het moment dat ze in groep 3 AVI toetsen op
tempo afnemen? Zou hierdoor zoveel aantasting van het zelfvertrouwen
kunnen plaatsvinden dat de leerlingen gedemotiveerd raken en
doormiddel van attributie (een vorm van etiketteren) steeds
slechter gaan presteren?
Met andere woorden dat er te vroeg wordt ingegrepen in een natuurlijk
proces, waardoor de werking van het bio-program (basic child
grammar) wordt belemmerd?
( Als het mij gevraagd wordt
is mijn antwoord: "Ja" en dat is gebaseerd op mijn
eigen waarneming. Taalvorming is een voortdurend proces van
motiveren van kinderen om hun ervaringsdeskundigheid in te zetten.
Daarin passen toetsen vanzelfsprekend niet. [HvF] )
Whole
Language / Taalvorming leerkrachten beweren dat kinderen
op inductieve wijze al spellend zelf woordbeelden en taalregels
kunnen construeren, waarna ze op 'eigen wijze' globaalwoorden
gebruiken om tot woordherkenning te komen. Is het dus mogelijk,
dat kinderen het beste 'zichzelf' leren lezen?
> Kunnen
Whole Language (Taalvorming) leerkrachten gelijk hebben, als
zij er van uit gaan, dat deze heuristische wijze van leren lezen
(leer van het zelf uitvinden) het meest gebaat is bij adequate
feedback? En dat de aandacht richten op veel interactie meer
rendement op zou kunnen leveren dan de automatiseringsopdrachten?
( Jazeker! Keer op keer
maak ik dit leerproces mee, tijdens de vertelrondes in de kring
en ook tijdens het herschrijven en verbeteren van eigen teksten
daarna. [HvF] )
> Is
het waar, dat het aanbieden van deelvaardigheden in groep drie
de goede lezers alleen maar ophouden en leeszwakke leerlingen
juist meer in verwarring brengen? Omdat de zwakke lezers eigenlijk
alleen meer tijd nodig hebben, maar dat niet krijgen?
( Dit is een waarheid als een koe,
en ik verbaas me erover als de leerkrachten dat zelf niet ontdekken
[HvF] )
> Zou
het opnieuw definiëren van 'leeszwakte' leerkrachten meer
rust kunnen bieden om adaptiever met het 'ontluikende leesproces'
om te gaan?
> Is
het mogelijk, dat het 'kunnen lezen' zo motiverend kan zijn,
dat de spontane beoefening 'vanzelf' tot automatisme leidt,
waardoor de technische invalshoek bij het aanvankelijk leesproces
minder wenselijk is?
( Al voordat de kinderen praktisch
kunnen lezen stimuleren de taalvormers de kinderen
om bijvoorbeeld hun 'taaltekeningen' voor te lezen. [HvF]
)
> Is
het waar, dat de handelingsplannen, die door remedial teachers
worden opgesteld leerlingen voortdurend de bevestiging geven,
dat zij falen? En dat, hoe goed bedoeld ook, bij die oefeningen
vaak aanspraak wordt gemaakt op andere logische processen dan
waar de oefening voor gegeven wordt. Kinderen kunnen bijvoorbeeld
moeiteloos een rijtje woorden aanvullen als: kam - kammen,
ram - rammen, maar in een steloefening schrijven ze: 'de
bebie sloeg de ramelaar in de apeltart.'
( Ik durf het de Remedial Teachers
meestal niet voor te leggen. De praktijk wijst uit
dat er een automatisme ontstaat: door een verkeerde taalaanpak
in de groep ontstaan bij kinderen problemen waarvoor de leerkracht
op dat moment geen tijd heeft. Er is in het algemeen in overvolle
groepen geen tijd voor individuele begeleiding. Verwijzing naar
een speciale leerkracht die in de school aangesteld is volgt
automatisch. Als het niet zo zou zijn is de Remedial Teacher
immers werkloos! [HvF] )
Vegter beschrijft
Whole Language (pag. 27 e.v.) en vergelijkt dat met de inzichten
van Celestin Freinet
1. De ervaringen en belevingen vormen vertrekpunt, lkr zorgt voor
zinvolle invulling.
2. Leren is: handelend experimenteel zoeken en ontdekkingen in
nieuw verband zetten.
3. Werk van kinderen in zinvolle context
4. Opvoeding op school niet los van maatschappij, geen eenzijdige
gezagsverhoudingen, democratisch / coöperatief overleg.
