|
Zelfbedachte
woorden
Is
straattaal besmettelijk?

Te
gek en onwijs gaaf
hebben we in de flowerpowerperiode gebruikt als we ergens enthousiast
over waren.
Daarvoor hoorden we wat allemaal mieters
was. Nu moeten we weten wie cool zijn en wat allemaal flex
is.
Jongeren spreken Murks, Bijlmers.
Nederlandse woorden worden vervangen door die uit immigrantentalen
en uit het Amerikaanse slang.
Is de jongerentaal besmettelijk voor het Algemeen Beschaafd Nederlands?
Het
Groene Boekje neemt in ieder geval veiligheidshalve een aantal
straattaal woorden op.
Wie
naar een conversatie in straattaal luistert zal er
geen touw aan vast kunnen knopen.
Zelfbedachte woorden schieten in hoog tempo uit de monden, het
liefst doorelkaar.
Van enige inhoudelijke uitwisseling is geen sprake. Zelden is
er een afgemaakte zin.
Er is veel lijfelijk geduw en getrek.
De woorden die het hardst geschreeuwd worden zullen in het vervolg
in de woordenlijst van dat bepaalde groepje uit die bepaalde wijk
of stad opgenomen worden. Voor zolang het duurt, want straattaal
blijkt zeer vluchtig te zijn. Er is niets van te volgen, maar
een ding is zeker, wat je hoort en de boze gezichten die daar
bij getrokken worden, zorgen er voor dat je een straatje om gaat.
Wij
en de rest van de wereld
Jongeren vinden straattaal stoer, het is een soort geheimtaal,
wie het niet begrijpt, is een buitenstaander.
Een buitenstaander is te herkennen aan foute kleren, foute muziekkeuze
en foute haardracht, make-up, tatoeages en piercings. Straattaal
dient om je af te zetten tegen de rest van de wereld, vooral tegen
autoriteiten en ouders.
De steeds veranderende woordenschat dient in een moeite door om
onderling te kunnen praten in schuttingtaal of over verboden onderwerpen.
In
1998 onderzocht René Appel
de Amsterdamse straattaal en het Meertens
Instituut organiseerde in 2004 een Symposium over Jongeren- en
Straattaal in binnen- en buitenland.
Een aparte variant is het Murks dat in de Utrechtse wijken Lombok
en Transvaal door Turkse en Marokkaanse jongeren gebruikt wordt.
Er zijn nu plannen om jongeren videocamera's in handen te geven
om de verschillen in straattaal in de Amsterdamse wijken Zuid
Oost en Osdorp vast te leggen.
Er kan weer op gepromoveerd worden.
De
uitspraak van het Murks uit Utrecht
Jacomine Nortier
publiceerde in 2001 'Murks
en straattaal. Vriendschap
en taalgebruik onder jongeren'.
Behalve de woordenschat, is de uitspraak van het Murks opvallend:
De s
wordt uitgesproken als sj: 'sjla' in plaats van 'sla' . De g is
scherper en harder dan in het Nederlands, vooral aan het begin
van een woord. De r is vaak overdreven rollend. 'tje' in 'weet
je' wordt 'dik' uitgesproken, zoals als de beginklank in het Engelse
'chocolate'. De 'z' erg stemhebbend, de 's' harder en scherper
dan in het Nederlands
De ij/ei wordt uitgesproken als 'ai': hai
Het nieuwe Nederlands
Meestal is het gebrabbel een mengsel van Nederlandse, Surinaamse,
Turkse en Marokkaanse woorden, vrijelijk gemengd met Amerikaanse
slang.
'Die bakra is weri
hoor, ennuh, misschien ga ik 'm doodvermoorden.'
Van enige zinsbouw is geen sprake.
Leerkrachten zijn bezorgd, de jongeren beheersen het ouderwetse
Nederlands niet.
Het is in Engeland al onderzocht: met zo'n taalachterstand zullen
ze steeds moeilijker aan een baan komen.
