|
verhalen
vertellen
Een Kamishibai is ook een woordenschatkistje

Verbeeldingskracht
Er komt een moment dat verhalen bij kinderen heen en weer schieten.
De kinderen bekijken voortdurend afbeeldingen of tekeningen die
ze zelf gemaakt hebben en die van hun kameraadjes. Ze luisteren
naar elkaar als ze over die tekeningen praten en er rijpen beelden
in hun hoofd die te maken hebben met wat ze zien.
Daar horen altijd woorden bij.
Grote mensen denken soms dat kinderen dan aan het fantaseren slaan,
maar dat is niet altijd zo.
De kinderen laten hun verbeeldingskracht werken. "Wat denk
je als ze deze plaatjes ziet?"
Het is in dit verband een vraag naar de geschiedenis van een gebeurtenis
die kinderen weergeven.
De verkeerde vraag is dan: "Wat is dit?", want dat is
een kennisvraag en daar zijn we niet mee bezig.
Het verhalenkastje
Een goed middel om met elkaar naar platen te kijken is het Verhalenkastje
of een Kamishibai.
Het werd oorspronkelijk gebruikt door Japanse verhalenvertellers
die prenten in dit minitheatertje stuk voor stuk vertonen.

Een verschil tussen een woordenschatkistje en het verhalenkastje
is dat in een Kamishibai complete verhalen verteld worden, terwijl
met het woordenschatkistje een interactief proces met wisselende
afbeeldingen op gang gebracht wordt.
De reeks prenten in een Kamishibai is voor mijn doel, de woordenschatontwikkeling,
daarom willekeurig samengesteld. De kinderen brengen door hun
verbeeldingskracht de basis voor een vertelling aan en vertellen
in feite zelf de verhalen die bij de prenten horen. De volgorde
van de platen kan daarop steeds aangepast worden.
Een
vogeltje vertelt het verhaal
Om voor de kinderen duidelijk te maken dat het niet
gaat om een verhaal dat ik vertel, gebruik ik een speelgoedvogeltje.
Als je in het handvat knijpt bewegen de vleugels en gaat het vogeltje
piepen.

Bij het vertonen van de reeks prenten laat ik het vogeltje bij
mijn oor piepen en geef aan de kinderen door wat het mij verteld
heeft.
Behalve dat het een praktisch hulpmiddeltje is om de aandacht
van de kinderen op een voorstelling te richten daagt het hen ook
uit om met het vogeltje in discussie te gaan. Daarmee zijn ze
met elkaar intensief bezig hun woordenschat te vergroten.
De
afbeeldingen die ik gebruik knip ik uit tijdschriften, plak ze
op een gekleurd A4tje en stop ze in een plastic mapje, waana ze
precies in de Kamishibai passen. De volgorde van de collages kan
steeds wisselen, afhankelijk van de inbreng van de kinderen.

Henk
van Faassen
naar
boven
|