Ontwikkelend onderwijs en taalvorming
Meer
dan een woord
Er
wordt in het algemeen te weinig gepraat in de klas
De meeste gesprekken zijn leergesprekken
De leerkracht vraagt de leerlingen naar wat ze geleerd hebben
en houdt instructiegesprekken.
De leerling kan het goed of fout doen en wordt daarop afgerekend.
Op sommige scholen wordt een obligate maandagochtend-kring gehouden.
Daarin wordt wel gepraat, maar van een kwalitatief gesprek is
meestal geen sprake. De leerkracht houdt tijd en orde in de
gaten, meer niet.
Dan zijn er nog de informele gesprekken voor en na de les.
Als het goed is voldoen die nog het meeste aan een 'praatontwikkeling'
bij kinderen die bijdraagt aan de taalontwikkeling als geheel.(...)
De informele kracht
van een gesprek gebruiken taalvormers in gestructureerde
vorm tijdens hun lessen. Daarin zijn de vertelsels van de kinderen
authentiek, vrij van opgelegde normen, en wordt de kwaliteit
van mondelinge communicatie ontwikkeld. (...)
Eerst zorgen voor een veilig niveau
binnen mondelinge taalontwikkeling alvorens begrijpend lezen
en stellen aan te bieden. We zullen de kinderen altijd eerst
laten praten, dan pas schrijven. Binnen dat proces is begrijpend
lezen vanzelfsprekend. De opbrengst daarvan zal zijn dat een
leerling ook schriftelijk materiaal van anderen beter leert
opnemen. Het leren stellen is via de door henzelf uitgesproken
zinnen veel simpeler en meer logisch.
Taalvormers plaatsen luisteren en spreken op het zelfde niveau
als lezen.(...)
De organisatie van de klas
moet vanzelfsprekend aan dit taalaanbod aangepast zijn. De opstelling
van de tafeltjes zodanig dat frontaal onderwijs doorbroken wordt
en dat er mogelijkheden zijn voor het op ieder gewenst moment
houden van een vertelkring. Een opstelling in tafelgroepjes
voorziet per definitie in een betere communicatie tussen de
kinderen dan de rijen met alle ogen gericht op de leerkracht
en het bord.(...)
Naast 'technisch' lezen en 'begrijpend'
lezen is er een groter en in het kader van ontwikkelingsgericht
onderwijs relevant gebied namelijk 'actief'
lezen.
Technisch lezen is het ontwikkelen van een vaardigheid.
Begrijpend lezen is het ontwikkelen van inzicht in de stof.
Actief lezen is het hele gebied van creatieve betrokkenheid
op de inhoud. Taalvormers ontwikkelen actief lezen en maken
het toepasbaar in communicatieve processen.
Ze zorgen ervoor dat lezen vanaf het begin betekenisvol is,
functioneel is voor 'begrip' en 'beleving'.
We sluiten aan bij wat een kind kan en weet en zetten deze eigen
taalervaringen in, op de plaats van de door een methodische
lijn voorgeschreven leesteksten.
Vertelronden zijn de ruggengraat van alle taalactiviteiten en
we gebruiken daarbij uitdagende werkvormen zoals het lezen en
voorlezen van gedichten. Samen lezen, maar dan voornamelijk
uit een eigen gedrukt boekje.(...)
De zorg voor een samenhang tussen het
kennisgebied en de vaardigheden
Kennis komt niet van buiten, wij geloven in ervaringskennis.
Wij zullen kinderen niet leren hoe een boom groeit, maar het
met hen hebben over hun zintuiglijke ervaringen met bomen, hoe
het is als je met je neus tegen de stam staat, hoe het voelt
als je onder de takken een tijdje droog blijft, wat je proeft
als je op een takje kauwt, wat je voelt van de prik van een
bolster en de gladheid van een kastanje.
Het gaat ons niet alleen om schoolse vaardigheden en wijsheden.
De kinderen worden benaderd vanuit alles was ze kunnen, willen,
voelen. Het omzetten in woorden daarvan en het ontwikkelen van
verbeeldingskracht staan centraal.
Taalvorming werkt per definitie ontwikkelingsgericht.(...)
Taalvorming als discipline waarin taaldrukken
als werkwijze functioneert
Ik merk dat de meeste aandacht van ontwikkelingsgericht onderwijs
uitgaat naar de onderbouw. Veel vernieuwende tendensen worden
daar ingezet. Ik zou willen zeggen dat juist in de bovenbouw,
als de kinderen de beginselen van lezen en schrijven onder de
knie hebben, meer tijd en aandacht is voor functionerende taal.
(...)
Taalvormers en anderen leren kinderen
zicht te krijgen op hun omgeving
Opdoen van ervaringen en herkennen van zichzelf in die omgeving.
Vandaar uit ontwikkelen we de taalverwerving met bijvoorbeeld
aandacht voor verbeeldingskracht, het leren precies te kijken
en te verwoorden, het hanteren van alle zintuigen en de associatieve
relaties tussen bijvoorbeeld een voorwerp en een verhaal.(...)
Ondanks alles houden taalvormers idealen voor vernieuwing, soms
tegen de wind in, in stand.
Kinderen vallen door de onderwijsmand als ze in het algemeen
praten en bijvoorbeeld zeggen:
'Je kunt achter op een fiets zitten',
een kennisaspect zonder veel waarde.
Taalvormers vragen liever:
'zit je wel
eens achter op een fiets, hoe is dat?
© Henk
van Faassen
naar
boven
terug