|
Documenteren
van de verbeeldingskracht van jonge kinderen
De bladeren en de kinderen

Tien
platanen
Ze staan trots in blad, maar laten al in de zomer overtollige
blaadjes vallen.
Die liggen bruin te worden op de binnenplaats.
Ook stukken van hun bast vallen naar beneden of worden door kleine
vingertjes van de stam af gepeuterd om te zien wat er onder zit.
De kinderen van het kindercentrum rijden met hun fietsjes door
de bladerhoopjes, vegen af en toe de boel bij elkaar, of juist
uit elkaar.
Als ik op mijn bankje zit krijg ik cadeautjes van de kinderen.
Verbrokkelde stukjes schors zijn koekjes die nog gebakken moeten
worden.
Soms zoeken ze mooie bladeren voor me. Meestal zijn dat dorre
bladeren.
Ik ben nogal precies in wat ik aanneem. Als er een gat of een
rommelige rand aan het blad zit, of als het steeltje ontbreekt
vraag ik om een heel, onbeschadigd, blad. Dat gaan ze voor me
zoeken. Een enkele keer zit er een cocon van een of ander insect
onder het blad. Dat wordt nauwkeurig bestudeerd.
Als ik genoeg bruine bladeren in een boeket heb vraag ik om groene
bladeren.
Daar weten de kinderen wel raad op. Ik ben verbaasd als ze met
frisse groene bladeren aankomen.
Weer ben ik kritisch. De bladeren moeten van groot naar klein
in mijn boeketje komen. Er mogen geen aangevreten exemplaren bij
zijn. De kinderen gaan opgewekt aan de slag. Dan ontdek ik ineens
waar ze die mooie groene bladeren vandaan hebben. Ze plukken ze
van die ene laaghangende tak. Dat was eigenlijk mijn bedoeling
niet, maar de plataan zal het me niet kwalijk nemen.

Reflectie
Waarom documenteer ik deze ogenschijnlijk onbelangrijke details
van mijn aanwezigheid tussen een groepje kinderen van 2 en 3 jaar?
Het is mijn verbazing over- en nieuwsgierigheid naar wat die kinderen
bezig houdt.
Ze verheffen een eenvoudige handeling als het geven van een presentje
aan mij tot een leerzaam spel dat naar believen eindeloos herhaald
kan worden. Voorwaarde is dan wel dat ik het niet laat bij: "dank
je wel, dat is lief van je" en daarna verder ga met het lezen
van mijn boek.
Moeders of vaders reageren geroerd als ze een blaadje of een takje
in de handen gedrukt krijgen maar gaan vervolgens verder met het
gesprek dat ze met een andere ouder hebben, bijvoorbeeld over
het opvoeden van hun kinderen.
Het is natuurlijk jammer dat ze niet meteen een unieke kans, om
een stukje opvoeden in praktijk te brengen, aanpakken. Ik tref
vaak moeders aan die, tijdens een gesprek met een andere moeder,
de hand liefdevol over de bol van hun kind bewegen terwijl dat
verwachtingsvol opkijkt of het presentje, als het bewijs van liefde
voor mam, aangenomen wordt. Ja hoor eens, zo kan je wel aan de
gang blijven, want de kinderen komen de hele dag met van alles
en nog wat aandragen.

Hoe
leren de peuters?
Waarom is het voor kinderen waardevol, en dus leerzaam, om een
boomblad, een takje, een stukje boomhuid in hun zogenoemde belevingswereld
toe te laten?
Waarom is het van belang dat opa's op een bankje en andere opvoeders
op het schoolplein, aandacht schenken aan dat blad, dat twijgje,
dat stukje schors?
Het is omdat het de meest voor de handliggende vormvoorbeelden
uit de natuur zijn waaraan de kinderen hun verbeeldingskracht
kunnen ontlenen.
De kleuren van lichtgroen tot donkerbruin van de bladeren, kleuren
die te vergelijken zijn met die van hun truien of hun krokodillenschoenen.
De vormen die een vanzelfsprekende, natuurlijke, schoonheid in
de gekartelde bladranden herbergen of de vormen die door ingrepen
van insecten, kinderhandjes of natuurlijk verval vervormen.
De weerbarstigheid van de bomenhuid die toch tot denkbeeldige
koekjes, in verschillende smaken, verbrokkeld kan worden.
De wisselende lengten van takjes en het noodlot als prachtige
lange stengels plotseling geknakt zijn en daarmee niet meer bruikbaar
als brandspuit, of juist door die breuk een nieuwe functie als
ridderzwaard kunnen krijgen.
Dan dwarrelt er ineens een veertje uit de kruin van de plataan.
Er blijken duiven in de takken te nestelen.
Dromerig blikken de kinderen omhoog en vragen aan mij hoe die
duiven daar wonen en in wat voor bedje ze slapen.
Henk van Faassen
naar
boven
|
|