startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


bekijk
foto's, werk

lees ook
Verhalen in een Kamishibai

Buitnschoolse opvang
Schriftelijke cadeaus

 

 


verhalen vertellen
Buitenschools filosoferen

Morris en Veronica en het ABC der Grote Woorden
Het is eigenlijk een kinderboek voor volwassenen, of een volwassenenboek voor kinderen.
Morris is een mier die met veel grote woorden worstelt.
Veronica de vlinder probeert hem te helpen met het vinden van een antwoord.

Alle kinderen komen grote woorden tegen, in de boeken die ze lezen, als ze het etiket van de jampot lezen, als ze volwassenen met elkaar horen praten of als ze op school met een ernstig onderwerp bezig zijn.
Van de meeste woorden kennen ze de betekenis wel, of ze bedenken er een eigen betekenis voor, dat is ook goed.

Het ABC der Grote Woorden bevat 25 alfabetisch gerangschikte geïllustreerde fabelachtige verhalen met als onderwerpen:.
Adem - Boos - Compleet - Dood - Eenzaam - Fout - Geluk - Huilen - Ik - Jammer - Knots - Liefde - Mooi - Niks - Ooit - Pijn - Quasi - Rouw - Spijt - Troost - Uniek -
Vrij - Weg - X-jes - Ypsilon - Zijn.


Het blijkt een prachtig prentenboek te zijn om met kinderen, heel jong en iets ouder, een potje te gaan filosoferen.
Lees hoe dat ging in een groep van een Buitenschoolse Opvang (BSO) en met twee groepjes peuters van een Kinderdagverblijf.(KDV)

Henk van Faassen


Buitenschoolse Opvang

Een werkplan voor een les taalvorming ontstaat in mijn hoofd.
Om er een werkwijze van de maken heb ik de inspiratie van, en de ervaringen met kinderen, voor nodig.

De kinderen zijn er vandaag de hele dag omdat de leerkrachten van de basisschool een studiedag hebben.
We zitten in het atelier rond de tafel.
Omdat ik de namen van de kinderen vergeten ben schrijf ik die op een stickertje om op hun trui te plakken, maar jammer genoeg verdwijnen die snel en spoorloos.
Die namen spelen wel een belangrijke rol in de taalwerkvorm die ga volgen.

Na een uitleg wat we vandaag gaan doen vraag ik de kinderen bij de eerste letter van hun voornaam een Groot Woord uit het boek aan te wijzen.
Op deze manier ontstaat een soort persoonlijke verbondenheid van hun naam met het woord.
Het bijbehorende verhaal wordt voorgelezen, door mij of het kind, en we praten er over. Soms zijn er twee kinderen met eenzelfde voorletter.
Regelmatig moet er onderhandeld worden over van alles en nog wat.
De tijd dat de meester kon zeggen: "Armen over elkaar en luisteren" is voorbij.



Om de beurt kiezen we een verhaal
Een stukje uit het verhaal lees ik voor, af en toe leest een van de kinderen voor.
Zodra we bij een vraag van Morris aankomen vraag ik aan de kinderen of zij dat ook wel eens hebben.
Zoals: Ben jij wel eens bang dat alles Fout gaat? of Wie ben Ik? en Wat is Liefde? Wanneer is iets Uniek?

Volgens Morris: "Uniek was dat niks helemaal precies op iets anders leek. Dat er maar ééntje van was. Maar uniek had je niet alleen bij dingen. Elk moment in je leven is nog nooit eerder gebeurd, nooit preciés op die manier en dus U-niek."

Een van de kinderen heeft bijzondere associaties bij ieder groot woord dat ter sprake komt. Het gaat altijd over haar kat. Ze is er vol van en brengt de kat in verschillende situaties ter sprake.
Vasthouden aan een onderwerp dat je ter sprake wilt brengen is ook een prima taalvaardigheid.
Bij het kiezen van een dierennaam als pseudoniem vond ze het jammer dat haar voornaam niet met een K begon. Maar in de tekening die ze bij haar tekst maakte zag ze kans haar kat mee te laten doen.



Uniek
De uil was moe
Maar niet zomaar moe Uniek moe
Het was druk, het was al ochtend.
Ze was zo moe dat ze toch in slaap viel.


Fout
De Fret zag een konijn en dacht lekker hapje is dat
Hij rende naar het hol van het konijn. Hij sprong.
Mis, dat ging fout

Jammer
Het is jammer dat tijgers niet bij je thuis kunnen wonen.

Spijt
De Slang ging naar buiten. Ze zag een bal.
Ze ging er mee spelen maar het ging tegen het raam van haar vaders huis.
Haar vader kwam naar buiten en hij was boos.
Het spijt me papa
.


