startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur

gedichten


bekijk
foto's, werk


lees ook:

gedichten schrijven
in de klas

 

Levende taal
Poëzie en Taalvorming

Levende taal
Gedichten van kinderen, voor kinderen, over kinderen, zijn geen bijzonderheid meer.
Meester Dijkstra schrijft:
'Wat is het jammer, dat wij op onze scholen nog bijna al de tijd, uitgetrokken voor taal, moeten besteden aan een spelling die geheel overbodig moeilijk wordt gehouden. Want u zult het met mij eens zijn, dat het ontwikkelen van de levende taal veel belangrijker is, de mens meer inhouden geeft, dan het aanleren van de techniek van een verouderde, zinloze spelling. Ik geloof dat ik mijn kinderen, door hun gedichten, hoe weinig tijd er ook voor is, iets nader tot dit doel breng. En buiten dat smaak ik de vreugde hun poëzie te mogen lezen; want het zijn... gedichten!'

Tot voor kort waren de eigen teksten van kinderen voor ons een beetje heilig
Daar moest je verder niet aankomen.
Het ging er in de eerste plaats om kinderen gemotiveerd aan het schrijven te krijgen. Ze het gevoel geven dat hun eigen taal goed genoeg is om op schrift te stellen.
Uit weerzin tegen het demotiverende rode potlood was voor ons de beschreven eigen ervaring van een kind al een resultaat om tevreden over te zijn.
Maar we zijn ook ambitieus. Die teksten moesten goed zijn. Hoe beter de teksten hoe meer enthousiasme voor het schrijven.
Tot goed schrijfonderwijs hoort om kinderen te laten ervaren hoe bevredigend het is je eigen tekst beter te maken door hem te herschrijven.

[Frederice van Faassen en Leo Lentz, Teksten veranderen als ze klaar zijn. >Moer 1986/5 ]

Wedstrijden met woorden
De dichter Ed Leeflang maakt zich boos op de jaarlijkse poëziewedstrijd voor kinderen. Hij noemt het een typisch Rotary idee, gesteund door de UNICEF.
De organisatie bedenkt de thema's en tienduizend scholieren zitten op hetzelfde moment over hetzelfde onderwerp gedichten te schrijven.

Plagiaat
De jury bekroont per ongeluk een overgeschreven gedicht van Nannie Kuiper. Met weemoed denkt Leeflang aan de aanpak van Kenneth Koch en zijn navolgers die het allemaal zonder de opgefokte wedstrijdsfeer deden.

Ed Leeflang schrijft:
"Maar mijn echte treurnis moet nog beginnen. Want wat word je intens verdrietig als je 'De wereld om je heen, suggesties en lesideeën voor het werken met poëzie' doorneemt. Naar een warriger, slechter geschreven, onappetijtelijker stuk drukwerk zul je lang moeten zoeken.
Met wat voor Muze zijn scholen en jury's eigenlijk op pad?
Die toon waarmee de deftige dames vroeger over gevallen meisjes spraken is erin te vinden.
Op alle pagina's van het lesboek zindert het van pedagogische clichés, gebracht op een imperatieve akela-toon'. 'Maar de kinderen vinden het leuk', is het eeuwige excuus voor slecht onderwijs.
Ed begrijpt niet dat gerespecteerde kinderboekenschrijvers er aan mee doen. Het is een door en door anti-poëtische schijnvertoning.

[ Ed Leeflang, De mobilisatie van het positief dichtende kind
> Leesgoed 1993/1]

Het wedstrijdelement in de kunstzinnige vorming
Als je wilt weten wie het mooiste gedicht kan schrijven van het hele land, organiseer je een schrijfwedstrijd. Je bedenkt een thema om mee te starten en een leuke naam voor de wedstrijd, zoals bijvoorbeeld POwEZEIST, en als die in Zeist gehouden wordt heet die zo, raar nietwaar?

Wie het mooiste gedicht geschreven heeft is nooit en te nimmer objectief vast te stellen. Een wedstrijd houden waarbij onbetrouwbare factoren de prijswinnaar aanwijzen moet terecht verboden worden.
Het schrijven van een gedicht is van alle menselijke activiteiten een van de intiemere.

Creativiteit, het vermogen om gedachten en ervaringen in woorden vast te leggen, is een individuele bezigheid die per definitie geen competitie verdraagt. Als taaldrukker probeer ik de individuele uiting van een deelnemer aan een schrijf- of vertelactiviteit te beschermen.

De veiligheid van de deelnemer dient gegarandeerd te zijn. De andere deelnemers luisteren en lezen naar wat geschreven is, maar het blijft de individuele uiting. Alle werkvormen die we gebruiken zijn op die veiligheid in de groep gericht. Door die zorgvuldigheid die ik moet betrachten kan ik onmogelijk toelaten dat teksten van deelnemers in een vormend proces onderworpen worden aan een toetsing door derden.

[Henk van Faassen ]

Literaire kleurplaten
Als ik oplettend kijk naar de praktijk van literaire vorming zie ik een opmerkelijk verschijnsel. Er wordt niet met maar voor kinderen gewerkt.
De uitvoeringspraktijk is in de slechte gevallen vergelijkbaar met het uitdelen van kleurplaten. Voor het grootste deel literaire plaatjes die door kinderen met letters ingevuld moeten worden. Ik zeg 'met letters' in plaats van 'met taal'.

Een project heet 'Poeetmaal' en je ziet het woord Poeetmaal, met een mes en een vork ernaast, gekopieerd op een A4tje.
De kinderen van een basisschool hebben hun poëtische teksten op het denkbeeldige bordje gelegd.
Het is niet verwonderlijk dat ze daarbij ruim gebruik maken van het grappige woordplakwerk waartoe de titel hen uitnodigt. Ze hebben met letters een sjabloon ingevuld dat een zogenoemde literatuur-educator hen voorlegde. Is mijn vergelijking met een kleurplaat onzinnig?
Zijn kinderen werkelijk met poëzie bezig als ze zich onderwerpen aan de vormspelletjes van literaire begeleiders?

Hoe je kinderen begeleidt als je met hen werkt is een andere zaak.. Kinderen schrijven uit zichzelf geen gedichten. Met een zorgvuldige en liefdevolle begeleiding leren kinderen wel naar hun wereld te kijken. Ze schrijven daar over. De teksten die daaruit voortkomen hebben zeer vaak een eerlijke, gevoelige, inslag en kunnen daardoor zonder meer gedichten genoemd worden. Het kader dat hen aangeboden is dient er niet toe clichématig te volgen wat deze of gene auteur aan vormen bedacht heeft (...)De teksten die de kinderen schrijven zijn niet gemodelleerd naar voorbeelden die ik ze geef. Ik ontwerp een delicate talige ruimte. Een twaalfjarige heeft geen gevoel voor de duiding van de gedichten zoals volwassenen dat hebben. Toch kijken volwassenen met die ogen naar de kinderteksten.
Het is een vak om met een open onbevooroordeelde blik naar teksten van kinderen te kijken.

Het is een vak om met kinderen te schrijven


[Henk van Faassen, Het subtiele verschil tussen voor of met]


meer omschrijvingen en begrippen