De eerste drie punten veel overeenkomsten, punt vier groot verschil:
Whole Language (Taalvorming) schakelt autoriteit als opvoedingsfactor
niet volledig uit. .
De Whole Language (Taalvorming) wil niet alleen techniek van taal
bijbrengen, maar ook de wens om 'geletterd mens' te worden.
Vergelijkbare
ontwikkelingen en concepten in Nederland
'Luister, ik ga je iets vertellen' Vernooy
1998 Stimuleren van begrijpend luisteren door interactief
voorlezen. In Jeugd School en wereld Jrg. 82 nr.1
'Lezen en schrijven in de onderbouw'
Bus
e.a. CPS Hoevelaken
'Matteuseffecten in leesvaardigheid'
Mets
'Oscar Romeroschool' Dorothe
Nagy (1995)
over een coördinator leesbevordering op school.
'Denktraining: kinderen leren hoe te
redeneren' Resing,
Verbraeken en Slenders (1997)
'Met leerlingen praten over zelfgemaakte
teksten' Jannemieke van de
Gein (1997) Jeugd School en Wereld
'Effectief Leren Lezen Ondersteuningsprogramma'
De Geus
(1996)
Over
Kansrijke Taal: (in steekwoorden)
Het is geen methode
Gebruik van sterke kanten van bestaande materialen
Leeromgeving ontwerpen
Betekenisvolle inhouden
'Kansverhogend leren' (leren stilstaan bij.., nadenken, reflecteren)
Werken in hoeken:
> De Rijmpjes en versjes hoek; de poëziehoek: Klank van
de taal
> De Taaldrukhoek: Tekens van de taal
( De taaldrukhoek
is in het concept van Kansrijke taal is naar mijn mening
te beperkt en daarmee verkeerd toegepast. Zoals vaker gebeurt
wordt de nadruk op het drukken als activiteit gelegd en wordt
voorbijgegaan aan het geheel van taaldrukken als taalvormende
activiteit. [HvF] )
> De maak een boek hoek: Regels in geschreven en gedrukte taal.
> De lekker liggen lezen hoek, de drama hoek, de verhalen schrijfhoek:
Taal om te verbeelden, te fantaseren.
> De wenskisthoek, de posthoek, de praathoek: Taal om te communiceren.
> De interessante boeken hoek: Taal voor informatie
(
Het werken in hoeken krijgt naar mijn indruk veel
het karakter van: biedt een plek met veel materiaal en minimale
begeleiding.
De experimenten met stempels, druktechnieken, boeken en zo meer
zijn veelal losgekoppeld van de taal-ervarings-lijn die taaldrukkers
volgen.
Daarmee mis je de boot en komt de werkwijze op het lijstje van
'o ja, dat is ook leuk om te doen' van de leerkracht.
[HvF] )
Over
Didactische werkvormen
Kansrijke taal werkt bewust met grote, kleine en minikringen.
Instructie vanuit grote kring; zelfstandigheid in de hoeken.
> Stellen met de regels van zinnen en teksten:
> Tekst knip- en leghoek (de bouw / regels van de taal)
>
Tekstverwerken
> Hoek voor fouten in de krant
> Maak een boek hoek
> Stellen met taaldruktechnieken
> Stempelhoek (het grafische van taal)
> Monoprinten maken
> Kleitablethoek
> Stellen met verzen en gedichten
> Rijmhoek (het beweeglijke, klank, veelzeggendheid)
> Woordensociogramhoek
> Spreekwoordenhoek
> Poezieposterhoek
> Stellen met brieven, wensen etc.
> Muurkranthoek (communiceren en identificeren)
> Brievenhoek / Posthoek
> Geheimschrifthoek
> Dialogenhoek
> Wenskisthoek
> Stellen met teksten om veel te weten
> Krantenhoek
> Specialistenhoek
> Interessante boeken hoek
> Stellen met verhalen en vertellen
> Plaatvertelhoek (taal om je vrij te voelen en te fantaseren)
> Stripboekenhoek
> Herschrijfhoek
> De lekker liggen lezen hoek
( Het
moet wel een bijzonder klaslokaal met zo'n dertig hoeken
zijn. [HvF] )
Lees voor
de aanpak van het werken in hoeken:
Het misverstand in de taalhoek
en
Kunnen we taalachterstand vanuit
een hoek wegwerken?
[HvF]
zijn de aantekeningen van Henk van Faassen
Artikel
opvragen: archief
taalvorming
terug
naar
boven