startpagina

register
trefwoorden


index
literatuur


taal


bekijk
foto's, werk

lees ook:
Het rendement

 


Fundamentele waarde:
Zingevende kwaliteit

Het taalonderwijs dat gegeven wordt moet nuttig zijn
Dat is iedereen met elkaar eens.
Maar wat de definitie van nuttigheid is in dit verband is moeilijk vast te stellen.
Meestal heeft iedereen een eigen definitie van nut, kwaliteit en belang van taalontwikkeling.
Ieders ervaring met de kwaliteit van de eigen taalontwikkeling bepaalt hoe men les geeft.
De mate van communicatie tussen volwassenen en kinderen, tussen leerkrachten en leerlingen bepaalt of er iets zinvols tot stand komt of niet. De zingevende interactie.
Waarneming van dat zinvolle kan uitsluitend plaatsvinden bij en tussen de deelnemers aan een taalproces zelf, en dat in een communicatieve talige situatie en -omgeving. Als begeleider doe ik een participerende waarneming die één geheel vormt met de interactie.
Ik ben mij tijdens een vertelkring bewust van de werkvorm en mijn deelname eraan. Ik neem duidelijk bepaalde kwaliteitsaspecten waar. Het verhaal van een deelnemer gaat mij boeien, het heeft met mijzelf te maken. Ik maak ook de waarneming van de andere deelnemers mee: ze zijn blij en trots op wat ze verteld en geschreven hebben. Ik beoordeel ter plaatse de kwaliteit van mijn inzet en werkvormen en herken de taalontwikkeling van de individuen in mijn groep.

Verborgen waarde
Hoe anders is het met de externe observatie. Daarbij kan die waardevolle interactie niet waargenomen worden. Er zijn wel symptomen zichtbaar maar meer ook niet. De werkelijke waarde blijft verborgen.
Hoe jammer voor al diegenen die zo graag willen inspecteren, toetsen en testen. De zingevende kwaliteit is voor buitenstaanders niet waarneembaar. Zelfs als een onderzoeker deelneemt aan bijvoorbeeld een taalvormingsles, hangt het ervan af of hij deelneemt aan de vertelkring of een blocnote volschrijft. De waarnemer moet een werkelijke betrokkenheid op de kern van de taalactiviteit hebben.
Dat is iets anders dan een wetenschappelijke belangstelling ervoor inzetten. Niet betrokken waarnemers komen later bijvoorbeeld met analyses in de trant van "het is wel leuk, maar het vertellen duurde zo lang"
Zo'n buitenstaander participeert niet werkelijk, hij is vrijblijvend betrokken en zal nooit binnenstaander worden.
Het is tragisch maar waar, ouders, collega's, schoolbegeleiders, opstellers van taalmethodes, onderwijskundigen, cito-toets-opstellers en inspectrices, zij allen zijn buitenstaanders als het gaat om wat er zich in een bepaalde groep op een bepaald tijdstip of in een bepaalde periode ontwikkelde bij de docent en zijn deelnemers.

Effecten
Maar hoe moet het nu verder als de zingevende kwaliteiten voor die vele buitenstaanders verborgen blijven? Hoe kan die kwaliteit dan onderzoekbaar gemaakt worden?
Er zit niet anders op dan dat het onderzoek aan de binnenstaanders overgelaten wordt.
Vervolgens kan afgesproken worden hoe die hun kennis geven aan de buitenstaanders, de kennisnemers. Aan die overdracht moeten bepaalde voorwaarden verbonden zijn. Resultaten moeten zichtbaar zijn, voldoende constant en samenhangend zijn .
Taalvorming vindt effectief plaats binnen een harmonieus samenspel van cognitieve en affectieve vaardigheden.

Opbrengst
Blijft over de vraag hoe de waarde van die kwaliteit dan bepaald zal worden.
Objectieve vaststelling is niet mogelijk en maakt iedere poging tot kwaliteitsbepaling meer symbolisch dan praktisch.
Veel vernieuwende activiteiten hebben hun oorsprong in een subjectieve observatie. Hierdoor zal de opbrengst ervan eveneens subjectief vastgesteld worden.
Hoe meer betrokken deelnemers aan een vernieuwingsproces er zijn hoe beter de zingevende kwaliteit ervan vastgesteld kan worden. Die vorm van betrokkenheid is nodig om een taalaanpak fundamenteel te kunnen veranderen.

Henk van Faassen