|
Taal
leren door taal te gebruiken
Lezen
met je eigen woordenschat

Als
kinderen lezen sorteren ze de woorden die ze kennen
en de woorden die ze voor het eerst zien.
Welke woorden dat zijn hangt af van het voorraadje dat ieder kind
zelf opslaat.
Nieuwsgierigheid naar de betekenis van de woorden die ze voor
het eerst van hun leven zien is nodig voor wat men in het onderwijs
'begrijpend lezen' noemt.
Woorden die kinderen tegenkomen
Nu kan de school elke week in de les technisch lezen een vracht
nieuwe woorden voor de neus van de kinderen uitstorten en er meteen
bij verklaren wat die woorden betekenen.
Daar zijn kinderen nou net niet nieuwsgierig naar.
Het gaat om de woorden in het verhaal dat de kinderen min of meer
toevallig in een boek of ergens anders tegenkomen. Of het zijn
de woorden die de kinderen kiezen als ze enthousiast vertellen
over de slakken en mieren in de tuin.
Dat zijn de woorden die in de context van dat verhaal of die ervaring
vaak al dicht bij de betekenis terecht komen.
In ieder geval zullen het waarschijnlijk niet de woorden uit wekelijkse
woordenschatontwikkelende vracht zijn.
Status
van lezen leren
De nadruk ligt vanaf groep 3 op het technisch lezen van woorden
die aan de orde zijn
Dat komt omdat dat die gemakkelijk te onderwijzen en te toetsen
zijn. Daar komt dan nog bij dat in immigrantenfamilies dit machinale
systeem, ten onrechte, status heeft. Turkse en Marokkaanse ouders,
herkennen daarin de manier waarop ze zelf op de dorpsscholen in
het thuisland moesten leren.
Om nog maar te zwijgen over de aanpak van de koranschooltjes waar
kinderen helemaal niets begrijpen van de woorden die collectief
opgedreund worden.
Eerst
begrijpen wat je leest
Dat brengt mensen zoals de onderwijsdeskundige Catherine
Snow*) ertoe om begrijpend lezen belangrijker
dan technisch lezen te vinden.
Begrip
voor wat je leest ontstaat als kinderen veel met elkaar praten
over de dingen die ze zelf meemaken. Daaruit volgt dat ze elkaar
daarover ook vragen stellen.
Op die manier bouwen ze aan een eigen woordvoorraad.
Als ze te weinig interactief met woorden bezig zijn spreekt men
van taalachterstand.
Snow: "Naarmate een kind meer woorden kent, kent het ook
meer structuren en meer uitdrukkingen"
Als kinderen thuis alleen maar te horen krijgen: "eet je
bord leeg" en de kinderen zeuren: "ik wil tv kijken"
bevinden ze zich in een taalarme omgeving.
En als de scholen voornamelijk voorgebakken taalprogramma's gebruiken
is dat in zekere zin ook een vorm van taalarmoede.
Taal
leer je door taal te gebruiken
Vandaar
dat het ECN**) er op uit is om peuterleidsters en leerkrachten
bewust te maken van het nut van met elkaar pratende kinderen in
plaats dat ze zelf steeds aan het woord zijn.
Het ECN ontwikkelde het project 'Taallijn' waarin de interactie
tussen kinderen onderling en tussen kinderen en de juf centraal
staat.
De speerpunten van de Taallijn zijn die gesprekken, maar ook een
actieve woordenschatontwikkeling, interactief voorlezen en vooral
ook de betrokkenheid van de ouders.
Die betrokkenheid wordt ontwikkeld door al het werk van kinderen
in portfolio's op te slaan. Die portfolio's worden thuis besproken
en daarin worden ook foto's en teksten van thuis opgeslagen.
Die portfolio's gaan mee van groep 1 tot en met groep 8, waardoor
een doorgaande leerlijn te volgen is.
De
juf moet minder praten
Dat betekent dat leerkrachten zich op moeten stellen als gesprekleiders
en niet als deskundigen op het gebied van taaltechnieken en -methodieken.
Ze denken dat ze de kinderen veel te veel zelf aan het woord laten,
maar als er eens een videoregistratie van een les gemaakt wordt
blijkt dat ze zelf soms wel een half uur achter elkaar instructie
geven.
Het ECN zou geen universitaire instelling zijn als ze hun ervaringen
met de Taallijn niet vergeleken hebben met scholen die nog klassikaal
werken. Het bleek dat de woordenschat zich sterker uitbreidde
als de kinderen over eigen onderwerpen praten en lezen, in plaats
van alles uit een schoolboek te leren.
De teksten van de kinderen gaan altijd ergens over en zijn te
gebruiken bij wereldoriëntatie, geschiedenis, biologie en
meer kennisvakken.
Zelfs rekenen gaat gemakkelijker als je plezier in lezen hebt.
Kinderen
leren lezen zoals hen dat uitkomt
De kinderen
lezen de namen van tramhaltes zoals die in de nieuwe trams op
een schermpje te zien zijn. Ze horen dan een nette stem die halte
ook afroepen. Ze zien de advertenties voor vreemde dingen die
eetbaar zijn en vragen hun moeder om dat eens te kopen. Ze staren
naar de achterkant van de krant van vaders die tegenover je aan
tafel zitten en die niet naar je willen luisteren. Ze ontcijferen
de woorden op stukjes gescheurd papier die opdwarrelen in het
park.
Henk van Faassen
*) Catherine
Snow is hoogleraar onderwijskunde in Harvard
**) Expertise Centrum Nederlands van de Radboud Universiteit Nijmegen
Dit artikel
is op te vragen: archief
taalvorming
naar
boven
terug
|