startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


taalwerkvormen

bekijk
foto's, werk


Citaten
Taal en Taalvorming

Taal is een onvergetelijke substantie, zowel soepel als eigenzinnig, zowel vuurwerk als graniet. Levend materiaal dat vermoord kan worden en vervolgens al zijn moordenaars overleeft. Werken met dit materiaal is een avontuurlijke taak. De opdracht luidt: druk iets uit, deel iets mee.
[Drs. P.]

Wat is taalvorming?
Zonder creativiteit is geen taalgebruik mogelijk. Taalgebruik is het creëren van zinnen, het vormgeven aan denkbeelden, het zoeken naar woorden. (...) Ieder taalgebruik is creatief maar niet iedere taaluiting heeft een relatie tot de kunsten. Kunst is de verbeelding van het bestaan. De taal is een belangrijke uitingsvorm in de kunst.
Taalvorming is praten, luisteren, schrijven, lezen en drukken met aandacht voor de taal en de inhoud, met het doel zo precies mogelijk een eigen ervaring, een gevoel of gedachte te verwoorden. Met taalvorming streven we ernaar dat mensen daar plezier in krijgen. Met taalvorming wordt de taal en de (verwoorde) werkelijkheid scherper zichtbaar gemaakt.
[Adviescommissie LOKV, Een poging tot plaatsbepaling >LOKV 1986]

De minister:
De betrokkenheid met de professionele letterkunde zal niet in alle gevallen direct als zodanig herkenbaar zijn, maar literaire vorming dient wel ten principale in dat perspectief geplaatst te worden. Overwegingen van artisticiteit en de relatie met de literaire kunstuitingen worden een belangrijke betekenis toegekend.
[Letterennota ministerie van WVC 1988]

Spontaan taalgebruik
'De taal is ons gegeven om onze gedachten te verbergen' maar ook om onze medemensen te kunnen verstaan, om contact met ze te krijgen, om gedachten te kunnen uiten. Het eerste contact, dat een kind maakt met zijn medemensen geschiedt echter niet door woorden. Het is het moment waarop het mondje begint te trillen en de oogjes te lichten en het eerste lachje doorbreekt op het gezichtje van een zuigeling. Later vinden moeders dat ze met twee woorden moeten spreken. (....) de geremdheid die overal blijkt, waar ons volk zich schriftelijk, en in mindere mate ook mondeling, moet uiten. De arbeider durft geen brief te schrijven, het schoolkind gruwt van een opstel, de belastingformulieren zijn voor geen mens te begrijpen, de handel schrijft tante Betjes en niemand doet 'gewoon'.
[dr. M.Coster Wijsman, Taal, school en mens, >Vernieuwing jrg 39 dec 1946]

Je eigen woorden gebruiken
'De ontwikkeling van spontaan taalgebruik, de geluidjes van hele kleine kinderen, het vermogen om woorden te zeggen en het uitdrukkingsvermogen van kinderen als ze iets duidelijk willen maken van wat ze gezien hebben, de onbevangenheid die verdwijnt als ze naar school gaan en geconfronteerd worden met oefeningen die grote mensen voor ze bedacht hebben'. Een pleidooi voor eigen woorden die kinderen zeggen en opschrijven over dingen waarin ze belangstelling hebben.
[Frederice van Faassen, Creatief taalgebruik >Narrenkap, nr. 2, 1964]

Het belang van taaldrukken
Taaldrukkers willen dat mensen het vermogen ontwikkelen om hun ervaringen om te zetten in een verspreidbare vorm. Wat is daar het belang van? In ieder mens huist de behoefte om zich kenbaar te maken, een spoor na te laten. De bepaaldheid daarvan ligt vast in de genen. (...)
[Henk van Faassen, Taal & Beeld 1994]

