startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk


lees ook:

museumlessen

De essentie

Lesopzet

Kleuters
in het museum

Levende dieren
museum

 

Museumlessen op de basisschool
Bert en het Beeld



Te groot
Denk ik
Voor een potlood
En neem een kwast
En maak er iets anders van
Soms lukt dat


Bert Schierbeek


Museumlessen en taalvorming sluiten op elkaar aan
Bijvoorbeeld op de tentoonstelling: Dichter bij schilders - Bert en het beeld

De dialoog tussen dichter Bert Schierbeek en beeldend kunstenaars begon in de jaren vijftig, toen Schierbeek Karel Appel in zijn Parijse atelier opzocht en bevriend raakte met de schilders van Cobra.
Ook andere schilders en beeldhouwers voelden zich aangetrokken tot zijn werk en maakten er kunstwerken bij.
Omgekeerd schreef Schierbeek bij het werk van de kunstenaars gedichten en beschouwende teksten.

De voorbereidende les op school
De wederzijdse inspiratie van een dichter en beeldend kunstenaars biedt, zowel op het gebied van taalvorming als van beeldende vorming, talloze mogelijkheden voor het onderwijs.

Onze kinderen maken kennis met het gegeven dat verschillende kunstdisciplines niet los van elkaar hoeven te staan. Ze zien dat beeldend kunstenaars inspiratie kunnen vinden in het werk van een dichter of schrijver en dat deze op zijn beurt geïnspireerd kan raken door hun beeldende kunst.
De kinderen kunnen ervaren hoe het is om zelf geïnspireerd te raken door het werk van een ander en woorden om te zetten in beelden of beelden om te zetten in woorden.
Met dit uitgangspunt in mijn hoofd heb ik een drietal lessen ontworpen.

Het zal vandaag over kunst gaan
Op het bord schrijf ik het woord 'kunst' en vraag aan de kinderen of ze woorden kennen met kunst erin. Er komen veel woorden die beginnen met kunst.
Kunstnier, kunstdier, kunstvos, kunstwerk, kunstgras, kunstspons, kunstvoorwerp, kunstpop, kunstfietsen.

En woorden met kunst erachter.
Danskunst, toverkunst, klimkunst, filmkunst, knoopkunst.
Stukje bij beetje raakt het bord vol.
De begrippen waar de museumlessen aan gekoppeld zijn omcirkel ik met een kleur. Schilderkunst, danskunst, toneelkunst, beeldende kunst, bouwkunst, schrijfkunst en letterkunst staan er allemaal bij.
Opmerkelijk ontbreekt muziek.
Ik fluit maar eens een lied en kijk verwachtingsvol rond.
De kinderen vinden het lied wel mooi maar daar blijft het even bij. Geeft niet.


Kunstkaartspel
Uit mijn verzameling heb ik een groot aantal ansichtkaarten uitgezocht.
Een aantal ervan zijn kunstkaarten met afbeeldingen van schilderijen en beeldhouwwerken. Andere kaarten laten foto's van mensen zien die kunst bedrijven, op een viool spelen, Spaans dansen of zingen. Weer andere hebben verschillende onderwerpen, zoals dieren, landschappen, oude voertuigen etcetera.

De spelregels zijn: ieder krijgt drie verschillende kaarten. Iedere keer als ik "doorgeven" zeg, geef je één van de drie kaarten aan je linker buur.
Het is de bedoeling dat je aan het eind van het spel twee kaarten overhoudt waarvan er één duidelijk 'kunst' is en de andere 'geen kunst'.
Maar, de twee kaarten moeten wel iets met elkaar te maken hebben.

Met overgave storten de kinderen zich op het spel.
Eén van de kaarten, een tekening van Roland Topor, laat twee varkens met menselijke gezichten zien. De één ruikt de ander onder de staart.
Als die kaart de ronde doet moeten de kinderen grinniken. Hun lach volgt de kaart de kring rond.
Na enige tijd hebben de kinderen de twee kaarten naar hun keuze en haal ik de overblijvende kaarten op.

