Cultuur van en voor kinderen
Hoe moeten we de cultuur van kinderen
definiëren?
Zie kinderen niet als onvoltooide
volwassenen,
maar beschouw volwassenen eerder als verknoeide kinderen.

Het
is onjuist dat we de cultuur van kinderen willen construeren
De druk van cognitiviteit ontneemt de kinderen hun natuurlijke
mogelijkheden.
Er is sprake van een overheersende werking van techniek, de
politiek, de media en zo meer.
Voor
kinderen moet het verwarrend zijn
Soms worden ze bij elkaar gelaten om zich in alle vrijheid te
ontwikkelen en te ontplooien.
Maar op een ander moment worden ze gedwongen deel te nemen aan
de cultuur van de volwassenen.
Op die manier kunnen kinderen nooit een eigen cultuur ontwikkelen.
Bestaat er soms een kinderrepubliek? Een kindereconomie of een
kinderpolitiek?
Wacht even, niet iets vóór kinderen maar iets
ván kinderen!
Nee toch?
Dan was het in de middeleeuwen wel iets beter. Daar mengden
zich de kinderen tussen de volwassenen, ze werden niet onderwezen
en leerden door participatie.
Dat werd behoorlijk anders toen men de educatie ontdekte, compleet
met alle opgelegde morele waarden.
Daar kwam nog bij dat in de 18e eeuw de school uitsluitend voor
jongens was.
Tegenwoordig worden er pogingen gedaan de kinderlijkheid zoveel
mogelijk af te zonderen van de boze grote mensen wereld.
We
stoppen kinderen allemaal in een soort Disneyland
Scholen zijn getto's voor kinderen geworden.
Waar kinderen vroeger in grote huizen, soms kastelen, met volwassenen
samen leefden zitten ze nu opgeborgen in gezinshokjes. Die gezinnetjes
worden angstvallig afgescheiden van de boze wereld, van het
leven op de straat waar het onveilig moet zijn. Het gezin als
hoeksteen van de samenleving, maar wel een samenleving vol,
christelijke, waarden en normen.
Mevrouw Margaret
Mead zei het al:
'als we onafhankelijke
kinderen willen opvoeden moet er behoorlijk wat veranderen aan
het gedrag van volwassenen'.
Cultuur
is geen techniek die je in een cursus leert
Het is zeer de vraag of we de culturele expressie over kunnen
laten aan kunstmusea en schilder- en dramalessen op centra voor
kunsteducatie. Het lijkt wel een veilig idee om kunsteducatie
als cultuureducatie te beschouwen, maar dat is het niet.
In dat relatief veilige getto van een
kunsteducatiecentrum kan geen blind paard schade doen.
Denkt men. Maar dat is niet zo.
Cultuur is een contour van ons bestaan, hoe we ons huis inrichten,
hoe we een verleidelijk lekker diner koken, hoe we onze tijd
indelen en hoe we sterven. Cultuur is de manier waarop we onze
kinderen opvoeden.
Mijn
eigen gedachten
Ik begrijp dat het niet gaat om de techniek van het opvoeden,
maar om de grondhouding van de opvoeder.
Maar hoe vertel ik dat nu aan mensen uit het onderwijs en kunsteducatie
die van opvoeden hun beroep gemaakt hebben?
Ik stel voor dat we als consulenten en docenten kunstzinnige
vorming uitsluitend bezig gaan met onze eigen ontplooiing, maar
dat wel zo doen dat er kinderen en volwassenen bij betrokken
zijn en, als ze dat willen, ons wat leren. Impliciet of expliciet.
Dat houdt in dat we van nu af aan ophouden met slimme leergangen
te bedenken voor anderen, maar goed kijken naar wat mensen ons
te bieden hebben. We houden op mensen in ons kunstweb gevangen
te houden. Afgesproken.
Maak
mensen sterk en hun denken helder
Dat valt allemaal niet te beperken tot kunsteducatie.
Ook ik wil geen methodiek volgen om kinderen te laten experimenteren
met hun zintuigen. Geen technische verhandelingen over zoogdieren,
maar met je neus in de vacht van een dier in de wei. Geen opsomming
van Latijnse namen van planten, maar met blote voeten in een
eigen schooltuintje.
Economische
krachten houden kleine revolutie tegen
Neem bijvoorbeeld 'werk'.
Het doel ervan is vaker een economische overlevingskans in plaats
van een culturele ontwikkeling.
De wet van de educatie moet zijn: deelname aan het werkelijke
leven.