Lang
De Leeuw ging op jacht.
En de leeuw had een telestaart

Mis
De Mier zei:
Dit gaat mis
Alles gaat mis
Ik kan geen schommel maken
Ik kan geen stoel maken
En ik kan ook geen tafel maken

Het verhaal van de L gaat over liefde

De kinderen vinden dat het is als je lief voor elkaar bent.
Of d
at je iemand heel leuk vindt.
Als je elkaar héél lief vindt,
Dat dat je van iemand houdt en die ander ook van hem.
Henk:
Kan iemand ook verliefd zijn op een ding, bijvoorbeeld een auto?
Ja, mijn vader is verliefd op een auto maar ook op mijn moeder.
Dat weten de kinderen want ze gingen trouwen en ze waren er allemaal bij!
Henk is erg verbaasd.
S: Mijn moeder is juf op school.

Het verhaal van de M gaat over mooi
Wat is mooi?:
Als je bijvoorbeeld denkt aan een bloem en je wilt hem graag.
Hoe iets eruit ziet en of het je smaak is.
Net zoals mode, die is mooi en die niet.
Of een kleur die je mooi vindt.
Henk: Zijn er ook lelijke kleuren.
Iedereen: Ja zwart en grijs.


Naar het Kinderdagverblijf

In het ABC der Grote Woorden staan niet allemaal woorden die meteen door de peuters begrepen zullen worden.
Maar ik waag het met een viertal oudste kinderen tussen de drie en vier jaar oud.
We zitten op een bank in de keuken van het kinderdagverblijf.
Ik begin met de vraag of ze een woord in het boek kunnen aanwijzen met dezelfde letter als de eerste van hun hun voornaam.
Dat gaat niet vanzelf, maar met een beetje hulp lukt het om hun naam aan een Groot Woord te koppelen.

Mees: Mooi, Peer: Pijn, Lewis: Liefde, Melia A: wilde graag Adem van haar achternaam. Tiede de begeleider van de peuters: Troost en Henk de voorlezer: Huilen

Huilen
Zelf beginnen, van mij als begeleider van de werkvorm, is om de manier van voorlezen, gemengd met vertellen, duidelijk te maken.
Het is nodig de tekst uit het boek al voorlezend aan te passen aan de begripsvorming van de kinderen.
Tussendoor stel ik daarom vragen waardoor de kinderen hun eigen ervaringen met het woord kunnen inbrengen.
De vlinder doet dat ook met de mier.

Mooi:
Dat is lief voor voelen, ruiken, zien en proeven. Mooi is een mening die je niet precies kunt beschrijven
.
Pijn:
Pijn heb je in je kop, of óp je kop, met bloed en zo. Maar er zijn vreselijk veel soorten pijn.
Liefde:
Liefde is alles, had de vlinder gezegd, en mier bibberde van geluk.

Adem:
Ademen gaat helemaal vanzelf, je hoeft er niet bij na te denken. Maar je kunt ook snel ademen, of je adem inhouden.
Mier kon inderdaad met zijn adem spelen.
Troost:
Die kun je wel krijgen bijvoorbeeld toen mier verdrietig was toen de zon onder ging. Maar troost kun je niet pakken.
Vlinder sloeg een vleugel om mier heen, de zon was weg het verdriet van mier was bijna weg. En dat was wel genoeg.
Huilen:
Mier had een onrustig gevoel toen hij daar op het hek met vlinder zat. Hij begon te huilen zonder dat hij er iets aan kon doen. Hij huilde over de bomen die nooit op reis konden gaan en over de vissen die niet met hem konden hinkelen. Toen begon het te waaien en zijn dikke tranen vlogen alle kanten op. Mier haalde adem, het was over.

Zo gingen de verhalen
De kinderen vertelden dat als je pijn had er ook bloed bij hoorde. Het kleinste krasje op je vinger heet bloed. En je wordt meestal door je moeder getroost als je pijn hebt.
We hebben gepraat over alle dingen die we mooi vinden of lelijk of die er gewoon uitzien. De kinderen knijpen in hun neus om de adem in te houden.
Wat tranen zijn weten ze wel. Die komen uit je ogen en niet uit je oren. Maar soms uit je neus, maar dan heet dat snotteren.
Zo vliegen de gesprekken heen en weer.

Het valt mij op dat de kinderen veel dingen moeiteloos met elkaar verbinden, maar ook dat ze graag voordoen hoe iets gaat.

Tekenen
Laten we eens proberen er een tekening bij te maken.
En O Ja, het is ook leuk om een dier te bedenken dat een naam heeft die met de zelfde letter begint als je voornaam.
Zoals Peer de Panter, Henk de Haas, Lewis de Leeuw, Melia de Meeuw. Tiede de Tijger.
Mees weet niets te bedenken, mol, merel, muis, geen enkel dier vindt hij geschikt.
Hij kiest Mees de Panda, vooruit dan maar.