Een
Amsterdamse woordenlijst:
afoe: stukje, helft; trek van een stickie
boeloe: gek, raar, vaag, homo
boeng: goed
chickie: meisje
doekoe: geld
faja: heel, erg, goor
fawaka: hoe gaat het
habibi: liefje
how's the dope: hoe staan de zaken
kardash: makker
kill: jongen
kon ta bei: hoe gaat het
loesoe: weg
mi gado: mijn god
mi lobo joe: ik hou van jou
motjo: hoer
no fasa stof sisca/brada: blijf van me af wijfie/jochie
osso: huis
papang: kut
scotoe / skootoe: politieagent
tezz, tazz: shit
woella: ik zweer het
(Bron: Jacomine Nortier)
'Heel
erg goed' in verschillende Nederlandse straattalen:
bombe, chill, cool, da, dope, flex (het tegenovergestelde is frox),
gru, gruwelijk, kapot goed, lauw, master, masterlijk,
relaxt, span, spin, standaard, strak, tof, tranga, vet, wreed,
(Bron: René Appel en Rob Schoonen)
De structuur
van veel Surinaamse woorden is opgebouwd uit de opeenvolging van
een medeklinker, een klinker, een medeklinker en weer een klinker.
Omdat straattaalsprekers een voorkeur hebben voor woorden met
een dergelijke opbouw, zijn Surinaamse woorden in straattaal ruimschoots
aanwezig.
Over het algemeen is de neiging tot het gebruik van woorden die
eindigen op een open lettergreep groot. Duku (geld), foto
(stad), pipa (pistool) en lusu (weggaan)
botto (botterik), giga (reusachtig) en popie
(populair) zijn voorbeelden ervan.
Straattaal
is niet dodelijk voor het Nederlands!
René Appel is niet
zo bezorgd: "Verwar jongeren- of straattaal niet met een
geringe taalvaardigheid.
Om zo creatief en effectief buitenlandse woorden door het Nederlands
te kunnen mengen, moet je het Nederlands juist bijzonder goed
beheersen. Allochtone jongeren die slecht Nederlands spreken,
behoren niet tot de groep van straattaalsprekers.
Er zal op den duur vast wel een woord of wat van die straattaal
doordringen in het Standaardnederlands. Niets om je druk over
te maken, want de invloed zal klein zijn en niet bepaald dodelijk
voor het Nederlands."
Waar zitten we mee in ons maag?
Er is een relatie tussen taal en gedrag.
De leerlingen schreeuwen elkaar toe op het schoolplein. Daarmee
krijgt straattaal een problematisch etiket opgeplakt.
Er worden, zie hierboven, woordenlijstjes verzameld door Appel
cs. Daarmee wordt straattaal 'geexotiseert' . Of dat een bijdrage
zal leveren aan het begrijpen van wat jongeren beweegt straattaal
te gebruiken is onzeker.
In ieder
geval is het bestuderen van losse woorden minder zinvol omdat
straattaal afhankelijk is van de context waarin de woorden gebruikt
worden.
Literatuur
Jacomine Nortier: 'Murks en straattaal. Vriendschap en
taalgebruik onder jongeren.' 2001 Prometheus, Amsterdam, ISBN
90-5333-944-2.
Leonie Cornips en Vincent de Rooij: 'Kijk, Levi's is een goeie
merk: maar toch hadden ze 'm gedist van je schoenen doen 'm
niet'. Jongerentaal heeft de toekomst. In: 'Waar gaat het Nederlands
naar toe? Panorama van een taal.' Prometheus: Amsterdam 2003,
131-142.
Appel, R. (1999). Straattaal. De mengtaal van jongeren
in Amsterdam. In: Toegepaste taalwetenschap in artikelen 62, 2,
39-56.
Hoppenbrouwers, C. (1991). Jongerentaal. De tipparade van
de omgangstaal. Stubeg BV, Hoogezand.
Kempen, Y. van (2000). Taal mixen is dope, is basis, is spang.
Straattaal van Amsterdamse jongeren. In: Ons Erfdeel, 43, 3, 331-338.
naar
boven
terug
|
|