Gedichten schrijven in de klas
Rondelen
zijn ook aan regels gebonden

Wat
zijn rondelen?
Een rondeel is een gedicht waarvan bepaalde regels op afgesproken
plaatsen terugkomen.
Het rondeel dat vrij gemakkelijk met kinderen te schrijven is,
telt acht regels.
Regel 1 komt terug als regel 4 en als regel 7.
Regel 2 is precies hetzelfde als regel 8.
Rondelen horen eigelijk te rijmen volgens een vast rijmschema.
Daar wagen we ons meestal niet aan.
Er zijn in de literaire handboeken zeer ingewikkelde rondeelvormen
te vinden.
Uit de praktijk
Groep zes van Basisschool De Bron. Ik ga vaak naar die school.
Mohammed weet nog dat ik bij hem in
de vierde groep kwam:
'Je had toen een boek bij je en dat heette Bij uil thuis.
Ik heb het weer gezien in de bibliotheek van de school en toen
heb ik het nog een keer gelezen.'
We praten over wat vaker gebeurt, over wat terugkomt. Meester
Jaap zegt dat hij iedere dag met de metro gaat.
Ik ga op het bord een gezamenlijke lijst schrijven van dingen
die terugkomen op dezelfde of op een iets andere manier.
'Met de metro gaan', schrijf ik op het bord.
'Dat het regent', roept Mohammed. Dat komt er dus onder
te staan.
Ik schrijf op wat de groep zegt: 'De deur open en dicht doen.'
'De trap op lopen.' 'Planten water geven.'
Over iedere regel die op het bord komt,
praten we even
Mimoun vertelt hoe hij de trap op gaat. Hij loopt aan de kant
van de muur zonder de leuning vast te houden en hij slaat treden
over.
De meester zit op de heenweg in de metro meestal de krant te
lezen.
Op de terugweg kijkt hij naar de mensen.
Marijke maakt iedere dag weer de deur open, de voordeur. Het
sleutelgat zit ongeveer zo hoog als haar hoofd. De laatste tijd
gaat het slot een beetje moeilijk. Er is een nieuw slot ingezet
en dat is nog stroef.
Mohammed vertelt dat hij in de regen liep. 'Ik liep in mijn
trui', zegt hij. 'Mijn jas had ik op school gelaten.'
Nat regenen gebeurt meestal als je er niet aan denkt dat het
gaat gebeuren.
Sylvia zegt: 'Soms zie ik Marijke op het pleintje bij mijn
huis.' Iemand van school ergens anders zien, geeft een bijzonder
gevoel.
De lijst op het bord groeit
De groep weet van geen ophouden:
'Jas aandoen'
'De lat bij het bord valt'
'Lachen'
'De stoelen op tafel zetten.'
Ik vraag om één ding uit de lijst op het bord
te kiezen en daar heel kort wat over op te schrijven.
Siu Chung schrijft:
'Altijd als ik thuis ben, heb ik
geen zin om te plassen, maar als ik met mijn moeder moet gaan
winkelen krijg ik wel zin om te plassen.'
Nergull:
'Als ik schrijf
op school dan schrijf ik een beetje snel.'
Op een nieuw blaadje schrijven ze uit hun korte tekst één
regel op.
Het moet dus op één lijntje kunnen van je blaadje.
Het hoeft geen hele zin te zijn.'
Mohammed schrijft op zijn blaadje:
'Stoelen op tafel
zetten doe ik vaak'
Mimoun op het zijne:
'Toen net had ik gelachen.'
Als iedereen een eerste regel heeft, komt er een tweede regel
onder.
Ik werk aan mijn regels op het bord, dan kunnen de kinderen
zien hoe ik het doe.
Mohammed:
Stoelen op tafel
zetten doe ik vaak. Ik doe het aan het einde van de dag.
Mimoun:
Toen net had
ik gelachen.
Omdat Mohammed ging zingen.
Onder de tweede regel schrijven we een derde.
Mohammed protesteert tegen wat Mimoun geschreven heeft:
Toen net had ik gelachen.
Omdat Mohammed ging zingen.
Mohammed doet altijd zo gek.
Ik vraag Mohammed om naar zijn eigen drie regels te kijken en
niet naar die van Mimoun.
Verder wil ik ook rust aan mijn hoofd om over mijn eigen derde
regel op het bord na te denken.
Daarna wordt het even makkelijk.
Voor de vierde regel schrijf je de eerste regel over. De kinderen
kijken verbaasd en gaan ijverig schrijven.
Dan moet er een nieuwe vijfde en een nieuwe zesde regel komen.
Mimoun heeft na een tijdje:
Toen net had ik gelachen.
