|
Taalontwikkeling
en de politiek
de
Iconografische communicatie van peuters


Iconografische
communicatie van peuters
Meer dan met geschreven en gesproken woorden bedienen peuters
zich van een iconografische communicatie.
Dat wil zeggen dat voor hen abstracte objecten en krastekeningen
concrete begrippen bevatten die door hen, in plaats van beschrijvingen
met veel woorden en zinnen, gebruikt worden.
Voorwerpen en afbeeldingen bevatten voor de kinderen de verhalen
die ze kenbaar willen maken, maar die door de volwassen begeleiders
niet altijd adequaat gedecodeerd worden. Volwassenen voelen zich
gemakkelijker bij uitgebreide verklarende teksten dan bij de context
van een iconografisch object dat door een kind gekozen is.
Toch moeten de begeleiders en begeleidsters in de voorschoolse
educatie een bijdrage leveren aan de taalontwikkeling van peuters
en kleuters. Ze moeten daartoe bijgeschoold worden in het herkennen
van die iconografische communicatie en leren die op de taalontwikkelende
waarde te schatten en te beoordelen.
Spelen of meer?
Als een kind met een stukje boombast, een takje of een onduidelijk
gevonden voorwerpje aangetroffen wordt is de beoordeling meestal:
het speelt ermee.
De bijscholing van de leidster zal erop gericht moeten zijn dat
ze die handelingen kan interpreteren als een iconografische communicatie.
Daarmee worden de meest gewone handelingen van de kinderen bijzonder
in de zin dat ze deel uitmaken van een taalontwikkeling ook al
komt er geen woord aan te pas.
Als het kind een krastekening maakt vraagt de leidster meestal:
"wat is dat?" en is vervolgens tevreden als het antwoord
overeen komt met haar eigen fantasie. Daar blijft het dan bij.
Hoe anders is het als de vraag gericht is op het gehele verhaal
dat achter de krastekening zit. Dat verhaal komt als je vraagt
naar de gebeurtenis die in het gekraste icoon verborgen zit, als
je met oprechte nieuwsgierigheid naar kinderen luistert.
Als je dat verhaal dan in grote mensen letters vastlegt ben je
later in staat er op terug te komen. Een bijkomend voordeel is
dat de ouders van dat verhaal kennis kunnen nemen. Tegelijkertijd
schuilt daarin het risico dat de tekening als een kunstzinnige
uiting met een verklarende tekst beoordeeld wordt in plaats van
een talige, iconische, uiting.
De
peuters zijn ontdekt.
Na de baby's in de consultatiebureaus en de kleuters in groep
1 van de basisschool, zijn de peuters aan de beurt om gecontroleerd
te worden.
De overheid heeft op de een of andere manier vastgesteld dat te
veel twee- en driejarigen een achterstand in hun taalontwikkeling
hebben. Daarmee komen ze op school terecht en dan gaat het daar
mis.
Het kabinet wil dat álle driejarigen verplicht moeten spelen
in de voorschool. Dat moet dan een integrale voorschoolse voorziening
zijn waar iedere peuter naar toe moet. Of daar dan zo maar plaats
is voor al die schatjes, dat is de vraag. Men wil alle tweejarigen
in ieder geval toetsen op taal.
Ongeveer de helft van onze peuters gaan naar een voorschool. Die
andere helft bestaat, volgens de redenering van de politiek, uit
allochtone achterstandspeuters en daar moet wat aan gedaan worden.
Als er onvoldoende taalaanbod is door de ouders, moeten die ook
worden gestimuleerd taallessen te nemen.(...)
Nutteloos
De Universiteit Nijmegen onderzocht
een grote groep leerlingen die op de basisschool in groep twee
zitten.
Het bleek dat kinderen die vroegtijdig voorbereidend leren, op
de peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf of in speciale projecten
zoals 'voorscholen', niet beter rekenen of taal beheersen dan
vergelijkbare kinderen zonder deze voorbereiding.(...)
Crècheleidsters moeten beter opgeleid
worden
Kinderen die in een andere moedertaal, onder verre van ideale
omstandigheden, worden opgevoed hebben baat bij een onderdompeling
in een rijke taalomgeving. Dat zou best een kindercentrum kunnen
zijn, maar als daar te weinig gekwalificeerde begeleidsters zijn,
of een duidelijk plan van activiteiten ontbreekt, dan heeft het
geen effect .(...)
Taal
leren is aangeboren
Maar om je taal te ontwikkelen heb je mensen nodig waar je tegen
kunt praten en die je willen begrijpen.
Hoe meer volwassenen de kinderen om zich heen hebben die goed
en veel met hen praten, en weten hoe ze met een kind met taalachterstand
moeten omgaan, hoe sneller een kind zich ontwikkelt (...)
Als
ik nadenk over de praktijk zie ik bij taalontwikkeling voornamelijk
opvoedende ingrepen voor me: de kinderen mogen elkaar niet uitschelden
en ze moeten beleefd zijn naar volwassenen. Ze moeten duidelijk
kunnen maken wat ze willen en wat niet, zonder dat met gekrijs
en tranen te doen.
