startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur

gedichten

taal algemeen


bekijk
foto's, werk


lees ook:

Bezorgde moeders met
lezende kinderen

Lezen met je eigen
woordenschat


 

Taalontwikkeling
Technisch of Begrijpend Lezen dat is de vraag

Als ik tegen methodisch technisch lezen ben hoe moet het dan anders?

Ik zal proberen teksten te geven waarop je eigen mening bevestigd of herzien kan worden.

Ik maak hiervoor gebruik van:
Kenneth Goodman, Arizona St. Univ., "What's Whole in Whole Language", Heinemann Educational Books, 1968
Henk van Faassen, "Taalvorming & Whole Language, Een vergelijkende beschrijving", Taaldrukwerkplaats 1998;
Jetty Vegter:
"Ontluikende geletterdheid helpen ontluiken?" Universiteit Utrecht Vakgroep Onderwijskunde, 1998

Het verschil tussen een methode en een werkwijze

Een metafoor:
Een taalmethode is fabrieksbrood
De werkwijze taalvorming is zelfgebakken brood

Een methode is ontworpen door een aantal deskundigen achter hun schrijftafel en uitgegeven door een uitgever die er belang bij heeft dat zoveel mogelijk scholen die aanschaffen.

Het methode gebonden onderwijs leert de kinderen op een technische manier lezen via deductief (de weg van het afleiden van iets algemeens naar het bijzondere) taalregels verwerven.
Pas bij begrijpend lezen wordt voor de kinderen inductie (van het algemene naar het bijzondere) en reflectie (bespiegeling) mogelijk.
Methodegebonden onderwijs is klassikaal onderwijs met een minimale arbeidsinzet van de leerkracht en een maximale groepsgrootte. Dit is geen beleid maar het gevolg van nationale begroting.
'Kwaliteit' wordt daarbij op een programmagerichte manier gedefinieerd.
De betrekkelijk geringe arbeidsinzet van methodegebonden onderwijs kan een bedreiging van de kwaliteit betekenen.
De werkopvatting van de leerkracht wordt negatief beïnvloed

Taalvorming is een werkwijze die zo veel mogelijk ervaringsgericht, thematisch onderwijs mogelijk maakt.
Veel kansen voor interactief werken en korte instructiemomenten.
Voor er oefeningen plaats vinden is er een bepaalde heuristiek (eigen ontdekkingen) bij de kinderen waargenomen.
Taalvorming zorgt voor een positieve leerhouding, om van daar uit constructief kennis te verwerven.
De begeleiding van Taalvorming is optimaal, maar de haalbaarheid voor de bestaande schoolpraktijk wordt betwijfeld.

Samenvattend:
1. Whole Language is te vergelijken met Taalvorming: de kinderen werken met inhoudsvolle teksten.
2. Geen lesmethodes, taalboekjes zijn overbodig, het leerproces wordt vanuit de kinderen opgebouwd.
3. De kinderen maken boekjes en schriftjes met teksten over zichzelf.
4. De kinderen krijgen een rijke, gevarieerde en stimulerende taalomgeving aangeboden.
5. Met de AVI toets krijgen de kinderen een negatieve boodschap: 'je kan het niet'; men meet snelheid en techniek en gaat voorbij aan de inhoud en het leesplezier.
6. Sommige methoden zijn zo mooi uitgevoerd en wekken zoveel vertrouwen dat leerkrachten alleen nog maar methode gebonden les kunnen geven.
7. Bij een werkwijze help de leerkracht kinderen leer- en leesstrategiën te ontwikkelen; samenwerken is belangrijk.
8. Bij een prentenboek worden uitgebreide activiteiten gedaan die de kinderen zelf aandragen.
9. Er is geen rigide scheiding tussen leren, spelen en vrije tijd.
10. De betekenis van Taalvorming ligt in de kwaliteit van de leerkracht die zelf verantwoordelijkheid voor het leerproces wil nemen.
11. De kinderen ontwikkelen een nieuwsgierige leerhouding ten opzichte van taal
12. Taalvorming is leuk.

Taalvorming: een gemakkelijke manier van taalontwikkeling
De gemakkelijke momenten maken kinderen buiten de school mee, de moeilijke uren binnen school.
Met taalvorming haal je meer gemakkelijke momenten de school in.
Veel leerkrachten leren van de kinderen dat ze taal als een geheel moeten onderwijzen en dat ze de kinderen kunnen betrekken bij de zingeving ervan.
Deze eenvoudige zeer fundamentele constatering heeft tot enige dramatische en ook opwindende veranderingen in het onderwijs geleid.
Leg die zorgvuldig samengestelde taalmethodes, spellingsprogramma's en handschriftlessen maar even terzijde

Wat is er moeilijk of makkelijk aan taal?
Taalvorming is gemakkelijk
als die echt en natuurlijk is
als die volledig is
als die vol gevoel is
als het interessant is
als het ergens over gaat
als die van het kind is
als het waar gebeurd is
als er een sociale noodzaak is
als er een doel voor de leerling is
als het kind voor het gebruik kiest
als het toegankelijk voor de leerling is
als de leerling bij machte is die te gebruiken

Een taalles is moeilijk
als die kunstmatig is
als het aanbod verbrokkeld is
als het onzin is
als het vervelend en niet interessant is
als het nergens over gaat
als het van iemand anders is
als het buiten een context valt
als er geen sociale noodzaak is
als er geen waarneembaar doel is
als iemand anders die opdringt
als die ontoegankelijk is.
als de leerling machteloos is