Verwoorden
In plaats van de kaarten aan elkaar te tonen vraag ik de kinderen met woorden hun keuze te beschrijven en een reden te geven waarom de twee kaarten bij elkaar horen.
Als Ik vraag om complete zinnen te gebruiken en dat lukt bij de meeste kinderen wonderwel.

De zinnen beperk ik.
Ze mogen bijvoorbeeld hun zin niet beginnen met "op deze kaart zie ik…" Dat zou een 'beschrijving' opleveren.
Het is de bedoeling dat ze een 'beschouwing' schrijven, net een nuance verschil.
Door het stellen van stimulerende vragen komen de kinderen tot hun reflecties op de gekozen kaarten.
Als de kinderen hun kaart als‘troep’omschrijven: “Wat vinden jullie nu eigenlijk echt Kunst? “Als het licht geeft” “, als het ingewikkeld is”, “als je het kan ophangen”, “kunst ziet er als nep uit” “, “je kan er naar kijken”.

Ja, je kunt naar kunst kijken, behalve dan naar onzichtbare kunst.
Ik fluit maar weer een deuntje en de kinderen luisteren.
Dan komt iemand met: “je kunt ook kijken naar de muzikant”

Twee niveaus in de vragen vallen mij op.
Er zijn kinderen die alles willen weten over mijn verzameling en hoe lang ik er mee bezig geweest ben. “Hoe oud ben je zelf eigenlijk, meester?”
Een niveau hoger liggen de vragen over de inhoud van de afbeeldingen.
De verbazing over wat de kaarten voorstellen. “Er zijn ouderwetse kaarten bij” vinden de kinderen. “Denk je dat je kunt herkennen of iets ouderwets is?"

Hoe een tekening ontstaat
De kinderen krijgen een drietal mogelijkheden om hun tekening op te bouwen.
Gebruik van kleurvlakken, van lijnen en van arceringen.
De voorbeelden ervan heb ik op het bord getekend.

A. een beeld selecteren (voor de helft van de groep)
Een aantal afbeeldingen: uit tijdschriften geknipte foto's, geen onderwerpen van kunst. Daarbij krijgen de kinderen een uitgesneden kadertje, een raampje, waarmee ze een stukje van de afbeelding kunnen selecteren.
Het geselecteerde detail tekenen ze in het groot op een blad papier, binnen een groter kader.
De drie beeldende technieken: vlak, lijn en arcering, moeten ze daarbij kunnen toepassen.

B. een zin selecteren (voor de andere helft van de groep)
Uit een aantal teksten en gedichten van Bert Schierbeek kunnen de kinderen één regel tekst in hun schrift over schrijven. (hieronder cursief)

Bepaalde woorden van Bert begrijp je misschien niet meteen, kijk maar naar de zinnen die je mooi vindt.
Daarna schrijf je zelf een regel boven die van Schierbeek en een tweetal er onder.
De gemaakte teksten worden voorgelezen op de voorleesstoel.

De mensen gaan naar de zee.
De hamervis is gevangen.
Ze eten hem op.
Maar ze worden ziek

Een vogel doet een boodschap voor mij.
Van de vogel die langs komt krijg ik de boodschap.
Niet van die andere vogel?

Grappig dat de twee betekenissen van ‘boodschap’ door elkaar raken.

Er waren hoge bergen.
Uit de berg kwam een barst.
Zelf vulkaan onder de vulkanen ligt zij daar.

Ik heb iets
Ik heb het opgehangen
Van het licht gehaald
Ik heb het witte licht gehaald
In de keuken.

Het kan ook heel simpel:

Er zijn vele duizenden bladeren
Op de grond
Onder de boom.

En dan die ongelovige verbazing bij een tekst van Bert:

Een hoofd van een man
Er valt een zwart hoofd uit de regen
Valt er een zwart hoofd uit de regen?
Het kan toch niet!