Of deze ingrepen een bijdrage leveren aan de taalontwikkeling
in de zin van een aanzet tot geletterdheid kan ik niet duidelijk
vast stellen.
Het
gevaar van taalprogramma's in de voorschool
Uit het bovenstaande mag blijken dat ik beducht ben voor het gevaar
dat erin schuilt als er methodes en programma's ontworpen worden
voor de peuters en kleuters die een vermeende taalachterstand
hebben.
De denktrant van de methodologen is dat een en ander aan moet
sluiten op de methode die het basisonderwijs hanteert. Nog afgezien
van de bedenkelijke kwaliteit van veel taalmethodes is het niet
verstandig om van achteren naar voren te denken. Wat ontbreekt
er aan de taalvaardigheid van de kleuter waar de basisschool geen
invulling aan kan geven zodat dit maar in de zogenoemde voorschool
opgelost moet worden?
Het antwoord op die vraag kan niet gegeven worden want er ontbreekt
niets aan de taalvaardigheid van de kleuter. Er ontbreekt veel
aan de talige omgeving van kinderen, thuis zowel als op school.
Dan gaat het zowel over de materiële, de inrichting van de
plekken waar kinderen zijn, als de immateriële omgeving,
de volwassenen waar ze mee samen leven.
Ik stel me voor dat aan die laatste twee voorwaarden wordt gewerkt
voor er naar een kleutertaalprogramma met testen en toetsen gegrepen
wordt.
Opvoeden
versus ontwikkelen
Volgens de psycholoog Loris Malaguzzi
beschikken kinderen vanaf hun geboorte over honderd talen. Behalve
in gesproken taal, kunnen ze zich ook uitdrukken in muziek, beweging,
toneelspel, in klei of op papier. De mogelijkheden van kinderen
om vorm te geven aan wat er in hun hoofd omgaat zijn onuitputtelijk.
Zo wordt het geformuleerd in de kindercentra die volgens het gedachtegoed
van Reggio Emilia werken.
Voor alle duidelijkheid, wat vroeger een crèche was heet
nu kindercentrum. (...)
In de kindercentra van Reggio Emilia functioneren 'atelierista',
dat zijn voornamelijk beeldende kunstenaars en architecten die
in speciaal ingerichte ateliers met de kinderen samen werken en
hen op die manier inspireren. Naar mijn weten zijn er geen centra
die een schrijver met een taalwerkplaats hebben ingehuurd.(...)
Hoe
is taal door de jaren heen op de Nederlandse crèches en
speelzalen ontwikkeld?
In het begin wordt er van 'kinderopvang' gesproken en de kinderen
zitten op een 'bewaarschool'
Opvangen en bewaren van kinderen is een vak dat al in de Middeleeuwen
door Begijnen uitgeoefend werd. Als er al lezen en schrijven aan
de orde was stond die taalontwikkeling in het teken van een godsdienstige
indoctrinatie. Verder was het leren naaien en breien. (...)
De Hollandse taal was veel te burgerlijk
In de twintigste eeuw hadden de dames uit de betere stand het
te druk met de 'beau monde' zodat ze de opvoeding van hun kinderen
aan een Franse gouvernante overlieten.. De meisjes leerden voornamelijk
borduren, sierlijk lopen en goede omgangsvormen.(...)
De verheffing van het volk
Vanaf 1800 vond men dat de opvoeding van arme kinderen in bewaarinrichtingen
en tehuizen moest plaats vinden. Er kwamen bewaarscholen voor
kinderen van fabrieksarbeidsters op het terrein van de fabriek
zelf. (...)
De Matressenschooltjes
Er waren zo'n 200 van in Amsterdam. De matres was de eigenares
van het schooltje en ze leefde van de opbrengst. Ze waren gevestigd
in kelders en op zolders van toch al niet riante huizen. Vaak
kon de matres zelf nauwelijks lezen. Het onderwijs bestond uit
het opdreunen van het Onze Vader. Daarnaast leerden kinderen het
abc, de getallen van 1 tot 10 en als de matres zelf het lezen
machtig was, de eerste beginselen van het spellen. (...)
Bewaren van kinderen
Bewaarscholen waren beter dan die Matressenschooltjes.
Er werd veel 'geleerd' zoals spraakoefeningen, versjes opzeggen,
verklaren van woorden en bijbelse geschiedenis. De kinderen moesten
'oefenen met tol, bal en hoepel', maar let op, dat mocht geen
spelen heten. De kinderen moesten wennen aan orde, zedelijkheid,
werkzaamheid, gehoorzaamheid en beleefdheid.(...)
Fröbelscholen en Kindergarten
Omstreeks 1930 gaat het van bewaren naar opvoeden. Maar dan wel
fröbelen met blokken en vlechtmatjes op een strak voorgeschreven
manier. Niks zelfwerkzaamheid.
