|
Kindercultuur
Het
rendement van Taalvorming en Taaldrukken

Taaldrukwerkvormen
geven de leerkrachten inzicht en vertrouwen in het creatief ontwerpen
van hun lesinhouden. Vertrouwen in je eigen vermogen om te vernieuwen
is wel een van de belangrijkste bestanddelen van zo'n proces.
De
eigen teksten van kinderen
Vergeleken kan worden de opbrengst in taalontwikkeling als kinderen
teksten lezen die door volwassenen voor ze geschreven zijn, met
teksten die ze zelf schrijven en die vervolgens als oefenstof
ingezet worden.
Het is geen bijzonderheid dat kinderen eigen teksten schrijven
zoals opstellen en dergelijke.
Bijzonder is dat teksten van kinderen systematisch gebruikt worden
voor lees- en spellingsoefeningen.
Dat stelt andere en hogere eisen aan de oorspronkelijkheid van
die teksten. Niet iedere tekst die een kind schrijft biedt voor
de eigen groep en andere, zelfs hogere, groepen de mogelijkheden
van verwerking die technisch taalonderwijs stelt.
De belangrijkste kwaliteit van zo'n tekst is de herkenbaarheid
van de beschreven situatie of ervaring voor andere kinderen. Als
ik het heb over taalontwikkeling gaat het over het ontwikkelen
van gevoel bij kinderen voor hun eigen taalwereld waarin ze kinderen
en volwassenen ontmoeten. De beschreven personen kennen ze, de
voorwerpen waarover het gaat hanteren ze allemaal zelf, ze wonen
in eenzelfde soort buurt.
Die herkenbaarheid levert een nieuwsgierigheid op naar elkaar.
Die nieuwsgierigheid is vervolgens weer een effectieve basis voor
de belangstelling die kinderen voor de technische taalaspecten
ontwikkelen. Taalonderwijs moet in die volgorde ingericht zijn
en niet andersom waarbij afgezonderde technische taalaspecten
geoefend worden die los staan van wat taal moet zijn: een middel
tot expressie en communicatie.
Leuker lesgeven voor leerkrachten
Het feit dat we bij het werken zonder taalmethode konden aansluiten
bij een andere taalhouding van de kinderen die ze vanaf groep
1/2 hebben meegekregen heeft ervoor gezorgd dat we met een positief
saldo kunnen beginnen. De kinderen hebben ervaring op het gebied
van zogenoemde taalrondes die tot authentieke teksten voeren.
Ze ontwikkelen die nieuwsgierige betrokken instelling en vertonen
meer initiatief en hebben meer inbreng in het verloop van de taalles.
Merkbaar zijn de individuele denkprocessen die in de vertelkring
plaatsvinden. Er is sprake van een socialer groepsproces. Doordat
de thema's dicht bij hun leef- en ervaringswereld liggen dragen
die bij tot verduidelijking van hun plek in de wereld. Bovenal
mag het plezier waarmee de groep de taalactiviteiten beleeft als
duidelijke meeropbrengst gezien worden. Dat is de opbrengst voor
de leerlingen. Maar ook voor de leerkrachten is er meer te beleven.
Ze krijgen de gelegenheid een andere relatie dan die van de zakelijke
begeleider van een methode met de leerlingen op te bouwen. Meer
naast elkaar dan tegenover elkaar. Leerkrachten halen vaak opgelucht
adem als de druk van een methodische leerlijn vervangen wordt
door een menselijk proces waarin geen papieren doelen de dienst
uitmaken.
Een
zinvolle werkwijze
Taalvorming is geen methode maar een werkwijze.
Die werkwijze heeft een vaste opbouw. Een goede taalronde begint
vaak bij een verhaal of opmerking van een van de kinderen, geplaatst
buiten het kader van de les. Er komen een aantal kinderen laat
binnen. Als gevolg daarvan begint een vertelronde niet met een
bestraffende toespraak over te laat komen, maar met verhalen over
opstaan. Wie is thuis het eerste wakker? Wie maak je wakker?
Ik pak die verhalen op als de kinderen in de kring zitten en vraag
naar meer ervaringen over het onderwerp. Door wie word je wakker
gemaakt? Wat doe je als eerste? De kinderen weten precies welke
handelingen ze 's morgens verrichten, vertellen daarover gaat
vanzelf.
Kunstzinnige
vorming en taalonderwijs
Taalvorming is een discipline van de kunstzinnige vorming
waarin het als een geheel met taaldrukken als werkwijze functioneert.
Taalvorming vereist een bijzondere inzet, laten we zeggen een
bijzondere taalhouding, van leerkrachten om kinderen teksten te
laten schrijven die oorspronkelijk zijn. Dat betekent dat we veel
aandacht schenken aan hoe authentiek ons eigen taalgedrag is.
We nemen eerder deel aan een communicatie proces binnen de groep
dan dat we optreden als de technische begeleider van een leergang
zoals we dat bij het werken met bijvoorbeeld TaalTotaal gewend
waren. Onze bijzondere taak is het om daarbij zorg te dragen voor
een ontwikkeling in die eigen teksten van kinderen. Het voortdurend
ontwerpen van een bijzonder taalaanbod, met opdrachten die aansluiten
bij het individuele niveau en de belangstelling van ieder kind,
is een inspanning die deze vernieuwende aanpak van de leerkracht
vraagt.
Taalvorming beschouwt kinderen niet als lege vaatjes waar door
de school kennis en vaardigheden ingestopt moeten worden. We moeten
ons niet richten op wat kinderen niet zouden kunnen en meer vertrouwen
op wat ze wel kunnen. Daarmee is taalvorming meer op individuele
taalgroei gebaseerd en in het geheel niet op klassikale controle
van wat kinderen volgens de een of andere taalmethode behoren
te weten. Vanuit dat perspectief blijkt dat de kwaliteit van de
taalvaardigheid met sprongen vooruit gaat.
Ik ben gewend naar kinderen te kijken als ik over kunst, cultuur
en onderwijs nadenk. Zij hebben een eigen wereld en behoren in
die wereld uit te kunnen maken wat er met hen gebeurt. De druk
van cognitiviteit ontneemt de kinderen hun natuurlijke mogelijkheden.
Er is in deze tijd sprake van een overheersende werking van techniek,
de media en zo meer. De affectieve ontwikkeling moet in de handen
en harten van de kinderen zelf plaats vinden.
Kindercultuur
Voor kinderen moet het verwarrend zijn. Soms worden ze bij elkaar
gelaten om zich in alle vrijheid te ontwikkelen en te ontplooien.
Maar op een bepaald moment worden ze gedwongen deel te nemen aan
de cultuur van de volwassenen.
Op die manier kunnen kinderen nooit een eigen cultuur ontwikkelen.
Het gaat daarbij niet om de techniek van het opvoeden, maar om
een participatie van kinderen met volwassenen. Maar hoe vertel
ik dat nu aan mensen uit het onderwijs die van opvoeden hun beroep
gemaakt hebben? Ik stel voor dat we als leerkrachten uitsluitend
bezig gaan met onze eigen ontplooiing, maar dat wel zo doen dat
er voortdurend kinderen intensief bij betrokken zijn en, als ze
dat willen, ons wat leren. Impliciet of expliciet. Dat houdt in
dat we van nu af aan ophouden met slimme leergangen te bedenken
voor anderen, maar goed kijken naar wat kinderen onszelf te bieden
hebben.
© Henk
van Faassen
naar
boven
terug
|
|