|
Boom
Roos Vis, zo leer je veilig lezen

De meeste
kinderen in Nederland leren lezen met de woordenreeks boom-roos-vis
en die drie woorden zijn belangrijker geworden dan aap-noot-mies
uit de eerste helft van de twintigste eeuw.
Dat kinderen uit groep drie moeten beginnen met deze drie woorden
is bedacht door Frater Cesarius Mommers
die op 19 februari 2007 op 81 jarige leeftijd overleden is.
Wat
is veilig en wat niet?
In Nederland gebruikt driekwart van de basisscholen de methode
Veilig leren lezen in groep drie.
Vanaf 1958 was een experimentele versie in omloop, vanzelfsprekend
op katholieke scholen.
Met behulp van klassikale woordstroken, klapspelletjes en allerlei
analyse- en syntheseoefeningen leren de kinderen de eerste dag
dat ze de school binnenstappen de reeks boom,
roos, vis, vuur, mus en pim.
Wie Pim is weten ze niet en dat het plaatje van een bloem bij
Roos hoort moeten ze maar aannemen.
Met losse letters gaan ze in de weer. Er volgen motorische oefeningen,
herhalingen en inoefening.
Inoefenen, net zolang totdat alle woordjes moeiteloos herkend
worden. Het verschil tussen Vuur en Brand hoeft nog niet. Het
verschil tussen een kastanjeboom en een spar komt later wel, dat
is wel zo veilig.
Mommers was
lid van de onderwijscongregatie van de fraters van Tilburg. Daarbij
behoorde een jongensweeshuis met een eigen drukkerij. Een soort
Taaldrukwerkplaats, dat kwam goed uit. De jongens drukten de boekjes
die voor de methode geschreven werden. Een van de fraters had
al in 1905 een leesmethode ontwikkeld die uitging van normaalwoorden,
met klanken die zo zuiver mogelijk waren. Het leesplankje begon
met aap-roos-zeef. Die aap is van Aap Noot Mies gesprongen. De
zeef gebruikte moeder om zelf brood te bakken.
Frater
Cesarius Mommers begon in 1946 in de eerste klas van
een lagere school in Tilburg. Als leraar aan de kweekschool dacht
hij later met medefraters na over de beste leesmethoden.
Men had het over de analytisch-synthetische
methoden waarbij het ging om het herkennen van de normaalwoorden
in aparte letterklanken, het uitspreken van die klanken en het
tegelijk vormen van een verbinding, de synthese. Bij de globaalmethode
werden de woorden als een natuurlijk geheel beschouwd, die de
kinderen spontaan gebruiken om nieuwe woorden te leren. In de
jaren dertig stonden deze opvattingen lijnrecht tegenover elkaar,
maar na de Tweede Wereldoorlog kwamen er steeds meer gecombineerde
aanpassingen.
Mommers wil
beide methodieken samen voegen tot een structuurmethode. De kinderen
moesten bewust en nadrukkelijk de woordbeelden structureren. Het
snel snappen van de structuur van ons spellingssysteem is belangrijk.
Vanuit deze opvatting bedacht Mommers zeven uitgangspunten voor
een structuurmethode, die in alle versies van de methode Veilig
leren lezen nog terug te vinden zijn.
Eerste
experimentele versies
Na een jaar van hard werken aan verhaaltjes, oefeningen en na
vele besprekingen, verscheen de methode onder de titel:
"Zó leren lezen", bij de uitgeverij
Zwijsen, genoemd naar de stichter van de Tilburgse congregatie.
De tekeningen van Toos Koedam
die de woorden illustreerden waren voor die tijd origineel en
aantrekkelijk. Zij bepaalde tot in de jaren tachtig het gezicht
van de methode, door de karakteristieke wandplaten en de lees-
en werkboekjes in een gedurfde tweekleurendruk over de gehele
pagina.
Kan
het ook neutraal?
Ook vanuit protestants-christelijke kring en openbare scholen
kwam vraag naar de methode, maar dan moesten vanzelfsprekend specifiek
katholieke teksten verdwijnen.
