startpagina

register
trefwoorden

index
literatuur

bekijk
foto's, werk

index
taalwerkvormen

lees ook:
Nut van taalonderwijs


Ontwikkelend onderwijs en taalvorming
Meer dan een woord

Er wordt in het algemeen te weinig gepraat in de klas

De meeste gesprekken zijn leergesprekken
De leerkracht vraagt de leerlingen naar wat ze geleerd hebben en houdt instructiegesprekken.
De leerling kan het goed of fout doen en wordt daarop afgerekend. Op sommige scholen wordt een obligate maandagochtend-kring gehouden. Daarin wordt wel gepraat, maar van een kwalitatief gesprek is meestal geen sprake. De leerkracht houdt tijd en orde in de gaten, meer niet.
Dan zijn er nog de informele gesprekken voor en na de les.
Als het goed is voldoen die nog het meeste aan een 'praatontwikkeling' bij kinderen die bijdraagt aan de taalontwikkeling als geheel.(...)

De informele kracht van een gesprek gebruiken taalvormers in gestructureerde vorm tijdens hun lessen. Daarin zijn de vertelsels van de kinderen authentiek, vrij van opgelegde normen, en wordt de kwaliteit van mondelinge communicatie ontwikkeld. (...)

Eerst zorgen voor een veilig niveau binnen mondelinge taalontwikkeling alvorens begrijpend lezen en stellen aan te bieden. We zullen de kinderen altijd eerst laten praten, dan pas schrijven. Binnen dat proces is begrijpend lezen vanzelfsprekend. De opbrengst daarvan zal zijn dat een leerling ook schriftelijk materiaal van anderen beter leert opnemen. Het leren stellen is via de door henzelf uitgesproken zinnen veel simpeler en meer logisch.
Taalvormers plaatsen luisteren en spreken op het zelfde niveau als lezen.(...)

De organisatie van de klas moet vanzelfsprekend aan dit taalaanbod aangepast zijn. De opstelling van de tafeltjes zodanig dat frontaal onderwijs doorbroken wordt en dat er mogelijkheden zijn voor het op ieder gewenst moment houden van een vertelkring. Een opstelling in tafelgroepjes voorziet per definitie in een betere communicatie tussen de kinderen dan de rijen met alle ogen gericht op de leerkracht en het bord.(...)

Naast 'technisch' lezen en 'begrijpend' lezen is er een groter en in het kader van ontwikkelingsgericht onderwijs relevant gebied namelijk 'actief' lezen.
Technisch lezen is het ontwikkelen van een vaardigheid.
Begrijpend lezen is het ontwikkelen van inzicht in de stof.
Actief lezen is het hele gebied van creatieve betrokkenheid op de inhoud. Taalvormers ontwikkelen actief lezen en maken het toepasbaar in communicatieve processen.
Ze zorgen ervoor dat lezen vanaf het begin betekenisvol is, functioneel is voor 'begrip' en 'beleving'.
We sluiten aan bij wat een kind kan en weet en zetten deze eigen taalervaringen in, op de plaats van de door een methodische lijn voorgeschreven leesteksten.
Vertelronden zijn de ruggengraat van alle taalactiviteiten en we gebruiken daarbij uitdagende werkvormen zoals het lezen en voorlezen van gedichten. Samen lezen, maar dan voornamelijk uit een eigen gedrukt boekje.(...)

De zorg voor een samenhang tussen het kennisgebied en de vaardigheden
Kennis komt niet van buiten, wij geloven in ervaringskennis.
Wij zullen kinderen niet leren hoe een boom groeit, maar het met hen hebben over hun zintuiglijke ervaringen met bomen, hoe het is als je met je neus tegen de stam staat, hoe het voelt als je onder de takken een tijdje droog blijft, wat je proeft als je op een takje kauwt, wat je voelt van de prik van een bolster en de gladheid van een kastanje.
Het gaat ons niet alleen om schoolse vaardigheden en wijsheden. De kinderen worden benaderd vanuit alles was ze kunnen, willen, voelen. Het omzetten in woorden daarvan en het ontwikkelen van verbeeldingskracht staan centraal.
Taalvorming werkt per definitie ontwikkelingsgericht.(...)

Taalvorming als discipline waarin taaldrukken als werkwijze functioneert
Ik merk dat de meeste aandacht van ontwikkelingsgericht onderwijs uitgaat naar de onderbouw. Veel vernieuwende tendensen worden daar ingezet. Ik zou willen zeggen dat juist in de bovenbouw, als de kinderen de beginselen van lezen en schrijven onder de knie hebben, meer tijd en aandacht is voor functionerende taal. (...)

Taalvormers en anderen leren kinderen zicht te krijgen op hun omgeving
Opdoen van ervaringen en herkennen van zichzelf in die omgeving. Vandaar uit ontwikkelen we de taalverwerving met bijvoorbeeld aandacht voor verbeeldingskracht, het leren precies te kijken en te verwoorden, het hanteren van alle zintuigen en de associatieve relaties tussen bijvoorbeeld een voorwerp en een verhaal.(...)

Ondanks alles houden taalvormers idealen voor vernieuwing, soms tegen de wind in, in stand.
Kinderen vallen door de onderwijsmand als ze in het algemeen praten en bijvoorbeeld zeggen:
'Je kunt achter op een fiets zitten',
een kennisaspect zonder veel waarde.
Taalvormers vragen liever:
'zit je wel eens achter op een fiets, hoe is dat?

©
Henk van Faassen


U kunt het complete artikel opvragen: archief taalvorming

naar boven
terug