startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk

lees ook:

nieuwe kansen
bij taalachterstand

 

Taalontwikkeling en sociale vaardigheid
Taalvorming en Sociale vernieuwing

In het onderwijs worden veel taalachterstanden gesignaleerd,
zowel op het gebied van mondelinge als van schriftelijke taalvaardigheid
De kinderen in mijn klas denken uit zichzelf dat ze absoluut niet schrijven kunnen
Voor hen is het een ontdekking dat ze gewoon kunnen opschrijven wat ze vertellen. En dan worden ze opeens ook heel kritisch op hun tekst: ze gaan hem nog een keer lezen, vragen hoe je woorden moet schrijven, want het is wel hún ervaring en iedereen moet het goed snappen.
Bij gewoon taalwerk doen de kinderen vaak heel braaf hun lesjes: ze produceren zonder erover na te denken.
Bij taalvorming leren ze kijken naar wat ze doen en heeft het ook direct zin: anderen gaan het lezen. Wat ik ook mooi vind aan taaldrukken, is dat je niet alleen maar naar gebeurtenissen vraagt bij de kinderen. Dat zijn ze wel gewend, en dan worden alle verhalen een beetje hetzelfde. Met taaldrukken vraag je ook naar wat je eraan beleefde, wat je rook, hoorde, zag op het moment dat iets gebeurde. De tekst wordt 'dieper'. Er is natuurlijk ook altijd een speciale sfeer: iedereen vertelt iets over zichzelf en niets is gek. De kinderen vertellen ook aan elkaar en ze luisteren heel goed naar elkaar. Als kinderen even niet weten hoe ze iets moeten zeggen, krijgen ze even rustig de tijd.
[Franca Schoenmaker ]

Taalklimaat
Sociale vaardigheden zijn wel voorwaarden voor een goede taalontwikkeling. Met taalvorming werk je aan een positief taalklimaat in je groep. In zo'n klimaat werken ze niet individueel aan hun taalontwikkeling, maar juist samen.
[ Linda, leerkracht Basisschool ]

De twee gezichten van taal
Taal heeft een sociaal gezicht en een psychisch gezicht. Een taal is het collectief bezit van een gemeenschap en tegelijkertijd het psychisch bezit en persoonlijk uitdrukkingsmiddel van een individu.
In taal benoem ik mijn ervaringen, uiteraard in interactie met mijn omgeving, maar het is een individuele activiteit. Het universele taalvermogen van de mens, waarover ik als individu beschik, verschaft mij daartoe de mogelijkheden.
Daarom is de taal van een individu altijd groter dan de taal van zijn omgeving.
Het omgekeerde is ook waar.
Niemand kent alle woorden van haar of zijn taal. De omstandigheden waarin iemand opgroeit bepalen wat zij/hij leert van die enorme voorraad die als bezit van het collectief kan geleden.

Ieder mens is in staat nieuwe taal te creëren. Bij kinderen komt dit vermogen vaker tot uitdrukking dan bij volwassenen. Omdat zij nog een kleinere woordenschat hebben moeten zij vaak nieuwe uitdrukkingen verzinnen. 'Ik heb het stipkoud' ik heb kippevel. Het niet kennen van een woord lijken kinderen niet als een tekort te ervaren.
Gelijk hebben ze: wie in staat is taal te creëren, hééft geen taaltekort.

[Geert Koefoed 1989 Taal als expressie, taal als traditie, taalbeheersing als ambacht]



meer omschrijvingen en begrippen