Een regel bij de tekening
De kinderen die de tekening van het detail uit een afbeelding klaar hebben schrijven een toepasselijke regel in hun schrift.
Vervolgens, net zoals de andere kinderen dat deden met die ene regel van Bert Schierbeek, schrijven ze er een regel boven en twee er onder.

Een tekening bij een tekst
De kinderen die aan de tekst van Bert Schierbeek gewerkt hebben maken daarbij een tekening.
In de tekening moeten ze dingen kunnen verwerken die niet in de tekst al te lezen zijn.

Tweede voorleesronde
Nu is alles klaar. Iedereen heeft een tekening gemaakt en een tekst in het klad geschreven. Die worden voorgelezen.
Het is nodig om nadrukkelijk om stilte bij het voorlezen te vragen. Het is eveneens goed om de voorleestechniek van de kinderen te ondersteunen.

DE MUSEUMLES

Een begin in de klas, teksten vergelijken
De kinderen zijn gewend om als ze de klas binnen komen meteen hun leesboek te pakken en stil te gaan lezen.
Als ik mijn les begin, vraag ik de kinderen hun boek nog even op tafel te laten. Ik lees willekeurige fragmenten voor uit het boek "Een grote dorst" van Bert Schierbeek en vraag de kinderen een passage uit hun boek voor te lezen dat daar op aansluit.

De kinderen associëren op beelden in de tekst, of gewoon op een enkel woord.

Introductie van de tentoonstelling
Het eerste paneel dat we in het museum tegenkomen is een grote foto van Bert Schierbeek, druk aan het typen op zijn IBM met verwisselbare bolletjes.
In deze tijd van tekstverwerkers is een dergelijke machine iets dat de kinderen niet kennen.
Hoe dat gaat met zo'n schrijfmachine?
We lezen de tekst.

Dan komen we bij Bert en Karel Appel.

“Het dier heeft een mens getekend”
zo gebeurt het dan dat wij soms laat in de avond thuis komen nadat wij de gehele dag aan de rotswand hebben gestaan om daarop te tekenen”.


Het werk van Karel Appel spreekt de kinderen aan. Zo tekenen ze zelf ook wel eens.
We praten over de tekst, hoe holbewoners tekenden met verbrande takjes, en hoe kinderen met stiften werken.
Welke manier van werken, ' de beeldende elementen' hebben we eerder gebruikt?
Vorm, kleur, lijn en arcering.
Zie je wel Karel gebruikt ze ook.

Dan komen we bij het reuzenschilderij, waar woorden op geschreven staan die bedolven zijn onder druipende verflagen.
We speuren naar de woorden en vinden er een paar terug.
Zo bekijken we samen een aantal kunstwerken.
We lezen de teksten over: "het riet dat maar geen hengel wilde worden".
De teksten op smalle emaillen borden die gaan over de vraatzucht van de stenen stad en de vreugden en vechtlust tussen mensen.

De kinderen gaan op een bijzondere manier met de teksten en de beelden om.
Ik zie ze met hun gedachten erin verdwijnen. Af en toe een verbaasde of ongelovige blik als de onderwerpen te ver weg zweven en de begrippen te abstract voor ze zijn.

Bert en de kinderen
De kinderen werken in tweetallen bij het werk van Bert en een van de kunstenaars.

A: Het ene kind krijgt een uitgesneden kadertje om doorheen te kijken en drie willekeurige kleuren viltstift.

De opdracht is: kijk door het 'raampje' naar het kunstwerk en teken het detail met de drie kleuren die je hebt. Het hoeft niet precies hetzelfde te worden als op het schilderij en ook de kleuren mogen anders zijn.
Schrijf boven je tekening jouw naam en die van de kunstenaar.

