|
Gedichten
voor het eindexamen
Het nut van gedichten
Spreekbeurt
Sinds een jaar of vijf zijn eindexamenleerlingen vwo op het Hervormd
Lyceum West in Amsterdam - een bijna volledig 'zwarte school'
- verplicht een twintig minuten durend referaat te houden over
een of meer gedichten.
Chris Van den Hoogen (67) is er docent Nederlands.
Maarten Moll heeft een gesprek met hem en vier ex-leerlingen
die in mei 2004 eindexamen deden:
Souad Faouzi (19, studeert geneeskunde aan de VU),
Yassine Abdelouarit (19, civiele techniek aan de TU Delft),
Adil Bouchmal (20, lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft)
en
Jaouad El Haddar (20, idem.)
Het
systeem
A.B.: ''Ik zat eerst onderuitgezakt in de klas. Door de gedrevenheid
van meester VdH werd het toch interessant, ging ik me toch verdiepen
in sommige gedichten. Ook omdat het moest, moet ik erbij zeggen.''
VdH: '' Discussies over het nut en zo zijn eigenlijk niet te voeren.
Ik heb me dus, toen ik ze vertelde dat ze een referaat moesten
houden, verscholen achter 'het systeem'. 'We hebben dit nu eenmaal
afgesproken,' zei ik. Dat schept duidelijkheid.''
A.B.: '' Maar het was wel een verademing. Ik was erg bètageoriënteerd.
Dus een uurtje literatuur was goed voor de afwisseling. In de
wiskunde is alles zwart-wit, waar of niet waar. Literatuur is
anders. Wat bepaalt of iets literatuur is of niet? VdH gaf dan
een mega-diep verslag van een gedicht. Maar bedoelde de schrijver
dat ook? Dat vond ik heel lastig. Ik voelde me soms als in een
donkere kamer. Maar zijn enorme gedrevenheid werkte toch motiverend.''
Een
moeilijke fijne klas
VdH: '' Deze leerlingen behoorden tot een van de moeilijkste klassen
die ik heb gehad. Er was verzet, gekakel. Zeer mondige leerlingen,
dus de meningen werden vrijuit gespuid. Tegelijkertijd is het
een van de enigste klassen die ik heb gehad.''
Y.B.: '' Wij waren een drukke klas. Zijn geheim was dat hij heel
boos kon worden, maar na de les weer aardig was.
S.F.: ''We waren veel aan het praten onder de les, al zeiden we
altijd dat het wel over poëzie ging.''
A.B.: '' Het was toch niet leuk om door zijn les heen te praten.
Ik hield daar een schuldgevoel aan over. Zeker ook omdat hij zo
gedreven bezig was.''
J. el H.: '' Hij deed echt zijn best om er leuke lessen van te
maken. Met bloed en zo...''
S.F.: '' Ridderverhalen vol geweld en met afgehakte hoofden.''
Bloemlezingen
Daaruit mocht gekozen worden. Maar leerlingen mochten ook zelf
met een dichter komen.
Y.B.: '' Voor mij werd gekozen. Ik was echt niet serieus bezig
in de klas.
Afsluitdijk heette een gedicht, al weet ik niet meer van wie dat
was.''
VdH: '' Vasalis.''
J. el H.: ''Ik weet niet meer wie ik gekozen heb.
S.F.: '' Ik weet ook niet meer welke gedichten ik heb gekozen.
Ik heb ze van internet gehaald.''
Y.B.: '' Al staan er vaak verkeerde dingen op internet. Vooral
als je verklaringen en analyses overneemt. Dus moest je er echt
zelf uitzoeken.''
VdH: '' Weten jullie het nog van Hassan? Die hield een referaat
over: 'Wie dit leest' van Leo Vroman. Die kwam met een interpretatie
van een half uur. Hij was vol vuur en vlam. Maar er deugde geen
snars van.'' Gelach.
S.F.: '' Dat hebt u hem ook haarfijn uitgelegd.''
VdH: '' Maar hij kreeg toch een goed cijfer, want hij had er serieus
over nagedacht.''
A.B.: '' Het verbaast me dat u nog weet wat wij hebben gekozen.''