Er kwam een neutrale versie: "Veilig leren lezen". De
kaft was anders, maar lay-out en inhoud van de meeste boekjes
bleef dezelfde. Drie maal per jaar werden de kinderen onderworpen
aan een leestest. De testresultaten waren meestal goed en eind
jaren zestig groeide Veilig leren lezen uit tot de meest gebruikte
methode. Eind jaren zeventig werd de aparte versie voor katholieke
scholen gestopt en was Veilig leren lezen voor alle scholen.
Vernieuwing
In de jaren zeventig ontstaan veel onderwijsvernieuwingen. Voor
schoolbegeleidingsdiensten is aanvankelijk lezen een belangrijk
aandachtspunt. Daarom komt er een geheel nieuwe versie van de
methode Veilig leren lezen. Het bescheiden boekje, dat in de jaren
zestig als handleiding diende, wordt vervangen door drie multomappen.
De leerkracht moet goed weten welke doelstellingen bereikt moeten
worden. Doormiddel van striptekeningen wordt uitgelegd hoe het
complexe proces van leren lezen gaat. Er is daarbij veel nadruk
gelegd op de samenhang tussen aanvankelijk lezen, schrijven en
spellen.
Tegelijkertijd
veranderde het uiterlijk van de methode ingrijpend. Ook de inhoud
van de leesboekjes en werkboekjes veranderde sterk door inschakeling
van bekende kinderboekenschrijvers.
Schoolwerkplan
In 1985 moesten scholen een schoolwerkplan schrijven. Velen begonnen
met een deelschoolwerkplan technisch lezen. Daarbij kwam de overgang
van technisch naar begrijpend lezen als knelpunt naar voren.
Frater Mommers deed als wetenschappelijk medewerker van het Instituut
voor Onderwijskunde van de Katholieke Universiteit Nijmegen onderzoek
naar de preventie van leesmoeilijkheden. De resultaten werden
in het onderwijsleerpakket van de methode Veilig leren lezen opgenomen
De
Maan vervangt de Boom
In 1991 komt een geheel herziene versie van Veilig leren lezen
op de markt:
"Wat leeft evolueert. Elk levend organisme verandert. Het
past zich voortdurend aan de veranderende omstandigheden aan.
In zekere zin geldt dit ook voor onderwijsmethoden."
Een van de redenen voor de nieuwe uitgaven was de integratie van
kleuter- en lageronderwijs.
Om een doorgaande taal-leeslijn te ontwikkelen startte uitgeverij
Zwijsen een programma voor kleuters, "Schatkist". Dat
bevat thema's en activiteiten om de taalontwikkeling van vier-
tot zesjarigen te stimuleren. Midden jaren negentig werkte meer
dan de helft van de scholen in de onderbouw met Schatkist taal
en rekenen.
Daarnaast groeide de vraag naar materialen die meer differentiatie
mogelijk maakten. Dat moest ook wel omdat meer zorgleerlingen
opgevangen moesten worden in het kader van "Weer Samen Naar
School".
Omdat er steeds meer deeltijdbanen in de scholen kwamen moest
de methode hanteerbaar zijn voor duo-partners. Bovendien deed
de computer intrede op scholen, zodat er een computerprogramma
bij Veilig leren lezen kwam.
Tenslotte waren er ontwikkelingen in de didactiek, onder de noemer
van effectief onderwijs en inbedding van het leren lezen in de
bevordering van kinder- en jeugdliteratuur.
Mmmmmm...
Het beginwoord boom werd vervangen door maan, omdat de m van maan
langer door de leerkracht kon worden aangehouden dan de beginklank
b van boom.
Sam, Dop en Nies verdwenen omdat ze voor allochtone en taalzwakke
kinderen rare namen hadden. Ook verouderde woorden, zoals riek,
en moeilijke woorden met sch verdwenen.
De twaalf leesboekjes ondergingen een totale vernieuwing. Realistische
fantasierijke verhaaltjes uit het dagelijkse leven vervingen de
sprookjes. De eerste wandplaat was een spiegel waarin de kinderen
zichzelf konden zien. De eerste les begon dan ook met het woordje
IK en de daarop volgende lessen kwamen de woorden maan - roos
- vis etc. aan de orde. Om de analyse en synthese voor de kinderen
gemakkelijker te maken waren er klik-klakboekjes ontwikkeld, waarmee
leerlingen zelf door wisseling van letters andere woorden konden
vormen. De woordkaartjes, de stempel- en letterdozen werden bij
elke les ingeschakeld. In kopieermappen zaten herhalings- en verrijkingsoefeningen.