Als ik dat vertaal naar kunstzinnige vorming moeten we de handenarbeidlessen
die tot niets anders leiden dan een hoeveelheid gelijkvormige
papier-machédrollen afschaffen en vervangen door werkplaatsen
met echt gereedschap, scherpe messen en gevaarlijke zagen en
volwassenen die geen les geven maar met kinderen participeren.
Die werkplaatsen hoeven niet noodzakelijkerwijs aan de school
verbonden te zijn maar kunnen overal zijn waar mensen brood
bakken, stoelen timmeren, kleren naaien en woorden op een rij
zetten.
Een aparte werkplaats zou er moeten zijn om de fundamentele
politieke vaardigheden, de democratische principes te leren.
Daar hebben we dan jammer genoeg niets aan de politici die aan
de macht zijn. Die hebben hun blik te zeer gericht op de dagelijkse
politiek en hoe ze over vier jaar herkozen zullen worden.
De werkplaatsen moeten los van obsessies zoals carrière
maken kunnen functioneren.
Een fantastische revolutie waarin school van carrière-instituut
transformeert tot een gewone culturele functie.
Celestin Freinet had het daar al lang geleden over.
Kunst is niet goed in zichzelf
Kunst is goed in relatie tot een rechtvaardig politiek systeem.
Werkelijke educatie kunnen we niet overlaten aan specialisten.
Werkelijke educatie ontstaat door vrijheid van opdoen van ervaringen.
Kunst is dat wonderbaarlijk samengestelde proces waarbij de
kunstenaar de grenzen hier en daar verlegt.
Kunsteducatie is per definitie onmogelijk. Maar we kunnen wel
proberen de groei van kunstenaars en niet-kunstenaars in het
verlengde van elkaar te laten plaatsvinden. In vrijheid opdoen
van ervaringen.
Roots
and Wings
Je wortels en je vleugels, deze twee waarden geeft een indiaan
aan zijn kinderen mee.
Daarop gebaseerd is er een Deens project dat een school zonder
muren voorstaat. Een school op wielen bijvoorbeeld waardoor
kinderen mondiaal leren denken maar wel plaatselijk actief blijven.
Er is een Deense wet die zegt dat kinderen hun eigen cultuur
moeten bestuderen en kennis hebben van andere culturen.
Opnieuw komen de aloude ideeën over praktijkervaringen
van Freinet uit de kast.
Zelfkennis als een levenslang proces.
Het dagelijkse leven is een onzichtbare
banaan
Een banaan opgebouwd uit cyclische gebeurtenissen.
Het gevaar bestaat dat als we kinderen in de eerste vijf levensjaren
opbergen in de getto's van de crèches hun leerproces
beperkt wordt. Ze moeten het ware leven in!
Omdat tijd geld is blijkt er weinig tijd te zijn voor het praktische
leren.
Daarom probeert men leerprocessen op papier te zetten en zo
over te dragen. Helaas.
We
leven in de eeuw van de informatie
Hoe meer informatie we krijgen hoe minder kennis we verwerven.
Je kunt kinderen informeren als ware het objecten. Je kunt kinderen
echter niet 'be-kennissen'. Kennis is een persoonlijke staat
waarin je je bevindt. Daarom moet kennis omgezet, vertaald worden
naar informatie om het te kunnen overbrengen en niet andersom.
Informatie is op te slaan, kennis is altijd persoonlijk en daarmee
niet op te slaan in algemene systemen als het onderwijs. De
persoonlijke herinnering en nog belangrijker de intuïtie.
Een leerproces van een vaardigheid in het bedienen van bijvoorbeeld
een apparaat verloopt in verschillende stadia. De eerste in
de winkel waar de verkoper je uitlegt hoe het werkt. Daarna
leer je thuis op je gemak met de handleiding erbij tot je uiteindelijk
een automatisch niveau van bedienen bereikt.
Die volgorde is ook voor het leren van kinderen belangrijk.
Kinderen moeten niet getraind worden in het opslaan van informatie
maar in verwerking van wat in de wereld om hen heen aan de orde
is. Kennis van die wereld kan uitsluitend door het kind zelf
opgebouwd worden. Ze leren als ze werken, als ze emotioneel
betrokken zijn. Ze leren niets als ze een bepaalde onder- of
bovengrens bereiken.
Conclusie:
We moeten niet zorgen voor een goed geïnformeerde
generatie,
we moeten een generatie van kennisdragers op laten groeien.
Henk
van Faassen
[
fragment van een verslag over Forum
on Children's Culture / 28-30 augustus 1996 / Kopenhagen
Culturele hoofdstad van Europa / The Royal Danisch School of
Educational Studies
/ lezing Dr. Hartmund von Hentig
uit Berlijn ]
naar
boven
terug