startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


taalwerkvormen

bekijk
foto's, werk


Verschil tussen aanpak en methodiek
Is de aanpak van taaldrukkers overdraagbaar?


Het is duidelijk dat het moeilijk is de werkwijze van taaldrukken, die zo veel aanpakken kent als er taaldrukkers zijn, over te dragen op leerkrachten.
De leerkrachten zijn op zoek naar duidelijk geformuleerde reeksen handelingen. De taaldrukkers voeren allemaal hun eigen, onderling verschillende, reeksen uit.
Het verlangen naar een overzichtelijke methode blijkt het duidelijkst uit het succes van de 'elfen' en 'haiku': de vormregels zijn eenvoudig, het effect is groot.

Het niet overdraagbare moet liggen in het gebied van een intuïtieve benadering en de onafhankelijkheid ten opzichte van de werkvormen en technieken die de taaldrukker hanteert.

Intuïtie
Ondanks mijn gedegen voorbereidingen, de keuze van een thema, het zoeken van een inleidend verhaal of gedicht en de keuze van de daarbij passende werkvormen, overkomt het mij, bijna iedere keer dat ik een klas binnenkom, dat ik op een intuïtieve manier zal ingaan op wat de groep en mij op datzelfde moment overkomt, en daarvoor mijn oorspronkelijke plan aanpas. Een geruststellende gedachte is dat er op wonderbaarlijke wijze altijd een verband is tussen het onverwachte en het voorbereidde. Of dat ik over voldoende ervaring en lenigheid beschik om een en ander te laten samenvloeien.

Bijvoorbeeld op een warme dag
Ik kom gehaast en bezweet binnen. De groep zit al in een kring op mij te wachten, blij dat ik er ben.
Een van de kinderen kijkt naar de zweetdruppels op mijn voorhoofd, maar zegt niets.
De juf vraagt of er meer ramen open moeten.
De kinderen hebben hun T-shirtjes opgerold over hun blote buik en zitten lui achterover gezakt op hun stoeltjes.
Ik vraag wie de heetste van ons allemaal is.
Hoe moet je dat te weten komen? Meten? Voelen? Meten kan alleen maar met een thermometer, dat verwerpen we. Ik stel voor dat we elkaar een hand geven om te voelen. Beter is om elkaar aan het voorhoofd en de wangen te voelen. Oren zijn ook goed bruikbaar, zoals blijkt.
Rode oren zijn hete oren.

De juf heeft wel vaak kinderen aan hun voorhoofd gevoeld, de kinderen hebben nog nooit eerder het voorhoofd van de juf gevoeld en zeker niet het warme hoofd van een taaldrukker.
We maken een kring op volgorde van heetheid en vertellen over hoe het komt dat je toevallig nu zo warm of zo koel bent.
Over te warme kleren, over ziek zijn, over kou vatten. Hoe je onder een koude douche staat. Wat je moet doen als je je vingers brandt. Kun je warmte proeven, met je tong of met je lippen?

Andere keer, andere klas, ook een warme dag
Daan moet de klas uit om zijn trakteerspullen te halen. Het blijkt een enorme koelbox te zijn, volgepropt met dubbelloops ijsjes. Tweekleurige ijslollies met twee stokjes eraan.
Ik vraag de kinderen stuk voor stuk te laten horen hoe je aan een ijsje likt. Slurpen, smakken, zuigen, voorzichtig likken. Maken ijslollies zelf geluid? Wat voor geluid als je er een stukje afbreekt of als het uit zich zelf smelt? Het is niet tegen dovemans oren gezegd. IJslollies horen in je mond. Ik vraag de kinderen hun ijsje eens tegen hun oorlel te houden om te onderzoeken hoe dat is. Kun je een ijslollie ín je oor stoppen? Niet doen!

Vertelronde over koude dingen

Smelt een ijslollie op de zuidpool eerder dan op de noordpool? Wat is pas echt koud? Een pak diepvriesspinazie, een ijsschots, de koelkast, de neus van mijn hond, de tegels in de gang onder mijn blote voeten. Zijn koude dingen lekkerder dan hete?

Geen verjaardag zonder zingen.
Ik vraag de kinderen om de beurt in de kring één zin van een willekeurig lied te zingen. De volgende mag iets bedenken dat er op aansluit, wat betreft tekst of melodie, maar het hoeft niet. Als je niets te binnen schiet zing je de tweede regel van het lied van je buur.
Grote verwarring en pret.
Er is niet zo'n grote zangtraditie op de scholen. Happy Birthday en Er is er een jarig.., mogen wel maar het is leuker regels uit andere liedjes te nemen.
Ik stel voor dat de juf en ik een lied voor de klas zingen.
De juf raakt in verwarring.
We overleggen of we een lied samen kennen. In 't groene dal in 't stille dal.
De kinderen vinden het een beetje vreemd om naar ons te luisteren.
De jongens trekken demonstratief hun T-shirt over de oren.
De kinderen zijn nog niet tevreden.
Dat lied waarbij op een bepaald moment iedereen met zijn stoel opwipt en met een klap neerkomt moet gezongen worden en dat gebeurt ook.