Het tweede groepje peuters
Het had een andere samenstelling en daar hoorde, zoals ik merkte, een andere dynamiek in de groep bij.
De kinderen Rana, Lois, Kaatje, Zohara, Louis. Samen met begeleidster Sanne en voorlezer Henk in het kinderatelier.

Rana heeft in haar voorschoolse periode geleerd de woorden van de begeleider te herhalen. Dat is nu niet meer nodig, maar het werkt nog steeds als een soort echoput.
Bij alles wat ik zeg komt het sleutelwoord van mijn zin uit haar mond terug. Voorleesboek, viltstift, blaadje, kleurtje, mier, vlinder.
Zohara is eveneens een 'woordvoerder', maar dan in een regelende zin.
Praatgrage Kaatje zit eigenlijk in een andere peutergroep, ze kent hier haar plaats in de groepsorde en houdt haar mond.

Er is deze keer meer onzekerheid bij het kiezen van een letter uit de alfabetische lijst van titels van verhalen die past bij de eerste letter van je voornaam:
De een durfde geen letter aan te wijzen. Een ander koos een willekeurige letter.
Veel wezen gemakshalve de eerste van het het alfabet aan.
Zohara was de slimste. Ze wees de Z aan en vertelde erbij dat het ook de laatste letter van het alfabet was.

Een dierennaam
Ik had er voor gekozen om in dit stadium meteen hun naam te verbinden met een dier. Dat was niet zo slim van mij omdat ik de verhalen van Morris de Mier en Victoria de Vlinder nog niet verteld had.
De kinderen hadden er nog geen beelden bij.
Het kiezen van een dier dat bij je past is dan van een heel andere orde dan het luisteren naar verhalen over verdrietige mieren die door verstandige vlinders opgebeurd worden.

De tekening
Bij het uitdelen van de blaadjes vroeg ik, kennelijk iets te nadrukkelijk, dat ze binnen de lijntjes van het voorgedrukte vierkantje moesten tekenen.
Daar hielden de kinderen zich in de meeste gevallen ook aan, maar een aantal waren zo enthousiast met hun creatief proces bezig dat ze met hun stift ook buiten het kader schoten.



Een paar kinderen waren zo krampachtig in het midden van het kadertje bezig dat daar een gat in het papier ontstond. Voor een van de kinderen was dat zo frustrerend dat hij tot huillens toe bewogen werd, de tekening met zijn arm bedekte en weigerde verder te tekenen. Hij wilde ook geen nieuw tekenblad.



Een andere opmerkelijke uitwerking van mijn onduidelijke opdracht was dat een van de kinderen niet alleen binnen de lijntjes bleef, maar uitsluitend óp de lijntjes ging kleuren. Het werd een prachtige omlijsting, maar de tekening is er niet van gekomen..

Ook mijn opmerking dat hun tekening zou kunnen gaan over wat de gekozen dieren eten was te hoog gegrepen.
Waarschijnlijk kun je, wat dieren eten, beter aan de orde stellen als de kinderen zelf met hun fruithapje bezig zijn.

Voor wie is die tekening?
In het algemeen is het voor mij als begeleider van creatieve processen vaak moeilijk in te schatten wat er in de hoofden van de kinderen rond spookt.
Kinderen hechten bijvoorbeeld meer waarde aan voor wie de tekening gemaakt moet worden, voor de juf, of hun moeder, dan waaróver de tekening moet gaan.

Maar ondertussen spraken wij wel over Knots.
"Het was een creatieve morgen. De lucht speelde met de wolken en Morris de mier zat bij het meer. Hij dacht knotsgekke woorden". Wij ook.

Wat is Zijn?:
Morris en Veronica zaten op een hek. Het was ergens in de middag, maar waar precies maakte niet uit. "Hoe moet je zijn?" vroeg Morris. Victoria zei dat zijn is als je heel goed je lijf voelt. Dan weet je ineens dat je er bent.

Wat is liefde?
"Liefde is alles" zei Veronica. Morris rilde van geluk.

En wat is Rouw dan?
"Rouw is denken aan iets dat je niet meer hebt" sprak Veronica en vouwde haar vleugels wijd open. De zon keek toe en hield de adem in. De lucht keek mee.

Wat bedoel je als je Sorry zegt?
"Sorry," zei mier, en hij meende het. Toen ging hij schommelen met zijn Spijt op schoot.

Wanneer moet je Huilen?
Wolken gingen door de lucht en de dikke tranen van Morris werden van zijn gezicht geplukt, hij hoefde niet te Huilen.


Morris en Veronica en het ABC der Grote Woorden.
Geschreven door Marnix Pauwels en geïllustreerd door Linda Rusconi.
Uitgeverij 'Water' ISBN 978 94 92495 47 1


12 2 2019