Dood of levend taalonderwijs
Steeds duidelijker en vaker keer ik terug naar waar ik mee startte: woorden uitkiezen om te zeggen wat mij op dit moment in deze situatie raakt. Een dynamisch balanceren met woorden; een steeds verschuivend proces. Als de verbinding met wat ik voel, zie, denk, doe teveel op de achtergrond raakt, ervaar ik mijn woorden als plat, dood. Dan druk ik mij technisch misschien duidelijk uit of zeg ik het mooi, maar het heeft niet meer genoeg met mij te maken. Daarom ga ik mensen die zo'n verbinding duidelijk laten horen steeds meer waarderen. In de laatste twintig jaar is dat een zich steeds verdiepend proces en word ik trouwer aan waar het mij om gaat: zeggen wat ik op mijn hart heb.
[Peter Dellensen, Een terugblik >De jonge geschiedenis van literaire vorming , 1995 uitg. TDWP/HKU]]

De taaldrukbeweging
Ik beschouw taaldrukkers als pioniers die wat het taalonderwijs betreft letterlijk buiten het taalboekje zijn gegaan en daarbij heel verrassende resultaten hebben geboekt. (...)
Als we het hebben over invloedrijke bronnen kun je niet om de taaldrukbeweging heen, nieuwe ontwikkelingen in de literaire vorming vinden daar in belangrijke mate een oorsprong.
Er zijn aanwijzingen dat het belang van taaldrukken toch onvoldoende wordt ingezien. Als dat zo is, vind ik dat een beroerde zaak waar hopelijk in de nabije toekomst verandering in komt.'
[Jos van Hest , Wie schrijft, blijft, Wie leest leeft >Literatuur zonder leeftijd 1995]

Taaldrukkers en het onderwijs
Dat de ontwikkeling van taaldrukken niet gestopt kan worden, komt waarschijnlijk omdat taaldrukkers bevlogen idealisten zijn die met beide benen in de onderwijspraktijk van alledag staan. Taaldrukkers verzinnen geen taalproblemen en leerplannen achter hun bureaus. De meeste taaldrukkers hèbben niet eens een bureau. Taaldrukkers staan niet voor de klas maar er middenin. Dat is de reden dat het zo goed gaat met deze vorm van onderwijs. Taaldrukkers leren van de kinderen, misschien meer dan de kinderen van hen.
[Jos van Hest, Tien jaar taaldrukken bij uil thuis > TDWP 1986]

Taaldrukken hoef je niet te leren
Alleen sommige volwassenen moeten het afleren om abstract te zijn in woorden, een aangemeten taalgebruik. Het streven naar een vormgeving van letters en beelden waarbij de kunst als voorbeeld dient, kunnen volwassenen afleren.
[Vera van Popta, Inhoudelijke bespreking TDWP 1983]

Het schrikbeeld van een mensheid zonder taal
Enerzijds is iedereen voortdurend en ongevraagd bezig zijn mening te geven en er anderen naar te vragen, anderzijds lijken mensen vaak met stomheid geslagen, niet in staat om wat ze denken, voelen of verlangen onder woorden te brengen (...)
De school als simulatieruimte van de wereld is op twee manieren voorstelbaar. Of ze blijft wat ze is: een dressuur in het onverschillig napraten, of ze wordt wat ze zou kunnen en moeten zijn: een plaats waar het onderscheidingsvermogen bewust wordt ontwikkeld, zowel zintuiglijk als intellectueel. Als de school voor het leven denkt voor te bereiden moeten ze kinderen niet leren als Pavlovhondjes te reageren op kant-en-klare teksten, maar wél hoe die teksten te prepareren.
[Cyrille Offermans, Met stomheid geslagen > De Groene Amsterdammer]

Communicatie

Ik constateer dat de communicatie in de klas sterk verbeterd is. Tussen de kinderen is er meer belangstelling voor elkaar, zowel tijdens de vertelronde als bij het voorlezen van de teksten. Ook de communicatie tussen mij en de kinderen wordt beter door de taalvormingsactiviteiten. Ik leer de kinderen beter kennen, weet beter wat ze bezighoudt. Daar maak ik gebruik van in de rest van de week.
[Geert, leerkracht Basisonderwijs.]

