|
Taalachterstand
en Taalverhaal
Moeten
kinderen met taalachterstand taalbroodjes afbakken?
Toevallig
kwam ik in aanraking met 'Taalverhaal'.
Het bleek een taalmethode voor het basisonderwijs te zijn. En
niet zo maar een methode. Men adverteert dat 'Taalverhaal 'als
enige in Nederland alle kerndoelen voor begrijpend lezen en schriftelijk
taalonderwijs dekt. 1)
Alle kerndoelen in één pakket, dat is me nogal wat
in een land waar je over de taalmethodes struikelt.
Het begrip Taalverhaal is eigenlijk een beetje dubbelop. Alle
verhalen hebben toch met taal te maken, hebben taal als bron.
Mensen vertellen elkaar verhalen en luisteren naar elkaars vertellingen.
Verhalen kun je ook lezen en schrijven. Maar ja, taalverhaal ligt
nu eenmaal lekker op de tong van taal-o-logen.
Taalachterstanders
Goed taalonderwijs is het belangrijkste dat het onderwijs jonge
mensen moet bieden. Als een kind de Nederlandse taal niet goed
beheerst, roept iedereen: "die daar, die heeft een taalachterstand".
Vaak blijkt dat die achterstand alleen maar bestaat ten opzichte
van een taalmethode en dat er voor dat kind mogelijkheden genoeg
zijn om gevoelens en ervaringen met anderen te delen. 2)
Taaltegenstanders
Dat de methode Taalverhaal geen vertrouwen heeft in de verbeeldingskracht
van kinderen en hun meesters en juffen blijkt bijvoorbeeld uit
een paar opdrachten die ik aantrof.
De leerlingen moeten bijvoorbeeld een verhaal, gedicht of strip
afschrijven.
Let eens op het begrip 'afmaken'. Dat kinderen op school vaak
te horen krijgen: "maak je werk af anders zwaait er wat"
dat is nog wel te begrijpen. Maar dat kinderen iets moeten afschrijven
dat een, voor hen volkomen vreemde volwassene, half afgemaakt
heeft is natuurlijk absurd. Het geeft kinderen net zo weinig gevoel
dat ze zelf iets gebakken hebben als wanneer ze een slap supermarktbroodje
in de oven moeten afbakken. Leerkrachten mogen geen tegenstanders
van leerlingen zijn, ze kunnen samen met de kinderen heerlijke
taaltaarten bakken.
Taalmisstanden
Een strip AFmaken, een verhaal AFmaken, dagboekfragment AFschrijven.
Daarin ligt al besloten dat de leerlingen aan een tekst die de
methodeknutselaar bedacht heeft iets van hen zelf moeten toevoegen.
Zeker waar het bijvoorbeeld om een dagboekfragment gaat is dat
natuurlijk de waanzin ten top. Wat hebben die arme kinderen te
maken met een dagboek van een ander? Een dagboek is van alle teksten
die kinderen schrijven de meest persoonlijke. Het is ook een tekst
die in principe niet de bedoeling heeft om mee te communiceren.
Het is kennelijk de bedoeling dat het onaffe fragment, van het
een of ander, een voorbeeld is voor stijl, zinsbouw en zo meer.
Het is zinvol om kinderen in aanraking te brengen met gedichten,
liedteksten en verhalen van anderen, maar dat is uitsluitend mogelijk
als een dergelijke tekst als een geheel aangeboden en besproken
wordt.
Taalmismethodologen
Een stukje voor een fantasie encyclopedie schrijven. Zo'n bijdrage
is al meteen als flauwekul gedefinieerd en de kinderen zullen
van die flauwekul weinig leren. Nepverhalen schrijven hoeven ze
echt niet te leren. Een songtekst afschrijven? Ze mogen het lied
misschien ook afkraken, maar nooit zelf zingen, want dat geeft
teveel herrie in de klas.
Een haiku schrijven (EEN haiku bestaat niet, want haiku is enkelvoud
en meervoud tegelijkertijd. Ik herken daaraan methodologen die
zelf nog nooit haiku geschreven hebben en daarmee vallen ze dan
daverend door de mand, net zoals met die elfjes. Een gedicht schrijven,
zo maar in het wilde weg.
Waar ik mij echt boos over maak zijn de flauwekul opdrachten van
Taalverhaal waarin leerlingen moeten RADEN naar de bedoelingen
van een tekst en RIJMEN op die tekst. Allemaal onbegrepen opdrachten
waar kinderen niets van leren en waarmee ze zeker niet hun vermeende
taalachterstand inhalen.
Taaldiscriminatie
Wat mij verder opviel bij 'Taalverhaal' dat men daar uitgaat van
gewone-, zwakke- en sterke leerlingen. Als je met dergelijke discriminerende
opvattingen over kinderen op weg gaat moet je toch wel een stroeve
geest bezitten. Er bestaan immers uitsluitend kinderen met een
hoofd erop, en wat daarin zit is zo verschillend als er kinderen
zijn.
Taalmedestanders
Het verschil dat er is tussen een ervaringsmodel als bron voor
ontwikkeling van taalvaardigheid en een theoretisch model, waarbij
de leerlingen over de matrix van de kerndoelen gelegd worden,
is het verschil tussen de opvatting dat kinderen objecten zijn
waar op een efficiënte manier kennis en vaardigheden ingepompt
moet worden, of kinderen die een eigen ontwikkelingskracht bezitten.
Bert van Oers schreef: 'Kinderen zijn geen foto's, ze ontwikkelen
zichzelf' 3)
Daarmee is impliciet vast te stellen hoe het zou moeten in het
onderwijs. De onderwijsconcepten met mooie slogans en aansprekende
titels zoals 'Taalverhaal', 'TaalTotaal',
'TaalToren', 'TaalDit' en
'TaalDat', mogen best eens
op hun uiterste houdbaarheid bekeken worden.
Een eigen identiteit groeit bij kinderen, als die bij hen maar
gevoed wordt door rijke en goede ervaringen. Daar kunnen geen
labels van 'gewoon', 'zwak' of 'sterk' aan gehangen worden.
Ieder kind moet om te beginnen aangespoord worden medeverantwoordelijkheid
te zijn voor zijn eigen ontwikkelingsproces, en dat dan samen
met de anderen in zijn omgeving. Dat vraagt om een enorme inzet
van de opvoeder als taalmedestander. De contexten waaraan leerkracht
en leerling samen deelnemen in een dergelijk proces moeten zorgvuldig
ontworpen worden. En dat is niet mogelijk als alles in een nationaal,
digitaal- of analoog schriftelijk, en technisch bepaald, taalpakket
zit.
Henk van Faassen
2008
1) Uitgave van Thieme Meulenhof
2) Nieuwe kansen bij taalachterstand. opvragen bij:
archief taalvorming
3) Bert van Oers: Onderwijsconcepten, één van
stof en één van leer...?
opvragen bij: archief
taalvorming
terug
naar
boven
|