B: Het andere kind krijgt de opdracht om uit de teksten van Bert Schierbeek één regel over te schrijven en daarna zelf een regel ervoor en twee erna te bedenken.
Zo hebben we het eerder op school al gedaan.
Onder die tekst komt te staan: Bert en je eigen naam.
Er komen prachtige teksten tevoorschijn zoals:

De zee raakte het strand aan.
Soms het zand
Tegen de zon
En soms de regen
Tegen het zand.

Bert en Sefanja

Je bent stil als de ruimte
De stilte is een gat in het geluid
Daar boven maken ze veel herrie
Dat vinden we niet leuk

Bert en Chaima

Een vlag wordt opgehesen in de ruimte
Een vlag bevlogen door de kleur en de ruimte
In de ruimte worden er ook vlaggen afgehesen
Voor de ruimte is het denk ik
Wel heel indrukwekkend

Bert en Madelon

Bij een tekst een schilderij zoeken
De kinderen die eerst teksten geschreven hebben zoeken een kunstwerk dat er op aansluit. Dat hoeft niet van dezelfde kunstenaar te zijn waarbij Schierbeek zijn gedicht schreef.
Wie klaar is gaat op eigen gelegenheid de tentoonstelling bekijken.
We zijn twee en een half uur in het museum en de concentratie bij de kinderen neemt af. We gaan maar weer eens naar school terug.

De bijzondere woorden van Bert
Tijdens ons bezoek aan het Cobramuseum zijn we veel vreemde woorden en zinnen van Schierbeek tegen gekomen.
Die woorden, dat is kunst dat begrijpen de kinderen nu wel.
Maar wat betekenen die woorden? We gaan maar eens op zoek.
Bijvoorbeeld uit het gedicht 'De grote Dorst'

Bij ieder woord dat de aandacht trekt steken kinderen hun vinger op:
'Een verwarde groep' Verward is als allemaal touwtjes door elkaar zitten vinden de kinderen. "Zijn jullie zelf wel eens verward" vraag ik. Ja hoor: "als we rommel in de klas maken"
‘geheimzinnig weefsel’ Wat is weefsel eigenlijk?
De kinderen denken aan plaksel, iets dat kleeft. Dat komt door de uitgang ‘sel’.
Anderen spreken over zweven. Die gaan op de klank van het woord af.
Als we ‘sel’ van het woord af te knippen en er ‘ik’ voor te zetten. ‘Ik weef’.
Oh ja zegt een van de kinderen. “Ik heb thuis zo’n ding (weefgetouwtje) waar je draden doorheen moet doen en dan heen en weer gaat” Net zo iets als breien.

“Is er weefsel in de klas?” vraag ik.
De kinderen kijken rond maar kunnen niets vinden.
“Hebben jullie iets aan dat geweven is?” ja dat hebben ze allemaal.
De meester heeft een los geweven sjaaltje om en demonstreert hoe weven precies in zijn werk gaat. Zo dat weten we nu.

De teksten en de sprekers
We schrijven een tweetal teksten op het bord. In ieder tafelgroepje heeft een kind een gekleurd 'sprekersblokje'
We gaan op zoek naar twee dingen:
1) welke zinnen of woorden zijn onduidelijk.
2) welke woorden kun je anders schrijven.


We bespreken de teksten per groepje.
De 'spreker' verzamelt de voorgestelde veranderingen.
Die komen, in de kleur van het sprekersblokje, tussen de tekst op bord te staan.
Stukje bij beetje wordt een tekst herschreven.
De voorstellen worden aan de schrijfster voorgelegd en die beslist wat ze in haar tekst verandert.

De teksten in het net
Als alle teksten herschreven zijn kunnen ze met een fineliner in het net geschreven worden. We kopiëren de teksten op een crèmekleurig stevig vel papier.
De tekening snijden we uit en plakken die op het blad binnen het kader.
Het begin van een tentoonstelling op school.

© Henk van Faassen

met dank aan de kinderen en de leerkrachten van Basisschool de Avonturijn in Amsterdam.

uitgebreide beschrijving museumlessen: archief

meer over museumlessen