De speelleessets
krijgen kleurencode's die het leesniveau aangeven. Daarmee kwam
men tegemoet aan de behoefte tot differentiatie. Snelle leerlingen
konden meer zelfstandig werken zodat de leerkracht meer tijd kreeg
voor de zorgleerlingen. Bij elke les is aangegeven wat de kerndoelen
zijn en welke doelen als verrijking dienden. Daarnaast was er
aandacht voor differentiatie in tempo, werkvormen en lesorganisatie.
Ondanks het feit dat er veel in niveaugroepjes gewerkt kon worden
hanteerden veel leerkrachten de methode klassikaal.
Men is onzeker en differentiatie vraagt een enorme omslag in het
denken en handelen van de leerkrachten.
Er
zijn Maankinderen en Sterrekinderen
In het onderwijs volgen ontwikkelingen elkaar steeds sneller op.
In 2003 komt Zwijsen met de tweede Maanversie op de markt, nog
kleuriger en omvangrijker dan voorheen.
Elk van de twaalf leerstofkernen krijgt een eigen handleiding.
In de nieuwe versie zijn vele mogelijkheden tot differentiatie.
Maankinderen volgen het reguliere programma.
De 10% vlugge en goede lezers krijgen leesboekjes uit de zon-
en raketserie.
En de kinderen die meer tijd en extra aandacht nodig hebben, krijgen
stermaterialen.
Het omvangrijke
materiaal gericht op scholen en gezinnen ziet er professioneel
en aantrekkelijk uit. Leesbevordering is het parool, maar de kassa
rinkelde ook.
Bij zoveel overvloed kunnen kritische tegengeluiden natuurlijk
niet uitblijven en er verschenen artikelen waarin gepleit wordt
om het aanvankelijk lezen van alle franje te ontdoen en terug
te gaan naar de meest basale processen.
Dat waren
echter geluiden in de marge. Onder alle wijzigingen in de werkgroep
bleef de inmiddels tachtigjarige, Mommers een centrale figuur
en eindredacteur.
In de laatste versie is hij adviseur en wordt Ludo
Verhoeven hoofdredacteur. Verhoeven had zijn sporen
onder meer verdiend in het Zwaluwproject
en het Protocol Dyslexie van
het Expertise Centrum Nederlands.
Zwijsen geeft zelf ook cursussen voor leerkrachten en schoolteams.
Ouders zijn een nieuwe doelgroep, die ook op de website www.veiliglerenlezen.nl
aanwijzingen en leesmateriaal kunnen vinden. Mommers publiceerde
nog regelmatig over actuele ontwikkelingen in het leesonderwijs
en het voorkomen van leesproblemen.
Het
verschil tussen methode en werkwijze
Uit alle onderzoeken blijkt dat een methode weliswaar steun geeft,
kinderen leren ervan. Hij geeft een gegarandeerde uniforme kwaliteit.
Snelle en effectieve organisatie van het leerproces. Maar net
zo als in alle onderwijsleerprocessen vervult de leerkracht daarin
toch de meest vooraanstaande rol en dan kan er vervorming optreden.
Denk maar eens aan te dominante leerkrachten tegenover een te
weinig inspirerende werkopvatting van andere.
Jetty Vegter*) noemt Veilig
leren lezen in een metafoor 'fabrieksbrood'
tegenover brood van de warme bakker en eigen gebakken
brood van geïnspireerde leerkrachten. Maar daar volgt meteen
op dat fabrieksbrood nog altijd beter is dan aangebakken- of halfgebakken
brood.
Op 19 februari
2007 overleed Frater Mommers,
die wel de leesvader van Nederland genoemd werd.
*) in: Ontluikende
geletterdheid helpen ontluiken
artikel opvragen: archief
taalvorming
terug
naar
boven
|