Ditz / Londen / Leren lezen in een boom

Iedere vorm van leren houdt een risico in
Gezinnen hebben de neiging de eerste taalpogingen te koesteren en verminderen daardoor het gevaar voor de leerling.
De kinderen mogen fouten maken en het opnieuw proberen. Scholen dienen evenzo het nemen van risico's in taalontwikkeling aan te moedigen.
Halliday zegt dat kinderen vaak met hun taal beginnen waarbij de ouders volgen en reageren maar de kinderen het tempo laten bepalen en ze hun eigen ontwikkeling laten bepalen.
Er is zoveel taal in de ervaring van jonge kinderen, zoveel mogelijkheden om regels en hypotheses te onderzoeken waarbij ze uitwisselen met anderen als bron, dat ze, als het zover is, de taalregels beheersen, evenals het klanksysteem en de woordenschat.
Op dezelfde manier krijgen kinderen vat op de subtiele pragmatische beperkingen in taal, onderscheiden ze spel van serieuze communicatie, worden ze gewaar wie wat zegt tegen wie en wanneer.

Lege taal
Scholen isoleren taal vaak van hun betekenisvol gebruik.
Daarmee veranderen ze taal in non-taal.
Slechts de sociale context van taal heeft een betekenis voor de leerling en alleen in een dergelijke context is taal gemakkelijk te leren. Vanaf het allereerste begin is taal in het begrip van een kind verbonden aan gevoelens. Als we er nonsens van maken is het moeilijk op te pakken.

Ernstig 'gelabelde' kinderen
Lezertjes worden ingedeeld als remedial, onbekwaam of dyslectisch als ze niet goed uit de testen tevoorschijn komen. Ze raken vervolgens steeds meer geïsoleerd en krijgen oefeningen in fonetica en woordaanpak en ze krijgen minder de tijd om hun taal te leren terwijl ze taal gebruiken.
Waar ze het meest onder te lijden hebben is het feit dat ze een etiket opgedrukt krijgen. Grote groepen kinderen is het gelukt om de technologie te overleven en ze hebben met meer of minder succes leren lezen en schrijven. Maar daarbij hebben ze ook geleerd om lezen en schrijven als een onplezierige activiteit te beschouwen, iets dat je uitsluitend doet als het echt nodig is. Ze kunnen lezen en schrijven maar als ze zelf kunnen kiezen doen ze het niet.


Ditz / Londen / Leren lezen in een schoolbank

Sommige aspecten van de leestechnologie zijn zo stevig in de conventionele leesinstructie ingebouwd dat er speciale aandacht nodig is om aan te tonen waarom er daarvoor geen plaats is bij taalvorming:

Werkelijke leesvaardigheid is wezenlijk als taal echt is
Mensen die goed naar kinderen kijken weten wanneer kinderen lezen en schrijven nodig hebben, ze hebben er vertrouwen in dat kinderen graag in de club van geletterden zitten.
Taalvormers haasten de kinderen niet, maar houden ze ook niet af van hun natuurlijke taalontwikkeling. Ze ondersteunen hen als ze voortbouwen op wat ze al weten
Er liggen een paar goede redenen achter speciale leesvaardigheids programma's.
Kinderen hebben tijd nodig om zich te ontwikkelen; als je ze haast werkt dat contraproductief.

Toen Washburne beweerde dat kinderen een geestelijke leeftijd van 6 jaar moesten hebben om met succes te kunnen leren lezen, geloofden veel mensen dat, zelfs toen men zich afvroeg of het onderzoek ernaar wel klopte. Tegelijkertijd kon men zien dat als de kinderen op school begonnen ze nog niet beschikten over de fijne motoriek om met grote mensen pennen en potloden om te kunnen gaan. Jammer genoeg worden deze verkeerde veronderstellingen gevoegd bij een gemis aan kennis van de taalontwikkeling bij mensen. Dit resulteerde in niet-talige activiteiten en abstracties die niets van doen hadden met de behoefte van kinderen aan een geschreven taalontwikkeling..

Taalvorming kan niet in een kist verpakt worden
Noch kan het tussen de harde kaft van een methode gestopt worden.
Het kan zeker niet voorgeschreven worden.
Het heeft geen zin taalvorming zonder de steun van leerkrachten in te voeren. De leerkrachten moeten hun eigen professionele beslissingen nemen. Zij zullen het zijn die, samen met de kinderen, taalvorming in de klaslokalen laten ontstaan.
Schoolbesturen en leerplanontwikkelaars met gevoel voor verantwoordelijkheid hebben geleerd dat leerkrachten hetzelfde humane en geduldige begrip verdienen als de kinderen die ze les geven.
Het is zaak dat er netwerken bestaan van leerkrachten die elkaar ondersteunen, die artikelen en verslagen uitwisselen, elkaar vragen stellen.
De ondersteuning houdt eveneens in dat er voorbeeldlessen gegeven worden en dat er interne begeleiding op school is.
Bezoekjes aan andere scholen moeten georganiseerd worden. Op die manier zullen steeds meer leerkrachten hun ervaringen en kennis op het gebied van taalvorming willen delen.
Het is goed om zien wat voortrekkers bereikt hebben bij kinderen die precies hetzelfde zijn als die bij een beginner. Deze vormen van ondersteuning verlagen het risico voor degene die ondersteund wordt.
De gevorderde taalvormer heeft geen intimiderende autoriteit in dit verband.

Henk van Faassen

meer over leren lezen