VdH: '' Nou ja, jij koos Bloem, een van mijn favorieten!''
A.B.: '' De Dapperstraat. En Insomnia...''
VdH: ''Denkend aan de dood kan ik niet slapen / En niet slapend
denk ik aan de dood. Weet je nog hoe het verder ging?''
A.B.: '' En het leven vliedt gelijk het vlood, / en elk zijn is
tot het niet geschapen.''
VdH: '' Welke stijlfiguur zien we in de eerste regels?''
A.B.: '' Chiasme! Kruisstelling, het omdraaien van zinsdelen.''
Of
ze er iets van geleerd hebben, van de schone letteren
Even richt men de blik naar de grond.
A.B.: '' Ik ben nu druk met mijn studie, met sporten. Met de poëzie
houd ik me nu niet echt bezig.''
Knikkende hoofden, instemmend gemompel.
S.F.: '' Maar als ik sms, gebruik ik de taal wel creatief. Ik
haal de leuke zinnen uit gedichten en gebruik die. En ter verfraaiing
van presentaties.''
J. el H.: '' Na de les heb ik me niet erg met poëzie bezig
gehouden. Het heeft mijn levensstijl of mijn wereldbeeld niet
veranderd.''
Heeft
poëzie nut?
Y.B.: '' Ligt eraan hoe je het gebruikt. Souad gebruikt het bij
het sms'en. Prima, toch?''
A.B.: '' Het leert je ook hoe mensen over het leven nadenken,
in het leven staan. Dat is niet altijd even leuk, vind ik. Pessimistisch...
Hoe ging het ook alweer... De romanticus lijdt aan het hier en
nu, wil ontsnappen aan de wereld.''
VdH: '' Ik wil jullie niet overhoren, maar lijden aan het hier
en nu, hoe noemen we dat ook?''
A.B.: '' Weltschmerz. En dat verhaal over de zee. Dat die persoon
weg wil uit het leven. Niets voor mij.''
VdH: '' Uit Themire van Rhijnvis Feith.''
A.B.: '' Er is hier een brug in de stad en daar stond Reinvis
Feith op. Dat klopt niet, dacht ik. Laatst zag ik dat ze de naam
hebben veranderd in Rhijnvis Feith. Dat heb ik dan toch opgepikt.''
J. el H.: '' Meester heeft ons ook gezegd dat poëzie kan
helpen in het liefdesleven. Dat je als je een meisje wilt versieren,
een paar dichtregels uit je hoofd moet leren. Daar zou ik wel
gedichten voor kunnen gebruiken.''
VdH: '' Ze vallen als bomen in de herfst voor je, echt waar. Plunder
de poëzie voor het versieren van de meisjes!''
J. el H.: '' Maar wat als ze het niet begrijpen?'' Gelach.
S.F.: '' Vluchten naar een andere plaats en tijd, vluchten in
je fantasie. Zo zie ik de poëtische wereld. Als je geen zin
hebt in de werkelijkheid, kun je lekker wegduiken in een boek
of gedicht. Al blijft de werkelijkheid wel op de achtergrond meespelen.''
A.B.: '' De werkelijkheid kun je ook niet vergeten, want een gedicht
of boek waarin je kunt vluchten is daarom ook geschreven.''
Gedichten
voor Marokkanen?
VdH: '' Jullie hebben allemaal een Marokkaanse achtergrond. Vonden
jullie het vervelend dat ik alleen maar Nederlandse dichters heb
behandeld?''
A.B.: '' Nee, juist niet. In de klas ben ik gewoon een van de
leerlingen. Ik wil ook juist de stof krijgen die iedereen krijgt.''
Y.B.: '' Wij hebben onze eigen cultuur, maar dit hoort er gewoon
bij. We hadden juist helemaal geen behoefte aan onderscheid.''
A.B.: '' Laat ik u een vraag terug stellen: Heeft u gemerkt dat
we een Marokkaanse achtergrond hadden in hoe wij reageerden?''
VdH schudt zijn hoofd. En lacht.
Maarten
Moll
© Het Parool, 01-02-2006
naar
boven
terug
|
|