Maria Montessori
kwam naar Nederland om te vertellen hoe ze in Italië werkte.
Meteen werden in de tuinkamers van Haagse villa's montessoriklassen
voor een dozijn rijkelui's kinderen opgericht.
Als de socialistische vrouwenbeweging oprukt komen er ook openbare
montessorischolen
Speelzalen
In 1965 wordt de Kinderspeelzaal in Wageningen opgericht en volgen
er landelijk meer.
Het doel is dat de kinderen regelmatig onder deskundige leiding
kunnen spelen. De kinderen konden er een dagdeel terecht. De kinderen
in de leeftijd van anderhalf tot vier jaar speelden er door elkaar
in een gunstig pedagogisch klimaat.
Een vorm van collectieve opvoeding, maar nog niet van een specifieke
taalontwikkeling.(...)
Kleuteronderwijs
Vlak voor de tweede wereldoorlog raken de kleuterscholen in zwang.
In 1956 komt er zelfs een Wet op het kleuteronderwijs. De toelatingsleeftijd
was 4 jaar, maar men probeerde driejarigen ook binnen te smokkelen.(...)
Antiautoritaire opvoeding
In de PROVO tijd was daar het
Witte Kinderen Plan. Daar zaten de kinderen
van artistiekelingen en semi-intellectuelen in een kraakpand bij
elkaar en werden antiautoritair opgevoed. Weg uit het paternalistische
gezinsverband.(...)
De kinderen mogen niet gestraft worden en moeten vrij gelaten
worden om hun eigen behoeften te volgen. (...)
Spelende
mensenkinderen
De Psychologe Bladergroen
heeft in 1961 onderzoek gedaan naar het spel van kinderen.
Er wordt gekeken naar de ontwikkeling van kinderen uit de betere
milieus. De winkel 'Speel Goed' levert verantwoord, stevig en
duur, veelal ambachtelijk gemaakt, houten speelgoed, ontworpen
door pedagogen en kunstenaars.
De stichting Goed Wonen adviseert hoe de speelplekken van kinderen
in een modern verantwoord huis er uit moeten zien.
De kinderen gaan naar de Werkschuit, naar muziekles en naar kindervoorstellingen.
Ze krijgen verantwoorde prentenboeken in de Boekenboot.(...)
Bewust pedagogisch handelen is schaars
De mate en de aard van de pedagogische begeleiding is voornamelijk
afhankelijk van de persoonlijkheid en deskundigheid van de directrice
van een dagverblijf. Voor de leidsters is het zaak dat huishoudelijke
taken vervangen worden door begeleiding van de kinderen.
In de anti-autoritaire kresj observeerde men het gedrag van de
kinderen.
De feministen roepen: "We zijn geen
kangoeroes, wij eisen crèches". Het is een
vrouwenbelang dat niet gelijk liep met kinderbelang. Kreten klonken
als: "Dan moet je maar geen kinderen nemen, je bent een egoïstische
moeder die haar kinderen wegstopt".
Onmaatschappelijkheidsbestrijding
In 1970 werd een Proefcrèche, onder
leiding van de ontwikkelingspsycholoog dr. G.A.Kohnstamm,
opgezet. De aanzet daartoe werd gegeven door het Ministerie van
Maatschappelijk werk in het kader van 'Onmaatschappelijkheidsbestrijding'.
Er was plaats voor kinderen uit zogenoemde 'Sociaal gedepriveerde'
arbeidersmilieus.
Het gaat het voornamelijk om een cognitieve ontwikkeling in het
algemeen en een sociaal-emotionele ontwikkeling van de individuele
kinderen in het bijzonder.
Als het om taalontwikkeling gaat is Kohnstamm de eerste die een
compensatieprogramma voor kleuters bedenkt: "Het Utrechtse
Taal-Denkprogramma". Maar het is wel zo dat de ontwikkeling
van de kleuters voortdurend getest en gemeten wordt, maar dat
de kwaliteit van het werk in de kindercentra er niet aantoonbaar
door verhoogd wordt. De belangrijkste uitkomst van een onderzoek
was dat de Proefcrèche niet schadelijk was voor kinderen
beneden 4 jaar.
Ten
slotte
Kinderen die aan het begin staan van hun weg door een woeste wereld
met obstakels voor velerlei aard verdienen onze liefdevolle aandacht.
Die aandacht dient geen economisch doel zoals door de politici
beschreven wordt als ze zeggen hoeveel miljoen euro's er bespaard
kan worden als er kinderen zonder een taalachterstand op de basisschool
terecht komen. .
Jonge kinderen moet je niet willen onderwerpen aan een technische
benadering van leren. Peuters en kleuters moeten vrij en spelenderwijs
taalvaardigheid opdoen. Daarom moeten we de plek waar ze dat doen
zeker geen voorschool noemen.
We moeten de creatieve kracht van de kinderen leren herkennen
en er zinvol mee omgaan.
Henk van Faassen
Dit
artikel is ingekort, het gehele artikel opvragen: archief
taalvorming
naar
boven
terug
|
|