Kijken
'Woorden laten zien wat er te zien is. Wat ik meemaak, kan ik er in woorden weer laten zijn. De ander kan dan ook zien wat ik meemaakte.'
[Frederice van Faassen]

Ritueel
'Mijn werktas zit vol mappen en aantekeningen over taaldrukken. Papieren met dubbelgevouwen blaadjes er omheen maken een indeling. Ik stop er van alles in en haal er soms weer iets uit. Het is een rituele handeling.'
[Peter Dellensen]

Misverstand
'Elk woord kan tot misverstanden of illusies leiden. Vandaar dat het kort, bondig en zakelijk wordt gehouden. Ambtelijk noemen velen dat. Onverstaanbaar anderen. Ik weet het.'
[Paul Krijnen]

Rust
'Het uiteindelijke woord hoeft niet gedrukt te worden, niet geschreven en niet gezegd. Het uiteindelijke woord is woordloos. Wat een stilte zal dat geven. Wat een rust zal dat zijn. Wat een leegte zal dat vullen.'
[Jos van Hest]

Tekens
'Als de tekens, die de begrippen herkenbaar maken, in rijen op papier verschijnen, dezelfde tekens, maar in duizendvormige verschijning dik en dun, stijlvol of bonkig, leesbaar of modieus. Tekens aangepast aan een doel en een nut.'
[Henk van Faassen]

Drie woorden
'Ook al ken je maar drie woorden wil dat nog niet zeggen dat je niets te vertellen hebt.'
[Vera van Popta]

Abstract
'wie zegt ik ben tegen abstract taalgebruik die liegt'
[Leo Lentz]

Zelfredzaam
'De keuze van het 'juiste' woord, het bijpassend schrift of lettertype en de vermenigvuldigingswijze van teksten om mee te communiceren. Een afgeleide waarde, maar een nuttige, zelfredzaamheid bevorderende waarde.'
[Andries Oldersma]

Het subtiele verschil tussen leerlingen en kinderen
Woorden betekenen bijna nooit alleen wat ze volgens het woordenboek betekenen. Dat komt omdat woorden altijd functioneren temidden van andere woorden, binnen allerlei betekenissystemen. Woorden hebben, kortom, een woordenboekbetekenis - denotatie en bijbetekenissen - connotaties.

Als ik een bepaald woord gebruik in mijn werk of in een tekst, spelen de connotaties ervan altijd een rol. Soms ben ik me daarvan niet bewust, soms maak ik er bewust gebruik van. Als taalvormer ben ik me er waarschijnlijk iets vaker van bewust dan anderen.

Leerkrachten zijn zo gewend aan het woord 'leerling' om de mensen in hun klaslokaal mee aan te duiden, dat ze er waarschijnlijk niet veel over nadenken. Kinderen op school zijn 'leerlingen' punt uit. Het is een goede objectief klinkende term, die ook de hoofdreden van de aanwezigheid van kinderen op school aangeeft: leren, kennis verwerven.

Met behulp van taal kan ieder mens uitdrukken hoe hij of zij de wereld waarneemt en beleeft. De taal verandert op haar beurt weer die waarneming en beleving. Het gaat heen en weer, een spannend en ongrijpbaar proces, iedereen kan het meemaken.

Voor het op gang brengen van dat proces heb ik mensen nodig, geen leerlingen. Mensen met een veelzijdig leven, vol emoties, gedachten, associaties, die elke dag weer van alles doen, zien horen, ruiken, proeven en denken.
Op de basisschool zijn die mensen 'kinderen', volgens het woordenboek is een kind een mens in onvolwassen staat, klein, nog jong mens van het ene of andere geslacht.

[Suzanne van Norden, Het subtiele verschil tussen leerlingen en kinderen 1997 ]

meer omschrijvingen en begrippen