Daan heeft een bijzondere verjaardag, de klas heeft pret, de juf heeft meegemaakt dat verjaardagrituelen verlaten kunnen worden en ik heb het bevredigende gevoel dat het gelukt is mijn taaldrukkersdoelstellingen zonder tijdsverlies te bereiken.

Wat gebeurde er technisch en inhoudelijk?
Ik was bezig met het project 'Nieuwsgierig naar onze natuur'
Het project gaat over zintuiglijke ervaringen in woorden omzetten.
Ik heb de zintuigen verdeeld over de werkkeren. Ik wil dat de kinderen in de kring vertellen over ervaringen, daarna schrijven en vervolgens het geschrevene presenteren in druk of als tentoonstelling.
We hebben een goede vertelkring gehad met onderwerpen die bij mijn lesonderwerp passen.
De kinderen hebben geleerd versregels associatief op elkaar aan te laten sluiten. De kinderen hebben onderzoek gedaan naar natuurlijke verschijnselen.
Ze hebben de juf en mij als voorzangers in een andere rol gezien.
En zo meer.
Er was niets dat ook niet in een strak voorbereide les thuis hoorde.

Wat kan de les ontregelen?
De binnenkomst van andere leerkrachten, ouders, of de conciërge.
Delegaties kinderen die jarig zijn en komen trakteren en hun stickertje in ontvangst komen nemen.
En de verjaardag van een van de kinderen in de klas waar je werkt.

Storende volwassenen kan ik vriendelijk of streng, al naar gelang mijn humeur en het aantal achter elkaar voorkomende storingen, de klas uit sturen.
Drie kleine hummels van groep 3, met verbaasde ogen, de middelste met een feestmuts met naam en leeftijd op, de andere twee om de stickers te dragen of gewoon om mee te mogen met de jarige, stuur je niet weg.

De juf is geneigd de zaak snel even af te handelen.
Mij bevredigt dat niet. Ik zie al de verwarring bij de jarige. Tot wie moet zij zich richten, de juf die ze kent of die vreemde invaller?
Ik vraag of er wel genoeg taart is, omdat ik een extra meester ben. Ik heb geen stickers of iets dergelijks bij me en moet daarom een ander cadeau bedenken.

Meestal vraag ik de klas waar ik werk een toepasselijke tekst, uit de verhalen waar we op dat moment mee bezig zijn, voor de jarige voor te lezen.
Als het lukt vraag ik de schrijver van de tekst die later nog eens in het net over te schrijven en naar de klas van de jarige te brengen.
Ik bereik daarmee dat de jarige de aandacht van de klas krijgt.
Dat er een zinvol cadeautje mee gaat. Dat er een relatie is tussen waar we mee bezig zijn in de klas en de 'verstorende' jarige.

Het zal wel toeval zijn, maar het lukt me altijd wel een brug te slaan tussen het onderwerp waar we mee bezig zijn en de nietsvermoedende jarige.
Het gesprek hoeft niet altijd over de verjaardag zelf te gaan: 'hoe oud ben je geworden?' 'hoe vier je het?' 'heb je leuke dingen gekregen?' 'wat een mooie jurk heb je vandaag aan'.
Maar als je bijvoorbeeld met het thema 'dieren die je zelf verzorgt' bezig bent, aan de jarige job vragen: 'is er bij jou ook een huisdier thuis en hoe viert die zijn verjaardag?', bij thema 'bed': 'waaraan merkte je toen je wakker werd dat je jarig was?' en bij 'kinderspiegel' 'wat is het verschil tussen gisteren toen je 6 was en vandaag nu je 7 bent?'
Het is dan niet moeilijk voor de groep een tekst uit te zoeken die als presentje kan dienen. Ik heb daarmee bereikt dat de kinderen ontdekken dat een tekst bruikbaar is, in de zin van een manier om dingen over te dragen.

Ik handel daarbij niet anders dan dat ik bijvoorbeeld de boekjes niet laat drukken om mee naar huis te nemen, maar om ze aan de andere groepen aan te bieden.
De hele literatuur gaat immers om het uitwisselen van gedachtegoed. En ten tenslotte is de jarige geen onderbreking van de les, maar een verdieping ervan geweest.

Niveaugroepen
Ik herinner me dat ik iets dergelijks ook doe in montessoriklassen, waar het gebruikelijk is dat er kinderen van andere groepen een ochtend zijn. In plaats van hun eigen werkjes af te maken, doen ze mee. De klas is dan niet meer een toevallige plek waar je werkt, maar een gemeenschap waarin je dingen beleeft.
Het maakt dan plotseling niet uit dat je in een andere niveaugroep zit.

Henk van Faassen