Omdat Mohammed ging zingen.
Mohammed doet altijd zo gek.
Toen net had ik gelachen.
Ik lach niet zo vaak.
Als iets leuk is.
Het uithoudingsvermogen om nieuwe regels te bedenken, raakt
op.
Dat geeft niet, want regel 7 en 8 zijn dezelfde als 1 en 2.
De kinderen zijn er niet meer verbaasd over. Ze vinden het mooi
meegenomen dat ze zo hun tekst kunnen afsluiten.
We
hebben rondelen geschreven en we gaan ze voorlezen:
Toen net had
ik gelachen.
Omdat Mohammed ging zingen.
Mohammed doet altijd zo gek.
Toen net had ik gelachen.
Ik lach niet zo vaak.
Als iets leuk is.
Toen net had ik gelachen.
Omdat Mohammed ging zingen.
Ik wil weten of Mimoun minder lacht dan de anderen. Dat is niet
zo.
Hij lacht vaak, maar niet altijd als iedereen lacht.
Soms lacht hij in zijn eentje.
Na het voorlezen willen ze nog een rondeel schrijven.
Ze weten hoe het werkt en hebben de smaak te pakken.

Waarom
schrijf je rondelen met kinderen?
De vaste vorm, het afgesproken aantal regels, geeft iedereen
gelijke kansen.
Er zijn geen verschillen in kwantiteit: ieder schrijft acht
regels.
De tekst van kinderen die moeilijk schrijven is even lang als
die van kinderen die het makkelijk afgaat.
Als het vaker gedaan wordt in de klas, wordt het vormgevoel
ontwikkeld.
Herhaling is een krachtig stijlmiddel
Teksten kunnen er sterker door worden.
Rondelen kunnen er ook voor zorgen dat teksten gaan zeuren of
dat je er de slappe lach van krijgt. Die effecten kunnen intuïtief
ondergaan worden of heel precies besproken: wie heeft dat wel
eens, dat er een zeur-zin in je hoofd zit en dat moet je aldoor
maar denken?
Als er rondelen geschreven worden over dingen die vaker gebeuren,
over terugkerende motieven in je leven, over zinnen die je vaker
hoort zeggen, kan dat bijdragen aan een bepaald inzicht.
Rondelen schrijven is niet zo moeilijk, vaak grappig en het
geeft mogelijkheden om inhoudelijk dingen aan de orde te laten
komen.
Spelregels
Wanneer kinderen nog nooit een rondeel geschreven hebben en
niet weten wat dat is, geef dan zorgvuldig stap voor stap de
opdracht.
Doe zelf mee op het bord.
Noem het woord 'rondeel' in het begin nog niet. Dat is nergens
voor nodig, het zegt de kinderen niets en het kan alleen maar
verwarrend werken.
Het is belangrijk dat kinderen het verschil weten tussen een
zin en een regel.
Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt èn
hij kan meerdere regels beslaan.
Een regel kan ook beginnen met een hoofdletter en eindigen met
een punt, maar dat hoeft niet.
Vraag na verloop van tijd het uiterste van ze; ze leren ervan
echt iets te zeggen in hun teksten.
Onderwerpen
om rondelen over te schrijven:
vanuit een lijst regels over wat er gebeurt als de schooldag
om is;
vanuit een lijst zinnen die je vaak denkt;
vanuit een lijst zinnen die je op straat of in de winkel hoort;
vanuit een lijst dingen waar je wel eens over tobt;
vanuit een lijst zinnen die je vader of moeder vaak zeggen;
vanuit een lijst zinnen die je gehoord hebt in de pauze;
vanuit een lijst dingen die je je tante of de groenteboer vaak
ziet doen.
Er kunnen rondelen geschreven worden bij elkaars eerste regel.
De groep kan rondelen schrijven vanuit dezelfde beginregel:
22 rondelen die allemaal beginnen met: 'Ik heb zin in een krentenbolletje'.
Bestaande rondelen uit de bibliotheek en uit dichtbundels kunnen
worden meegenomen en voorgelezen.
Het schema van de acht regels kan worden uitgebreid en aangepast.
Eventueel kan er een begin worden gemaakt met rijmende rondelen.
Vraag in dat geval of regel 5 of 6 kan rijmen op regel 1of 2.
Doe daar gezamenlijke rijmoefeningen voor.
En
als alle rondelen geschreven zijn is het vanzelfsprekend om
er een bundel van te drukken.
[Bron:
Handboek Taaldrukken verder dan zeggen en schrijven]
Dit
artikel is op te vragen: Archief
Taalvorming
naar
boven
terug